Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pedagogische bezinning is en blijft onmisbaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Pedagogische bezinning is en blijft onmisbaar

9 minuten leestijd

Met het verschijnen van Hoflands boek „Pedagogisch denken" hebben we eindelijk een historische pedagogiek, die goed leesbaar geschreven is, uitstekend bruikbaar op de Pedagogische Academie is en die ons duidelijk tracht te maken, dat Pedagogiek en Levensbeschouwing samenhangen. Als men dit boek goed leest, zal men het hopelijk niet meer aandurven een didactiek te hanteren, die samengeraapt is uit alle mogelijke psychologieën. Dan zal men zien, dat didactiek een pedagogische handeling is.

Het is een historische, systematische pedagogiek. Dat heeft voor de bestudering zijn voordelen. Het maakt het boek zeker overzichtelijk. Het heeft soms ook bezwaren. We letten daarvoor even op de indeling in zeven hoofdstukken: De Humanistische Pedagogiek, de Persoonlijkheidsvorming, De Situatie Pedagogiek, de Gedragsvorming, de Emancipatorische Pedagogiek, de Navolgingspedagogiek en de Normatieve Pedagogiek. Nu doet het wat vreemd aan, na het idealistische denken van Plato, na zijn ideeënleer, direct Pestalozzi behandeld te zien. Die stap is toch wel wat erg groot. Systematische indeling brengt toch altijd wel een zekere vergroving mee.

Zo zou men ook bezwaren kunnen aantekenen tegen het feit, dat Kohnstamm ondergebracht is onder het hoofdstuk Persoonlijkheidsvorming (goed begrijpelijk, men denke slechts aan zijn prachtig werk: „Persoonlijkheid in wording") en niet onder christelijke pedagogiek, temeer daar in dit boek de christelijke pedagogiek zo ruim genomen wordt. Met name onder de Navolgingspedagogiek staan verschillende namen, die daar met veel minder recht genoemdworden.

Volkomen eens

Met R. H. Matzken in het „Woord Vooraf' kan men het volkomen eens zijn als hij zegt: ,,Het boek is beslist geen droge historische opsomming van pedagogische stelsels, want juist door de opbouw ervan leert men zien hoe groot allerwegen de invloed is van a-christelijk pedagogisch denken (ik lees liever antichristelijke pedagogisch denken-B. F.) dat impliciet ten grondslag ligt aan veel pedagogisch handelen. Te noemen zijn nierbij met name de Gedragsvorming en de Emancipatorische pedagogiek".

Wat ben ik het hier volkomen mee eens. We citeren een enkele zin uit het boek: „Bij de Gedragsvorming wordt uitgegaan van het marxistisch denken. Marx, die opmerkt, dat atheïsme de eerste stap is die men moet zetten om het bevrijdingsproces van mens en maatschappij te kunnen realiseren — Een andere uitspraak van Marx: „Gij zijt zelf, wat gij in de religie aanbidt, gij zijt de god, die gij buiten uzeff meent te zien" — Een volgende uitspraak over Marx van de atheïst Mozes Hess: „Dr. Marx mijn afgod, die de laatste trap zal geven tegen middeleeuwse religie en politiek". Tenslotte: „Marx, die de christelijke religie een van de meest immorele godsdiensten noemt".

En dan de Emancipatorische pedagogiek. Natuurlijk kunnen we maar een enkel citaat overnemen. Als Freyberg behandeld wordt, zegt Hofland terecht, dat Freyberg opgemerkt heeft, dat „de seksuele emancipatie van de mens onverbrekelijk verbonden is met zijn emancipatie als maatschappelijk wezen".

Hier wordt direct verband gelegd tussen de autoritaire maatschappijstructuur en het verbod tot vrije seksuele beleving van jongeren. Freyberg pleit dan ook ervoor, dat er in de school ruimten moeten gecreëerd worden, „waarin scholieren van beide geslachten zich ongecontroleerd kunnen ophouden en de mogelijkheid tot erotische communicatie hebben".

Taal-therapie

En dan de Taal-therapie van Marcuse. Dat moeten onze onderwijzers lezen. Taal-therapie; bestaande woorden en begrippen krijgen een andere inhoud. Taal-verandering. Taal-opstand. Hofland geeft als voorbeeld het woord „obsceen". Maar dat woord krijgt dan een totaal andere inhoud. Obsceen heeft dan niet meer betrekking op de rituelen van de hippies, maar is de verklaring van een hoge functionaris van de kerk, dat de oorlog noodzakelijk is voor de vrede. Obsceen heeft dan niet meer betrekking op de afbeelding van een naakte vrouw, maar op een volledig geklede generaal, die ons zijn in een agressie-oorlog verworven medailles laat zien.

In deze hoofdstukken wordt ook Galperin genoemd. Vooral in onze reformatorische scholen geen onbekende. De op zijn principes gebaseerde methode „Letterstad", wordt met grote waardering in onze reformatorische scholen gehanteerd. Hoe is het ter wereld mogelijk. We veranderen dan maar een verhaaltje, we zetten een TV-mastje minder in de tekeningetjes en dan denken we, dat de persoonlijkheid van de onderwijzer wel voldoende corrigerend werkt op zo'n methode.

Dit boek laat ons dan in ieder geval zien, hoe dit goddeloze denken van de marxistische en Emancipatorische pedagogiek onze didactiek infiltreert. Ik ben bijzonder blij met deze hoofdstukken. Bijzonder!

Navolgingspedagogiek

Nog eenmaal haal ik Matzken aan: „Het boek culmineert in de hedendaagse christelijke pedagogiek". „Die christelijke pedagogiek wordt onderscheiden in de Navolgingspedagogiek en in de Normatieve pedagogiek. ,,Navolgingspedagogiek". Weest dan navolgers Gods".

Hofland refereert. Gelukkig, want het is niet voor te stellen, dat een schrijver van christelijken huize, ook maar een ogenblik zou denken, dat dit hoofstuk iets te maken heeft met christelijke pedagogiek. Humanistische pedagogiek is er nog een te mooi woord voor. Het lijkt wel zuivere Emancipatorische pedagogiek.

Een enkele zin slechts van deze pedagogen: Boerwinkel zegt: „Het Jezusbeeld van nu verschilt met dat van vroeger. Het blijkt, dat „de lieve Heiland" heel andere trekken heeft dan men vroeger veronderstelde. „Wij kunnen God alleen vinden, door onze cultuuropdracht op aarde trouw te vervullen".

Gilhuis wordt genoemd. Hij citeert Klink: „Zelf moeten wij de wereld zo veranderen, dat ze iets meer gaat lijken op wat God bedoeld heeft. Zoals Hij der hulpelozen hulp was, zo zullen wij het ook hebben te zijn. Als we maar willen.

Indien we ons maar bekeren. Als we de Heilige Geest maar toelaten. In dat niet willen, daarin alleen zit veelzins de oorzaak van het falen van de school met de Bijbel". Ja, ja!

De vraag is nu levensgroot: naar welk model moet het voortgezet onderwijs Indien we ons maar bekeren. Als we de Heilige Geest maar toelaten. In dat niet willen, daarin alleen zit veelzins de oorzaak van het falen van de school met de Bijbel". Ja, ja!

Tenslotte is er dan nog de Normatieve pedagogiek. Ik ken de heer Hofland niet, maar ik dacht, dat dit zijn standpunt was. Dit hoofdstuk staat wel dichter bij ons, maar de formulering deel ik niet. Dit zijn toch vaak onze normen niet, die hier genoemd worden. Zo lees ik o.m.: „In het gezin wordt het kind gevormd en toegerust. Daar wordt de grondslag gelegd voor een leven, dat een in Christus geheiligd leven wil zijn". Even verder: „In gemeenschap met anderen leert het kind de Godsvrucht kennen en oefent het zich in dienstbetoon". Over het gezag: „Tucht is een uiting van de liefdevolle zorg van de opvoeder voor kinderen, die leven binnen de Verbondsrelatie met God".

Zeer bruikbaar

Concluderend zou ik willen zeggen, dat dit boek zeer waardevol is voor onze Pedagogische Academies. En het is ook zeer bruikbaar. Ik hoop dat bv. de Driestar het gebruikt. Misschien zouden we dan weer gaan beseffen, uit welke hoek die zo vaak gebruikte denkbeelden komen. Vooral de hoofdstukken Gedragsvorming en Emancipatorische Pedagogiek vind ik leerzaam.

Het hoofdstuk over de Navolgingspedagogiek zou ik, indien ik nog les zou mogen geven op de Pedagogische Academie alleen'gebruiken, om duidelijk te maken wat christelijke pedagogiek m.i. niet is. .Daar vind ik het zeer geschikt voor. Alleen om te laten zien, wat het niet is.

Het hoofdstuk over Normatieve Pedagogiek, hoewel het, wat dichter bij ons staat, zou ik in geen geval wezenlijk achten voor christelijke pedagogiek. Ik meen ook, dat Bavinck en Waterink zich vaak anders uitgedrukt hebben. Veel oriënterender vind ik dan het opstel, dat Gunning wijdt aan christelijke pedagogiek.

Nu staat er nog een opmerking in het „Woord Vooraf'. Voor wie is dit boek geschikt? Het antwoord luidt dan: „Voor studenten Pedagogiek, voor de lerarenopleiding, voor pedagogische academies, voor de huidige onderwijzers, kleuterleidsters, voor leraren, die applicatiecursussen volgen, voor schoolbegeleiders". Wat ben ik het daar mee eens. Laten ze het lezen en bestuderen.

Dan volgt er „voor bestuurders der scholen, voor de ouders van schoolgaande kinderen, voor participanten in het schoolgebeuren". Ouders, die hun kinderen naar de reformatorische scholen sturen, zullen die het ooit lezen? Ik geloof het niet. Ze zullen het te moeilijk vinden. Vaak is ook hun interesse te gering. Ze sturen hun kind veelal naar een reformatorische school en dan is alles wel goed.

Maar wat zou het goed zijn, als de onderwijzers van de reformatorische scholen, dit boek nu eens intens bestudeerden. Met onderscheiding. En dan eens goed er over nadenken waar ze zelf staan. Wat zouden ze schrikken. Ze zouden kunnen zien, dat we met ons onderwijs veel verder weg zijn, dan we ooit gedacht hadden. Ook met ons reformatorisch onderwijs.

Hoe moet het dan?

Nu blijft er nog een punt over. Wij zijn het in het geheel niet eens met wat de Navolgingspedagogiek leert. We zijn het ook niet eens met wat de Normatieve pedagogiek leert, zoals het hier geformuleerd wordt in dit boek. Hoe moet het dan? Daar zit de moeilijkheid.

Het zou niet billijk zijn als we niet zouden trachten te komen tot een antwoord. En nu zullen we weer falen. Wij missen daartoe de capaciteiten om het te formuleren. Maar dat is het ergste niet. We zouden het er misschien wel uitgestunteld krijgen. Maar we missen bovenal de geheiligde kennis des Heeren om het te zeggen. Laten we toch niet getuigen van zaken, die we niet bezitten.

Toch blijven enkele zaken vaststaan, omdat ze Bijbels zijn. Laat de christelijke pedagogiek toch altijd blijven bedenken en er van uitgaan, dat ze te maken heeft met doodschuldige ouders en doodschuldige kinderen en doodschuldige opvoeders. Vijanden van God. Dat is éen.

Laat ze ten tweede altijd mogen beseffen, dat vrede met God, verzoening (het begrip, de wezenlijke zaak waar het altijd om gaat bij de christelijke opvoeding) alleen verkregen wordt in de vereniging met Christus, met lichaam en ziel. Het is toch „christelijke opvoeding".

En ten derde, die vereniging heeft altijd en alleen plaats in het dood'lijkst tijdsgewricht. Niet eerder en niet later. Dat is geen mechanisme, dat zijn geen, woorden, maar dat is een wonder zo ontzaglijk groot, onuitsprekelijk. Dat is niet een zaak, die maar groeit naar haar rijping. Dat is een wonder, dat altijd volkomen onbegrijpelijk blijft.

Heerlijke ontzetting

Dat maakt de opvoeder altijd tot een volkomen doodschuldige bidder. En toch een bidder, die volkomen rein is, zonder vlek en zonder rimpel. Een opvoeder, die volkomen vernietigd wordt tussen de molenstenen van totale verantwoordelijkheid en totale onmogelijkheid, maar die alleen in zijn dierbare Zaligmaker, ondanks alle ellende, alle en de enige troost vindt.

Moge deze heerlijke ontzetting hem maar veel vermalen. Zonder enig masochisme. Wat zal hij daar een blijdschap ervaren, een welgevallen in de straffen zijner ongehoorzaamheid. En wat zal hij, door een totaal nieuwe genade, verenigd met zijn Meester, in heilige zorgeloosheid, dan zijn werk in uiterste nauwgezetheid uit dankbaarheid mogen verrichten. In verheuging, omdat God aan Zijn eer komt.

En de grootste tragiek is, dat we zeggen, dat we het daar totaal mee eens zijn.

N.a.v. F. D. Hofland „Pedagogisch Denken, Historische en Systematische Pedagogiek". Uitg. Kok/Kampen, 1980, prijs ƒ 37,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1982

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Pedagogische bezinning is en blijft onmisbaar

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1982

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken