Bekijk het origineel

Bietencampagne 1982 naar recordopbrengst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bietencampagne 1982 naar recordopbrengst

9 minuten leestijd

BREDA — De bietencampagne belooft dit jaar evenals in 1981 qua opbrengst weer een groot succes te worden. De Nederlandse suikerindustrie, bestaande uit de CSM en de Suiker Unie, rekent op bijna acht miljoen ton bieten. Vanuit de binnenvaart kwamen dit jaar duizend aanvragen voor deelname aan de campagne, dat is het tienvoudige van wat de suikerindustrie had gevraagd.

Het vervoersaandeel van de binnenvaart in de bietencampagne is de afgelopen jaren constant afgenomen. In 1956 verwerkte de suikerindustrie 2,5 miljoen ton netto, waarvan de helft per schip werd aange•yoerd. In 1978 werd 6,5 miljoen ton verwerkt. Iets minder dan een kwart daarvan werd door de binnenvaart vervoerd. Van de 8 miljoen -jon van dit jaar valt circa 20% aan de binnenvaart toe. Ruwweg kan worden gezegd dat nagenoeg de hele toename van het bietentransport naar het wegvervoer is gegaan. De totale transportkosten van de circa honderd dagen durende campagne bedragen meer dan honderd miljoen gulden. . Door het milde Noordzeeklimaat kan de suikerbiet, die zonlicht omzet in suiker, in Nederland goed groeien. Met de granen, aardappels en snijmais vormen suikerbieten de vier hoofdgewassen van Nederland. Jaarlijks worden op 20% van het beschikbare akkerbouwareaal suikerbieten geteeld, wat gemiddeld neerkomt op 133.000 ha bieten.

Napoleon

De eerste buitsuikerfabriek van ons land werd in 1811 in Wageningen gebouwd. Op bevel van Napoleon moest suiker op eigen bodem worden geproduceerd. Bedoeling was de Britten een gevoelige economische klap toe te brengen door het afsluiten van het Europese vasteland voor rietsuiker uit Engeland.

Met de val van Napoleon verdween echter ook de bietsuikerin^ustrie in Nederland. Het was een politieke en geen weldoordachte economische onderneming geweest. Een halve eeuw later, in 1857, bleek het daarentegen wel mogelijk om op economisch verantwoorde wijze suiker uit bieten te produceren. In Zevenbergen, in het westen van Noord-Brabant, werd na langdurig vooronderzoek — dat een betere werkwijze en betere bieten had opgeleverd — een suikerfabriek gebouwd. Daarna verrezen talrijke nieuwe Grote concurrent van de binnenvaart is tijdens de bietencampagne hel wegvervoer. Vrachtwagens rijden van het erf van de boer direct naar de fabriek en lossen hun lading in een paar tninuten tijd. fabrieken, voornamelijk in het zuidwesten van Nederland waar de grondsoort geschikt en bovendien het voor het produktieproces onontbeerlijke zoetwater aanwezig was. Tegen het einde van de vorige eeuw draaiden in ons land al tientallen suikerfabriekjes. De fabrieken sloten contracten met de boeren af voor de levering van bepaalde hoeveelheden bieten. De suikerfabrikanten zelf verenigden zich in een bond en miaakten onderlinge afspraken over de contractprijzen.

Hoog gehalte

Het zaad werd door de fabrikanten geleverd. Ze verstrekten slechts zaad van rassen met een hoog suikergehalte; Zoveel mogelijk suiker dus uit zo.weinig mogelijk bieten, terwijl de boeren slechts een vaste prijs per ton bieten ontvingen. Hieruit vloeide voort dat de boeren in coöperatief verband suikerfabrieken gingen stichten. De Eerste Nederlandsche Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek werd in 1899 te Sas van Gent opgericht.

Na wat aanloopmoeilijkheden behaalden de jonge coöperaties behoorlijke resultaten, zodat de particuliere suikerfabrieken zich genoodzaakt zagen hun bedrijven in 1919 in de N.V. Centrale Suikermaatschappij (CSM) te bundelen. Een halve eeuw later werden de zes coöperatieve suikerfabrieken samengevoegd in de Coöperatieve Vereniging Suiker Unie U.A., die tegenwoordig 62,5% van de Nederlandse bietenoogst verwerkt.

Laadplaatsen

Vroeger werden de bieten van honderden kleine laadplaatsen in ons land met kleine schepen van dertig tot tachtig ton opgehaald of per stoomtram naar de fabrieken vervoerd. De boer laadde de bieten op een kar, waarop een net van touw was gelegd dat door een kraan of de giek van een schip kon worden gepakt. Veel bieten werden ook door de boeren zelf met eigen vervoer bij de fabrieken afgeleverd. Tegenwoordig zijn er nog maar 25 grote laadplaatsen (inclusief de fabrieken zeU) nodig om de bietenstroom in goede banen te leiden.

De bietenteelt werd in de l'óop der jaren uitgebreid naar nieuwe gebieden. I.n het oosten had het uit kostenoverwegingen geen zin om laadplaatsen te maken. De toename van het bietenvervoer viel helemaal in de schoot van het wegvervoer. • Alleen de traditionele bietenroutes ^bleven nog grotendeels in handen van de binnenvaart.

De suikerfabrieken van de CSM verwerken dagelijks in totaal 27.000 ton bieten (netto) en de fabrieken van de Suiker Unie circa 47.000 ton. De totale netto verwerkingstonnage van de Nederlandse suikerindustrie bedraagt dus circa 74.000.000 kilo per etmaal. Deze In Puttershoek wordt nog 60% van de bieten per schip aangevoerd. bieten worden op verschillende wijze aangevoerd. Bij de CSM komt 89% per as, 8% per schip en 3% per spoor, terwijl de Suiker Unie nog 28% van de bieten per binnenschip ontvangt. Bijna 8% komt daar per spoor en de rest over de weg.

LOSSEN

Voor de Nederlandse suikerindustrie, die bij de keuze van de transportwijze uitsluitend uitgaat van de kosten, is vervoer over water lang niet altijd de juiste weg. Grootste en allesoverheersende concurrent van de binnenvaart is bij de bietencampagne het wegvervoer. Een vrachtauto brengt de bieten van het erf rechtstreeks en zonder tussenhandelingen naar de fabriek. De reistijd bedraagt maar een paar uur. Het lossen van vrachtwagens is aanzienlijk, goedkoper dan het lossen van een schip. Een auto kan op een kantelbrug zijwaarts worden gelost, met een waterkanon leeg worden gespoten of zijn lading achterover in een bak kiepen. Een gemiddelde vrachtwagen (30 ton bieten) wordt in een paar minuten gelost.

Een binnenschip kan natuurlijk een veel grotere hoeveelheid bieten ineens meenemen. Naast de vrachtprijs van het schip moet de suikerindustrie echter ook de in vergeUjking met de vrachtwagen hogere losstngskosten betalen. Er moet een bulldozertje in het ruim worden gezet. Hoewel de schepen snel varen, zijn de bieten langer onderweg.

Bij de fabriek aangekomen moet een schip wachten om bij toerbeurt te worden gelost. De bieten worden vervolgens op het gor opgeslagen, vanwaar ze later met water de fabriek in worden gespoten. De hoge temperaturen die op het gor kunnen optreden hebben echter een verlies van suikergehalte tot gevolg. Van de door vrachtwagens aangevoerde bieten komt weliswaar ook een gedeelte op het gor terecht, maar de lading van auto's die leeg worden gespoten wordt direct verwerkt in de fabriek.

Gehdlteverlies

Bij vervoer over water duurt het vanaf de oogst minimaal drie tot vijf dagen voordat de bieten worden verwerkt. Ieder etmaal betekent gehalteverlies. Bij beschadiging van de bieten treedt dat ook altijd op. Bij het laden van een schip stort de eerste laag bieten een meter of vier naar beneden, wat natuurlijk beschadigingen tot gevolg heeft. Bij de fabriek wordt de lading dan nog een keer op het gor gestort, waaruit weer beschadigingen voortvloeien. Wanneer de bieten rechtstreeks de fabriek in zouden gaan, zou dat niet erg zijn, maar meestal worden deze bieten niet direct verwerkt. Bij vervoer per schip lopen de bieten meer beschadigingen op dan bij het vervoer per as of spoor. Bij de laatste twee categorieën worden namelijk minder handelingen verricht.

Concurrentiepositie

Nadelig voor de positie van de binnenvaart als transportpartner tijdens de bietencampagne zijn ook factoren van buitenaf zoals bijvoorbeeld dit jaar de stremming van de Nieuwe Meerschutsluis te Amsterdam. De 22 bietenschepen die voor de aanvoer van de suikerfabriek te Halfweg zijn gecharterd, moeten nu een omweg via Haarlem maken over een vaarwater met 1.90 m. diepgang. De kosten hiervan komen voor rekening van de suikerfabrikant. Bij het wegvervoer spelen dergelijke factoren geen rol, wat de concurrentiepositie van de as alleen maar verstevigt. Een vrachtwagen is flexibeler in te zetten dan een binnenschip.

Ook de administratieve afhandeling van vrachtwagens is eenvoudiger. De gegevens van de weegbrug worden door de computer verwerkt en de wegvervoerder krijgt automatisch zijn afrekening thuisgestuurd. Een schip betekent administratief meer werk, hoewel dit in de hele concurrentiestrijd tussen as en water natuurlijk slechts een factor van minimaal belang is. Het geeft echter wel iets aan over de voordelige uitgangspositie van het wegvervoer.

Een (nog) geringe concurrent van het schip zijn de aaneengesloten goederentreinen van bijvoorbeeld veertig wagons. Voor de fabrieken is het een voordeel dat het spoor precies volgens een van te voren afgesproken dienstregeling werkt. Vanuit Limburg en Oost-Brabant worden veel bieten per trein vervoerd naar de in het zuidwesten aan de spoorlijnen gelegen suikerfabrieken.

Continu

Alle suikerfabrieken werken tijdens de campagne in een 24-urige continudienst. Alleen de twee fabrieken in Groningen ontvangen^ echter ook gedurende de nacht vrachtwagens met bieten. De hele aanvoer geschiedt daar per as. De vrachtwagens kunnen in het noorden ook 's nachts bij de boeren laden. In het zuiden zijn de fabrieken wat het wegvervoer betreft alleen ingesteld op de dagontvangst van bieten omdat ze qua bezetting en accommodatie nog niet zijn ingericht voor het 's nachts lossen van vrachtauto's. Het lossen van schepen gaat bij de meeste fabrieken dag en nacht door, wat de omloopsnelheid van de vaartuigen verhoogt. Bovendien hebben de fabrieken die lostijd nodig.

Tijdens de bietencampagne werken circa 4500 mensen in de fabrieken van de CSM en de Suiker Unie. Twee derde gedeelte van hen is in vaste dienst en één derde bestaat uit campagnepersoneel. De verkoop van de produkten gaat het hele jaar door. Werkzaamheden buiten de campagnetijd zijn de zaadverstrekking, de teeltbegeleiding en het onderhoud van de fabrieken, die het tijdens de campagne zwaar te verduren hebben door de schurende werking van water, grond en zand.

Kapitaal

In de suikerfabrieken is de laatste jaren enorm veel geautomatiseerd en gemechaniseerd. De bietenverwerking is geen arbeidsintensief en zwaar werk meer. De suikerindustrie is echter wel zeer kapitaalintensief geworden en heeft te kampen met hoge energiekosten.

Door de geweldige nazomer was er vorig jaar een grote bietenoogst: 55 è 56 ton per hectare, terwijl de opbrengst in gemiddelde jaren 48 ton bedraagt. Dit jaar brengt iedere hectare bietenland gemiddeld wellicht 58 ton op. Voor het suikergehalte van de bieten zijn zonnige dagen en koele nachten ideaal. De temperaturen lagen dit jaar echter ook 's nachts boven normaal, waardoor het suikergehalte momenteel slechts gemiddelde waarden bereikt.

Nederland kan zich niet alleen helemaal zelf van suiker voorzien, maar is in staat ook te exporteren. Circa 4500 man in de bietenverwerkende industrie, 27.000 bietentelers, ruim honderd schippers, honderden chauffeurs alsmede de vele werknemers van toeleveringsbedrijven verdienen htm brood „•in de suiker". Deze suikerbiet van maar liefst vier kilo werd gevonden tijdens de eerste oogst van de campagne 1982.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1982

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Bietencampagne 1982 naar recordopbrengst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1982

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken