Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bijbels getuigenis klinkt in Leeuwarder gevangenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bijbels getuigenis klinkt in Leeuwarder gevangenis

Ds. Klein Onstenk: full-timer voor gedetineerden

14 minuten leestijd

<br />Het Huis van Bewaring in Leeuwarden: aan de buitenkant een mooi gebouw met sierlijke torens. Van binnen ijzeren hekken, gesloten celdeuren en stalen trappen die me naar de werkkamer van de gevangenispredikant voeren. De laatste weken gaan er stemmen op dat dergelijke predikanten niet meer nodig zijn. Hun werk zou niet gewenst zijn door gedetineerden en aan kwaliteit zou het ook nogal eens mankeren. Een gesprek met de Christelijke Gereformeerde gevangenispredikant ds. D. J. Klein Onstenk biedt de lezer een blik achter de schermen van het gevangenis-pastoraat.

Vorig jaar werd ds. Klein Onstenk door de staatssecretaris van het departement van Justitie als full-time gevangenispredikant van het Huis van Bewaring in Leeuwarden benoemd. Nadat de interkerkelijke commissie voor inrichtingen van justitie de Christelijke Gereformeerde deputaten voor correspondentie met de Hoge Overheid had verzocht iemand voor te dragen die voor deze functie in aanmerking zou kunnen komen, kwamen de deputaten bij ds. Klein Onstenk terecht. Ds. Klein Onstenk die al vele jaren ervaring had als predikant ten dienste van het gevangeniswezen, stelde zich beschikbaar als full-time gevangenispredikant, waarna zijn benoeming volgde.

Ds. Klein Onstenk heeft er geen spijt van. „Ik mag dit werk graag doen, hoewel het niet gemakkelijk is en zowel psychisch als fysiek erg veel vraagt. In verband met de bezuinigingsmaatregelen heb ik juist uitgerekend hoeveel uur per week ik werk, dat zijn er 65. Meestal werk ik van negen tot negen en het enige probleem waar ik hier mee te kampen heb is dat ik nog tijd te kort kom," aldus ds. Klein Onstenk. Om een beeld te krijgen van het werk  van deze gevangenispredikant is het van belang te weten wat het Huis van Bewaring is. Het Huis van Bewaring in Leeuwarden geeft onderdak aan 150 gedetineerden. In de A-vleugel van het, gebouw zitten de „preventieven". Zij wachten op de rechtszitting. In de Bvleugel zijn gehuisvest: weglopers, niet van verlof teruggekeerden, passanten (vreemdelingen) en de ter beschikking van de regering gestelden.

Ds. Klein Onstenk vertelt: „Ik heb te maken met een gedeeltelijk sterk wisselende bevolking, wat inhoudt: steeds weer nieuwe contacten leggen. De helft van de gedetineerden geeft bij aankomst als godsdienst op: geen. De andere helft vult in: rooms-katholiek, humanist of protestant. Ik breng ze allemaal een kennismakingsbezoek ondanks het feit dat in de gevangenis een humanist en een pater beiden part-time werk doen. Tenslotte kom ik de jongens iedere dag tegen. Opvallend is het feit dat juist degenen die „geen" invullen contact met een predikant willen. In vergelijking met m'n collega's krijg ik de meeste aanvragen. De jongens denken: die dominee is er altijd en het is voor hen erg belangrijk dat je beschikbaar bent."

De werkzaamheden van een gevangenispredikant zijn veelomvattender dan men in eerste instantie zou verwachten. Ds. Klein Onstenk woont vergaderingen en werkbesprekingen bij. Hij onderhoudt contacten met familieleden van de jongens en bezoekt hen. Bovendien kunnen familieleden hem iedere morgen tussen acht en negen uur bellen. Ook gaat hij af en toe met de jongens mee naar de rechtbank.

Een van zijn eerste taken is echter, zoals in de taakomschrijving staat: het organiseren van godsdienstoefeningen, „ledere zondagmorgen houd ik in de gevangenis een kerkdienst. Daar zijn minstens 50 gedetineerden bij aanwezig. Dat percentage is groter dan buiten de gevangenismuren. Als u me vraagt: is dat nu omdat de jongens graag hun cel uit willen?, dan zeg ik: nee want zo leuk is zo'n dienst nou ook weer riiet. De bijeenkomst draagt het karakter van een gewone kerkdienst.

Ik ga voor in toga en houd een preek in drie punten. Wat ik breng in zo'n dienst? Het aloude Evangelie in overeenstemming met Schrift en Belijdenis! Mijn preek is geen vertaling van de Bijbel naar onze hedendaagse maatschappij, maar gaat over de mens die in Adam gevallen is en die het bloed van Christus nodig heeft om zijn zonden weg te wissen."

Volgens ds. Klein Onstenk ligt in die prediking een geweldig stuk solidariteit. „Allen zijn we gevallen en allen moeten we wederom geboren worden, dat verbindt ons. Daarbij ga ik de schuld niet uit de weg. In de dienst bid ik ook altijd voor hen die lijden vanwege de gevolgen van moord, roof of verkrachting. Als ik dan bid: Vergeef ons onze schulden, zeggen de jongens: dominee hebt u ook schuld?"

„Ik preek zo begrijpelijk mogelijk, in eenvoudige bewoordingen, maar kernbegrippen als zonde en genade, verzoening door voldoening etc. probeer ik wel uit te leggen. Wat dit betreft is de gevangenis te vergelijken met het zendingsterrein. Velen hebben nooit van Jezus gehoord (alleen als vloek). Het is frappant: ik heb hier nog nooit gehoord: dominee u preekt te zwaar. Als ze al opmerkingen hebben dan is het in de trant van: we vonden het te moeilijk en willen nadere uitleg.

„Kerkeraad"

De gedetineerden leveren zelf een bijdrage aan de diensten in die zin dat ze uit hun midden een groep van zes gedetineerden hebben gekozen die fungeert als „kerkeraad". „Kerkeraadsleden lezen voor uit de Bijbel, delen Bijbels uit en zorgen dat alles rustig verloopt. Een keer in de week is er „kerkeraadsvergadering".

Ds. Klein Onstenk vertelt erg blij te zijn met deze „kerkeraad". „De jongens zijn feilloos op de hoogte, er ontgaat hun niets. Wanneer een van de gedetineerden moeilijkheden heeft dan tippen ze mij: dominee u moet daar eens heen gaan. Op deze manier ben ik in staat om daar te zijn waar het nodig is.

Celbezoek is een van de meest tijdrovende taken van de gevangenispredikant. Op zijn bureau ligt een hele stapel briefjes met aanvragen voor een gesprek, per week zijn dat er zo'n vijftig. De jongens moeten de reden van hun verzoek omschrijven. Op enkele briefjes staat: „godsdienstgesprek". De meesten vermelden: „privé" of „is bekend". Veel jongens schamen zich voor de bewakers om te vertellen waarom ze de predikant willen spreken.

Wanneer ds. Klein Onstenk de jongens nog niet goed kent bezoekt hij ze in hun cel (om redenen van veiligheid). Omdat het in de cellen nogal onrustig is voert hij in andere gevallen de gesprekken in zijn werkkamer. „Ik heb hier geen beveiligingsapparatuur maar ik mag dat aan de Heere overgeven. De jongens proberen je echt wel eens uit maar ze hebben me nog nooit bedreigd," aldus ds. Klein Onstenk.

Naast het geven van godsdienstonderwijs dat zowel individueel als in kleine groepjes plaats kan vinden, behoort het tot de taak van ds. Klein Onstenk pastoraal met de gedetineerde te handelen. Daarbij kunnen zowel geestelijke als andere zaken aan de orde komen. „Het komt nogal eens voor dat jongens bajeskolder hebben. Ze worden gek van hun cel en hun lichaam schreeuwt in veel gevallen om drugs of alcohol. De jongens dreigen gekke dingen te doen en de bewakers roepen dan al 'gauw: dominee, wilt u even kijken? Dat is een van de moeilijkste taken om met zo'n jongen, die depressief is, tot een gesprek of een gebed te komen. Ze klemmen zich soms letterlijk zo wanhopig aan me vast, dat de bewaker, moet vragen of ze me los willen laten? Op zulke momenten vallen er heel wat tranen in zo'n cel en dan moet je kracht krijgen om dat psychisch aan te kunnen."

De taak van ds. Klein Onstenk is niet gemakkelijk. Hij benadrukt dat hij alleen door de goede medewerking van directie en personeel in staat is om z'n werk te doen. „De bewakers zijn me in alles behulpzaam. „Dominee, we geloven niet in God hoor," zo zeggen sommigen. Wel hebben ze m'n hele kamer opgeknapt, halen jongens voor me op terwijl dat niet tot hun taak behoort, enzovoort. In al m'n gemeentes heb ik het goed gehad maar zoals hier, nee., dat heb ik nooit eerder meegemaakt. Dat je als predikant zo geaccepteerd wordt in een gemeenschap als deze."

„Zeer kwaad"

De bezuinigingsplannen zoals die er liggen noemt ds. Klein Onstenk „zeer kwaad". Wanneer het aantal bewaarders teruggebracht wordt dan betekent dit dat de predikant geen diensten meer kan houden. De jongens moeten dan langer in hun cel blijven en volgens ds. Klein Onstenk heeft dit voor de rest van de week ook gevolgen. „Zondag is een rustdag. De dienst neeft daarin een belangrijke functie. Wanneer de rust van die dienst gemist moet worden en de jongens achter de celdeur alleen maar agressie kunnen verzamelen, dan is dat een kwalijke zaak."

Er zijn niet alleen plannen om het aantal bewaarders in te krimpen, ook het aantal geestelijke verzorgers moet met tweederde worden teruggebracht. Dit omdat men in Den Haag de indruk heeft dat de behoefte aan geestelijke verzorging zeer gering is.

„Ze hebben de feiten nooit bekeken en derhalve noem ik dit een grote leugen," zo zegt ds. Klein Onstenk. „Laat de staatssecretaris maar eens een weekje met mij mee lopen van 's morgens negen tot 's avonds negen. Ik heb haar dat ook persoonlijk in een telefoongesprek gevraagd. Kijk, wij willen best bezuinigen, maar niet zo. Als geestelijke verzorgers hebben wij de staatssecretaris toegezegd dat we met een alternatief voorstel willen komen. In afwachting daarvan zijn de plannen tot mei opgeschort. Wat dat voorstel precies gaat worden weet ik niet, daarover zijn we nog in overleg."

Op grond van informatie meent ds. Klein Onstenk dat zijn eigen positie niet in gevaar zal komen. Mocht dat toch het geval zijn dan weet hij zich financieel gesteund door zijn achterban, waardoor hij zijn werk gewoon zal kunnen blijven verrichten. Voorstellen om de geestelijke verzorging over te hevelen naar wijkpredikanten acht ds. Klein Onstenk niet haalbaar. De jongens hebben een vaste vertrouwenspersoon nodig. Ik ruil daarom ook nooit met een andere predikant."

Sekten

„Als ik naar aanleiding van een preek over de moordenaar aan het kruis zeg: jullie zijn die moordenaars, dan accepteren ze dat, maar een vreemde zou geen minuut langer meer op de kansel staan. Een ander gevaar van de bezuinigingen is dat het gat opgevuld gaat worden door sekten en andere groeperingen die het werk gratis willen doen. Regelmatig krijg ik aanbiedingen van vrijwilligers maar ik laat dat „stelletje ongeregeld" hier niet binnen."

Ds. Klein Onstenk hoopt dat de bezuinigingen uiteindelijk minder rigoureus doorgevoerd zullen worden dan nu de bedoeling is. Fractievoorzitter Leerling van de RPF heeft daartoe een motie ingediend die in mei behandeld zal worden en van GPV-zijde heeft men ook laten weten deze zaak te willen behartigen.

Ds. Klein Onstenk merkt niet alleen dat er behoefte is aan geestelijke verzorging, hij merkt ook dat het wat uitwerkt. „Er wordt veel nagevraagd over de preek, naar de betekenis van bekering, zonde enzovoort. Er is belangstelling voor Gods Woord. Aan enkele jongens geef ik belijdeniscatechisatie en ik heb zelfs twee huwelijken bevestigd van jongens die zagen dat, wanneer ze een nieuw leven wilden beginnen ze vóór alles het „hokken" af moesten schaffen. Beschamend voor de buitenwacht!

Bidden

De jongens vragen me veel of ik met hen wil bidden. Rond Oud en Nieuw vroeg een aantal jongens tijdens de samenkomst of ik met ieder van hen persoonlijk wilde bidden. Ik heb degenen die dat wilden gevraagd om na afloop te blijven zitten. Er bleven er 22. In grote eerbied heb ik daar toen met 22 jongens gezeten en met een ieder van hen persoonlijk gebeden en alles de Heere voorgelegd."

Af en toe krijgt ds. Klein Onstenk bericht van predikanten dat jongens die ontslagen zijn weer trouw een kerk bezoeken. Hij noemt dat schrijnend dat er in de kerken zo weinig voor gevangenen gebeden wordt terwijl de Bijbel zegt Gedenkt de gevangenen alsof gij mede gevangen waart.

Ds. Klein Onstenk zegt: „Als de kerk eens meer zou zien dat ze voor uitbrekende zonden bewaard is gebleven dan zou er meer een gunnen zijn. Men spreekt nogal eens over „dat tuig" of „dat zooitje" maar in de catechismus lezen we dat we allen dood zijn in zonden en in misdaden. Begrijp me goed: ik praat de daden van de jongens niet goed maar als ik m'n eigen hart leer kennen dan zeg ik: wat een wonder dat ik hien niet zit."

Wanneer ik terugga, de stalen trap af, de deuren door, dan moet ik denken aan een van de jongens die tijdejis ons gesprek even binnenkwam. Een jongen als zovelen. „Negentien jaar", vertelde de dominee, „Zwaar delict, hij moet nog zes jaar". „We hebben een ouderwetsedominee," zeggen de jongens in Leeuwarden maar misschien kunnen die zes jaar - of hoeveel meer of minder dan ook - nog iets van betekenis achterlaten wanneer zo'n „ouderwetse" dominee de weg wijst.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 februari 1983

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Bijbels getuigenis klinkt in Leeuwarder gevangenis

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 februari 1983

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken