Bekijk het origineel

Aage M.: Naam ten onrechte genoemd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Aage M.: Naam ten onrechte genoemd

Vanpdndhrieven weet ik niets af'

2 minuten leestijd

MIDDELBURG — „Ik weet precies hoe een brandkast open moet maar hoe ik pandbrieven aan de man moet brengen, is mij volslagen onbekend". Met deze woorden trachtte de van heling verdachte Aage M. (38) gisteren voor de Middelburgse rechtbank zijn onschuld in de pandbrievenaffaire aan te tonen.

De officier van Justitie mr. W. van Nierop eiste eerder op de dag twee en een half-}aar gevangenisstraf tegen de voormalige brandkastkraker. Van die eis was Aage behoorlijk geschrokken. Hij reageerde althans aanzienlijk minder luchthartig dan op de eerste zittingsdag en kon zijn emoties slechts met moeite verbergen. Maar evenals maandag hield hij in zijn laatste woord — hij werd niet bijgestaan door een advocaat — bij hoog en bij laag vol dat hij nimmer geld voor pandbrieven had ontvangen. Dat zijn naam desondanks door verschillende medeverdachten was genoemd, lag volgens hem voor de hand. ,,Ik heb", zei hij, ,,een crimineel verleden en dan is 't gemakkelijk om de schuld in mijn schoenen te schuiven. Dat hapt er lekker in. Men heeft mijn naam alleen maar genoemd uit angst en zelfbehoud".

Hij zei voorts ook geen enkele behoefte gehad te hebben om in de pandbrievenzaak betrokken te worden. ,,Ik verdien goed aan mijn gokhuis dus waarom zou ik? Bovendien zou ik niet weten hoe ik pandbrieven moet verkopen". Rechtbankpresident mr. G. H. Nomes: „Het is uw vak niet?" Aage: ,,Nee precies. Ik heb er niets mee te maken en heb alleen maar narigheid gehad". Waarop één van zijn aanhangers hem vanaf de publieke tribune toeriep: ,,Oké Aage, ga maar rustig zitten". Onder klaterend applaus gaf hij hieraan gevolg.

Eerder deze week werd de sexcluben gokhuisexploitant door het Haags gerechtshof veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf wegens hulp die hij bij het kraken van een brandkast had verleend. Ook in die zaak wees Aage M. alle beschuldigingen aan zijn adres van de hand.

Wat hoofdverdachte Theo W. betreft, vroeg diens raadsman mr. B. Schute, hem van het ten laste gelegde vrij te spreken. Volgens de advocaat had de officier ten onrechte drie jaar tegen zijn cliënt geëist omdat het bewijs slechts gebaseerd was op de verklaring van één getuige. Volgens het 'adagium ,,één getuige, geen getuige" diende Theo V. daarom van iedere rechtsvervolging ontslagen te worden, vond mr. Schute.

De rechtbank zal op 25 maart uitspraak in deze zaak doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 maart 1981

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Aage M.: Naam ten onrechte genoemd

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 14 maart 1981

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken