Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boete- en bededagen: vasten en diepe verootmoediging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Boete- en bededagen: vasten en diepe verootmoediging

11 minuten leestijd

De overheid schreef in de zestiende en zeventiende eeuw bidddagen uit. Vaak lagen buitengewone omstandigheden van nood, oorlog en andere rampen daaraan ten grondslag. En zo werd die biddag boetedag.

Niet in de zin van het roomse bijgeloof dat goede werken vraagt als genoegdoening en boete tot een der zeven sacramenten verhief. Voor Calvijn, voor onze gereformeerde vaderen bestond ware boetvaardigheid „in een waarachtige bekering van ons leven tot God, die uit een oprechte vreze Gods voortkomt." Ze is gelegen in de doding van ons vlees en de oude mens, „mitsgaders in de levendmaking des Geestes." (Inst. III, 3,5).

In de biddagsbrieven, gedrukt op last van de Staten, maakten deze de predikanten met het bijzondere doel van de biddag bekend. Met het verdwijnen van de Republiek der zeven Verenigde Nederlanden werden ook de brieven verdrongen.

De jaarlijkse bid- en dankdagen voor gewas en arbeid die wij nog onderhouden vonden een ander ontstaan. Ze zijn in de zeventiende eeuw, eerst in Zeeland, later ook in Overijssel, vastgesteld en vandaar wijder verbreid. Ik meen dat wij deze ,,Overijsselse dag" gerust mogen zien in het verlengde van de op last van de Staten-Generaal gehouden bededag. Immers, omdat bidden en verootmoediging bij elkaar horen werd ook deze dag, bededag: boetedag.

Brieven
Ik kreeg deze week een schrijven onder ogen dat even deed denken aan de oude biddagsbrieven, waarvan overigens de Ned. Herv. synode er in de negentiende eeuw nog verschillende heeft uitgevaardigd. De Gereformeerde Zendingsbond herinnerde de Hervormde kerkeraden en predikanten aan het ,,gebruik vanouds" waarbij de gemeente samenkomt „om de schuld van land en volk voor God neer te leggen en Hem te danken voor Zijn zegeningen en uitreddingen."

De brief van de GZB richtte de aandacht bij prediking, voorbede en gave vooral op de nood van anderen, „die minder hebben dan wij": het arme deel van de wereld waar dagelijks meer dan 10.000 mensen van honger omkomen; het gevaar van eigen genoegzaamheid terwijl 2,7 miljard mensen nooit van het Brood des levens vernamen; het tekort aan zendingsarbeiders en anderzijds een „kandidaten-overschot."'

Nog levend
Maar wie de predikbeurtenpagina's bekijkt, beseft dat ook de kerkdienst niet vergeten is. In Zeeland sluit men zich dacht ik het nauwste aan bij het oorspronkelijke gebruik. Op last van de magistraat werden vroeger immers alle herbergen en publieke vermakelijkheden gesloten en alle openbare arbeid verboden. Zo zijn er nu in Zeeland nog verscheidene gemeente-secretarieën (bijvoorbeeld die van Sint Philipsland en Tholen) gesloten op de bewuste dag.

Hoewel winkelsluiting ook in andere delen van ons land wel voorkomt is die in Zeeland het meest algemeen. Het accent ligt uiteraard in Zuid-Beveland en Walcheren.

In de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt is in het verleden de bidstond, uit capitulatie voor minder goed kerkbezoek, steeds meer naar zondag verschoven. Opmerkelijk is dat men enkele jaren geleden daar op teruggekomen is en in de meeste gevallen weer op de tweede woensdag in maart kerk ging houden. In een plaats als Bunschoten-Spakenburg houdt men zelfs nog overdag dienst. Dat is voor de Vrijgemaakte kerken iets bijzonders.

Verschraling
De oorspronkelijke gewoonte om een hele dag af te zonderen als bededag is op vele plaatsen in onbruik geraakt. Buiten de gereformeerde gezindte is de biddag grotendeels afgeschaft. Maar ook onder ons komen velen alleen nog 's middags en 's avonds bijeen in de kerk. Het gevolg is dat menig huisvader geen vrije dag meer neemt. Ik heb er onvoldoende zicht op in hoeverre dat het kerkbezoek schaadt. Ik weet ook niet of het aantal plaatsen waar de ochtenddienst wordt afgeschaft talrijker wordt.

Zeker is echter sprake van verschraling ten aanzien van de oorspronkelijke instelling: de biddag als zondag te vieren met verbod van alle openlijke arbeid en publiek vermaak. Juist het aspect van boete had in de tijd dat de overheid de biddag uitschreef meer accent. Want de bededag was ook een vastendag. Velen bleven in de kerk - de oude, grote kerken boden daar meer gelegenheid voor - tussen de diensten, terwijl men inmiddels gedeelten uit de Schrift voorlas. We niet kon vasten stelde zich tevreden met brood en water.

Men mocht kerkelijk trouwen op alle dagen, zelfs op zondag, maar het karakter van de biddag gedoogde dat niet, zo vertellen ons de oude synodale acta. Op biddag mocht men niet trouwen. Hoe groot ook in die tijd overigens het misbruik van zon- en feest- en biddagen was - laten we het verleden nooit idealiseren - blijkt onder andere uit de acta van de nationale Haagse synode van 1586.

Historie
Als wij de historie naspeuren blijkt reeds toen het christendom in ons land intrede deed, sprake te zijn geweest van jaarlijkse boete- en bededagen. De Reformatie heeft dat niet losgelaten.

Op Schriftuurlijke grond schreef de provinciale synode van Dordt (1574) voor dat ook bij de verkiezing van een predikant een vasten- en bededag, een boetedag, gehouden moest worden. In onze tijd denken we daar zelfs niet meer aan. Houdt onze verootmoediging gelijke tred met onze bereidheid tot vasten en bidden? De woorden: wij verdienen geen leraar worden immers zo gemakkelijk uitgesproken!

Ik heb er al op gezinspeeld hoe ónze jaarlijkse biddag in feite ontspruit aan de Zeeuwse en Overijsselse gebruiken. In 1653 wendden afgevaardigden van de particuliere synode Overijssel zich tot de burgerlijke overheid omdat „het Opperwezen enige jaren herwaarts het gewest had bezocht met schadelijke droogten en andere landverdervende plagen".

Men verlangde een biddag „tot afwering van Godes plagen en tot het verkrijgen van een gezegende zomer" en een dankdag „voor de veelvoudige verkregen zegeningen en weldaden". Zo geschiedde. Officieel is die dag nimmer afgeschaft.

Onthouding van zonde
Het feit dat de bededag zelfs teruggaat op de oude kerk maakt de tegenwerping dat het aantal mensen dat agrarische arbeid verricht nog slechts een klein deel van onze bevolking uitmaakt en dat daarom de gebedsdag wel afgeschaft mag worden krachteloos. Zwaarder nog weegt het feit dat ik — zoals gezegd — de „Overijsselse dag" zie als boetedag in het verlengdevan de eertijds door de Staten uitgeschreven dagen in tijden van nood. Nood is er immers, rondom ons en onder ons: maatschappelijk, kerkelijk en huiselijk.

De bedoeling van vasten was de ziel ernstiger te stemmen tot gebed. Ik denk dat het in de gereformeerde gezindte een zeldzaamheid is. Het is de kerk van het Nieuwe Testament ook nergens absoluut geboden. Maar heeft dr. H. Goedhart gelijk als hij zegt: „wij vasten niet en zijn er zeer verheugd over dat het niet nodig is, want we kunnen ons niets meer ontzeggen?" Zijn ze zozeer vriend van de wereld, ondanks onze bededag?

Wij zijn niet beter dan de Israëliet die opging in de uitwendige ceremonie en aan zijn vasten verdienstelijkheid toekende. Zo spreken de profeten ook ons nog aan: zij riepen op tot het ware vasten: de doding van de oude mens en de levendmaking van de nieuwe mens. En de gereformeerde theologen uit vroeger eeuwen die als vasten in ruimere zin zagen het zich onthouden van alles dat de mens tot zonde trekt hebben hun boodschap ook voor ons nagelaten.

„Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle?...Is niet dit het vasten dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks en dat gij vrij loslaat de verpletterden en alle juk verscheurt? Is het niet, dat gij de hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt?...Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten." (Jes. 58)

Hoe hielden wij biddag?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1981

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Boete- en bededagen: vasten en diepe verootmoediging

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1981

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken