Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoe Willem Diemer zijn eigen oorlogsgeschiedenis schreef

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hoe Willem Diemer zijn eigen oorlogsgeschiedenis schreef

Brieven uit Daudets molen en Hitlers Berlijn

5 minuten leestijd

Brieven en briefromans zijn in de literatuur wel bekend, maar niet altijd even geliefd. Wolff en Deken, W. F. Hermans, Gerard Reve vooral hebben zich van dit genre bediend. Maar een der bekendste voorbeelden uit de vorige eeuw is misschien wel „Lettres de moulin" van de Franse schrijver Alphonse Daudet. Die zijn zojuist in een fraaie en kundige vertaling van Ernst van Altena verschenen als „Brieven uit mijn molen".

Daudet had, als zoveel tijdgenoten in de letteren en beeldende kunsten, een naam opgebouwd in Parijs, maar in 1865 kreeg hij genoeg van dit grootsteedse leven. Hij keerde Parijs de rug toe en vestigde zich in een oude, wat vervallen molen bij Arles in de Provence. In een streek derhalve die Vincent van Gogh wat later zou vereeuwigen in felle kleuren en die in onze tijd regelmatig wordt doorkruist door duizenden zomerse Hollandse toeristen op zoek naar de Zuiderzon en het blauwe (?) water van de Middellandse Zee.

Molenaar Daudet
Die streek rond Arles, maar ook Aix en noordelijker Avignon, Tarascon, Orange, is wel een vakantie waard en het was zo gek nog niet dat Daudet zich uit het stadsgewoel hier terugtrok. Wie hem tijdelijk wil navolgen moet in elk geval de „Brieven uit mijn molen" lezen: een 24-tal schetsen van het landleven in de Provence, ontstaan als „reisbrieven" voor het dagblad Le Figaro. Hij heeft er veel meer geschreven, maar naderhand een aantal van deze rubrieken gebundeld tot de „Brieven".
Het zijn soms kostelijke verhalen die de gewone reisreportage van een dagbladjournalist overtreffen omdat ze zich niet beperken tot alleen maar signaleren van wat grappig of droevig, mooi of lelijk is. Daudet vertelt over de dorpspastoor van Simpelerzande (een vondst trouwens, die plaatsnaam in déze vertaling...), over de boerenjongen en het publieke meisje te Arles, over de vriendelijke paus van Avignon etc. Het zijn niet allemaal eigen verzinsels van Daudet, maar voor een deel oude Provengaalse vertellingen die hij nieuw leven inblaast.
Dat die verhalen soms de grens overschrijden van wat wij bijvoorbeeld godsdienstig nog kunnen waarderen moet ook gezegd worden. Maar er zijn ook interessante waarnemingen van Daudet als hij door Algerije reist, de Sahel bezoekt en de sprinkhanen ziet plagen. Of van zijn trips door de omgeving: de Camargue, toen nog écht wild en niet alleen voor de toeristen...
Kortom, er zijn slechtere reisbrieven naar dagbladen gezonden en ook naderhand gebundeld. Deze paperback van 175 blz. kost ƒ 24,50 en wordt uitgegeven door C. J. Goossens BV te Tricht.

Brieven uit Beriijn
Een gans ander soort brievenboek is „Na veertig jaar: Berlijnse brieven 1943" door drs. Willem Diemer met medewerking van Annie Diemer-Hangelbroek. Uitgever daarvan is Stabo/All Round te Groningen en dat is weer het bedrijf waar Diemer zo ongeveer alles mee te maken heeft. Hij noemt deze zoveelste publikatie van zijn hand „een ego-document" en „een kleine bijdrage tot de geschiedenis van het verzet in Groningen". Het is de uitgave van Diemers brieven en dagboeken aan zijn (toen: aanstaande) vrouw en haar reacties daarop, omvattende de periode van 9 mei tot 23 september 1943, nadat Diemer teruggekeerd was van verplichte dwangarbeid in Berlijn.
Nu zijn er natuurlijk door verzetslieden en ondergedokenen honderden van dit soort aantekeningen bijgehouden en het is mij althans niet duidelijk waarom Diemer aan de enorme gedrukte hoeveelheid nog zijn jeugdbelevenissen toevoegt. Sterker nog: ik weet niet hoe groot het „ego" van Diemer is — hij werkt er met zijn essays, romans, gedichten gestaag aan, maar landelijke en internationale erkenning lijken uit te blijven — maar de kunst van het weglaten van wat volstrekt niet relevant is verstaat hij in dit boek niet.

RIOD-archief
Van tweeën één of hij schreef de brieven destijds al met het uitzicht op publikatie (waarom liet hij ze dan 40 jaar liggen?), òf ze waren alleen voor zijn vrouw Annie bedoeld en dan is het minder duidelijk wat wij er mee aanmoeten. De markt en de tijd lijken weliswaar gunstig te zijn voor het links en rechts uitgeven van zulke persoonlijk getinte documenten — inclusief jeugdfoto's van Diemer en een aantal andere stukken — maar leesbaar te worden had dit boek de helft dunner moeten zijn en veel minder pedant. Dat prof. L. de Jong schriftelijk heeft laten weten deze brieven wel in het RIOD-archief te willen opnemen — Diemer pronkt er mee! — zegt nog niets over de kwaliteit ervan.

Willem Diemer had veel beter een geschiedenis van het Groninger verzet kunnen (proberen te) schrijven, desnoods met gebruikmaking van zijn ego-materiaal, dan dat hij hier etaleert hoe hij als jong student de Duitse Lagerführer te woord stond en hem uiteenzet wat de kamparbeiders hebben tégen die „Duitse geest". De moraliseringen, ook over God en geloof, zijn nauwelijks nog genietbaar, ook als men leeftijd en omstandigheden van de jonge auteur anno 1943 in aanmerking neemt.

Een vader vertelt
Maar aangezien Diemer wel meer persoonlijke onderdelen uit zijn brieven in deze uitgave heeft weggelaten vraag je je af, waarom ze niet nog drastischer zijn besnoeid. Draagt het bij tot de kennis van het Groninger verzet dat wij weten dat Diemer „het sleuteltje dat toegang tot je hart gaf" en dat gebroken was weer heeft kunnen lijmen met Timmers Velpon?

Anders gezegd: dit boek is opgedragen aan een zoon van Diemer en dat lijkt me zinvol: een vader verhaalt aan zijn zoon via oude brieven over „vroeger", de bange oorlogsjaren (zij het slechts enkele maanden van de vijf jaren!) en voor dat kind zijn ze interessant, met inbegrip van de verhalen over opa Diemer. Maar ik heb niet de indruk dat er een echt wezenlijke bijdrage is geleverd aan de geschiedschrijving van het verzet in Noord-Nederland.

Wat niet wegneemt dat plaats- en tijdgenoten van Diemer die in dezelfde benarde omstandigheden hebben verkeerd toch hun voordeel kunnen doen met wat hij veertig jaar geleden neerpende.

Diemers „Berlijnse brieven 1943" verschenen bij Stabo/All Round te Groningen, ingenaaid, met veel zwart-wit foto's, 340 blz.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 oktober 1983

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Hoe Willem Diemer zijn eigen oorlogsgeschiedenis schreef

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 oktober 1983

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken