Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Af graving bij Uitgeest van bijzondere waarde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Af graving bij Uitgeest van bijzondere waarde

Resten,,bewoning'' 3e eeuw blootgelegd

5 minuten leestijd

UITGEEST — De in 1980 door de Rijksdienst voor het oudheidkundig bodemonderzoek uit Amersfoort begonnen afgraving van een terrein onder het Noordhollandse gehucht Dorregeest (aan de oude weg van Uitgeest naar Akersloot) is thans op een punt gekomen, dat de dienst kan spreken van een bijzonder waardevol project in Noord-Holland. Het kan worden vergeleken met de afgravingen van destijds op Texel en in het duifigebied bij Velsen. Niet alleen zijn er tot dusver tal van belangwekkende voorwerpen gevonden, ook de resten van „bewoning" uit de derde eeuw komen langzamerhand bloot te liggen.

Bovendien zijn tal van goed bewaard gebleven zaden gevonden, zodat de Rijksdienst al een aardig inzicht begint te krijgen in de economische structuur van de toenmalige nederzetting en de mogelijkheden van de wijze, waarop men toen leefde, op enkele tientallen kilometers verwijderd van hun Romeinse „bezetters", met wie — naar thans kan worden aangenomen — een vrij levendige handel werd gedreven.

Bewoning

Drs. P. J. Woltering, die de wetenschappelijke leiding van de opgravingen heeft, heeft verteld dat in 1958 ter plekke al een heuvel met het oog op grondwinning is afgegraven. Mogelijk heeft op deze heuvel van de elfde of twaalfde eeuw af tot in de veertiende eeuw een kapel gestaan. In 1958 is van archeologisch onderzoek nauwelijks sprake geweest. Wel hebben sinds- bied rond de afgegraven heuvel herdien amateur-archeologen in het ge- haaldelijk vondsten gedaan.

Deze vondsten, die wezen op een nederzetting uit de Romeinse tijd met een tot rond 400 geduurd hebbende „bewoning", waren voor de Rijksdienst aanleiding een meer uitgebreid onderzoek te beginnen. Het terrein, waarvan thans gedeelten zijn en nog worden onderzocht en voorzichtig afgegraven, is voorbestemd voor de vestiging van industrie en de aanleg van sportvelden. De Rijksdienst is begonnen met het graven van sleuven en na onderzoek van de grondlagen kon worden vastgesteld op welke plaatsen mensen gewoond moeten hebben.

Het onderzoek is thans in volle gang en zal nog duren tot in de loop van volgend jaar. Het zal dan nog vele tientallen jaren duren, voordat alle vondsten zijn gedetermineerd en de herkomst en gebruik ervan is vastgesteld.

Mevrouw drs. J. Buurman, die het botanisch onderzoek verricht, zei schertsend er nog wel tot haar pensionering mee bezig te kunnen zijn. Het werk is namelijk zeer arbeidsintensief. „Bovendien zijn er veel te weinig archeologen en te veel afgravingen, zodat zij van de ene naar de andere afgraving moeten rennen", zo verzuchtte drs. Woltering.

Op het reeds afgegraven deel van het terrein, dat deels met een dragline wordt gedaan, maar verder veel handwerk vereist, zijn overblijfselen van waterputten te zien en zijn ook enige graven aangetroffen met daarin de stoffelijke resten van de oorspronkelijke bewoners.

Romeinen

Het verhaal begint met de vondst door de amateur-archeologen van een bronzen haarspeld uit het einde van de vierde, begin vijfde eeuw, die geïmporteerd moet zijn door de Romeinen, die toen in de buurt van de nederzetting waren neergestreken. De speld werd gevonden in een dikke afvallaag, waarin veel inheemse aardewerkscherven, botten en plantaardige resten zijn aangetroffen.

Het terrein had een ondergrond van zand, dat zich 2000 jaar voor Christus heeft afgezet. Daarna heeft zich veen gevormd, maar ongeveer 1600 jaar later veranderde het gebied onder invloed van de aanstromende zee in een soort waddengebied. Dat was aan het begin van onze jaartelling zover opgedroogd dat mensen zich hier op de zandruggen konden vestigen. Feiten, die men aan de hand van het onderzoek naar diverse grondlagen in de gegraven sleuven heeft kunnen vaststellen.

De vondsten hebben verder uitgewezen, dat de toenmalige bewoners naast landbouw zich overwegend op de veeteelt hadden toegelegd. De Rijksdienst kan thans de sporen van het rundvee laten zien. Er is verder een rij paaltjes aangetroffen, die hebben gediend om het vee binnen de nederzetting te houden.Bovendien zijn er sporen van een aantal huizen aangetroffen, waaronder overblijfselen van een boerderij, waarvan of een deel van het dak verbrand is dan wel een deel van een muur (van leem, gevlochten biezen en riet) is ingestort.

Verzanding

Aardig is te weten, dat in die tijd boerderijen eens in de honderd jaar vernieuwd moesten worden en waterputten wegens verzanding steeds opnieuw moesten worden vervangen' door nieuwe. Deze putten werden gebouwd op een wagenwiel, dat was versleten en waaruit spaken en naaf werden verwijderd. Een dergelijk wiel, dat in gedeelten van gebogen hout werd vervaardigd, is gevonden en door de Rijksdienst geconserveerd. De putten werden verder met plaggen opgebouwd.

Behalve inheems aardewerk zijn er veel Romeinse „importartikelen" gevonden: vooral aardewerk, maar ook bronzen sieraden zoals mantelspelden, fragmenten van bronzen vaatwerk en munten uit de tweede en derde eeuw. Ook zijn in de blootgelegde afvallagen veel goedgebleven plantaardig en dierlijk materiaal (goed bewaard gebleven) aangetroffen, zoals zaden van gerst, haver, lijnzaad (vlas) en duivebonen (een primitief soort tuinboon). De mogelijkheden voor veeteelt moeten derhalve in ruime mate aanwezig zijn geweest. Daarop duiden ook de gevonden botten van runderen, schapen, geiten, varkens en paarden, aldus drs. Woltering.

Andere aangetroffen zaden leidden tot de conclusie, dat er wilde planten en vruchten werden verzameld. Vastgesteld zijn ook zaden, afkomstig van hazelnoten, bramen, sleepruimen en vlierbessen. Bewezen is dat er ruilhandel was met de Romeinen, waarbij de inheemse bevolking vee, vlees, huiden (leer), linnen, wol en wellicht moerasijzer had aan te bieden.

Ten slotte zijn er incidenteel ook nog sporen uit de vroeglate Middeleeuwen gevonden. De Middeleeuwse bewoningssporen lijken volgens de deskundigen van de Rijksdienst bij de afgraving in 1958 vrijwel alle verdwenen te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 september 1981

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Af graving bij Uitgeest van bijzondere waarde

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 september 1981

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken