Bekijk het origineel

Agca's terroristische daden niet aan opvoeding te wijten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Agca's terroristische daden niet aan opvoeding te wijten

Turkije-kenner na onderzoek: ,Pers fantaseert teveel'

6 minuten leestijd

Mehmet AU Agca stond de afgelopen dagen weer even volop in het nieuws in verband met de ontvoeringszaak van de 15-jarige Emanuella Orlandi. Agca, tot levenslang veroordeeld in Italië wegens zijn mislukte moordaanslag op de paus in 1981, distantieerde zich volledig van de ontvoerders en verklaarde en passant dat zowel de Russische als de Bulgaarse geheime dienst achter zijn aanslag op de paus hadden gezeten. Over de levensloop van Agca, over zijn milieu is door de internationale pers de afgelopen tijd heel wat gefantaseerd<br />

Een moordenaar van het type Agca bijvoorbeeld moest wel geleefd hebben in zeer armoedige omstandigheden om verworden te zijn tot een internationale terrorist en meer van dat soort onbewezen, lichtvaardig geopperde redeneringen werden in de pers gelanceerd na Agca's mislukte aanslag op Vaticaans grondgebied. Het is daarom te waarderen dat een groot kenner van Turkije, de Amerikaanse hoogleraar Paul Henze die al zo'n dertig jaar het land heeft doorkruist, in het kader van een door hem te publiceren boek over de aanslag op de paus zijn schreden heeft gericht naar Agca's oorspronkelijke woonplaats d.w.z. de 250.000 inwoners tellende stad Malatya. Een stad die door de „vali" (gouverneur) Aydin Özakin tegenover Henze aangeprezen werd als „de beste stad in het Oosten". Henze heeft zijn reisbevindingen over Malatya op papier gezet, en zijn rapport kan veel journalisten aanbevolen worden te lezen voordat zij weer eens wat schrijven over de persoonlijke achtergronden van Agca.

Familiebezoek
Om te beginnen deelt Henze mede dat Malatya allesbehalve de indruk maakt van een Turkse stad die zich in een economisch slop bevindt. De Amerikaanse hoogleraar kreeg een gunstige indruk wat betreft de aldaar ontwikkelde economische activiteiten. Na eerst gespeurd te hebben in de plaatselijke politiedossiers naar Agca's mogelijke vroegere strafbare activiteiten (de Turkse veiligheidsdienst bezat geen enkel bewijsmateriaal inzake Agca's betrekkingen met welke extremistische organisatie dan ook) bezocht Paul Henze de familie van de op zo'n laakbare wijze in het wereldnieuws gekomen Turkse burger. De familie van Mehmet Ali Agca woont in de buitenwijken van Malatya, in bescheiden woningen, in het Turks „gecekondular" genoemd. Het zijn uit de grond gestampte woonwijken voor voormalige plattelanders. Nadat Agca zijn aanslag op de paus had gepleegd hebben veel journalisten zijn daad menen te moeten verklaren uit zijn ellendige leef- en woonmilieu.
Henze wijst deze interpretatie als volkomen uit de lucht gegrepen van de hand. Hij heeft zelf veel van dergelijke ,gecekondular'' bezocht en gesproken met de bewoners ervan, de „gecekondu''.  Voor te gaan generaliseren over de „gecekondular" als broedplaatsen voor politiek irrationalisme zou men de uitnemende studie „The Gecekondu" van de Turks-Amerikaanse geleerde Kemal Karpat eens moeten lezen. Karpat en Henze zijn immers allebei tot de bevinding gekomen dat de „gecekondular'' zelf allerminst menen in „sloppenwijken" te vertoeven, ja zij hebben een optimistische kijk op een verbetering van hun levensomstandigheden. Kortom, men moet erg voorzichtig zijn met een oordeel te vellen over deze Turkse buitenwijken vanuit het standpunt van onze Westerse welvaart. De in de „gecekondular" woonachtige families beijveren zich zeer om hun materiële omstandigheden te verbeteren, zijn zelfbewust en stemmen vooral op gematigde politici!

Moeder in paniek
Henze's komst bracht Müzeyyin Agca. de moeder van Mehmet Ali. in zichtbare verwarring: al weer een journalist, zo schreeuwde ze uit. De Amerikaanse hoogleraar gevoelde een diep medelijden met deze eenvoudige vrouw wier wonden door de publiciteit steeds maar weer opengereten worden. Toch schond Müzeyyin Agca de regels van de traditionele Turkse gastvrijheid niet en nodigde Henze uit plaats te nemen op de bank die zich onder een wijnstok op haar erf bevond. Het ijs brak toen Henze haar uitlegde een „arastirmaci" (een wetenschappelijk onderzoeker) te zijn en geen „gazeteci" (een journalist). De Amerikaan verklaarde niet gekomen te zijn voor „nieuwtjes", maar om achtergrondinformatie betreffende haar zoon het kader van een studie van het probleem van het Turkse terrorisme.
Müzeyyin Agca deelde Henze mee dat haar zoon Mehmet Ali een ijverige, leergierige jongen was, die graag wat voor vaderloze gezin bijverdiende door bijvoorbeeld water te verkopen op het station. Geschiedenis en literatuur waren zijn favoriete vakken. Volgens zijn moeder schreef Mehmet Ali reeds op dertienjarige leeftijd een historische roman.
Henze vroeg direct of Müzeyyin het manuscript nog bezat. „Ik heb het verbrand — ik verbrandde al zijn papieren toen de Abdi Ipekçi-affaire aan het licht kwam — ik wenste niets in huis te hebben wat mij herinnerde aan een zoon die het te schande had gemaakt. Ik wenste te vergeten dat hij hier had gewoond." De Abdi Ipekçi-affaire slaat op de door Mehmet Ali Agca gepleegde moord op Abdi Ipekçi, (1 februari 1979), hoofdredacteur van de liberale krant Milliyet uit Istanboel, een algemeen gerespecteerde figuur uit het Turkse openbare leven. Henze vernam van Müzeyyin dat haar ongetwijfeld begaafde zoon twee jaar studeerde aan de universiteit van Ankara alvorens te verhuizen naar de universiteit van Istanboel.
In veel levensbeschrijvingen van Mehmet Ali Agca ontbreekt dit feit, een feit waar juist Henze belang aan hecht omdat het zeer wel mogelijk zou kunnen zijn dat juist in die twee jaren aan de universiteit van Ankara Mehmet Ali in contact kan zijn gekomen met ronselaars voor extremistische groeperingen, met Russische en Oosteuropese spionnen. Henze sluit allesbehalve uit dat Agca vanuit Ankara naar een PLO-kamp gezonden is voor een terroristenopleiding.

Verkeerde vrienden
De jaren 1976-1978 waren juist jaren van grote politieke agitatie onder de studenten. Op 23 november 1979 wist Agca te ontsnappen uit de gevangenis nadat hij op 25 juni van datzelfde jaar was gearresteerd' in verband met de nog steeds met vele vragen omgeven moord op Abdi Ipekçi. Sindsdien heeft zijn familie niets meer van hem vernomen tot
op het moment van de moordaanslag op de paus. Henze: niet Mehmet Ali Agca's milieu had hem tot een terrorist gemaakt, integendeel van geringe komaf had Agca d.m.v. universitaire studie uitstekende maatschappelijke vooruitzichten gekend; Mehmet Ali Agca had zelf zijn familie in ellende gedompeld. „Agca's ongeluk was dat hij ondanks zijn intelligentie en ambitie in handen van mensen viel die hem misbruikten voor vernietigingsdoeleinden.
„Hoe hebben Agca's broer (18 jaar) en zuster (Henze schat haar op tussen de 20 en 30 jaar) de schande doorstaan die Mehmet All over hen gebracht heeft. Zus Fatma beduidend minder goed dan broer Adnan. Na succesvol haar middelbare schoolopleiding afgesloten te hebben helpt ze in de huishouding van haar moeder: wie immers wil „de zuster van een moordenaar" in dienst hebben, wie wenst zo'n vrouw te trouwen? Adnan daarentegen bereidt zich evenals eertijds Mehmet Ali terdege voor op de toelatingsexamens voor de universiteit voegde Henze toe: „Ik laat mijn broer mijn leven niet verknoeien. Ik wens mijn eigen leven te leiden en ik ga leven voor het welzijn van mijn familie en vaderland. Ik laat mijn leven niet verduisteren door de schaduw van mijn broer."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 juli 1983

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Agca's terroristische daden niet aan opvoeding te wijten

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 juli 1983

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken