Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Weinig directe Griekse invloed op onze taal

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Weinig directe Griekse invloed op onze taal

10 minuten leestijd

De vorige keer heb ik getracht een antwoord te geven op de vraag van een belangstellende lezer die wilde weten of de woorden uit onze talen op de een of andere manier een vaste route volgen. Speciaal voor de christelijke woorden in Noord-Europa zagen we toen dat ze zich vanuit Engeland verspreidden over het vasteland van Europa, Scandinavië en ook het huidige Nederland en Noord-Duitsland. Dit was logisch omdat Engeland reeds omstreeks 600 gekerstend is, eerder dan de andere landen.

Maar ons werelddeel is niet primair gekerstend en van veel nieuwe woorden voorzien vanuit Engeland. De bakermat van de christelijke beschaving en de woorden die daarmee verbonden waren, was niet het uiterste Noordwesten van Europa, maar het Zuidoosten, Griekenland, met de daaraan grenzende Grieks sprekende gebieden in Azië; daarvan noem ik vooral Syrië en Klein-Azië.

In deze Griekssprekende wereld heeft Paulus zijn zendingsreizen gemaakt en daar lagen ook de „7 gemeenten in Azië", waaraan Johannes zijn brieven schreef.

Honderden jaren lang is het Grieks de voornaamste taal van het christendom gebleven, zeker in Oost-Europa. En zelfs meer' naar het Westen werd het Grieks veel gesproken en'in ieder geval door velen verstaan. De gemeente te Rome kreeg een brief van Paulus, niet in het Latijn maar in het Grieks. Zij schijnt deze brief toch goed begrepen te hebben, wat geen wonder was, want in Rome werd toen dikwijls (plat) Grieks gesproken.

Dat het Grieks zolang de hoofdtaal van de kerk is gebleven, werd sterk bevorderd doordat de meeste christenen woonden in de oostelijke helft van het Romeinse Rijk, waar Grieks de enige bekende cultuurtaal was. Pas in de 4e en het begin van de 5e eeuw is het zwaartepunt binnen de christelijke kerk verschoven naar het Latijn. Dat kwam doordat er toen in het Oosten geen grote kerkvaders meer op'storideh, terwijl in het Westen Augustinus leefde, en de Vulgata, de meest bekende Latijnse bijbelvertaling, totstandkwam.

Klanken

Dat de Westerse kerk en de Westerse theologen geen Grieks meer spraken maar Latijn, leverde in bepaalde opzichten maar weinig problemen op. Veel Griekse woorden konden een beetje verLatijnst worden. In plaats van christianos, ekklèsia, episkopos, presbuteros, diakonos en apostolos kwamen christianus, ecclesia, episcopus, presbyter, diaconus en apostolus. Zo ging het ook met veel andere woorden. Dan werden er alleen enkele klanken aangepast, zonder dat er aan het wezen van de zaak iets veranderde. (Het is eigenlijk precies hetzelfde verschijnsel als wat wij nu nog vinden in het Nederlands bijvoorbeeld, waarin ook vreemde woorden met enigermate aangepaste klanken worden overgenomen)

Wat bij veel van deze Latijnse ontleningen uit het Grieks opvalt, is dat de uitgang os vervangen wordt door us: apostolos-apostolus. Dit was een van de gewone manieren die de Romeinen 'erop na hielden om een Grieks woord een heel klein beetje te wijzigen, zodat het beter in hun taal paste. Hetzelfde ziet men trouwens bij Griekse eigennamen, zoals de naam Christus, dit is de gelatiniseerde vorm van het Griekse Christos. Ook bij andere namen uit het Nieuwe Testament, zoals Mattheus, Marcus, Stefanus, Filippus, is het het geval. Ook die eindigden oorspronkelijk op os.

Als het daarbij gebleveen was, zou het Latijn geen originele bijdrage geleverde hebben. Maar er is veel meer gebeurd dan dat de Griekse woorden een klein beetje in een Latijns vormpje gegoten werden. 'Voor tal van Griekse begrippen werden in het Latijn nieuwe namen gemaakt. Heel veel werk is gedaan door Tertullianus (± 155-222), een advocaat uit Carthago, een van de eerste Westerse christenen die in het Latijn schreef over theologie. Daardoor kon hij niet zonder meer de Griekse woorden uit de grondtekst van het Nieuwe Testament overnemen, zoals de oosterse theologen deden in hun (Griekse) geschriften. "Veel Latijns-theologische woorden zijn aan Tertullianus te danken; met betrekking tot God bijvoorbeeld de woorden Trinitas. Essentia, Persona (Drieëenheid, Wezen, Persoon). Dit waren woorden die in vorm helemaal niet meer leken op de gelijkwaardige Griekse termen. Want Essentia was de vertaling van het Griekse Ousia, Persona de weergave van Hypostasis. En de woorden van Tertullianus, Essentia en Persona, zijn steeds door in het Westerse theologen-Latijn gangbaar gebleven,'ook bij de grote hervormers. 'Vandaar dat een kerkhistoricus van Tertullianus heeft kunnen schrijven: „Tertullianus heeft het Latijn gemaakt tot theologentaal".

Er is dus in de oudheid heel lang Grieks gesproken in het Westen: de Griekse cultuur met de Griekse woorden en het christendom als de Grieks-sprekende godsdienst drongen in groten getale door in het Latijn.

Cultuur

Van de Griekse cultuur noem ik woorden zoals filosofie, muziek en poëzie; op kerkelijk gebied was het aantal bijzonder groot: evangelie, priester, bisschop, abt, monnik zijn allemaal zeer oude christelijke woorden, die via het Latijn tot een Grieks grondtype teruggaan. Langzamerhand is de Westerse kerk zelfstandig geworden, zowel in organisatorisch opzicht, omdat zij hoe langer hoe meer onder de bisschop van Rome, de paus, kwam te staan, als in taalkundig opzicht, omdat zij steeds meer haar eigen taal, het Latijn ging spreken en daarin zover ging dat het Grieks vergeten werd. Daarom werden veel Griekschristelijke termijn door Latijns-christe(ijke vervangen: wat in 't Grieks graphè, kèrugma, mandra genoemd werd, heette in het Latijn scriptura, praedicatio of claustrum; vandaar onze woorden schriftuur, prediking en klooster. Het ligt in de rede dat vrij veel van die van oorsprong Westerse, Latijnse woorden kenmerkend geworden zijn voor de Westerse, Latijnse, d.w.z. rooms-katholieke kerk: altaar, mis, pastoor, communie, processie.

Zelfs na de Reformatie is die Latijnse invloed op de Westerse terminologie ook binnen de protestantse kerken gehandhaafd. Zodoende is er geen, of heel weinig sprake van directe Griekse invloed op onze talen. Daarna is de situatie zo geworden dat, zelfs bij woorden zoals Bijbel en mijter die op het eerste gezicht uit het Grieks zouden kunnen komen, omdat de vormen biblia en mitra in het Latijn en het Grieks gelijkluidend zijn. we moeten aannemen dat we ze uit het Latijn geërfd hebben. Hetzelfde geldt voor liter en tiara; ook litra en tiara zijn Grieks en Latijn en toch moeten we aannemen dat wij ze in West-Europa uit het Latijn hebben overgenomen.

Dit geldt voor alle moderne talen van West-Europa. In de Romaanse talen, Italiaans, Spaans, Portugees en Frans, is dat nog meer het geval dan in de Germaanse, want in de Romaanse is de hele woordenschat gebaseerd op het Latijn. Maar toch hebben ook de Germaanse talen enorm veel te danken aan het Latijn, het aantal Latijnse woorden loopt in de duizenden, en een paar honderd ervan zijn weer terug te voeren tot het Grieks.

Religie

Daar zijn niet alleen religieuze en culturele woorden bij, zoals diaken, priester, bisschop, muziek en poëzie, maar ook heel alledaagse: beker, kolder en kraal. Verder ook catechismus, evangelie, horloge, karakter, kathedraal, katholiek, krokodil, martelaar, monnik, synagoge, tiran, troon en zone. Ook die komen zonder uitzondering uit het Grieks, maar we hebben ze ook zonder uitzondering via het Latijn leren kennen.

Als er dus één grote heirweg van de beschaving geweest is waarlangs de woorden (vooral cultuur- en godsdienstwoorden), door Europa reisden, dan was het dus wel de weg van het oude Griekenland (met achterliggende gebieden) naar Rome (met nog verderop heel West-Europa). En het tot stand komen van deze cultuurweg die gemarkeerd wordt door al die Grieks-Latijnse termen is een enorm belangrijk verschijnsel, want het ging om grote aantallen en het waren namen van onmisbare begrippen die in het hart stonden van godsdienst en beschaving.

Maar er is op taalkundig gebied nog iets zeer merkwaardigs, iets dat een bevestiging vormt van wat bekend is uit de cultuurgeschiedenis. Tussen 800 en 1450, tussen Karel de Grote en de Grote Renaissance, was er in West-Europa vrijwel niemand die Grieks sprak. Helaas werd het Latijn praktisch de enige taal van de (roomse) Kerk, en praktisch de enige taal waarin Gods Woord gelezen werd. Zelfs de grootste geleerden lazen toen het Nieuwe Testament of de werken van Aristoteles niet in de Griekse grondtekst, want die kenden ze niet. Ze lazen die steeds in een Latijnse vertaling en bouwden daarop in het Latijn voort. Door dit uitsluitend Latijnstalige karakter van de Westerse cultuur in de Middeleeuwen, is het gekomen dat vrijwel alle klassieke en bijbelse woorden in een Latijnse vorm ontleend en daarna verder verbasterd zijn.

Zeef

Die regel is zo absoluut dat sommige taalkundigen zich afgevraagd hebben of er eigenlijk nog wel Griekse woorden in het Nederlands zijn doorgedrongen die niet door de Latijnse „zeef" zijn heengegaan. Het zijn er zeer weinig, ik heb eens gelezen van vijf: engel, duivel, Pinksteren, christen en kerk. En zelfs daarover zijn de meningen nog verdeeld: christen bijvoorbeeld kan van het Griekse christianos komen, maar even goed van het Latijnse christianus. Alleen voor kerk staat het vast dat we het niet via Rome, niet via het Latijn ontvangen hebben, want ons kerk komt af van het laat-Griekse kuriakon dat door het Latijn niet is overgenomen en ook thans in de Romaanse talen niet bestaat.

Hoe dit woord kerk dan uit het Grieks in de Germaanse talen is doorgedrongen, als het niet via Rome is gereisd? In het Herkunftswörterbuch van Duden kan men vinden dat het Duitse woord Kirche tijdens keizer Constantijn de Grote (± 325) ontstaan moet zijn. Constantijn was een prachtlievend keizer, hij deed veel kerkgebouwen verrijzen in de streek rondom Trier die tot het Romeinse Rijk behoorde. Deze gebouwen kregen toen in het (Oud)duits de naam Kiricha, wat later Kirche geworden is, ontleend aan het Griekse kuriakon.

Nu is het merkwaardig dat de vier ander woorden, christen, duivel, engel en Pinksteren die volgens sommige taalgeleerden rechtstreeks uit het Grieks gekomen zijn, eveneens door Duden aan Zuidduitse invloed toegeschreven worden. Zij zouden, evenals Samstag, toegeschreven moeten worden aan de invloed van de Ariaanse zending. Deze was ten tijde van keizer Constantijn actief in Beieren.

Zijweg

Of Duden in dit alles gelijk heeft, is jammer genoeg niet zeker; zijn standpunt wordt door andere taalgeleerden betwist. Er moet echter naast de hoofdweg over Rome wel een weggetje geweest zijn door Midden-Europa waarlangs Griekse woorden naar het Westen konden reizen, dat is zeker, al getuigde alleen het woord „kerk" in de Germaanse talen ervan. Dit schijnt als men afgaat op de beweringen van Duden, een „Ariaans weggetje" geweest te zijn. Maar het Arianisme was een leer die speciaal onder de Germaanse volken in Midden-Europa nog wel enkele eeuwen heeft voortbestaan. Maar aan deze Ariaanse beschaving is toch na enkeleeeuwen een eind gekomen; woorden uit Trier of uit Beieren moeten toen in West-Europa geen kans meer gemaakt hebben, want die kregen een Ariaanse dus ketterse klank. Woorden die over Rome naar West-Europa kwamen waren echter „rechtzinnige, katholieke" woorden. Die woorden leven voort in de Romaanse talen en zij hebben speciaal via het Angelsaksisch ook hun intrede gedaan in de Germaanse taalwereld. En de Angelsaksische zendelingen, speciaal" Bonifacius, hebben het christendom in zijn katholieke, Rooms-Angelsaksische vorm in Noord-Duitsland gebracht. In mijn vorige artikel heb ik al verteld hoe het Angelsaksische christelijke woord Sonnabend zich verspreid heeft in Noord-Duitsland tegen het Ariaans-christelijke woord Samstag in Zuid-Duitsland.

Zou dit alles waar zijn, zou er werkelijk een klein Ariaans weggetje door Europa geweest zijn? Het is moeilijk uit te maken. Maar wat wel vast staat, rotsvast, dat is dat er over Rome een zeer grote „katholieke" (dat wilde eertijds zeggen rechtzinnige) weg geweest is waarlangs de Griekse woorden naar het Westen zijn gekomen. Wij zien aan al het voorafgaande, uit dit artikel en uit het voorafgaande, iets van de richtingen waarheen en de oorzaken waardoor vele woorden door Europa zijn gereisd. Godsdienst en beschaving speelden daarbij een zeer grote rol.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1984

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Weinig directe Griekse invloed op onze taal

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1984

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken