Bekijk het origineel

Van evangelisatie naar ontmoeting; de aanvaarding van religieuze minderheden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van evangelisatie naar ontmoeting; de aanvaarding van religieuze minderheden

De kerk gaat voorop: ook „splendour" in de islam

13 minuten leestijd

Een specialist? Neen, dat voel ik mij niet. Daarvoor is de wereld van de islam te onoverzichtelijk groot. Alleen al in Nederland is zoveel aan de hand, dat het bijna niet bij te houden is. En dan wordt er nog van je gevraagd daar vanuit de kerk adequaat op te reageren ook, dus je moet ook de theologie bijhouden. Soms komen er onverwachts theologische vragen naar boven. In onze correspondentie bijvoorbeeld die van de verhouding kerk-staat. Of de vraag: Allah of God? Daarbij word je telkens teruggeworpen op je eigen geloof."

Aldus drs. J. Slomp tijdens een inleidend praatje op ons vraaggesprek. Handhaving van het onverkorte artikel 36 van de Geloofsbelijdenis neigt naar anti-islamisme, zo vond hij. Ik antwoordde dat wij gewetensvrijheid onverlet willen laten. Ja maar, het liefdegebod eist van mij dat ik voor de grondwettelijke rechten van de minderheden opkom, aldus Slomp. Dat vind ik prachtig, zei ik. Maar als die rechten of die grondwet of die regelingen nou eens op gespannen voet staan met de openbaringsbron van het christelijk geloof, de Bijbel? Wat moet ik dan met zo'n liefdegebod?

Kwesties als theocratie, de relatie van kerk en staat, tolerantie, verdraagzaamheid moeten denk ik, aldus Slomp, opnieuw doordacht worden. Onze huidige opvattingen over verdraagzaamheid ontspruiten eigenlijk aan de tijd van de verlichting en van de verlichte despoten. We zitten echter vandaag in de gewone democratie. Je kunt dan ook niet zeggen dat er in de Geloofdbelijdenis een christelijke staatsleer is neergelegd. Er zijn wel allerlei pogingen gedaan in de geschiedenis om vanuit de Bijbel een visie te ontwikkelen op de staat. Zo heeft Paulus Romeinen 13 geschreven vanuit de minderheidssituatie. Daarom mag je dat niet zonder meer als model van christelijke staatsleer zien. Het gaat bij Paulus meer om de modus vivendi in de heidense staat: hoe kunnen we christen zijn en nog ergens een theologische dimensie zien in de heidense staat. En zo hebben Augustinus, Luther, Calvijn hun gedachten ontwikkeld. De methode van Calvijn was bepaald niet gelukkig. Er gebeurden ongelukken mee.

Hebt u een concreet geval op het oog?
Ik denk aan Servet. Het is interessant om een verbindingslijntje naar de islam te leggen. Servet was unitariër, dat is ook voor moslims wezenlijk. Maar Servet heeft ook de bloedsomloop ontdekt, op grond van Arabische publikaties.

U weet net zo goed als ik dat de kwestie Servet omstreden is; dat Calvijn geprobeerd heeft de zaak te verzachten?
Dat klopt. Calvijn was bepaald niet de grote inquisiteur. Ik heb aan de VU, van prof. Nauta, andere dingen gehoord. Ik voel me dan ook calvinist.

Toch verlaat u ten aanzien van ons onderwerp het gezelschap van Guido de Brès en Calvijn!
Dat is denk ik terecht. Zij waren ook mensen met hun beperkingen. Ik voel me confessioneel, laat ik dat vooral zeggen. Maar je moet bepaalde dingen wel in hun eigen tijd zien. Een confessie is altijd een ontwerp. Er ontstaan telkens nieuwe confessies in nieuwe situaties, waarin het kernbelijden doorgegeven wordt maar waarin de kerk ook stelling neemt in een aantal eigentijdse vraagstukken. Nu, die verhouding kerk en staat was toen een heet hangijzer. Zij hebben gemeend dat toen zo te moeten vastleggen. Toch denk ik dat ze nog een tikkeltje rooms dachten. Ik proef hierin hetzelfde als in een inquisitieleer.

De vraag of De Brès en Calvijn kinderen van hun tijd waren gaat  buiten het bestek van ons gesprek. Ik ga naar een concrete situatie in het Oude Testament: het volk Israël. De Godsdienst van Jahweh was staatsgodsdienst. Baäl of wie dan ook werd niet getolereerd. Een vreemdeling mocht jood worden, maar daar was wel alles mee bekeken.
Je moet voor het staatsmodel niet naar die ene exemplarische positie van Israël kijken, waarbij het erom ging het unieke van Jahweh tegenover de afgoden aan de orde te stellen. Na de ballingschap wordt Israël een minderheid in een groot rijk. Cyrus is dan de vorst en hoewel hij God niet kent is hij wel Zijn dienaar. Je zou kunnen zeggen: dan heeft Israël zijn exemplarische staatsfunctie gehad. En ook de christelijke kerk is drie eeuwen lang nog in een minderheidsrol. Paulus kende geen enkele bescherming van de staat, hij was gevangene, geketend zelfs, terwijl hij z'n meeste brieven schreef. Hij is voor mij óók een exempel. De meeste kerken — de historisch gegroeide situatie in West-Europa buiten beschouwing latende — leven in minderheidssituaties. Wij, Nederlanders, verkeren in de moslimse wereld en zij hier in een minderheidssituatie. Wij moeten niet minder vrijheid aan hen geven dan zij aan ons.

Goed, je ziet dat langzamerhand de positie van Israël in een minderheidspositie verandert. Dat is overigens een stuk schuld! Maar als nu een overheid die toch ook uit individuen bestaat met een eigen opdracht regeert in een land waar het christelijk geloof niet in de minderheid is, moet dan de overheid, indien deze Romeinen 13 serieus neemt als Gods Woord, het christendom niet bevorderen?
Ik vind dat doodgriezelig. Ik vind het niet realistisch. Ik zie niet in waarom ik me zo moet fixeren op bepaalde momenten uit het Oude Testament: de oorlogen des Heeren bijvoorbeeld. Die zullen we toch ook niet herhalen? Kijk nou eens wat de moslims geleden hebben onder dit soort staatsopvattingen in Spanje. Of dat nu katholiek of protestants was interesseert hen niets.

Ik heb gezegd dat er gewetensvrijheid moet blijven...
In feite gebeurt het natuurlijk wel dat de christenheid in een land als Nederland of Duitsland in een zekere machtspositie zit. Denk eens aan de kerkelijke belasting in Duitsland. Sommige moslimgroepen willen natuurlijk ook dolgraag, dat er een deel van de belasting wordt afgestaan voor de bouw van moskeeën. Ze moeten wel bedenken dat daar bepaalde diensten van de kerk tegenover staan: in het leger, de ziekenverpleging bijvoorbeeld. De kerk levert als Het ware mensen en motivatie voor sociaal opbouwwerk, dienstverlening. Kan dat verwacht worden van een moslimse gemeenschap? Men zegt in veel gevallen: neen, dat kan niet. Hun visie op kerk, staat en sociaal gebeuren is anders. Daarom geeft men wel dezelfde rechten, maar niet dezelfde voorrechten.

Nog één keer kom ik terug op het volk Israël. Daar was sprake van verstikkingsgevaar van de dienst des Heeren door afgodendienst. Nederland ontkerstent. Is er toch niet een soortgelijk gevaar?
Verstikkingsgevaar is er altijd voor elke kerk. Maar dat gevaar is voor de christelijke kerk in een moslimland veel sterker, dan hier. En omgekeerd zijn de moslims hier ook doodsbang voor eenzelfde verstikkingsgevaar. Wij, met onze drie, vierduizend dominees en ik weet niet hoeveel duizend priesters moeten dat aan kunnen. Het gevaar voor de kerk in Nederland zit niet in de islam, maar in ons westers materialisme! Ik denk dat de moslims terzake van de Godsverlating eerder naast ons staan dan tegenover ons. De moslims leven hier ook in een ontkerstende arbeiderssamenleving. Hun vragen om gebedsplaatsen, hun vasten en eetgewoonten, geen alcohol, geen varkensvlees, brengen een heleboel ontkerstende Nederlanders met godsdienst in aanraking, doen hen als het ware vragen stellen over God. Ik heb dat gehoord van Nederlandse arbeiders. Er wordt in de kantine weer gepraat over God en godsdienst. Op dat punt kun je de islam eerder zien als positief.

Nu zijn wij automatisch bij het punt van de Godsvoorstelling terecht gekomen. In onze correspondentie schreef u: moslims willen niemand anders dienen dan de God van Adam, Abraham, Mazes, David, Maria en Jezus. Als je dan in deze ontkerstende wereld bij elkaar vragen oproept, is het wel belangrijk te weten of Allah nu de Drieënige is, ja of neen!
Voor mij is Hij de Drieënige. Ik vind het alleen jammer dat de moslims dat niet zien. In diverse dogmatieken wordt de islam behandeld. Je zou kunnen zeggen: jodendom en islam zitten binnen het stralingsgebied van het christendom. Een moslim zegt natuurlijk dat zijn religie rechtstreeks van boven komt. Hij ziet het chronologisch: eerst heb je het jodendom gehad, toen het christendom en daarna de islam, maar het is drie keer dezelfde God die zich openbaart, dat zien zij heel duidelijk. En Mohammed heeft bewust aangesloten bij het Oude en Nieuwe Testament van de God van Abraham. Het hele gedachtenklimaat van de koran staat eigenlijk in de joodschristelijke traditie. Maar met twee dogma's hebben zij grote moeite: dat van de triniteit en dat van de vleeswording des Woords. Zou Mohammed de triniteitsleef hebben afgewezen als hij er diepgaand kennis mee gemaakt had? Dat is achteraf een speculatieve, zinloze vraag natuurlijk. Want achteraf hebben de moslims toen ze in aanraking kwamen met de christelijke kerk de incarnatieleer afgewezen. Maar terwijl nu de joden zelfs weigeren Jezus de Messias te noemen doet de koran dat wel. Zeggen wij dat de joden een andere God dienen dan wij? Dat zou ontzettend verwaand zijn. Dan zul je hetzelfde ook moeten zeggen over de moslim. Wij moeten vasthouden aan de kern van onze belijdenis dat het Woord maar niet boek geworden is, maar vlees. Maar bedenk daarbij dat je in de christelijke kerk ook steeds stromingen gehad hebt die moeite hadden met de incarnatieleer. Wij hebben echter nooit gezegd: die mensen dienen een andere God. Wij hebben gezegd: zij zien het niet helemaal goed.

Je kunt inderdaad theoretiseren over de kwestie of het om dezelfde God gaat. Maar een stap verder gaat de vraag wat die God doet! En dan is de kern van het Evangelie voor mij de plaatsbekleding. Bij het jodendom zie ik de wet en de profeten als een stuk openbaring die ik als christen in het Nieuwe Testament vervuld zie. Daar ligt verwantschap. Maar de gedachte van de lijdende, de plaatsbekledende Messias wordt toch door de koran tegengesproken?
Dat is niet zo. Wet en profeten zijn in de koran wel degelijk aanwezig en zelfs de gedachte dat profeten lijden voor hun boodschap. Dus Jesaja 53 komt in die zin in de koran voor. Er is pas zelfs van Sji'itische zijde een dissertatie verschenen die laat zien dat de Sji'itische islam een grote plaats voor het lijden inruimt. De kruisiging van Jezus wordt als historische gebeurtenis door de koran inderdaad afgewezen. Maar daarmee heeft de koran niet een christelijke verzoeningsleer afgewezen, daar is met geen woord sprake van. Ik denk dat Mohammed daartegen nooit is aangelopen. De christelijke preken die ons uit zijn tijd zijn overgebleven handelen er nauwelijks over. Pas bij de latere moslims vindt verharding van de posities plaats. Maar op dit moment is de islam volop met ons bezig. Een moslimauteur heeft in Egypte een staatsprijs gekregen met een fantastisch boek over de samenzwering om Jezus aan het kruis te krijgen. Het verhaal houdt vlak voor de kruisiging op, blijft dus precies binnen het islamitische schema. Maar de intentie om Jezus te kruisigen om, zoals die Egyptenaar dat noemt, het geweten van de mensheid, Jezus, het zwijgen op te leggen is helemaal uitgewerkt. En dan beschrijft hij hoe iedereen faalt: de Romeinen om recht te spreken, de joden om de wet toe te passeri die hen zal veroordelen en niet Jezus, de discipelen in liefde en solidariteit, de man die het kruishout moest zagen. En zo sterft Jezus een onrechtvaardige dood. Zo proberen zij ons het volle pond te geven vanuit hun visie.

Prachtig. Maar nu juist de kern van het lijden, het offer en het offerdier is voor een moslim toch geen betaling van de schuld maar, een goed werk. En dat element ontbreekt dan toch?
Ik zeg ook niet dat er niets ontbreekt. Als dat zo zou zijn waren er geen twee godsdiensten. Mijn positieve waardering voor de islam doet ook niets af aan m'n orthodoxie. Ik denk als het om de verzoening gaat wel degelijk Anselmiaans en ik heb daarover indertijd vanuit Pakistan nog met Wiersinga gecorrespondeerd. Maar als ik schrijf voor moslims gaat het mij om wederkerig begrip, om de aansluiting bij hun gedachtenklimaat. Iets wat daarbij niet aansluit hoef ik hun niet te vertellen, dat komt niet over. Je moet hun geen hele gereformeerde dogmatiek geven maar gedoseerd trachten een stukje herkenning op te wekken. Zo kunnen zelfs slapende dogma's van het christelijk geloof weer levend worden.

En waarom zou je naar beneden halen wat je bij de ander positief kunt waarderen? God is niet alleen maar met christenen bezig maar ook in andere godsdiensten. Ik denk dat wij soms te christocentrisch bezig zijn, dat wij vaak vergeten dat God zich ook openbaart als Schepper. Daar is ook de moslim het mee eens. Dat Gods Geest bezig is in de volkerenwereld is een element dat in de Griekse orthodoxie nadrukkelijk wordt onderstreept. En het lijkt mij arrogant van de christenen te denken dat God zich niet met de rest van de wereld, die uiteindelijk maar voor 25 procent uit christenen bestaat, zou bemoeien.

Maar hoe denkt u dan dat God onder de moslims bezig is? Met algemene of zaligmakende werking? Waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen kinderen Gods en kinderen der duisternis?
Dat is niet zomaar te scheiden. Die grenzen lopen voor mij ook niet exact samen met kerk en niet-kerk. In de kerk gebeuren ook heel wat werken der duisternis. We moeten niet te klein van God denken. Hij omvat de wereld door Woord en Geest. Als er in Openbaring 21 staat dat de koningen der aarde hun heerlijkheid in het nieuwe Jeruzalem zullen inbrengen— „all their splendour" in de Engelse vertaling — dan gaat dat ons voorstellingsvermogen te boven. Het is in elk geval geen kwestie van het opstellen van alle kleine zendingskerkjes van Azië en Afrika. Dat lijstje maken wij niet op. Ik denk dat er in de wereld van de islam ook heel wat „splendour" te vinden is en in het hindoeïsme ook. Of dat de mogelijkheid van zaligheid opent buiten het christelijk geloof? Je mag misschien die conclusie trekken. Maar wees er voorzichtig mee. Want ons past slechts bescheidenheid.

_________________________________________________________

In 1905 wijzigde de synode van de Geref. Kerken artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De kerk van Kuyper stuurde daar niet op aan om ruimte te bieden aan de eigen geloofsbeleving van een toenemend aantal moslims. Hel aantal belijders van Allah en z'n profeet Mohammed was toen immers nog minimaal. Maar het feit dat toen de overheidstaak „om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst" uit de confessie geschrapt werd, komt onze huidige pluriforme samenleving met zo'n 300.000 islamieten goed van pas. Want wat moet je met zo'n „ouderwetse agressieve" zinsnede in een land als het onze waar meer dan 100 moskeeën staan en waar allerwegen ruimte gevraagd wordt voor minderheden en hun religie? Wij leven immers in een tijd dat zending en Pinksteren niet meer zo logisch met elkaar samenhangen! Gods Geest werkt, zo menen tal van theologen, toch ook op de een of andere manier in de niet-christelijke wereldgodsdiensten?

En zo kan het gebeuren - gelijk mij overkwam - dat wie een verbod op de publieke uitoefening van de islamitische godsdienst bepleit - vriendelijk - op de vingers getikt wordt. Uit de briefwisseling - aanvankelijk op scherpe toon - met de gereformeerde drs. J. Slomp groeide een gesprek. Slomp (49) is predikant voor de toerusting met het oog op de ontmoeting met de moslims in Nederland. Hij was dertien jaar in missionaire dienst in Pakistan.

Je kunt niet zeggen dat wij beiden elkaar in één standpunt vonden. Maar er wordt wel iets duidelijk van de achtergrond van een hedendaags gebeuren: de aanvaarding van buitenlandse minderheden en hun meegebrachte niet christelijke godsdienst is voorbereid in de kerk. En Slomp heet geen evangelisatie-predikant meer, maar is er „met het oog op de ontmoeting".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1982

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Van evangelisatie naar ontmoeting; de aanvaarding van religieuze minderheden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1982

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken