Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zoektocht naar de eigen identiteit van Dopersen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zoektocht naar de eigen identiteit van Dopersen

PROMOTIE VAN DRS. O. H. DE VRIES:

11 minuten leestijd

UTRECHT — De geloofsleer van de dopers kent enkele punten die duidelijk een bepaalde visie op de geschiedenis inhouden, bijvoorbeeld de verwachting van de komst van het Rijk Gods op aarde, waarvan allerlei gebeurtenissen in politiek en maatschappij voortekenen zijn. Dit is een van de lijnen die drs. O. H. de Vries, als docent verbonden aan het seminarie van de Unie van Baptistengemeenten, oppakte in zijn dissertatie die hij donderdagmiddag verdedigde aan de Rijksuniversiteit van Utrecht.

Zijn proefschrift, dat hem na ampele overweging door het college van hoogleraren de doctorstitel bracht, heeft als titel „Leer en praxis van de vroegere dopers uitgelegd als een theologie van de geschiedenis".

Behalve de visie op de geschiedenis kwam de doperse opvatting aan de orde dat in de Bijbel de periode van het Nieuwe Testament als een nieuwe episode in de geschiedenis onderscheiden moet worden van de periode van het Oude Testament, wat onder meer inhoudt dat de nieuw-testamentische doop door hen niet gezien kan worden als voortzetting van de oudtestamentische besnijdenis.

Verklaring

Om deze reden erkenden de dopers de kinderdoop niet en doopten volwassenen die de kinderdoop reeds ontvangen hadden. In dit proefschrift ondernam drs. O. H. de Vries een poging om onder andere de bovengenoemde noties uit de doperse leer en praktijk te verklaren vanuit een allesbeheersende door het geloof bepaalde kijk op de geschiedenis.

De Vries komt dan ook tot de conclusie dat, volgens dopers inzicht, de geschiedenis van Jezus Christus model staat voor het verloop van de geschiedenis van de gelovige, van de kerk en van de wereld.

Verder zegt De Vries dan dat door middel van de navolging van Christus de gelovigen en de kerk vrijwillig deel krijgen aan het lijden vanuit Christus' levensgeschiedenis om tenslotte deel te krijgen aan zijn opstanding en Koningschap.

Nu is het niet mijn bedoeling om in te gaan op de verhouding Oude en Nieuwe Testament want dat deed dr. W. Balke al op uitnemende wijze in zijn dissertatie „Calvijn en de doperse radicalen". Hij doet dat in hoofdstuk vier onder de kop „Hermeneutiek".

Daarin komt duidelijk naar voren dat Calvijn met name in zijn Institutie stelt, onder andere in navolging van Augustinus, dat het Oude Testament niet een religie is die een trap lager ligt dan het Nieuwe Testament,

Calvijn fundeert het verschil in beide Testamenten heilshistorisch. De eenheid van het Oude en Nieuwe verbond doet Calvijn verder uit de doeken in zijn Christologie.

Loflied

Het vuur dat de hooggeleerde heren altijd de geachte promovendus na aan de schenen leggen wordt in de meeste gevallen, zoals ook nu, voorafgegaan door een loflied. Prof. dr. H. W. de Knijff (samen met prof. dr. I. B. Horst co-referent), mocht de spits afbijten.

Hij stak zijn lof voor het feit dat De Vries een aantal tot nu toe onbekende bronnen boven water gehaald had niet onder stoelen of banken. Dat nam niet weg dat prof. De Knijff mijns inziens de meest fundamentele kritiek had op het proefschrift:

„Spant u de bronnen niet teveel op uw raster van de geschiedenis?", zo vroeg prof. De Knijff die zich verder afvroeg of de promovendus wel gedifferentieerd genoeg gewerkt had. Prof. De Knijff vond ook dat een aantal kenmerken die De Vries naar voren had gehaald om het doperdom te typeren evengoed van toepassing waren op de Reformatie, met uitzondering van een aantal mystieken, en kon daar mijns inziens terecht niet mee akkoord gaan.

Subjectief

De promovendus, die de geschriften van zeven leiders van de doperse vleugel van de 16e-eeuwse reformatie bestudeerde en zich daarbij beperkte tot de eerste generatie dopers (1524-1534) kon op de vragen van prof. De Knijff geen wezenlijk antwoord geven,

„Mijn mening is dat zulke risico's er bij horen, zeker als het gaat om zaken als het interpreteren van bepaalde theologieën aan de hand van het geschiedenisbegrip. Daar zit nu eenmaal een subjectieve kant aan vast en er is altijd te discussiëren over de geldigheid ervan", zo luidde zijn verdediging,

Melchior Hoffman

Behalve figuren als Balthasar Hubmaier, Konrad Grebel, Felix Manz, Michael Sattler, Hans Denck en Hans Nut had in het bijzonder Melchior Hoffman veel aandacht gekregen in het proefschrift. Melchior Hoffman had een afwijkende opvatting in het vroege doperdom. Prof. I. B. Horst had er nogal moeite mee dat de promovendus Hoffman een theologie van de Woordopenbaring toedichtte.

Ook hier moest De Vries het een en ander relativeren door op te merken dat het slechts zijn uitvinding was om dit te stellen rnaar dat die term toch wel als een rode draad door het doperse theologisch denken liep.

„Ik houd staande dat er sprake is van een theologie van de geschiedenis waarin sprake is van objectieve (feitelijke, controleerbare) heilsfeiten", zo zei hij, daarbij aantekenend dat die rode draad bij Hoffman niet zozeer de geschiedenis van Jezus Christus, maar die van het Woord was.

Prof. dr. Hasselaar stelde een vraag die betrekking had op de ecclesiologie. Hij had sterk de indruk dat bij de dopers het leven zelf sacramenteel geladen was. Hij wilde weten welk verband daarmee bestond tussen de visie op het Oude Testament. Volgens De Vries zet het leven van Jezus Christus zich inderdaad voort in de gemeente.

Niet geslaagd

Het is voor mij echter zeer de vraag of De Vries er in geslaagd is om door middel van het zoeken van een theologie van de geschiedenis bij de oude dopers een stuk eigen identiteit te vinden.

Langzaam groeide bij hem het vermoeden dat er onderscheid is tussen de calvinistische verbondstheologie — met haar nadruk op de wezenlijke eenheid tussen oud en nieuw verbond — en een doperse verbondstheologie — met nadruk op de verschillen tussen die twee verbonden. Dat dit onderscheid gelegen is in een verschillende visie op de rol die de geschiedenis speelt in de voortgang van „oud" naar „nieuw" is voor mij in dit proefschrift niet bevestigd.

Bevestiging

De opmerkingen van prof. De Knijff bevestigen dit. Erg eenvoudig gezegd: je wilt iets bewijzen en zoekt daarvoor in de bronnen naar datgene wat daar aardig bij past en zodoende heb je het plaatje rond. Het is duidelijk dat zoiets niet kan, al is het een veelvoorkomend euvel bij het wetenschappelijk historisch onderzoek.

Als men de doperse theologie va een eigen identiteit wil voorzien zullen toch andere wegen bewandeld moeten worden. Dat neemt niet weg dat promotor prof. dr. O. J. de Jong terecht sprak van een origineel bronnenonderzoek. Wij weten erg weinig van die eerste generatie dopers en daar is nu veel van boven water gekomen. Alleen al vanuit dat oogpunt is deze dissertatie de moeite van het lezen waard.

N.a.v. „Leer en praxis van de vroege dopers uitgelegd als een theologie van de geschiedenis door drs. O. H. de Vries; dez dissertatie komt als handels- editie binnenkort uit en zal on geveer dertig gulden gaan kosten. Het boek bevat 248 blz waaronder een notenapparaat van zo'n negentig pagina's.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 October 1982

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Zoektocht naar de eigen identiteit van Dopersen

Bekijk de hele uitgave van Friday 1 October 1982

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken