Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

kaaitJQól^olc
Bart en Boelge

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

kaaitJQól^olc Bart en Boelge

8 minuten leestijd

BartJQopt vlug.van school naar huis. Arie, zijn vriendje, fietst hem voorbij. „Zeg vraag je vanmiddag aan je moeder of je onze hond hebben mag?" zegt hij. „Als niemand hem hebben wil, brengt mijn vader Boefje naar het asiel." „Ik zal het heus niet vergeten", zegt Bart. „Maar ik denk niet dat mijn moeder een hond wil hebben."

Als Bart bijna thuis is zet hij het op een hollen. Hijgend loopt hij met zijn jas nog aan, de kamer binnen. „Zeg mama, bij Arie thuis hebben ze een hond, hij heet Boefje. En nu wil de vader van Arie Boefje naar het asiel brengen. Hè mama, mag ik Boefje hebben. Boefje is een poedeitje en hij is heel lief," zegt Arie. Met verlangende ogen kijkt Bart zijn moeder aan. Moeder zucht even diep, dan zegt ze: „Nee vent, dat kan niet hoor. We zijn al met zijn zessen en dan nog een hond erbij nemen, dat gaat niet. Honden eten veel en hondebrokken zijn heel duur." „Boefje is maar een klein hondje, hij eet vast niet veel," zegt Bart. „En als ik groot ben, neem ik een krantenwijk, net als Jan van de buren! Dan geef ik u het geld dat ik met kranten rondbrengen verdien!"

Moeder aait Bart over zijn bol. Ze kan best begrijpen dat Bart dolgraag een hond wil hebben. En voor zijn zusjes zou het ook wel leuk zijn, maar ja.... „Zo'n jonge hond is natuurlijk nog niet zindelijk", zegt ze. „Boefje is al een jaar oud en is helemaal zindelijk," zei Arie. „Ik zal de hond iedere morgen uitlaten mam, dan kom ik wel wat vroeger uit mijn bed," zegt Bart.

„Ja ja.... ik weet best wat daar van terecht komt," bromt moeder. „Eerst vinden jullie het allemaal even leuk. Maar o wee als het nieuwtje er af is, dan moet ik natuurlijk zelf voor de hond zorgen." „Mag ik vanmiddag uit school even met Arie mee om Boefje te zien?" vraagt Bart.

„Jawel hoor, dat vind ik goed, maar reken er nog maar niet op dat wij de hond nemen. Ik denk dat papa ook geen hond wil hebben." Als de school uit is, gaat Bart met Arie mee. „Ga jij maar achter op mijn fiets zitten," zegt Arie. „Straks breng ik je ook weer naar huis."

Bart is heel benieuwd hoe het bij Arie thuis zal zijn. Arie woont op een boerderij en daar is altijd veel te beieven. Het meest benieuwd is Bart er naar hoe Boefje eruit zal zien.

Arie zet zijn fiets in de schuur. In de grote woonkeuken is de moeder van Arie druk bezig om een stapel pannekoeken te bakken. Hè, wat hebben de jongens ineens een trek! „Als ik klaar ben met bakken, krijgen jullie allebei een paar pannekoeken," zegt moeder.

„Waar is Boefje?" vraagt • Bart. „Boefje en Bas zijn met papa mee naar buiten gegaan." zegt moeder. Ze doet de achterdeur openen roept: „Bas, Boefje, waar zitten jullie?"

Gelijk komen de twee honden er aan rennen. Bas is iets groter dan Boefje. Arie kan er niet genoeg van krijgen om met Boefje te spelen. Nou, Boefje wil heel graag spelen, hij houdt van wilde spelletjes. „Boefje is een vrouwtje," zegt Arie. „Als jullie hem nemen, krijg je later ook weer kleine hondjes. Die kun je dan weer verkopen."

„Ik zou Boefje erg graag willen kopen," zegt Bart. „Maar mijn moeder zegt dat het niet kan. Ze moet er eerst met papa over praten. Ik wou dat mama Boefje eens zag, ze zou hem vast wel heel lief vinden." „Vraag of je moeder komt kijken," zegt mevrouw Van Delen. „Je mag haar gerust even opbellen, misschien wil ze wel direct komen. En jullie hoeven geen geld voor Boefje te geven hoor!"

Bart draait het bekende telefoonnummer. Hij krijgt zijn moeder aan de lijn. „Zeg mama, mevrouw Van Delen vraagt of u even komt kijken naar de hond, zegt hij heel opgewonden. „Het is een bruine poedel en o zo lief. En we mogen hem zomaar meenemen van Aries moeder. Ze hoeft er geen geld voor te hebben. Hè toe mama, doet u het, ik wil het zo graag." „Nou vooruit dan maar," zegt moeder. „Papa is net thuis gekomen, die wil de hond ook wel even zien." Bart gaat naast Boefje op de keukenvloer zitten. Boefje vindt het best, hij likt Bart zomaar in zijn gezicht. Even later komen vader en moeder en de drie zusjes van Bart de keuken binnen.

„Kijk eens", zegt Bart, „Boefje is al helemaal aan mij gewend. Vindt u het geen lieve hond mama?" „Ja hoor, ik vind het een leuk beestje. Maar wij wonen niet op een boerderij zoals Arie. Boefje moet bij ons bijna de hele dag in huis zitten. Dat vindt hij vast niet leuk," zegt moeder.

„Boefje is een echt huishondje," zegt mevrouw Van Delen. „Hij speelt het liefst in huis en hij ligt vaak in zijn mand te slapen. Wij vinden het jammer om Boefje weg te doen. Maar ja, we hebben Bas ook al. We moeten eerst zeker weten dat Boefje een goed tehuis krijgt, anders houden wij hem zelf." Bart en zijn zusjes zitten om Boefje heen. De meisjes zijn opgetogen van plezier. „Mama, papa mogen wij Boefje hebben van u," roept Willeke. Vader en moeder kijken elkaar even aan.

„Nou ja, als papa het goed vindt dan wil ik Boefje wel hebben," zegt moeder. „Het lijkt me een leuk speelkameraardje voor Paulientje. Nu Hannie op de kleuterschool is, verveelt Paulientje zich wel eens." ,.Mag het van u papa?", vraagt Bart. „Ik vind het goed," zegt vader. ..Maar denk erom Bart, jij moet voor hem zorgen. Mama heeft het al druk genoeg met jullie."

Bart vliegt zijn vader om de hals en geeft hem een dikke zoen. „Papa wat vind ik dat lief van u. Ik zal heel goed voor Boefje zorgen, het is mijn eigen hond." De vader van Arie komt binnen. „Jullie mogen Boefje wel gelijk meenemen," zegt de boer. Daar gaan ze, Bart houdt Boefje stevig vast in zijn armen. De boer draagt de mand van de hond en zijn riem. „Nemen jullie die maar mee," zegt hij. „Dan kan Boefje lekker in zijn eigen mandje slapen." Als ze thuis komen wil iedereen met Boefje spelen. Het hondje heeft niet zo'n zin in spelen. Hij is nog een beetje onrustig. Het is allemaal zo vreemd voor Boefje.

Als de meisjes naar bed zijn, zet Bart de mand in de keuken en legt Boefje erin. Boefje is heel moe, hij valt zomaar in slaap. Bart gaat ook naar bed, hij valt al vlug in slaap. Midden in de nacht wordt hij wakker, hij hoort Boefje janken. Vlug gaat Bart naar beneden en draait het licht in de keuken aan. Boefje loopt heen en weer door de keuken en als hij Bart ziet gaat hij nog harder janken. „Stil toch Boefje," zegt Bart. „Je moet niet zo huilen, dan wordt iedereen wakker hier in huis."

Hij legt Boefje weer in zijn mand. Maar Boefje wil helemaal niet in de mand blijven liggen. Hij drukt zich dicht tegen het baasje aan. „Kom maar bij mij," zegt Bart. „Jij mag wel bij mij in bed slapen. Daar is het lekker warm." Hij neemt Boefje in zijn armen en draagt hem naar boven. Bart rilt, het is koud beneden. Vlug duikt hij onder de dekens en drukt Boefje dicht tegen zich aan. Nou, dat vindt Boefje wel lekker. Nu hij niet meer bij zijn moeder slapen kan, voelt hij zich toch wel eenzaam.

De volgende morgen is Bart al vroeg wakker. Hij gaat naar beneden met de hond. Mama mag niet weten dat Boefje bij hem geslapen heeft. Bart haalt een pak melk uit de koelkast en geeft. Boefje een beetje melk. Maar hij lust geen melk en hij wil ook niet in de mand gaan liggen. Hij loopt steeds maar heen en weer en jankt zachtjes. Daar komt moeder aan.

„Heb je Boefje al uitgelaten?" vraagt ze. Nee, daar heeft Bart geen moment aan gedacht. „Doe het maar vlug," zegt moeder. „Ik denk dat Boefje een plasje moet doen. Bart doet de hond aan de riem en loopt de tuin in. Ja hoor, moeder heeft gelijk. Boefje doet gelijk een grote plas.

Zie je wel mama dat Boefje al helemaal zindelijk is," zegt Bart. ,.En nu vlug eten en naar school," zegt riioeder. Bart trekt zijn jack aan en knuffelt zijn hond nog eens lekker. „Dag Boef, tot vanmiddag,"zegt hij.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1984

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

kaaitJQól^olc
Bart en Boelge

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1984

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken