Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zomaar wat lentedagen...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zomaar wat lentedagen...

6 minuten leestijd

Nu ik dit schrijf is het nog februari, waarin al enkele fraaie dagen de lenteverwachting hebben gestimuleerd. Dat deden de houtduiven al, toen er van januari nog een volle week over was. Een verliefde doffer en duif waren toen al druk aan de nestbouw.

Ze trokken zich er niets van aan dat het nog guur was. Ook was het ijs in sloten en plassen nog niet verdwenen. Lentetekenen zijn er vroeg en elk jaar weer , brengen ze iets van een wonderlijke ontroering, door die machtige scheppingsuitrusting van steeds weer vernieuwd leven. Die wondere wisseling van de seizoenen, waarvan in de lente zo'n unieke prikkeling uitgaat.

Oude ervaringen

Hoe het voorjaar zich zal vertonen als deze krant verschijnt, wacht ik maar af. Uit enkele heel oude lente-ervaringen en notities kan ik putten. Mogelijk is er iets bij dat zich in deze voorjaarsmaand herhaalt. Er is in maart al zoveel schoons te horen en te zien, zoals ik bijvoorbeeld noteerde op een maartdag in 1943. , ,Het is zonnig en heerlijk warm in de zon. Langs de Vreelandseweg blinkt weer het geel en wit van de eerste paardebloemen en madeliefjes. Op wat modderkluiten zit een witte kwikstaart te roepen; tot er een tweede aankomt, dan begint een dolle fladdervlucht, waarbij hun helderwitte veerpartijen in de zon opblinken. Boven de polders zweeft een ' kiekendief, die verjaagd wordt door wat kieviten. Die houden hun buitelvluchten boven de landen. Spreeuwen zingen druk, overal plekt het geel van klein hoefblad en van het groot hoefblad zie ik de dikke rose bloeiprop vol dikke knoppen."
Dat was op de 13e maart. Een dag later noteerde ik: ,,Voor het huis lopen een paar spreeuwen; de zon tovert metaalglanzen op hun veren, zodat ze met de mooiste kleuren fonkelen. Boven de Kerkelanden hoor ik het voorjaarsgeroep van grutto's: wieto-wieto...wietowieto... Bij de Hoorneboeg zingen verscheidene veldleeuweriken en ertussendoor jodelt een boomleeuwerik. Het is rondom getierelier wat uit de klare, diepblauwe lucht komt. Langs het bospad achter de berkensingel zie ik een citroenvlinder onderaan een braamblad hangen; die is nog niet uit de winterslaap ontwaakt."
De maand maart moet volgens de traditie negen zomerse dagen bieden. In 1945, het voorjaar van honger en bevrijding, is dat het geval geweest; ik noteerde op 23 maart: ,,Weer een vol-zomerse dag, vooral door de zwoele zuidoostenwind. Strakblauwe lucht, warm en droog. Kakelende kauwtjes boven de tuin wekken zomerse gedachten. Bij de bloeiende wilgen is het echt lente: het gonst er van de insekten: honingbijen, zilvergraafbijen, aard-, tuin- en moshommels, vliegen en wespen. Kleine vossen dartelen achter elkaar aan. Ertussendoor vliegt een schitterend insekt: een fluweelgraafbij. Als ik op de kaalslag in de zon zit te genieten langs de eikenwal, komt een geelgors bij me zitten zingen. Stamelend, toch mooi. In onze tuin is de lente uitbundig: viooltjes, primula's, scilla's en hyacinten bloeien volop, evenals maagdepalm en mahonia. De berken hebben al kleine blaadjes; vroeg dit jaar. Het grasveld achter is wit van de voorjaarsvroegelingetjes. Het is nu toch wel tijd voor de tjiftjaf..."
Zelfs in die grauwe tijd bleek er van al het schone bekoring uit te gaan. De tjiftjaf hoorde ik toen pas laat. Ik herinner me een heel vroege datum van dit lenteverkondigertje. ,,10 maart 1957. Prattenburg. Volop zang van grote lijster, merel, zanglijster, heggemus, vink, geelgors en boomleeuwerik. Het is helder, zonnig en niet koud. Als ik 's morgens om zeven uur door de bocht van de Cuneraweg fiets, hoor ik tot mijn verbazing de tjiftjaf. Zo vroeg in het jaar verwacht ik hem niet."
Heeft u hem weleens zo vroeg in het voorjaar gehoofd? Of heeft u er nooit op gelet? Dan kent u ook niet dat ondefinieerbare gevoel op zo'n prille lentedag. Opeens zacht weer, zuidelijke wind, maar nauwelijks merkbaar. De zon al vroeg zo heerlijk koesterend, dat je wel op een beschutte plaats zou kunnen gaan liggen energie opdoen. Als er maar niet zoveel was te horen en te zien. Dan dat simpele geluid, steeds herhaald. Een niemendalletje van een vogeltje, juist terug helemaal uit Afrika. Het is lente, vertelt het:tjif-tjaf...tjif-tjaf!

Schemering

Nog iets van een maartdag in 1945: ,,Zes uur 's middags. Langzaam komt de schemer aan; de muggen dansen naast de vliegden voor het huis. Het begint zacht te regenen. In de kastanje met z'n zwellende knoppen zingt de merel. Uit het plantsoen naast onze tuin klinkt het mooiste avondgeluid dat ik ken: het geroep van merels voordat ze gaan slapen. Tsing-tsing-tsing-tsing... heel vlug aaneengeregen. Een roodborst snikkert in de takkenbossen op de witte hei... Dan komt er een ander geluid, heel ver, van de kaalslag, een roep in de schemer, nu bijna alle geluiden verstomd zijn. Patrijzen: cêrrex cêrrex, met de klemtoon op het eerste gedeelte. Donkere wolken jagen over, enkele eenden vliegen met zwiepende vleugels voorbij: wiesjwiesjwiesjwiesj. Dan verstar ik van schrik; twee patrijzen gaan vlak voor me klepperend op de vleugels, luid roepend. Even is de stilte nog intenser; meteen begint het weer, uit de weilanden, cêrrex cêrrex, zeer nadrukkelijk soms. Opeens een ratel van geluid, snorrende vleugelslagen en haastig geroep, tot een verwarde tonenreeks samensmeltend. Wat speelt zich af in de schemer?" O ja, er zijn ook andere dagen, met guur weer, natte sneeuw, hagel of dreinende regen. Maar het is pas maart als u dit leest en de lachende lente ligt voor ons. Daarom nog wat herinneringen aan een meidag", tien jaar geleden alweer.

Koekoek

„De hemel is strakblauw en wolkenloos, de zon doet haar best, maar een stevige oostenwind houdt het heerlijk fris. Ik zit aan de rand van de hei, op een hoog punt, beschut voor de straffe wind, achter een begroeid heuveltje, met het boeiende en kleurige panorama van de kleurige hei voor me. Overwegend bruin, met plekken teergroene bosbessen en ettelijke nuances van de grassen. De wind zingt in de vliegden voor me, die meedeint op zijn adem. Er strijkt een forse vogel, met een roofvogelprofiel, in; hij is zelfs getekend als een sperwer; een koekoek. Meteen klinkt zijn roep, ver dragend, in vaste maat, dromerig mooi. Van ver weg, uit de bosrand bij Hoog Buurlo, antwoordt een tweede. Altijd weer doet dat bijna weemoedige geroep me denken aan een sonnet van Jacques Perk: ,,...en roep uw ,.koekoek" duizend blijde keren..."
De wilde spurrie bloeit en op vochtige plaatsen zijn de eerste gele hartjes van ,de tormentil open. Van heel ver klinkt de roep van wulpen, uitbundig en melodieus. Nu is het volop voorjaar in een, weelderige uitbarsting van klanken en kleuren. Het getierelier van leeuweriken — van alle kanten — druppelt uit de blauwe lucht waar ze als stippen hangen te zingen. Tierelierklanken in eindeloze variatie, rusteloos, fijn vibrerend met u-en ie-geluidjes, als een ketting aaneengeregen. Met geen mogelijkheid kun je net met woorden vertolken, zo rijk geschakeerd is het."
Wat kan ik ervan schrijven in zo'n kort bestek? Het is elk jaar weer zo nieuw en schoon. De dag aan de dag stort overvloedig sprake uit en de hemelen vertellen Gods eer. Het is alles het werk van Zijn handen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 maart 1982

Reformatorisch Dagblad | 64 Pagina's

Zomaar wat lentedagen...

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 maart 1982

Reformatorisch Dagblad | 64 Pagina's

PDF Bekijken