Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het zou mooi zijn als het kon

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het zou mooi zijn als het kon

Ir. H. van Rossum over plan-Lievense:

5 minuten leestijd

„Het zou mooi zijn als het kon". Zo reageerde ir. Van Rossum op de vraag naar zijn mening over het plan-Lievense met betrekking tot de Markerwaard. Hij vindt het een interessant project volgens hem past het uitstekend in de Nederlandse traditie van waterbouwkunde werken. In de negentiende eeuw gebruikte men windmolens om water weg te malen. Nu kunnen windmolens gebruikt worden om het water in een bekken op te pompen.

De heer Van Rossum, lid van de SGP-fractie in de Tweede kamer is deskundige op het gebied van de weg- en waterbouwkunde. Daarom vroegen wij aan hem een reactie op het plan-Lievense. Hij merkt op dat er in het verleden al vele andere studies zijn verricht over het aanbod van de wind en de omzetting daarvan in elektriciteit. Wat dat betreft is het plan van ir. Lievense geen unieke aangelegenheid. Door het grillige aanbod van wind valt er direct met deze wind niets te beginnen. Een goede oplossing hiervoor bevat het plan-Lievense, omdat met de wind eerst water op een hoger niveau dan het omringende water wordt gebracht en daarna geloosd, waardoor met behulp van een viertal waterkrachtcentrales ejektriciteit kan worden opgewekt.

Vraagtekens

De heer Van Rossum plaatst echter enkele vraagtekens bij het opzienbarende plan van ir. Lievense.,Hij zakt weg in zijn fauteuil en steekt van wal met het noemen van zijn eerste bezwaar: de windvang. Er zullen zeer veel windmolens moeten komen, om voldoende wind te kunnen „vangen". De windsterkte bij de Markerwaard is echter lang niet zo groot als op de Noordzee en de Wadden-- zee. Hij vraagt zich af of de Markerwaard wel" de geschiktste plek is voor een dergelijk grootscheeps project. Met name toepassing van het plan op de Noordzee acht de heer Van Rossum goed mogelijk. Daar is immers de windkracht het grootst.

Een ander punt waar hij bedenkingen over heeft is de zeer grote hoeveelheid zand die nodig is voor de aanleg van de 100 kilometer lange dijk. Dat zand zal moeten worden onttrokken aan het IJsselmeer. Hij verwacht dat daarvoor geen vergunning van overheidswege wordt gegeven. Tevens wijst hij nog op een mogelijk gevolg van die diepe geulen in het IJsselmeer, namelijk zoute kweL Bij een gewone inpoldering van het Markermeer is er veel minder zand nodig dan wanneer een lange en hoge dijk wordt gebouwd, zoals dat wordt voorgesteld in het plan-Lievense.

Wat de hoge kosten betreft (ongeveer 3 1/2 miljard gulden) merkt ir. Van Rossum op dat men dat we! betrekkelijk moet zien. Hij vindt het onnodig dat men schrikt van zo'n hoog bedrag. In Nederland heeft men in de toekomst ook energie nodig. Wanneer men die energie blijft invoeren en men centrales gaat bouwen, zullen er ook zeer hoge investeringen gedaan moeten worden. Daar komt bovendien nog bij dat behalve de investeringen ook hoge exploitatiekosten betaald zullen moeten worden, want de aanvoer van de grondstoffen en de bediening van de centrales zorgen voor hoge personeelskosten. Wanneer het plan-Lievense doorgaat kunnen de exploitatiekosten volgens de heer Van Rossum wel meevallen. De wind waait immers gratis! Volgens hem kan men pas werkelijk het aspect van de kosten beoordelen als een aantal plannen met elkaar vergeleken kan worden.

Drinkwatervoorziening

Het idee van ir. Lievense om de overbodige energie tijdens de nacht te benutten voor het oppompen van het water, vindt de heer Van Rossum enigszins onlogisch. Wanneer er 's nachts minder stroomafname is, kunnen de generatoren afgezet worden en één of meer Waterkrachtcentrales stilgezet worden. Bij het eerst, laten zakken van het water en het daarna weer oppompen treden volgens hem altijd verliezen op, dus eigenlijk is er sprake van een gedeeltelijke energieverspilling. De vrijkomende energie kan nooit voor de volle honderd procent benut worden.

De heer Van Rossum ziet in het planLievense een goede mogelijkheid voor de instelling van een waterbassiii voor de drinkwatervoorziening. Het water zou bij het oppompen met behulp van een tussenreservoir gezuiverd kunnen worden. Tegenwoordig gaat het water uit de Lek via omwegen uiteindelijk naar de grote steden. Het water van de Rijn dat via de IJssel in het IJsselmeer loopt, ondergaat een proces van zelfreiniging doordat het verspreid wordt over een grotere oppervlakte dan de Lek en daardoor is de inwerking van zuurstof effectiever. Behalve dit voordeel van 't zelfreinigingsproces kan nu ook het drinkwater directer naar de grote steden gebracht worden.

Terloops merkt de heer Van Rossum op dat de vissers misschien wel aan het werk kunnen blijven wanneer het planLievense uitsluitend voor de energievoorziening benut zal worden. Bij gebruik voor de drinkwatervoorziening kunnen er vanzelfsprekend geen motorboten op het water aanwezig zijn.

Volgens hem biedt het plan van ir. Lievense veel minder werkgelegenheid voor het eigen land dan wanneer de Markervyaard' eventueel ingepolderd zou worden. Het inpolderen is arbeidsintensiever, ook op wat langere duur bezien. Export van kennis en werk voor Nederlandse ingenieurs in het buitenland acht hij zeer goed mogelijk. Economisch bezien (hoge personeelskosten) zal er voor het Nederlandse bedrijfsleven waarschijnlijk niet veel exportmogelijkheid bestaan.

Studie

De heer Van Rossum is van mening dat het project nogal groot is opgezet. Hij pleit voor een praktische studie op een kleinere schaal, voordat gelijk de gehele oppervlakte van de Markerwaard gebruikt wordt. Wanneer het plan zou mislukken, zou de teleurstelling des te groter kunnen zijn. Op het IJsselmeer of elders zou volgens ir. Van Rossum een kleiner project uitgevoerd kunnen worden. Kortom: niet alleen een uitgebreide theoretische studie maar tevens een praktisch onderzoek. In dit verband wijst hij op de aanleg van de kleine Anna Paulownapolder; alvorens werd overgegaan tot de inpoldering van het Wieringermeer.

Voorlopig verwacht de heer Van Rossum niet dat de overheid met plannen zal komen voor de Markerwaard. Mede door het plan-Lievense zal er nog veel gestudeerd moeten worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 11 April 1980

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Het zou mooi zijn als het kon

Bekijk de hele uitgave van Friday 11 April 1980

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken