Bekijk het origineel

Een vergif in de derde wereld...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een vergif in de derde wereld...

„Gedragscode voor kunstmatige babyvoeding wordt onvoldoende nageleefd''

6 minuten leestijd

AMSTERDAM — Ze zagen er eigenlijk best gezellig uit, die blikjes en potjes babyvoeding met nostalgisch aandoende etiketten waarop behalve de tekst "Dutch baby" of "My boy" een afbeelding prijkt van een Hollands kaasmeisje-inklederdracht met in haar armen een weldoorvoede baby.

Maar voor de gezelligheid had men de blikken, die te zien waren op de tentoonstelling „Moedermelk-poedermelk" in het Tropenmuseum in Amsterdam, bepaald niet neergezet, wèl om aan te geven hoe de fabrikanten, via nogal agressieve methoden proberen en vooral in het recente verleden probeerden hun produkten af te zetten in ontwikkelingslanden.

De tentoonstelling begon met wat algemene informatie over borstvoeding, die natuurlijk moeilijk objectief genoemd kan worden want hoe je het ook wendt of keert, borstvoeding is voor het kind het allerbeste. In reclameposters voor borstvoeding, die ook op de expositie getoond werden, werd dat in veel talen en soms heel kernachtig gezegd: „Voed met warmte", „moedermelk, psychologisch goed voor het kind" en „better than anything money can buy".

In ons land is het zelf voeden van de baby de laatste jaren drastisch teruggelopen. Soms liggen daar tamelijk onzinnige redeneringen aan ten grondslag zoals „het gevaar is dan groot dat mijn baby een moederskindje wordt" of „je krijgt er een slecht figuur van", soms heel praktische oorzaken: buitenshuis werken en borstvoeding geven zijn zaken die heel moeilijk samengaan.

Overigens luidt artikel 11, lid 2 van de Arbeidswet uit 1919 nog steeds als volgt: „Het hoofd of de bestuurder ener onderneming is verplicht te zorgen, dat aan eene vrouwelijke arbeider, die een borstkind heeft en hiervan aan hem kennis heeft gegeven, behoorlijk gelegenheid gegeven wordt, haar kind te zogen".

Ondervoeding

Over de ontwikkelingen in eigen land, hoe ongewenst die ook zijn, ging het op deze tentoonstelling niet. Waar het wel om gaat is de erbarmelijke toestand in de Derdewereldlanden, waar de zuigfles, als hardnekkige verdringer van de borstvoeding, desastreuze gevolgen heeft gehad. Volgens Unicef, het kindernoodfonds van de Verenigde Naties, zijn er in de afgelopen 50 jaar ontelbare zuigelingen in ontwikkelingslanden gestorven als gevolg van het introduceren - van kunstmatige babyvoeding. „Rond 10 miljoen gevallen van ondervoeding onder zuigelingen doen zich jaarlijks voor in ontwikkelingslanden, als direct of indirect gevolg van het feit dat moeders zijn opgehouden met het geven van borstvoeding".

Het overschakelen van moederop poedermelk ging niet van de ene op de andere dag. Een belangrijke aanzet is gegeven door de gezondheidswerkers die volgens Unicef „in gebreke zijn gebleven wat betreft hun opleiding en vaak een (Westers georiënteerde) voorkeur hebben voor flesvoeding". Veel kwaad is ook gesticht door de industrie. Bedrijven waar flesvoeding vervaardigd wordt hebben zich met groots opgezette en tamelijk agressieve reclamecampagnes tot de moeders gericht. Er werden gratis monsters uitgedeeld, artsen en ziekenhuizen werden door middel van geschenken gunstig gestemd. „Voor velen zijn die uit het rijke Westen afkomstige produkten aantrekkelijk", aldus het Landelijk overleg babyvoeding. „Het gebruik van een relatief duur produkt als kunstmatige zuigelingenvoeding geeft de gebruiker ervan een zeker aanzien. In de rijke bovenlaag in de ontwikkelingslanden is het gebruik ervan dan ook vaak gemeengoed geworden".

Statussymbool

De gevolgen van dit statussymbool kunnen, vooral in armere landen funest zijn. De kans dat de baby ingewandsziekten oploopt, is vrij groot: flesvoeding bevat geen antibacteriële stoffen en het water waarmee de melkpoeder wordt verdund en de fles wordt schoongemaakt is vaak besmet. Ondervoeding kan optreden wanneer de melkpoeder teveel wordt verdund.

Dat de industrie een duidelijk aandeel heeft geleverd in de thans ontstane situatie in veel ontwikkelingslanden - bewust of onbewust is een duidelijke zaak. Maar aan de andere kant moet de invloed van de fabrikanten ook weer niet overtrokken worden. De tentoonstelling „Moedermelk-poedermelk" leek zich, onder meer door het ten overvloede exposeren van blikken voeding, voornamelijk van vaderlandse makelij, daar wel aan te buiten te gaan. Je zou bijna gaan denken dat de kunstmatige-zuigelingenvoedingindustrie alleen schuldig is aan de erbarmelijke omstandigheden in de ontwikkelingslanden. Alsof de producenten stelselmatig en rücksichlos bezig zijn hun blikken babyvoeding te slijten, handenwrijvend de winst opstrijken en zich niet bekommeren om de schade die ze aanrichten.

En alsof kunstmatige zuigelingenvoeding niet een grote uitkomst is geweest bij weeskinderen en in al die gevallen, baby's van wie de moeder ziek was of in geval van rampen.

Anderzijds is een kritisch volgen van de wegen van de industrie meer dan noodzakelijk, zeker wanneer er, zoals hier, mensenlevens bij betrokken zijn.

Natuurlijk geven de fabrikanten van kunstvoeding direct toe dat hun produkt het nooit haalt bij borstvoeding. De voorzitter van de internationale raad van babyvoedingsfabrikanten J. Noordam zei onlangs dat „de fabrikanten van babyvoeding blij zijn dat het geven van borstvoeding weer meer populair wordt".

Gedragscode

Dat klinkt heel positief en er is intussen ook al heel wat positiefs gebeurd. Dat is voor een belangrijk deel het resultaat van de internationale gedragscode voor de marketing van borstvoedingvervangende produkten, die in mei '81 tijdens de jaarvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie werd aanvaard. De code wil onder andere het adverteren en verkopen van kunstmatige babyvoeding beperken en dringt er bij regeringen op aan zoveel mogelijk objectieve voorlichting te geven. Enkele belangrijke firma's hebben zich de kritiek terdege aangetrokken: het adverteren voor kunstmatige babyvoeding werd gestaakt, veel blikken zuigelingenvoeding vertellen onomwonden dat „borstvoeding het beste is" en ook de „cadeau-acties" zijn in sommige landen duidelijk ingeperkt.

Critici zijn echter nog lang niet tevreden over de medewerking van de industrie. Het Landelijk overleg babyvoeding constateert met afschuw dat diverse Nederlandse bedrijven zich er niet al te veel van hebben aangetrokken dat de code in ons land is aanvaard en bijvoorbeeld rustig, tegen de regels in, afbeeldingen van baby's op de etiketten hebben laten staan. Daarnaast schijnt de industrie haar best te doen de toepassing van de code te vertragen. „Niet alleen maken bedrijven gebruik van de „officiële lobby-praktijken" om de toepassing af te remmen, ook op informele wijze wordt getracht de code slechts in verzwakte vorm in de nationale regelingen op te nemen".

Aangemoedigd

Maar ook al zouden de fabrikanten zich tot in de details aan de code houden, dan nog is er alleen een blijvend effect te verwachten wanneer elk land de desbetreffende wetgeving aanpast.

Unicef: „Gezondheidswerkers moeten de waarde van borstvoeding inzien; zij moeten in hun klinieken pre- en postnatale zorg voor moeder en kind invoeren. Moeders moeten worden geadviseerd, aangemoedigd en geholpen, wanneer zij borstvoeding geven. Wanneer, ondanks alle pogingen, flesvoeding nodig is geworden, dan moet de moeder met de grootste zorg worden „onderwezen" in hygiëne".

Gezien de erbarmelijke toestanden die er wat dat betreft in veel ontwikkelingslanden heersen, zal dat laatste heel wat moeite en wellicht ook tijd kosten. Maar de schrijnende situatie duldt geen uitstel. „De neiging tot het gebruik van flesvoeding moet worden omgebogen", aldus Unicef, „want deze werkt als een vergif in de derde wereld".



Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 februari 1983

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Een vergif in de derde wereld...

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 februari 1983

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken