Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rijnconferentie moet eindelijk eens tot beslissingen komen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rijnconferentie moet eindelijk eens tot beslissingen komen

4 minuten leestijd

AMSTERDAM — Negentig waterleidingbedrijven in Nederland en omringende landen hebben woensdag een dringend beroep gedaan op de ministers van de Rijnoeverstaten, die maandag 17 november deelnemen aan de Rijnconferentie in Parijs, definitief een einde te maken aan het langslepende zoutprobleem.

Zij vragen de bewindslieden eindelijk een besissing te nemen over de wijze waarop de zoutlast van de Rijn teruggebracht kan worden.

Ofschoon de conferentie geheel gewijd zal zijn aan de vermindering van de zoutlozing op de Rijn vragen de waterleidingbedrijven of de ministers ook aandacht willen besteden aan de uitvoering van het in 1976 gesloten chemieverdrag. Op dit punt worden de laatste jaren weinig vorderingen gemaakt, zo stelt de lAWR, waarin de wateilJ dingbedrijven zijn verenigd, in haar brief aan de deelnemers van de conferentie vast. De werkgroep pleit voor een bespoediging van de uitvoering van dit verdrag. Tevens maken de waterleidingbedrijven zich zorgen over het uitblijven van een internationaal verdrag ter bescherming van het Rijnwater tegen opwarming door elektriciteitscentrales.

Teleurgesteld

De waterleidingbedrijven in het stroomgebied van de Rijn, die ongeveer 20 miljoen mensen van drinkwater voorzien, zijn zeer teleurgesteld over het herhaaldelijk uitstel van de opslag van het afvalzout uit de kalimijnen in de Elzas. Op de eerste ministersconferentie in 1972 in Den Haag hadden de verantwoordelijke ministers afgesproken dat Frankrijk met ingang van 1 januari 1975 ongeveer de helft van het afvalzout niet meer in de Rijn zou lozen. Alhoewel veel te laat sloten de ministers in 1976 in Bonn een zoutverdrag, waarin werd vastgelegd dat Frankrijk de zoutopslag vóór 1 januari 1980 gereed zou hebben. Direct na de ondertekening van het verdrag beloofde Frankrijk te beginnen met de eerste van de drie voorgenomen fasen. Tot nu toe is er nog steeds niets gebeurd.

Keuze

Het kan de lAWR weinig schelen welke methoden de Fransen hanteren. Op de komende Rijnconferentie zullen de ministers een keuze maken uit drie van de twaalf mogelijkheden, te weten: de injectie van het zout in de ondergrond, transport per schip naar de Noordzee en afvoer per pijpleiding naar de sodafabrieken in Lotharingen. De waterleidingbedrijven dringen er slechts op aan dat de bewindslieden het besluit van 1972 zestig kilogram chloride uit de kalimijnen niet meer op de Rijn te lozen uitvoeren. Het zout-verdrag van 1976, dat inmiddels met uitzondering van Frankrijk door de Rijnoeverstaten is geratificeerd, kan eventueel in aan^. gepaste vorm basis zijn voor praktische afspraken.

De internationale werkgroep van waterleidingbedrijven heeft de indruk dat het oponthoud bij de oplossing van het zoutprobleem remmend werkt op andere maatregelen tegen de verontreiniging van de Rijn. De waterleidingbedrijven • maken zich ernstig zorgen over de trage uitwerking van het chemieverdrag, dat vijf jaar geleden werd gesloten. Er zijn de laatste tijd nauwelijks vorderingen gemaakt bij het opstellen van de zwarte lijst van -stoffen die niet meer op de -Rijn geloosd mogen worden. Zij vinden dat de ministers hoge prioriteiten moeten geven aan de bestrijding van de verontreiniging van de Rijn door chemische afvalstoffen, omdat dit een bedreiging vormt voor de drinkwatervoorziening.

Er is tevens vertraging ontstaan bij de uitwerking van de grijze lijst van stoffen die in beperkte mate geloosd mogen worden. Overeenkomstig het chemieverdrag hadden de Rijnoeverstaten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het verdrag nationale programma's moeten indienen ter vermindering van de belasting van het Rijnwater door deze stoffen. Als uiterste termijn was gesteld 31 januari 1980. De lAWR hoopt dat deze programma's op de komende conferentie eindelijk bekend zullen worden gemaakt.

Tenslotte maken de waterleidingbedrijven zich zorgen om het uitblijven van een internationaal verdrag ter bescherming van de Rijn tegen opwarming als gevolg van het gebruik van het rivierwater door de elektriciteitscentrales voor de koeling. De internationale Rijncommissie had in 1969 reeds opdracht gekregen een dergelijk verdrag uit te werken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1981

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Rijnconferentie moet eindelijk eens tot beslissingen komen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1981

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken