Bekijk het origineel

• Chmese heroïne herovert verdovende middelenmarkt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

• Chmese heroïne herovert verdovende middelenmarkt

4 minuten leestijd

DEN HAAG — Chinese heroïne begint weer terug te komen op de Nederlandse verdovende middelenmarkt. Werd in 1981 in ons land nog slechts 16 kilo van deze heroïne, afkomstig uit de „Gouden Driehoek" in Zuidoost-Azië (Birma, Thailand en Laos), inbeslaggenomen, de eerste drie kwartalen van dit jaar geven al een bijna vijf keer zo hoog cijfer te zien: 73 kilo.

„Daaruit valt af te leiden dat de Chinese heroïne zijn plaats op de Nederlandse markt aan het heroveren is. Als je nu ook weet dat de handel in deze heroïne geheel in handen van Chinezen is, kun je stellen dat de Chinezen weer terug zijn, na hun leidende plaats vanaf ongeveer 1978 aan Turken en Pakistanen te hebben moeten afstaan". Dat zegt het hoofd van de Verdovende middelencentrale van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), commissaris van rijkspolitie John Oosterbroek (35).

Ter vergelijking geeft Oosterbroek de volgende cijfers: in 1980 werd in Nederland 89 kilo Turkse heroine in beslaggenomen tegen 26 kilo Chinese. In 1981 waren die cijfers respectievelijk 156 kilo en 16 kilo en in de eerste drie kwartalen van dit jaar 101 kilo en 73 kilo.

Slechte oogst

In 1979 was er een zeer slechte oogst in de „Gouden Driehoek" van ongeveer 100.000 tot 150.000 kilo ruwe opium. Normaal is die produktie rond de 500.000 kilo. Daardoor liepen de prijzen in West-Europa per gram heroïne op van 300 gulden tot meer dan 1000 gulden. Op hetzelfde moment was er in de „Gouden Sikkel" in Zuidwest-Azië (Afghanistan; Iran en Pakistan) een ruime oogst van meer dan 1.000.000 kilogram ruwe opium. Via Turkije vond deze heroïne zijn weg naar de Westeuropese gebruikers. „In dat jaar richtte de markt zich volledig van Chinese naar Turkse heroïne," aldus Oosterbroek.

De heroïne uit Zuidwest-Azië wordt in West-Europa „Turkse" genoemd, omdat Turken de aanvoer van deze heroïne volledig voor hun rekening namen. Volgens Oosterbroek komt dat omdat de Turken allang actief waren met de smokkel van hasj en Turkije de brug vormt tussen WestEuropa en het Verre Oosten.

„Maar een paar jaar later, in 1981, namen de Pakistanen de rol van de Turken als toeleverancier over. In 1981 was het aandeel van Pakistanen in de handel van deze heroïne ongeveer 25 procent. Nu, in 1982, is dat aandeel al toegenomen tot 70 procent. De rest van de handel is grotendeels in handen van Turken gebleven", aldus Oosterbroek.

Over amfetaminen zegt Oosterbroek dat in de loop der jaren gebleken is dat dit wat betreft de produktie een „exclusief Hollandse drug" is. „Een min of meer vaste kern van enige tientallen Nederlanders houdt zich sinds het begin van de jaren zeventig met de produktie van amfetaminen bezig, niet alleen in Nederland, maar ook in omringende landen".

Toen amfetaminen vanaf 1976 onder politieke druk vanuit onder meer Zweden, onder de opiumwet kwamen te vallen werd het jaar erop 137 kilo in beslag genomen. Maar de vaste groep producenten raakte meer en meer ingespeeld op de nieuwe wettelijke omstandigheid, want de jaren erop gaven aanzienlijk lagere cijfers te zien: 1980 - 11 kilo, 1981 - 28 kilo en de eerste drie kwartalen van dit jaar 78 kilo. Oosterbroek waarschuwt voor de betrekkelijkheid van deze cijfers: „Een grote vangst duwt dat cijfer sterk omhoog zonder dat daar nu structurele betekenis aan behoeft te worden toegekend. Dit jaar hebben we een duidelijk hoger cijfer omdat we bij een inval in Breda ruim 50 kilo amfetaminen in beslag konden nemen. Die inval was overigens weer het gevolg van een vangst in België waarbij in een laboratorium 22 kilo amfetaminen en 80 kilo amfetamine-olie werd gevonden. Dat laboratorium werd weer geleid door Nederlanders".

Soft-drugs
marihuana.

Voor de aanvoer naar Nederland van cocaïne vanuit Zuid-Amerika zijn volgens Oosterbroek voornamelijk Spanjaarden, Italianen, Nederlanders, maar vooral Zuidamerikanen verantwoordelijk. De distributie in ons land is daarentegen weer in handen van Surinamers en Nederlanders. „De cijfers over aanhoudingen zijn daar duidelijk in. In 1980 werden 367 Nederlanders en 188 Surinamers aangehouden in verband met cocaïne. Vorig jaar waren dat 353 Nederlanders en 239 Surinamers. Maar deze cijfers zeggen niet alles over de in beslag genomen hoeveelheden cocaïne: in 1980 werd bij een vrij kleine groep van 25 Colombianen ruim 25 kilo cocaïne gevonden. Maar bij de 188 aangehouden Surinamers in dat jaar werd slechts 280 gram aangetroffen. Overigens werd in 1980 ruim 45 kilo in beslag genomen, vorig jaar 10 kilo en dit jaar tot nu toe 25 kilo."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 29 november 1982

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

• Chmese heroïne herovert verdovende middelenmarkt

Bekijk de hele uitgave van maandag 29 november 1982

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken