Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Lommerd vaart wel bij economische crisis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Lommerd vaart wel bij economische crisis

Over belenen, gokkende taxateurs, de veiling en Vondel

9 minuten leestijd

"Kijk", verzucht de bankhouder, "als wij zeven dagen per week open waren, liep het hier zeven dagen storm". Geen uitspraak geeft de ongekende bloei die de Amsterdamse Stads-kredietbank voor roerende zaken doormaakt, beter weer. Een groeiend aantal Nederlanders wendt zich tot de bank voor de „armsten onder de armen". Geldnood dwingt hen tot het eeuwenoude systeem van belenen. De magazijnen, bij de Lommerd puilen uit, want: Ome Jan vaart wel bij de economische crisis.

Op een steenworp afstand van de Dam dichtbij — hoe kan het anders — de Enge Lombardsteeg is het hoofdkantoor gevestigd van wat in de volksmond de Bank van Lening, het Pandjeshuis, de Stoep der Schande, de Berg van Barmhartigheid, de Lommerd of Ome Jan heet. In het ruim drie eeuwen oude pand, in de zeventiende eeuw opgetrokken op de fundamenten van een voormalig klooster, vinden de directie en bank één hun onderdak. Behalve in Amsterdam telt ons land nog een Lommerd namelijk in Den Haag. Deze beleent echter alleen juwelen, goud en zilver.

De Stads-kredietbank is een gemeentelijke instelling. „Wij werken zonder winstoogmerk. We proberen quitte te spelen. De laatste jaren is er sprake van een batig verschil, dat gaat naar het reservefonds om verliezen in de toekomst te kunnen dekken", legt directeur M. A. Heuwekemeijer uit in zijn kamer, waar de kachel brandt. („De restauratie van dit gebouw is in het kader van de bezuinigingen getemporiseerd, maar van de zomer krijgen we centrale verwarming").

Voor de wind

De winst of het batige verschil schrijft Heuwekerheijer toe aan het groeiende aantal beleningen. „De laatste drie à vier jaar wordt er per jaar tien procent meer beleend. In 1982 werden 100.000 beleningen afgesloten, terwijl dat er vorig jaar 110.000 waren. Je kunt gerust -zeggen dat wij het moeten hebben van economisch slechtere tijden. Het gaat ons nu voor de wind". Heuwekemeijers woorden worden onderstreept door de bankhouder van bank één J. A. van Meeteren: „We breken hier elke maand een record".

Het grote voordeel van het belenen is volgens Heuwekemeijer dat „je direct contant geld in je hand krijgt zonder dat — zoals bij leningen bij particuliere banken — je hele doopceel wordt doorgelicht. Bovendien ontstaat er geen schuldverhouding".

Rente

Als een klant iets bij de Lommerd beleent, krijgt hij daarvoor 75 procent van de geschatte waarde.- Is een gouden ketting 100 gulden waard dan beleent de bank haar voor 75 gulden. In ruil voor het pand krijgt de klant een pandbriefje. Het minimumbedrag dat beleend wordt is vijf gulden. Een maximum kent de bank niet. Een pand kan maximaal zes maanden beleend worden. De eigenaar kan het dan terugkopen tegen betaling van het geleende bedrag, 8'/2 procent rente en 1% bewaarsom. Ook kan tegen betaling van rente en bewaarsom de lening verlengd worden. De hoogte van de rente hangt af van de tijd dat beleend is, twee weken is het duurst in verband met de administratiekosten.

Koopt de eigenaar na zes maanden zijn pand niet terug of verlengt hij niet dan veilt de bank het na acht of tien maanden. De eigenaar krijgt hiervan bericht. Brengt het pand op de veiling meer op dan de lening en tarieven dan kan de eigenaar binnen een jaar tegen inlevering van het pandbriefje de winst bij de bank innen.

Sociale aspect

De ervaring leert dat 88 procent van de beleende panden door de eigenaren wordt teruggekocht. Directeur Heuwekemeijer geeft hoog op van het sociale aspect van het belenen: „Je staat iets af van jezelf en je moet er moeite voor doen om het terug te krijgen. Die 88 procent is bovendien een vrij constant cijfer. Als je naar de bedragen kijkt wordt 95 procent teruggehaald."

De bank beleent niet alles. Bont, postzegels en militaire uitrustingen behoren tot de verboden goederen. Daar heeft de Amsterdamse bank in de loop van de jaren ook de autoradio's aan toegevoegd. „Die zijn bijna altijd gestolen." Bij de wet is het de bank niet toegestaan om voorwerpen uit de kerkelijke eredienst te belenen. Heuwekemeijer vindt dat een goede zaak. „Het is een bedroevende ontwikkeling dat je in antiekwinkels dergelijke voorwerpen afkomstig uit gesloten kerken tegenkomt. Ik vind dat een teken van een mentaliteit die mede door de secularisatie te gemakkelijk verandert."

Ondanks de verboden zaken komen de bankemployes voor verrassingen te staan. „Een tijdje geleden kwam hier een man binnen met een enorm grote doos. Toen hij aan de beurt was bleek dat er een ouderwetse platenspeler inzat met stalen platen. Nadat bleek dat het ding het deed — niets wordt beleend zonder dat gekeken is of het werkt-B.V. — heb ik er vierhonderd gulden voor ge;even", vertelt Van Meeteren. „Ik beeen alles waarvan ik denk dat het op de veiling weggaat".

Crossmotors

De leukste belening uit de 19 jaar dat Van Meeteren bij de bank is sloot hij vorig jaar zomer af. „Ik werd gebeld door een bankhouder van een van de drie filialen met de vraag: „Belenen wij ook crossmotors?" Nu hadden wij dat nooit gedaan, maar goed, ik zeg: stuur ze maar lier naar toe. De motors stonden op een aanhangwagentje. Maar ja, ook deze dingen moesten geprobeerd worden. Dus ik zeg: „Rij er maar een eind deze straat mee in."

Deze ongebruikelijke panden maken het voor het bankpersoneel erg moeilijk ze juist te taxeren. „Soms gok ik maar wat", bekent Van Meeteren. „Zilver en goud kun je heel nauwkeurig taxeren. Juweel is het moeilijkst. Je hebt zoveel verschillende bewerkingen. Bovendien krijg je bij donker weer minder voor juwelen dan bij mooi weer. Toch geloof ik", vervolgt hij niet zonder trots, „dat wij na een aantal jaren zoveel ervaring in het taxeren hebben, omdat we het dagelijks doen, dat zelfs de beste juwelier niet tegen ons op kan."

Video's

De taxateurs van de bank krijgen een opleiding van vier jaar voor het bepalen van de waarde van goud, zilver en juwelen. De waarde van de vele overige artikelen stellen ze vast door te kijken wat het in de winkel doet. „In de pauze loop ik winkel in, winkel uit om te kijken wat bijvoorbeeld video's waard zijn."

Na de opmars van het goud en het zilver in de jaren vijftig, dat het zondagse )ak van pa als pand verving, wordt de )ank nu overspoeld met video-apparaten. „Per dag worden er zo'n vier beleend. Wij hebben speciaal een kleurentelevisie om ze te kunnen testen." De huiscomputer ziet Van Meeteren als het volgende pand dat zijn weg naar de bank zal vinden. „Wij zijn ons aan het bezinnen hoe wij die kunnen belenen."

Wonder

Veel video's maar ook encyclopedieën worden beleend zonder dat de eigenaar ze ooit gebruikt heeft. Ingepakt en wel worden ze aangeboden. Bij het belenen van nieuwe goederen moet de klant een koopbon overleggen. Bovendien moet iedere belener zich legitimeren. „Die legitimatieplicht is een wonder", zegt Van Meeteren. „Je weerhoudt dieven daardoor ervan hier hun spulletjes aan de man te brengen. Vertrouwen wij desondanks de zaak niet dan stellen wij de politie op de hoogte en kan de dief alsnog gepakt worden:"

Over de contacten met de Amsterdamse politie is hij erg te spreken. „Als het druk is nemen ze zelfs weleens de telefoon voor ons aan". De echte eigenaren van de gestolen goederen die beleend zijn, kunnen hun eigendommen tegen betaling terugkopen. „Vaak zijn de mensen al zo blij dat ze hun spullen terughebben dat ze dat er graag voor overhebben".

Woekeren

Het systeem van belenen is eeuwenoud. De Egyptenaren kenden het al en ook in de bijbel (Exodus en Deuteronomium) wordt er over gesproken. Een vlucht nam het belenen aan het eind van de Middeleeuwen in Italië, waar de uit Lombardije afkomstige Lombarden — een verbastering daarvan is het woord Lommerd — zich er vooral mee bezighielden. In de zestiende eeuw vestigden zij zich ook in Nederland. Zij waren berucht om hun woekeren. Toen in 1614 de zich in Amsterdam gevestigde pandjesbaas Sion Luz weigerde zijn rentetarieven te halveren, trok de Amsterdamse vroedschap zijn vergunning in en nam zelf de belening ter hand. In een pand aan de Nes ging de bank van start en bevindt zich daar, zij het in een ander gebouw, nog.

Niet iedere nooddruftige kwani naar de bank om wat te belenen. De prins der dichters Joost van den Vondel kwam er werken toen hij 71 jaar was, om voor de schulden van zijn zoon op te draaien. Van 1658 tot 1668 was de vermaarde poëet bij de bank in dienst als boekhouder/suppoost.

De klanten van de Lommerd komen uit de gehele wereld. „In de zomer komen veel beroofde toeristen hier wat belenen. De consulaten sturen ze hier naar 1 toe. Verder komen er mensen uit alle hoeken van Nederland. Sommigen zijn enkel aan het treinkaartje al vijftig gulvaak voor familieleden en buren wat belenen. Dan kan het gebeuren dat je met een klant met een zak vol goud om te belenen een half uur bezig bent."

Funest

Anderhalf jaar geleden is de administratie van de bank geautomatiseerd. „Een schitterend mooi systeem, vooral f nu het zo druk is. Alleen al aan het schrijven van de brieven voor de veiling was je drie weken kwijt, nu is dat in tien J minuten gebeurd". De 35 man personeel f moet alle zeilen bijzetten om het aanbod aan te kunnen. „Arbeidstijdverkorting zou voor ons bedrijf funest zijn."

Zes keer per jaar worden de panden J die niet teruggehaald Of zoals dat in het jargon heeft „gelost" worden, geveild. Gaan ze op de veiling niet van de hand dan worden ze in de winkel verkocht. Aan de veiling gaat anderhalve maand van voorbereiding vooraf. De panden worden van de filialen naar het hoofdkantoor gebrachi, gesorteerd en genummerd. Er zijn twee soorten veilingen: de goud- en zilverveiling en de diversenveiling.

Andere kant

In een zaal die blauw ziet van de rook vindt de diversenveiiing plaats. 470 nummers gaan er die dag onder de hamer. Bij opbod worden ze verkocht: de fototoestellen en lenzen, de dwarsfluiten, saxofoons, stereo's, parkerpennen, barbies, toneelkijkers, vergulde serviezen, stofzuigers, klokken, slaapzakken, encyclopedieën, video's, walkmans en ga zo maar door. Het publiek bestaat uit handelaren en koopjesjagers. Niet iedereen is verguld met de aanwinst. Een vrouw slaakt een kreet van afgrijzen als ze door een zojuist gekochte toneelkijker kijkt. Het ontlokt de met humor begiftigde veilingmeester de opmerking: „U had beter de andere kant op kunnen kijken."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 maart 1984

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Lommerd vaart wel bij economische crisis

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 maart 1984

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken