Bekijk het origineel

Doelbewuste ontkerstening van de kunst is met de Tachtigers begonnen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Doelbewuste ontkerstening van de kunst is met de Tachtigers begonnen

10 minuten leestijd

Ongetwijfeld vertoont het hierbij geplaatste gedicht „Op 't gras" van Albert Verwey karakteristieke trekken van Tachtig. In de eerste plaats reeds de vorm: het sonnet. Na een periode van afwezigheid in onze letteren tijdens de Romantiek, ja zelfs van verguizing en spot, is het even vóór Tachtig weer in opkomst, b.v. bij J . Winkler Prins, die terecht als voorloper van Tachtig geldt, evenals de jong gestorven Jacques Perk, die de sonnettenkrans Mathilde dichtte.

Een tweede kenmerk is de aard van het onderwerp: een natuurimpressie. Met al hun zintuigen hebben de Tachtigers de natuur ais het ware ingedronken en getracht op een zeer persoonlijke wij- ?e aan hun subjectieve totaalindruk gestalte te geven.

Iets dergelijks zien we in dezelfde tijd b de schilderkunst bij de zg. Haagse school (Mauve, de Marissen, Mesdag é.a.) die op haar beurt weer was beïnvloed door de school van Barbizon in Frankrijk. En in de schilderkunst en in de poëzie zien we een breken met vroegere opvattingen en gevestigde tradities. Het dienstbaar zijn van de kunst aan b.v. kerk, gezin, moraal, historie wordt met klem afgewezen zowel in de schilderkunst als in de poëzie. Het gaat om de kunst van het dichten en schilderen zelf: kunst om de kunst (l'art pour l'art).

Onder die kunst verstaat men dan de Verabsoluteerde Schoonheid. Dit bracht Perk tot het profanerende: "Schoonheid, o Gij, wier naam geheiligd zij, Uw wil geschiede; Kóme Uw heerschappij; Naast U aanbidde de aarde geen andren god!

Onnodig te zeggen dat een dergelijke kunstbeschouwing door en door onchristelijk genoemd moet worden.

Romantisch

Een opmerkzaam lezer zou me terecht kunnen tegenwerpen: Maar hoe zit dat nu met die sonnetvorm bij Tachtig? Is dat nu niet juist een traditionele en zeer streng gereglementeerde vorm? Inderdaad. Hier is Tachtig niet consequent, maar dat moeten we in het algemeen niet verwachten bij een romantische stroming zoals ook Tachtig er een was. Want bij alle kritiek op de voorafgaande leriodc, de Romantiek, was en bleef ook ichlig in de ban van het romantisch lensgevoel. Alleen, men richtte zijn aan- ;ht op andere gebieden van het gevoelsleven en men benaderde dit op een manier welke van die der vorige generatie verschilde.

Dat de jongeren nu juist voor het sonnet kozen, is te verklaren uit het zojuist genoemde verlangen naar schoonheid zowel naar de vorm als naar de inhoud. Het sonnet, rneende men, beantwoordde optimaal aan dit streven. Perk drukte zich als volgt uit: Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten. Gij, kindren van de rustige gedachte! De ware vrijheid luistert naar de wetten: Hij stelt de wet, die uwe wetten achtte.

Het gedicht van Verwey herkennen we gemakkelijk als een sonnet. Toch merken we ook wel dat dit geen sonnet uit de zeventiende eeuw kan zijn. Waar zit 'm dat in? Wel, het blijkt in verschillende opzichten. Allereerst: de verzen (regels) zijn wat korter dan bij het klassieke sonnet, dat in de regel twaalf lettergrepen telt (alexandrijn), dit vers heeft er tien (plus een „naslag"). Het rijmschema is klassiek, maar bevat wel uitsluitend vrouwelijk of slepend rijm.

Veel hebben deze verschillen overigens niet om het lijf. Belangrijker is de grote variatie in het metrum door de ritmische omzettingen: geritmeerde metriek! Hierdoor wordt het vers levenskrachtiger, want het ritme is de ziel van het vers. Letten we ook op het geraffineerde gebruik van anti-metrie en enjambement, elementen die mede dat ritme bepalen. Ook de rijke verscheidenheid van rijm, een kenmerk van het sonnet in het algemeen, werkt hier op functionele wijze met de andere poëtische elementen samen.

Woordgebruik

En ten slotte nog een opvallend Tachtiger-kenmerk: het woordgebruik. Ofschoon Verwey, vergeleken met anderen van zijn generatie, zich in dit opzicht gelukkig beheerst, zien we ook bij hem enkele eigengemaakte woorden: geklopklank (3, een onomatopee) en rietzwaarden (5). Dit wijst reeds in de richting van impressionistisch taalgebruik, maar veel duidelijker herkennen we deze stroming in de manier van uitbeelding der werkelijkheid.

Welhaast alle vijf zintuigen komen eraan te pas. Indrukken van gezicht, gehoor, gevoel vullen het gedicht bijna geheel: warmte, licht, ruist, geklopklank, schuren, gloren, groen, rood, blauw, zacht, vonkelt, klopt e.d.

Door al deze zintuiglijke waarnemingen spontaan naast elkaar te plaatsen in één verband suggereert de dichter een atmosfeer van warmte, licht en stralende blijheid, die sterk contrasteert met de dreigende sfeer uit de laatste strofe. Maar deze strofe bevat dan ook feitelijk datgene wat Verwey doet kennen als iemand die niet (of niet meer) in alle op* zichten achter de principes van Tachtig staat.

In de eerste drie strofen laat hij zich geheel door de schoonheid van de natuur meeslepen; hij gaat erin op. Maar voor Verwey kan die schoonheidsbeleving door en in de natuur niet het hoogste ideaal zijn, zoals b.v. bij Kloos, die dit als het wezen der poëzie beschouwde.

Was Verwey aanvankelijk door dit ideaal van Kloos gegrepen, spoedig liet hij het varen. Voor hem was het leven meer dan een etherisch opgaan in de Schoonheid. Verwey zocht naar de levensverbanden in de mensengemeenschap en naar het zinvol duiden daarvan. Hij zocht naar wijsheid: „dwaas mens, ga leven leren!"

Ontstaan

Over de Beweging van Tachtig schrijven is een hachelijke zaak, vooral als men bedenkt dat deze groep niet door een in alle opzichten gemeenschappelijk doel was bezield. De Tachtigers vormden meer een eenheid in negatieve zin, dus in datgene wat men eensgezind afwees, dan wel in het gemeenschappelijk nastreven van een positieve doelstelling.

In hun kritiek b.v. op de huis- en haardpoëzie en de domineespoëzie van de voorafgaande generatie waren ze het roerend eens. Maar in het formuleren van wat zij als het wezen van de kunst meenden te zien, zijn ze het lang niet eens en het duurde maar kort, nauwelijks een tiental jaren, of dit verschil in doelstelling wreekte zich in een totale versnippering van de groep. Ook hier gold dus dat afbrekende kritiek gemakkelijker valt dan opbouwende.

Een andere reden waarom het verschijnsel van Tachtig in onze literatuur zich niet zo gemakkelijk laat benaderen is de plaatsing in de tijd. Het exacte jaartal '80 is in dat opzicht vrij willekeurig. Een literaire stroming laat zich in het algemeen niet inpassen binnen nauwkeurige grenzen.

Zoals ik al schreef waren reeds vóór het jaar '80 vernieuwingen op gang gekomen en na '80 kon men in onze letteren behalve de nieuwe geluiden nog volop de oude beluisteren. Zo gaat het ongeveer met elke nieuwe stroming, maar ook in de kunst in de ruimste zin des woords, ja in de gehele culturele en maatschappelijke ontwikkeling.

De Nieuwe Gids

Een feit van betekenis te midden van deze drang naar vernieuwing is het verschijnen van De Nieuwe Gids in 1885. Tot dusver hadden de jongeren die zich niet konden vinden in de literaire opvattingen der oudere generatie, literair onderdak gevonden in o.a. De Spectator en De Amsterdammer. In oktober van genoemd jaar verscheen het eerste nummer onder redactie van Frederik van Eeden, F. van der Goes, Willem Kloos, Willem Paap en Albert Verwey.

Het was een algemeen cultureel tijdschrift want het bevatte ook artikelen over andere onderwerpen dan uitsluitend over literatuur. De naam was tegelijk een uitdaging: De „nieuwe" Gids, dit ais kritiek op het reeds bijna een halve eeuw bestaande tijdschrift De Gids (1837).

Voor een groot deel besteedden de Tachtigers hun energie aan het bestrijden van de oudere generatie. Toen deze strijd, na slechts luttele jaren, zijn beslag gekregen had, kon het niet anders of de grote verschillen onderling over uitgangspunten en doelstellingen in de literatuur, waarop we reeds gewezen hebben, moest tot verwijdering leiden.

Hierbij speelden behalve ideële verschillen, ook verschil in karakter en persoonlijkheid een belangrijke rol. Zo liep het tussen Kloos en Verwey al gauw spaak om persoonlijke redenen, maar ten diepste om een verschil van inzicht t.a.v. het wezen der poëzie, zoals bij het besproken gedicht naar voren kwam.

Naturalisme

Behalve de poëzie maakte ook het proza een verandering door. Deze was zeker niet minder ingrijpend, en ze had verstrekkende gevolgen. De stroming die in dit genre van onze letteren diepe sporen trekt, duidt men aan met de term naturalisme. De naturalist gaat bij het beschrijven van de werkelijkheid uit van natuur-wetenschappelijk standpunt: alleen de materie, de stof, is voor hem het wezenlijke, dus het waarneembare, dat wat met het verstand en de zintuigen kan worden begrepen.

In deze stoffelijke wereld reilt en zeilt de mens, die eveneens tot de materie behoort. Het leven en het gedrag van die mens is bepaald door rationeel te duiden factoren, zoals milieu, aanleg en opvoeding. In zekere zin is hij daarvan het produkt.

Deze levensbeschouwing is in strijd met God Woord, dat de mens tekent in al zijn afhankelijkheid van God. Ze is onchristelijk, ja zelfs a-religieus want voor zoiets als een hogere macht, iets wat boven het stoffelijke uitgaat, het metafysische, is geen plaats. Het naturalisme beschrijft dan ook vaak die sociale lagen van bevolking waar erfelijkheid en milieu duidelijk aanwijsbare gevolgen hebben: achterbuurten, drankzucht, prostitutie e.d. Dat een romanschrijver zijn stof echter ook uit beter gesitueerde kringen wist te putten bewijst o.a. de naturalistische roman Eline Vere die ons naar de Haagse middenklasse verplaatst.

Over een ander boek in dit genre nl. Een Liefde van Lodewijk van Deyssel ontstond tussen de schrijver en Frederik van Eeden een scherpe polemiek. Van Eeden noemde het „een onzedelijk boek". Hieruit blijkt dat laatstgenoemde wel degelijk zedelijke normen wilde hanteren, ook voor de roman.

Strijdpunten

Een ander geschilpunt dat tot grote verwijdering aanleiding gaf, was de visie op de maatschappij. De Tachtigers leefden ten tijde van het opkomend socialisme. De industriële revolutie in de loop van de 19de eeuw had een aanzienlijk arbeidersproletariaat doen ontstaan dat in vaak ongelooflijk armoedige omstandigheden de grauwe arbeiderswijken in de grote steden bevolkte. Hun lot liet de meesten der Tachtigers niet onbewogen: Van Eeden, Van der Goes en later ook Gorter waren socialist of communist. Kloos en Van Deyssel daarentegen distantieerden zich van deze bewegingen.

Genoemde verschillen waren aanleiding tot soms heftige polemieken in woord en geschrift. Deze en de al eerder besproken uiteenlopende opvattingen in literair zowel als in politiek opzicüit, gevoegd bij de eigengereidheid waarmee Kloos het secretariaat van de redactie voerde, waren de oorzaak van het uiteenvallen van de groep van Tachtig en het verdwijnen van De Nieuwe Gids.

Slotbeschouwing

Hoe is de situatie nu in onze letteren een eeuw na Tachtig? Wat het taalgebruik betreft, mogen de Tachtigers dan al bevruchtend gewerkt hebben, ook de voor sommige door hen geponeerde literaire theorieën mag dit gelden, een feit blijft het echter, en dat stelt al het andere in de schaduw: met hun verschijnen ii onze letterkunde begint de welbewuste ontkerstening van deze kunst. Dit proce zet zich tot in onze dagen onverminden voort. We zien de wrange vruchten daar van in proza zowel als in poëzie.

Maar nog veel ernstiger is het feit da deze ontkerstening na de Tweede We reldoorlog in verhevigde mate en o] vaak schrikbarende wijze op heel he maatschappelijk terrein is doorgedron gen, systematisch en doelbewust. God Naam wordt uit het openbare leven op zettelijk geweerd, ook waar het de pu blieke regeringslichamen betreft.

Zoals vaker in de letterkunde het ge val is geweest, zo ook hier: dichters ei schrijvers van gisteren blijken de woord voerders en vertolkers te zijn gewees van maatschappelijke normen en ont wikkelingen van heden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1980

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Doelbewuste ontkerstening van de kunst is met de Tachtigers begonnen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1980

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken