Bekijk het origineel

Het zachtroze gevaar: aantekeningen bij het CRM-rapport homofilie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het zachtroze gevaar: aantekeningen bij het CRM-rapport homofilie

15 minuten leestijd

Wie het liefst een stil en gerust,leven wil leiden, moet deze pagina niet lezen. In dit artikel wordt de werkelijkheid onder ogen gezien. En die is onrustbarend. Of is het soms niet benauwend, dat onze godsdienstvrijheid aangetast gaat worden? De wijze waarop dat gebeurt, behoeft niet Russisch te zijn. Het christelijk geloof kan veel minder opzienbarend, doch daarom nog niet minder fundamenteel bestreden worden. Dat leert ons het „Advies over de wettelijke bestrijding van discriminatie wegens homofilie", zoals dat door het Ministerie van CRM alweer enige maanden terug is gepubliceerd.

Omdat homofilie een teer onderwerp is, moet van meet af aan duidelijk vaststaan wat in dit artikel wel en wat er niet in onderzocht wordt. Daartoe onderscheiden we twee probleemstellingen. We kunnen dns afvragen hoe de Schrift over homofilie spreekt. We moeten dan eerst bepalen wat we precies onder homofilie verstaan, vervolgens nagaan of dat begrip van homofilie in de Bijbel ter sprake komt en zo ja, in welke situatie dan wel, om tot slot nog tot een uitspraak te komen over de vraag hoe het Schriftuurlijk oordeel „vertaald" moet worden in pastoraat.

Een vraag die met de vorige samenhangt, maar vanuit een andere invalshoek gesteld wordt, luidt: hoe moeten we de maatschappelijke ontwikkeling met betrekking tot homofilie waarderen? We bevinden ons dan op het gebied van de politiek. Maar omdat ook de beoordeling van de maatschappelijke ontwikkeling zich voltrekt door toetsing aan de Schrift, kunnen we niet om het eerstgenoemde probleem heen.

In dit artikel nemen we het exegetisch-pa^torale probleem niet onder de loep. We nemen het antwoord, door anderen daarop reeds geformuleerd, in de kwaliteit van communis opinio als uitgangspunt om de maatschappelijke ontwikkeling te bespreken. Het gaat in dit artikel dus om de homofielenbeweging.

Uitgangspunt

Het geloof in God komt o.a. daarin tot uiting, dat Zijn Woord wordt erkend als openbaring van de Goddelijke wil aangaande de mens. Wie in de Openbaring gelooft, erkent dat de Schepper recht heeft op de beantwoording door het schepsel aan Zijn Beeld en belijdt ook de waarheid dat de mens in zonde gevallen is. Wie in dat geloof staat, weet zich t.o.v. de medemens solidair in Adam en t.o.v. zija Schepper geregeerd door Zijn geboden.

Omdat die geboden alle mensen betreffen,-denkt de gelovige tweedimensionaal over de medemens. Zoals we dat ook vinden in Leviticus 19 vers 17: „Gij zult uw broeder in uw hart niet haten; gij zult uw 'jiaaste naarstiglijk berispen en zult de zonde in hem niet verdragen". Als kind van Adam liefde tot de zondaar, maar als kind van God haat tegen de zonde. De relatie tot de medemens is dus een afgeleide van de relatie tot God.

Als de Schrift homofilie zonde noemt, moet de christen de homofiel liefhebben, maar homofilie haten. Die stelling lijkt zonneklaar, maar is het niet. De vraag rijst namelijk in welke zin de Schrift homofilie zonde noemt. Daarover bestaat binnen de gereformeerde gezindte verschil van mening. Gevoed door de overigens betwistbare theorieën uit de medische wetenschap, psychologie en sociologie,, gaan sommigen er van uit dat homofilie puur een kwestie van aanleg is.

Zoals de één aanleg heeft voor een bepaalde ziekte, zo heeft de ander dat voor homofilie. De homofiel is in die visie dus ,,zo" tegen wil en dank. Hij kan niet anders dan „zo" zijn. Welnu, zoals alle leed gevolg van de zonde is, zo is homofilie dat ook. Homofilie is dus hooguit zonde te noemen in de zin van collectieve schuld: onze val in Adam. Persoonlijke schuld ontstaat pas als de homofiel zijn aanleg gaat realiseren, in praktijk brengen. Anderen daarentegen brengen deze nuancering niet aan en noemen homofilie zonder meer zonde.

Belangrijker dan het verschil is de overeenkomst, het gemeenschappelijke. In de gereformeerde gezindte kan men elkaar vinden in' de stelling dat homofiel gedrag niet naar de Schrift is en dat het Schriftwoord gezaghebbend is voor ons doen en laten. Men zal 'elkaar ook kunnen vinden in de stelling dat Leviticus 19 vers 17 normatief is voor iemands houding t.o.v. de homofiel: hém liefhébben, maar zijn gedrag haten. Zijn wij niet allen afgeweken? Derven wij niet allen de heeriijkheid Gods? Wie kan die eerste steen dan werpen?

Tegenhanger

Wie daarentegen de werkelijkheid als god-loos beleeft, moet het onderscheid tussen zonde en zondaar wel onzinnig vinden. De autonome mens Iaat zich im- • mors, per definitie, slechts één-dimensionaal bekijken. Wat moet hij zich voorstellen bij het onderscheid tussen zonde en zondaar? De mens i's toch wat hij dóet? Hoe kan men dan iemands gedrag haten en de gedrager liefhebben?

Zo tekenen zich tweeërlei homofielen af: zij die ,,met een ziel vol angst eti zorgen de Heer' tferwachten" en zij, de autonomen, die „roekeloos met God eri godsdienst spotten". Op de laatsten — de homofielenbeweging, zoals die bijvoorbeeld in het COC is georganiseerd — heeft het nu volgende betrekking. Het gaat daarbij om het geëiste recht op de volledige ontplooiing van het homofiel-zijn.

Eind aan discriminatie

We richten onze aandacht nu op het reeds genoemde .rapport en wel met deze vragen: wie (in wiens opdracht en met welk doel) hebben het geschreven? Wat verstaan de rapporteurs onder discriminatie? Welke maatregelen' stellen zij voor? Wie vormen het ,,adres" van die maatregelen?

De omslag van het rapport is in zachtroze uitgevoerd. De kleur van de homofielenbeweging. En daarmee is de inhoud reeds geopenbaard...

Op de eerste pagina worden de rapporteurs voorgesteld: topambtenaren van diverse ministeries en uit de ,,burg'erij" een vertegenwoordiger van het COC. Zij vormen de werkgroep, door dé Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid ingesteld en voorzien van de opdracht aan de Ministerraad een advies uit te brengen aangaande het wel dan niet opnemen van discriminatie wegens homofilie in de Wet tegen Seksediscriminatie.

Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was dat deze wet slechts de gelijkschakeling van man en vrouw zou regelen, heeft men gemeend daarin nu ook artikelen met betrekking tot homofilie op te moeten nemen. Daartoe moest de werkgroep ,,hard maken" dat onze maatschappij inderdaad rijp is.voorzo'n discriminatieverbod.

Onder discriminatie verstaan de rapporteurs „het direct of indirect op ongerechtvaardigde wijze ongelijk behandelen of bejegenen van personen of groepen van personen door overheidsinstanties en door personen of instanties buiten de overheid". Nu is het natuurlijk maar de vraag wat ,,ongerechtvaardigde wijze" inhoudt. De w il(g-oep trekt een parallel met versciut^f in ras en godsdienstovertuiging en kornt zo tot de uitspraak dat homofilie geen rechtvaardiging van ongelijke behandeling kan zijn.

Een onderwijzer moet goed lesgeven. Als hij dat niet doet is ongelijke behandeling redelijk. Maar als een homofiele sollicitant geen kans maakt op benoeming, omdat hij homofiel is, is een criterium gehanteerd dat niet ter zake doet. Evenzo is sprake van discriminatie als een christelijk tehuis eèn zich goed gedragende homofiel weigert omdat hij zijn homofilie ongestoord wil praktizeren, of als een christelijk ziekenhuis een zeer goede verpleegster de deur wijst omdat zij zich lesbisch gedraagt. Uit de voorbeelden, door de werkgroep aangedragen, blijkt duidelijk dat zij onder „discriminatie" elke actie verstaat die een volledige ontplooiing van homofilie verhinderen wil en het recht op die ontplooiing ontkent.

Strafbaar stellen

Om discriminatie tegen te gaan, is de werkgroep van mening dat de overheid homofielen wettelijk moet beschermen. Daartoe acht zij twee voorzieningen noodzakelijk. De eerste is een aanpassing van het Wetboek van Strafrecht, „in dier voege dat strafbaar wordt gesteld het opzettelijk beledigen van en ophitsen tegen homofielen als groep". Discriminatie' wegens homofilie wordt dan gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste tienduizend gulden. Die discriminatie betreft het mbndeling of schriftelijk uiten en/of verspreiden van meningen die voor homofielen beledigend zijn.

In de ogen van de werkgroep zal een strafrechtelijke repressie in onvoldoende mate bijdragen aan de verbreiding van de overtuiging dat discriminatie wegens homofilie een afkeurenswaardige zaak is. Daarom beveelt zij een tweede voorziening aan: er zou een bepaling moeten komen, die een algemeen verbod inhoudt op het maken van onderscheid tussen personen wegens homofilie. Op grond daarvan zou ontslag wegens homofilie nietig verklaard kunnen worden, om maar één voorbeeld te noemen.

Omdat de werkgroep zich ervan bewust is dat bezwaren tegen homofilie in de religie kunnen wortelen, heeft zij zich bezonnen op de reikwijdte van de door haar voorgestelde maatregelen. Sprekende over discriminatie bedoelt de werkgroep steeds discriminatie ,,die plaatsvindt anders dan in de strikte privésfeer". De bedoeling is duidelijk. Als iemand op verjaarsvisite niet meer vrij zijn mening over homofilie mag uiten, op straffe van een geldboete, is het voorgestelde discriminatieverbod strijdig met andere grondrechten, zoals het recht op een persoonlijke levenssfeer en de vrijheid van meningsuiting.

Onder privésfeer verstaat de werkgroep ook ,,activiteiten op godsdienstige grondslag die geheel thuishoren binnen de eigen, interne sfeer van een kerkgenootschap". De vrijheid van godsdienst mag immers niet geschaad worden.

Naar de mening van de werkgroep zullen de wettelijke voorzieningen wél gericht moeten zijn tegen discriminerend gedrag van overheid en burgers dat plaatsvindt „op de openbare weg en andere voor het publiek toegankelijke plaatsen en in het yerband van het functioneren van het maatschappelijk verkeer".

En hier zit de slang onder 't gras. Want onder ,,maatschappelijk verkeer" vallen ook de christelijke instellingen. Het rapport daarover: „Hoezeer ook deze instellingen (welzijn, onderwijs, volksgezondheid, woningbouw) een confessionele achtergrond hebben en een privaatrechtelijke rechtsvorm bezitten, niet ontkend kan worden dat zij thans in hoofdzaak'een publieke functie vervullen". In dat verband wordt gewezen op subsidiëring door de overheid.

Vrijheid van godsdienst?

We zijn nu toe aan een beoordeling van het rapport. Beter gezegd: een veroordeling. Verstond men onder ,,discriminatie" slechts min of meer gruwelijke uitingen van minachting, het ware onze christenplicht een wettelijk verbod te steunen. Het is een schande dat homofielen worden afgetuigd door opgeschoten jongeren. En wij moesten er ons voor schamen, dat ook in onze kring soms in homofilie een bron van humor gezien wordt. Om nog maar te zwijgen van de minachting — en dat is iets anders dan afkeer van het verschijnsel — die niet verschilt van de houding van de Farizeeën toen zij een vrouw, in overspel gegrepen, bij de Heere Jezus brachten.

In zulk gedrag maken wij onze belijdenis aangaande ónze val in Adam volkomen ongeloofwaardig. Helaas gaat de kerk inzake de aanklacht van de homofielenbeweging beslist niet vrijuit.

Maar discriminatie gaat veel verder, zoals wij reeds vaststelden. Men eist volstrekte erkenning van het recht op de volledige ontplooiing van homofilie. De ééndimensionale mens verklaart de oorlog aan de tweedimensionale mens. Bijbelgetrouw-zijn is voortaan per definitie discriminatie. Het christelijk geloof is in het geding!

De gulden middenweg, door de werkgroep uitgedacht in haar onderscheid tussen -privésfeer en publieke sfeer, bestaat helemaal niet. De werkgroep reduceert het christelijk geloof tot samenkomen binnen vier muren. Dat is niet alleen een nauwelijks te vergeven vergissing, het is bovendien bijzonder opportuun.

Welk lid van de ,,zwartekousenkerken" is nooit geconfronteerd met de aanklacht dat die zogenaamde christenen 's zondags vreselijk vroom zijn, maar door de week liegen en bedriegen? De wereld zou verlangen dat wij consequent zijn. In dat geval zouden wij, zou ons geloof, geaccepteerd worden! De werkgroejp toont ons aan dat die houding meer schijn dan zijn is. Want nu christenen inzake homofilie werkelijk consequent willen zijn, nu moet het geloof plotsklaps binnen vier muren blijven.

Eigenlijk beoordeelt de wereld ons helemaal niet op wel dan niet consequent zijn. Wij worden naar een geheel ander criterium beoordeeld: wel dan niet inbreuk maken op wat men als recht ervaart. Soms is dat recht op eigendom. En dan verlangt men van de christen dat hij het zoveelste gebod waarmaakt. Soms is dat recht op homofilie. En dan verlangt men,'dat de christen eventuele geboden of verboden binnen vier muren houdt.

Wij mogen in alle opzichten christelijk zijn, als wij ons maar niet uitspreken over het gedrag van een ander. En dat is onmogelijk. Het is aan het christelijk geloof inherent dat het uitgedragen wordt. God gebiedt ons de zonde in het leven van de naaste niet te verdragen. Geloof in God impliceert daarom datgene, wat de wereld intolerante betutteling noemt. Ja! Het christelijk geloof is Imitatio Christi: steen des aanstoots en rots der ergernis.

Het geloof kan niet binnen vier muren blijven. Het wordt ,'vertaald" in daden: in christelijk onderwijs, christelijke ziekenhuizen, bejaardentehuizen, opvangcentra. En vanzelfsprekend kunnen daar geen mensen geaccepteerd worden die de erkenning eisen van hun vermeend recht op volledige ontplooiing van homofilie. En' omdat de werkgroep deze activiteiten — dit stuk christelijk geloof — onder de reikwijdte van het discriminatieverbod laat vallen, tast zij de vrijheid van godsdienst aan.

Er rijp voor is

Een advies is nog geen wetsontwerp. En een wetsontwerp nog geen wet. Laten we de noodklok dan niet wat te vroeg luiden? Zoals gezegd kreeg de werkgroep de opdracht te onderzoeken of onze maatschappij rijp is voor een discriminatieverbod wegens homofilie. Die opdracht is tekenend voor een goddeloze natie. Wat goed of kwaad is, wordt uitgemaakt door het volk. Als de meesten homofilie accepteren, komt die wet er. De werkgroep heeft het rapport 'een zachtroze omslag gegeven: de uitslag van een onderzoek naar de mening van het volk.

De meest-opzienbarende passage uit het rapport is deze: ,,Geconstateerd kan worden dat meer dan 80% van de Nederlandse bevolking van oordeel is, dat homofielen vrij moeten zijn oni hun leven op eigen wijze in te richten en dat zij niet mogen worden gediscrimineerd. Ook van de leden van de RK kerk, de NH kerk en de Ger. kerken in Ned. wijst acht op de tien discriminatie van homofielen af.

In de twee laatstgenoemde kerken (nota bene: de protestanten! dU) wordt geen onderscheid gemaakt tussen hetero- en homofiele leden, terwijl in de RK kerk de hiërarchie binnen haar pastorale beleid in meerderheid streeft naar ruimte voor homofielen". Het rapport vermeldt ook bewijsmiddelen: een synoderapport van de Ger. Kerken, massale demonstraties, tegen de „ouderwetse" bisschoppen Simonis en Gijsen, de pastorale handreiking van de NH kerk.

Schriftvisie

Als de wet er komt — en alls wijst daar op — komt die er dus bij de gratie van de kerken! Hoe kon dat ooit zover komen? Door de wetenschap. De wetenschap heeft bepaalde uitspraken aangaande homofilie gedaan, welke voor theologen de aanleiding vormden om het Bijbels getuigenis tijdgebonden te verklaren. Wij weten meer dan Paulus, zo luidt de nieuwe Schriftvisie. (De wetenschap heeft trouwens een algehele verandering in Schriftvisie teweeggebracht, zoals dat bijvoorbeeld blijkt uit het synoderapport ,,God met ons". Het homofilievraagstuk is daar slechts exponent van.)

Maar wat is dat, wetenschap? Het is menselijke activiteit. Uiteindelijk is het dus zo, dat de theologie het kerkvolk voorgaat in het ontgoddelijken van de Schrift oftewel het autonome denken. Onder het kerkvolk bevinden zich echter ook politici en niet te vergeten hun kiezers/ Wat in de kerk geleerd wordt, komt dus in de Kamer terecht. En via het beginsel van de democratie kan de nieuwe mening aan de minderheid worden opgelegd.

Zo zal het aanstonds gebeuren dat Bijbelgetrouwe christenen gedaagd worden voor de rechtbank van het maatschappelijk geweten, van de mening van de meesten. En als rechters zullen zij o.a. mensen ontmoeten, die ook, net als zij, de naam „christenen" dragen. De satan maakt een dankbaar gebruik van de vruchtbare samenwerking tussen democratie en Schriftkritiek. Een samenwerking, welke mogelijk is vanwege een gemeenschappelijke wortel, nl. de verheffing van de menselijke rede tot wet, tot oordeler van goed en kwaad.

Homofilie en wij

Misschien ervaren sommigen het commentaar op deze pagina toch nog als een storm in een glas water. Laat het straks dan zover zijn, dat een schoolbestuur een homofiele sollicitant niet meer mag afwijzen, welke homofiel haalt het in z'n hoofd om bij een reformatorische school te solliciteren? Maken wij ons dan niet druk om situaties, welke zich toch nie voor zullen doen?

Het grote gevaar is dat wij niet meei schrikken van het gevaar. Enkele jarei terug schrokken we nog van homofilie van hokken, van abortus. Nu zijn w« met deze verschijnselen al in zekere zii vertrouwd geraakt. Vaak konjen we nieii verder dan ons zorgen te maken over d« ontwikkelingen. Maar christelijk gelopj is meer dan signaleren. Het is voora christelijk doen. Wij moeten niet wachten tot er ooit een homofiel solliciteer bij een christelijke instelling, om ons dai pas druk te maken over het discriminatieverbod. Wij moeten zelf naar de homofielen toe.

Waar een christen niet getuigt, staai hij zelf schuldig aan de steeds maar toenemende afval! En zodra wij naar de ho mofielen toegaan, zullen wij merken dai het discriminatieverbod geen -storm ir een glas water is. Een organisatie als Youth for Christ bijvoorbeeld wordt ir het rapport op één lijn gesteld met d( Nederlandse Volksunie. De laatste wi homofilie uitbannen als een bedreiginj van de zuiverheid van het menselijk ras A la Hitler. Youth for Christ wil de ho mofielen juist redden, door hen te con fronteren met de wet Gods.

De homofielen echter vinden de voorstelling als zou homofilie een zonde of afwijking of ziekte zijn, discriminatie Conclusie: straks kan Youth for Chrisi een boete krijgen wegens opzettelijke belediging. In Amsterdam heeft de Vereniging tot Heil des Volks een opvang centrum voor o.a. homofielen. De Ver eniging verspreidt folders waarin zij ziel presenteert als evangelische hulpverlening aan homofielen. Straks is dat straf baar. Misschien krijgen we nooit last var het discriminatieverbod. Misschien komi dat dan wel louter doordat we alleer maar binnen vier muren christen zijn...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1981

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Het zachtroze gevaar: aantekeningen bij het CRM-rapport homofilie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1981

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken