Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In't Westen wetenschap vaak pseudo-openbaring

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In't Westen wetenschap vaak pseudo-openbaring

Prof, Schuurman tijdens CSFR-forumdiscussie:

5 minuten leestijd

EPE — „Wetenschap dient beoefend te worden uit het geloof en tot het geloof. In het licht van Gods openbaring omvat dit alle wetenschap, inclusief de theologie. De bezinning op de wetenschap heeft plaats in de wijsbegeerte. Wetenschap heeft ook zijn grenzen en mag nooit de plaats van de openbaring innemen. In de Westerse cultuur manifesteert wetenschap zich vaak als een pseudo-openbaring."

Dat zei prof. dr. ir. E. Schuurman woensdagmiddag tijdens de winterconferentie van de CSFR op de kampeerboerderij „De Berghoeve" in Epe. Prof. Schuurman maakte deel uit van een forum waarin ook drs. J. A. van Delden (directeur van de Evangelische Hogeschool) en ir. J. van der Graaf (secretaris van de Gereformeerde Bond) zitting hadden.

De vragen waarmee de conferentie zich bezig heeft gehouden sinds maandag kwamen eigenlijk weer bij de forumleden terecht. CSFR-voorzitter Johan Ruitenberg gaf leiding aan de discussie.

In eerste instantie gingen de forumleden in op de vraag in hoeverre zij relatie zagen tussen geloof en wetenschap. In dat verband merkte prof. Schuurman ook nog op dat niemand de werkelijke diepte der wetenschap ooit zou doorgronden en dat dat de wetenschapper tot bescheidenheid maande.

Bijbel en wetenschap

Drs. Van Delden stelde dat wetenschap geen autonome eenheid vormt. „Ga je daar wel van uit dan kom je snel tot het spreken over dé wetenschap en dé Bijbel. Dat suggereert een scheiding en dat is beslist niet zo, aldus de EH-directeur. De Heilige Schrift is betrouwbaar en dat moet geactualiseerd worden naar de wetenschap toe".

Ir. Van der Graaf zette zijn visie op de verhouding tussen geloof en wetenschap in met een opmerking van Galileï. „De werken van Gods mond en van Zijn vinger spreken elkaar niet tegen", zo zei hij. Hij benadrukte dat wij de schepping ten diepste kennen vanuit de openbaring en zei dat wij niet bevreesd behoeven te zijn om bezig te zijn in de wetenschap.

Mede op grond van psalm 8 zei Van der Graaf dat de mens ook wetenschappelijk uit de Schepping mocht halen wat er in zat. „Uiteindelijk loopt het allemaal uit op de verheerlijking van Gods Naam. De wetenschapper heeft derhalve een hoge roeping".

Openbaring Gods

De schepping is meer dan de fysisch waarneembare werkelijkheid, zo ging Van der Graaf verder en zei dat de Heilige Schrift op zich niet een handboek voor welke wetenschap dan ook is. „De Bijbel is wel de bron van Gods openbaring waarin de wonderen getuigenis afleggen van het feit dat er dingen zijn die boven het fysisch waarneembare uitgaan."

Ware wetenschapsbeoefening dient plaats te hebben in de vreze des Heeren, aldus Van der Graaf en dat is wat anders dan dat theologie de koningin der wetenschap zou zijn. Hij besloot de vraag over de verhouding tussen geloof en wetenschap dat elke wetenschap ethische doordenking vraagt.

In de discussie legde prof. Schuurman nogmaals de nadruk op de beperktheid van de wetenschap. Hij wees de idee van een neutrale wetenschap af. Wetenschap voor een christen kan niet buiten het geloof om.

Op de hoede

Een andere vraag die men behandelde luidde: Hoe moeten wij ons als christenstudenten voorbereiden op het bezig zijn in de wetenschap. Van der Graaf noemde het van belang dat bepaalde begrippen zuiver gehanteerd werden en dat men op de hoede moest zijn voor bepaalde vormen van wetenschappelijk denken opdöt dat denken niet over de Schrift gaat heersen.

Hij wees overigens een rationalistisch, biblicistisch en fundamentalistisch hanteren van de Bijbel in de zin van het Amerikaans fundamentalisme af.

Van Delden bepleitte meer bewustwording inzake de vooronderstellingen in de wetenschap. Prof. Schuurman noemde bij de voorbereiding op de studie en het werk het gebedsleven en het goed functioneren in het gezin en de christelijke gemeente van wezenlijk belang.

Prof. Schuurman merkte in dit verband op dat het altijd wanneer men doelstellingen anders wil gaan formuleren, anders zich achter Gods Woord en onze belijdenisgeschriften te stellen, fout gaat.

Uitbouw ICU

Schuurman toonde zich positief ten opzichte van de Evangelische Hogeschool. Hij vond het een goede zaak dat men zich een jaar voorbereidde om zich te wapenen alvorens te gaan studeren maar zag problemen als de EH zich verder ging uitbouwen tot Internationale Christelijke Universiteit (ICU)..

Dat lokte de vraag uit of men op de EH niet dermate eensgezind bezig is in zo'n voorbereidend jaar zonder de werkelijke problematiek te onderkennen, dat het allemaal wenig effect heeft. Drs. Van Delden beaamde dat in zekere zin maar voegde er aan toe dat men vaak later inziet wat men opgestoken heeft en dat dan ook kan gebruiken.

Prof. Schuurman riep op tot bezinning inzake genetische manipulatie. In christelijk Nederland is van geen enkele actuele bezinning sprake, zo stelde hij vast. Ook een christelijke antropologie ontbreekt. Toch is mijn ervaring, zo constateerde hij, dat de christelijke stem wel gehoord, vindt mits die stem terzake is.

Op de vraag hoe men moet denken over specifiek christelijke opleidingen gaf ir. Van der Graaf de volgende opmerking ten beste: „De Doleantie had plaats mede met het oog op het ontstaan van de Vrije Universiteit en de Gereformeerde kerken gaan onder met het oog op die zelfde Universiteit".

Van der Graaf toonde ook bezorgdheid over de zogenaamde bijbelgetrouwe wetenschap in de geest van Werner Keller's „De Bijbel heeft toch gelijk" en hij stond wat sceptisch tegenover een specifiek christelijke universiteit. Hij werd daarin bijgevallen door prof. Schuurman die stelde dat noch Mozes, Daniël, Calvijn of Kuyper aan een „christelijke" universiteit had gestudeerd.

Schuurman bepleitte dat in plaats van een Internationale Christelijke Universiteit veel meer samenwerking gezocht moest worden op het zogenaamde „bovenniveau". Hij betoogde dat het probleem vaak zat bij het vinden van een promotor uit eigen kring. Dat zou veel makkelijker te verwezenlijken zijn, zo stelde hij, en daarbij zou ook de VU ingeschakeld kunnen worden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1982

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

In't Westen wetenschap vaak pseudo-openbaring

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1982

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's