Bekijk het origineel

Vormingswerk is belangrijk voor werkende jongeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vormingswerk is belangrijk voor werkende jongeren

Goede mogelijkheid om partiële leerplicht te vervullen

7 minuten leestijd

Door C. van Mourik Elk jaar gaan duizenden jongeren in de leeftijd van 16 tot 18 jaar, onder wie ook velen van reformatorischen huize, naar het vormingswerk voor werkende jongeren. Ook voor het komende cursusjaar — 1981/1982 — gaan er weer zo'n 20.000 a 25.000 jongeren naar toe. Het zijn jongeren die niet langer naar school willen (of kunnen), maar die willen gaan werken. Van school, en dan? Vormingswerk is eén van de mogelijkheden. Een goede mogelijkheid.

Tegenwoordig moeten kinderen tenminste tien jaren naar sciiool, d.w.z. volledig dagonderwijs volgen. Dat is de zgn. leerplicht, die wettelijk is voorgeschreven. Maar ais een jongere na die tien jaar wil gaan werken, kan hij de schooldeuren nog nret voorgoed achter zich dichttrekken. Daarna moet hij (of zij) nog tenminste gedurende een jaar twee dagen per week naar een onderwijsinstelling. Wij kennen namelijk in Nederland al zo'n tien jaar de partiële (=gedeeltelijke) leerplicht. Ook dat is wettelijk voorgeschreven. Het vormingswerk is één van de mogelijkheden om aan die partiële leerplicht te voldoen.

In het vormingswerk komen jongens en meisjes in de leeftijd van 16 tot 18 jaar die liever niet meer naar school gaan, maar die willen gaan werken. Het grootste deel van hen is partieel leerplichtig, hoewel een flink aantal er vrijwillig nog een tweede jaartje aan vastkoppelt, omdat zij het erg naar hun zin hebben op zo'n vormingsinstituut. Op veel vormingsinstituten kom je ook jongeren tegen die in een sociale werkplaats werken en van daaruit gezamenlijk het vormingswerk bezoeken. En er komen ook jongeren uit anderstalige, gezinnen die het vaak erg moeilijk h'ébben met onze taal, onze gewoonten, onze wetten en wat niet al. De meeste jongeren die op een vormingsinstituut komen hebben al een baan gevonden, maar het vormingswerk staat ook open voor werkloze jongeren. Vormingsprogramma

Het programma dat een cursist gaat volgen staat niet bij voorbaat al helemaal vast. De vormingsleiders en de cursisten stellen in onderling overleg het programma vast. Het programma wordt zoveel mogelijk afgestemd op wat de cursisten willen en kunnen. Als dat in de loop van de cursus niet helemaal blijkt te voldoen, bestaat er alsnog de mogelijkheid om het programma bij te stellen. Dit overleg tussen de leiding van het vormingsinstituut en de cursisten voorkomt dat er een programma wordt vastgesteld waar de cursist weinig mee gebaat is, terwijl het aan de andere kant ook weer niet zo kan worden dat de cursisten maar wat „aanrommelen". Vormingswerk is beslist geen vrijblijvende tijdpassering. Wel wordt getracht de gebouwen gezellig en eigentijds in te richten. Men probeert een sfeer te scheppen waarin jongeren zich thuis kunnen voelen.

Vormingsinstituten bieden een breed scala van programma-mogelijkheden waaruit kan worden gekozen. Er zijn algemeen oriënterende programma's waardoor de cursisten worden geholpen om beter en makkelijker deel te nemen aan allerlei samenlevingsverbanden, zoals de kerk, de vereniging, de school, het bedrijf en dergelijke. De beroepen-oriënterende programma's helpen de cursist tot een verantwoorde beroepskeuze te komen. Er zijn ook programma's waardoor de cursisten zich de nodige kennis en vaardigheden eigen kunnen maken om een bepaalde opleiding te kunnen gaan volgen of een ander diploma te kunnen behalen. Door de studievaardigheidsprogramma's kan de cursist lerpn beter, doelmatiger te studeren.

Tenslotte zijn er de keuzeprogramma's, waarbij de cursist zich verder kan verdiepen in dingen waar hij of zij belangstelling voor heeft, zoals fotografie, bromfietstechniek, koken, handvaardigheid. Er zijn ook keuzeprogramma's als EHBO, typen, steno, kinderverzorging, • talen, kantoor- en winkelvakken.

Aan het begin van het cursusjaar — dat samenvalt met een gewoon schooljaar — maakt de cursist kennis met het vormingsinstituut, de vormingsleiders, de andere cursisten en de programmamogelijkheden. Deze kennismakingsperiode duurt meestal zes weken en is onder andere bedoeld om, in overleg tussen vormingsleiders en cursist, een zo goed mogelijk programma te kunnen samenstellen. Dit programma bestaat doorgaans uit twee of meer onderdelen van de zojuist genoemde programma-mogelijkheden. Niet vrijblijvend

Hoewel vormingswerk als zodanig niet opleidt voor een diploma, is het geen vrijblijvende zaak, integendeel. We zijn er zo aan gewend geraakt om de waarde van een opleiding tot uitdrukking te brengen in een diploma met daarbij liefst ook nog een cijferlijst, dat we maar al te vaak vergeten dat er talloze goede zaken in het leven zijn die zich niet in een diploma met cijferlijst laten uitdrukken. Het gaat in het leven immers niet altijd om meetbare prestaties. Betrokkenheid bij het kerkelijk leven, je ontwikkelen tot een goed en actief bestuurslid van de vereniging, het leren om zorg te hebben voor de mensen om je heen en verantwoordelijkheid te nemen; het zijn zo maar wat voorbeelden die aangeven dat niet alles in diploma's is uit te drukken. Vorming is ook zo'n voorbeeld.

Vormingsprocessen vinden overal plaats, ook in alledaagse situaties. In het vormingswerk wordt getracht deze processen op systematische, doelgerichte en efficiënte wijze op gang te brengen en te Vormingswerk leidt niet op tot een diploma, maar daarom is het niet minder ^ belangrijk voor de ontwikkeling van de jongeren. begeleiden. Christelijk vormingswerk wil op een verantwoorde wijze jongeren helpen tot grotere persoonlijke ontplooiing te komen, hen stimuleren tot keuzen en waardenbepalingen, in het licht van de opdracht van het Evangelie. Vormingswerk is dan ook geen vrijblijvende zaak. Het zou heel kernachtig kunnen worden omschreven als „scholing voor het leven". Het vormingswerk wil jongeren toerusten om door het leven te kunnen gaan, keurend, oordelehd, handelend. Daartoe wil het vormingswerk jongeren behulpzaam zijn, met name die jongeren van rond de 16-17 jaar die niet langer naar school willen, maar die liever gaan werken.

Hoe belangrijk vormingswerk ook kan zijn voor jongeren, het belang van een op het beroep gerichte opleiding mag daardoor natuurlijk niet uit het oog worden verloren. Ook die kan heel belangrijk zijn. Vandaar dat er kringen van het vormingswerk al sinds lang wordt gepleit voor de mogelijkheid om vormingswerk en beroepsopleiding te combineren. Die mogelijkheid is er ook. Jongeren die dat willen, hebben de mogelijkheid om een beroepsopleiding te volgen en daarnaast deel te nemen aan het vormingswerk. Partiële leerplicht lastig?

Drie dagen werken en twee dagen naar school. Wat vindt de baas daarvan? De meningen van werkgevers over de partiele leerplicht zijn nogal verdeeld. Er zijn werkgevers die zeggen dat zij de grootst mogelijke moeite hebben met die partiele leerplicht. Wat moetje met jongeren die maar drie dagen per week kunnen werken, zo vragen zij zich af. Dat is lastig voor het bedrijf. Andere werkgevers zien het belang er wel in. Zij dringen er Wj hun jeugdige werknemers juist op aati om toch vooral wel deel te nemen aan het vormingswerk. Zij vinden het niet zo lastig. Bijvoorbeeld een winkelbedrijf dat op dinsdagmiddag gesloten is, heeft weinig direct nadeel als op dinsdag een jonge werknemer wordt gemist. De tweede dag van de partiële leerplicht wordt dan opgevlangen door het aantrekken van een part-time kracht waarmee op zaterdagen ook wordt gewerkt.

Weer andere werkgevers hebben deeltijdfuncties gecreëerd voor jeugdige werknemers, zodat twee of drie jongelui afwisselend een functie vervullen en het vormingsinstituut bezoeken. Hoe werkgevers er ook over mogen denken, zij mogen hun jeugdige, partieel leerplichtige werknemers niet verhinderen aan hun •wettelijke verplichting te voldoen. Daarnaast is er nog het leerrecht voor jongeren tot achttien jaar, dat hun het wettelijk beschermd recht geeft om, na de partiële leerplicht, één dag per week in de gelegenheid te worden gesteld een opleiding te volgen of deel te nemen aan het vormingswerk. De werkgever is wettelijk verplicht om daar 8 uur per week voor vrij te geven. Inlichtingen

Er zijn in Nederland ongeveer 150 vormingsinstituten voor werkende jongeren. De levensbeschouwelijke grondslag daarvan loopt uiteraard sterk uiteen. En omdat, zoals gezegd, vormingswerk geen vrijblijvende zaak is, is het goed dat men zich — als men zich wil aanmelden -^ ook hierover goed laat voorlichten. Wat de Christelijke Vormingsinstituten betreft, er zijn instituten op Oecumenische, Rooms-Katholieke, Protestants Christelijke en Reformatorische grondslag. Er zijn reformatorische vormingsinstituten in o.a. Goes, Nunspeet, Kootwijk, Rijssen en Wijk en Aalburg, maar er zijn zeker ook wel prot. christ. instituten waar onze jeugd terecht kan. Voor nadere inlichtingen over het vormingswerk voor werkende jongeren, in welke plaatsen vormingsinstituten zijn gevestigd, en dergelijke, kan men zich wenden tot de Stichting Landelijke Organisatie voor Christelijk Vormingswerk (LOCV), postbus 2475, 3500 GL Utrecht, tel. 030941041.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1981

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Vormingswerk is belangrijk voor werkende jongeren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1981

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken