Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wat Oranje op de Dillenburg leerde was gelukkig niet tevergeefs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wat Oranje op de Dillenburg leerde was gelukkig niet tevergeefs

12 minuten leestijd

„Op dinsdag 24 april 1533 schonk de hooggeboren Juliana van Stolberg, gravin en vrouwe van Nassau, tussen twee en drie uur in de morgen — maar dichter bij drie — in het kasteel van Dillenburg het leven aan een kind van het mannelijk geslacht. Zijn naam zal zijn Willem". Zo schreef de trotse vader, graaf Willem van Nassau-Dillenburg bij de geboorte van zijn zoon Willem van Nassau, de latere prins van Oranje. Een kind dat later in ons land zo'n belangrijke rol zou gaan spelen.
Op de Dillenburg was het in de meimaand van het jaar 1533 een drukte van belang. Tientallen adellijke gasten waren naar het kasteel van graaf Willem I gekomen om de doop van zijn eerste kind mee te maken.
Op de dag van het doopfeest werd de kleine Willem de kerk binnengedragen door een vertrouwde dienaar, die Hil-chen heette. Het kind werd door een katholieke geestelijke gedoopt. De grafelijke familie was vanouds katholiek geweest, maar vooral de laatste tijd voelde zij zich steeds meer aangetrokken tot de leer van Luther.

Weerklank

Het was zestien jaar geleden dat Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel te Wittenberg had geslagen. Hierin had hij geschreven hoeveel dwalingen de Roomse kerk waren binnengeslopen. Zijn mening vond weerklank in de harten van velen, die tot voor kort nog in de greep van het bijgeloof verkeerden. Een nieuwe wind ging over Duitsland waaien; zelfs gingen zijn boeken de grenzen over. De pas uitgevonden boekdrukkunst had hierin vanzelfsprekend een groot aandeel. Er werden bijbels en bijbelgedeelten in de landstaal gedrukt en verkocht. Maar de bijbel mocht alleen door de geestelijken worden gelezen, die het op hun beurt weer aan het volk moesten doorgeven. Hiervan kwam evenwel weinig terecht. Voor leken was deze lektuur verboden. Zij, die zich hier niet aan hielden werden met strenge straffen gedreigd. Ondanks dat was de opmars niet te stuiten. Hielpen dreigementen niet, dan moesten andere maatregelen genomen worden. Nu toonde de Moederkerk zich in haar ware gedaante. De eerste ketters werden weldra gevangen genomen en ter dood gebracht. Meende de Roomse kerk dat deze vonnissen de schrik erin zouden brengen, dit was toch niet het geval. Integendeel, onder alle lagen van de bevolking groeide het aantal aanhangers van de nieuwe leer, en ook graaf Willem en zijn vrouw waren er mee in aanraking gekomen.

Aanzienlijk

Graaf Willem stamde uit een oud, aanzienlijk geslacht. Men noemde hem Willem de Rijke, maar rijk was hij allerminst. Zijn oudste broer Hendrik had vanzelfsprekend de meeste goederen geërfd van zijn vader, waaronder alle bezittingen in de Nederlanden. Graaf Hendrik was bovendien getrouwd met Claudia, prinses van Chalon en Oranje. Zij had het prinsdom Oranje in het zuiden van Frankrijk van haar vader geërfd. Bij hun dood gingen al hun bezittingen over op hun enige zoon René, die dus een volle neef van de jonge graaf Willem was. René was vijftien jaar ouder dan Willem. Hij diende in het leger van de keizer. Omdat hij een bekwaam officier was viel hij zeer in de smaak bij Karel V. Waren Hendrik en later zijn zoon René schatrijk, graaf Willem de Rijke had zich destijds met minder tevreden moeten stellen. Tot zijn bezittingen behoorde het kasteel Dillenburg en wat landerijen, die in de onmiddellijke nabijheid waren gelegen. Het kasteel bezat onderaardse gangen en gewelven, waarvan een deel nu nog aanwezig is. De eerste vrouw van Willem de Rijke, Walburgis van Egmond was al overleden en in 1531 was hij hertrouwd met Juliana van Stolberg, weduwe van Filips van Hannau.
Graaf Willem bemoeide zich niet met politiek; hij hield zich uitsluitend bezig met het beheer van zijn bezittingen. Behalve de in 1533 geboren Willem kregen de graaf en de gravin nog meer kinderen. Hiervan zijn Johan, Lodewijk, Adolf en Hendrik het meest bekend geworden. Later zouden zij aan de zijde van hun broer strijden voor een vrij Nederland.

Hofschool

De opvoeding van de jonge graven nam veel tijd in beslag. Op de Dillenburg was een hofschool, die zo'n goede naam had, dat kinderen van familie en vrienden er ook onderwijs kregen. Tekenend voor de sfeer die op het kasteel heerste is wel het feit, dat zelfs kinderen van personeelsleden de lessen mochten volgen. De grafelijke familie keek dus niet op hen neer.
De leerlingen kregen o.a. les in lezen, schrijven, rekenen en paardrijden. De jongens moesten ook enkele talen leren, zoals Latijn, Frans (de hoftaal) en Italiaans. Ook geschiedenis was een heel belangrijk vak. Meisjes die goed konden leren, mochten eveneens talen leren, maar gravin Juliana zag liever dat ze zich met huishoudelijke zaken bezighielden. Zo moesten zij zelf kleding kunnen maken.
De jongens werden in de jacht geoefend en moesten uiteraard met wapens kunnen omgaan. In die tijd kregen de meeste zoons van adellijke families namelijk een baan in het leger. Was dit niet het geval, dan werden zij voor geestelijke opgeleid. Gravin Juliana hield zich persoonlijk bezig met het godsdienstonderwijs. Zij vond dit heel belangrijk, temeer ook omdat de familie omstreeks 1534 de „nieuwe leer" als de juiste had aanvaard. Weinig edelen wisten dit, maar velen vermoedden het wel. De keizer wist er wel van en zou er later rekening mee houden. Juliana stond bekend als een vrome, toegewijde moeder, die de spil was waar het hele leven op de Dillenburg om draaide. Het leven op de Dillenburg was betrekkelijk eenvoudig. Er heerste orde en regelmaat. Grote feesten werden niet gegeven en overdadige weelde kenden de bewoners niet.

Prinsdom Oranje

Vrij plotseling veranderde er nogal wat in het leven van de jonge graaf. De oorzaak hiervan was indirekt Frans I, koning van Frankrijk. Die had namelijk zijn oog laten vallen op het prinsdom Oranje. Dat prinsdom zou hij graag zijn eigendom noemen. Dit kwam vooral door het feit dat de eigenaar, René van Chalon, bevriend was met keizer Karel V. De keizer en de Franse koning lagen bijna voortdurend met elkaar overhoop en voerden oorlog met wisselend succes. In het jaar 1544 was er weer oorlog. René van Chalon had als opperbevelhebber opdracht gekregen een vesting bij Parijs te veroveren.
Op aandringen van de keizer maakte hij eerst zijn testament. Hij was slechts 26 jaar oud, maar evengoed kon hem in deze strijd een ongeluk overkomen. Hij had geen kinderen en daarom zouden bij zijn overlijden al zijn bezittingen overgaan op zijn oom, graaf Willem de Rijke. Dat was niet aantrekkelijk voor Karel V. De keizer wist maar al te goed dat de grafelijke familie Luthers was. Het sprak vanzelf dat de keizer - zelf fel rooms - geen protestantse vorst in de Nederlanden kon dulden. Bovendien zou de erfgenaam van René van Chalon behoren tot de rijkste en machtigste edelen. Een protestantse erfgenaam zou een gevaar kunnen vormen voor de keizer zelf. Vandaar dat de keizer deze zaak goed wilde regelen.

Erfgenaam

Na veel overleg werd besloten dat de oudste zoon van Willem de Rijke erfgenaam van alle goederen in de Nederlanden en in Frankrijk zou worden. De keizer ging hiermee akkoord. Hij was van mening dat een kind gemakkelijker van godsdienst veranderde dan een volwassene. Dat was namelijk een belangrijke eis: De erfgenaam zou aan het hof te Brussel opgevoed en in het katholieke geloof onderwezen worden.
Wat niemand verwacht had, gebeurde. Op het slagveld werd René zwaar gewond. Reeds enkele dagen later overleed hij in tegenwoordigheid van de keizer. Een aanwezige secretaris schreef later dat de keizer zeer ontdaan was.
Direkt na het overlijden van René werd een bode naar de Dillenburg gestuurd met het doodsbericht. Ook had de bode een brief bij zich, waarin stond dat de elfjarige Willem met goedkeuring van de keizer was benoemd tot erfgenaam van zijn neef.
Deze tijding kwam totaal onverwacht, maar Willem de Rijke aarzelde niet lang. Hij vond de beslissing van de keizer uitstekend. Dat zijn zoon katholiek zou worden opgevoed vond de graaf waarschijnlijk minder belangrijk. De toekomst van zijn zoon hing er vanaf.
Zijn zoon was nu ineens prins en daarbij schatrijk. Dat mocht niet afgewezen worden.
Juliana van Stolberg zag meer moeilijkheden dan haar man. Hoeveel verleidingen waren er niet in Brussel en hoe weelderig en verkwistend was het leven daar! En het ergste, haar zoon moest katholiek worden opgevoed. Juliana was een overtuigde lutherse die eerlijk voor haar mening uitkwam. Zij kon het bijna niet aanvaarden. Zou ze dan tevergeefs godsdiertstonderwijs aan haar kinderen gegeven hebben?
Willem de Rijke wist evenwel zijn vrouw te bewegen toch toestemming te geven. Ze hadden nog één maand om zich voor te bereiden op deze nieuwe situatie.

Geen zeggenschap

Op de reis naar de Nederlanden in augustus 1544 werd de nieuwe prins van Oranje vergezeld door zijn vader, enkele bedienden en een paar speelmakkers. Ze gingen naar het kasteel te Breda, nu eigendom van de jonge prins. In dit kasteel heeft Willem lange tijd gewoond. Zijn ouders hadden nu geen zeggenschap meer over hem en hoorden maar heel weinig van hem. Zo weinig zelfs, dat zijn ouders enkele jaren later uit de tweede hand vernamen dat hun zoon een andere leermeester had gekregen.
Vaak ging Willem naar Brussel, waar hij langdurig verbleef aan het hof van de keizer. Daar moest hij worden opgevoed. Edelen leerden hem hoe hij zich gedragen moest. Het spreken met anderen (converseren) was een belangrijk onderdeel van het programma. Gelukkig leerde hij heel gemakkelijk. Hij had een goed verstand.
Zo leerde hij maar liefst vijf talen, terwijl Filips, de kroonprins, zich maar van één taal kon bedienen. De prins leerde ook goed te luisteren naar wat anderen zeiden, ook als een gesprek saai was. De keizer bemerkte en waardeerde dat. Na enkele jaren van leren kon Willem over vrijwel alles meepraten. Daarbij was hij altijd vrolijk. Het gevolg was dan ook dat hij heel spoedig populair was. De keizer had veel belangstelling voor hem en vertrouwde hem volkomen.
Dat vertrouwen was zo groot dat de prins, toen hij vijftien jaar was, zelfs geheime besprekingen mocht bijwonen; Soms op speciaal verzoek van de keizer. In deze tijd werd prins Willem bijna als het pleegkind van de keizer beschouwd.

Wakend oog

De landvoogdes, een zuster van de keizer, hield een wakend oog op de prins. Willem verbleef vaak aan haar hof. Haar hof kenmerkte zich door strenge regels, waar alles om de keizer draaide. Ze probeerde hem tot een trouw dienaar van de keizer te maken.
Behalve dat probeerde ze ook zijn vermogen in een betere staat te brengen. De prins had namelijk een dure hofhouding en gaf veel feesten. Die uitgaven waren zo groot dat steeds meer schulden gemaakt werden en daaraan wilde de landvoogdes paal en perk stellen.

Willem had altijd enkele bedienden bij zich. Zelfs had hij kamerheren die hem hielpen bij het kleden. Dat was op de Dillenburg wel anders! Zowel door vrienden als bedienden werd hij aangesproken met „Monseigneur".

Het eigenlijke doel van deze opvoeding was het losraken van de Duitse verwanten; de prins moest een trouw vazal van de keizer worden.

Tegen de tijd dat hij achttien jaar werd. was zijn opvoeding voltooid. De keizer behandelde hem steeds als een vertrouwd vriend; hij benoemde hem zelfs tot bevelhebber van een afdeling ruiterij. Deze belangrijke functie bracht veel geld op. Ook de inkomsten uit zijn goederen waren de moeite waard, maar bij elkaar was het nog lang niet genoeg om de uitgaven te kunnen dekken. Nog steeds stegen de schulden, vooral door de dure feesten die de prins gaf.

Rijk en voornaam

Inmiddels was de tijd aangebroken dat er een rijke, voorname vrouw moest worden gezocht voor de populaire prins. De keizer speelde al lang met die gedachte, maar er waren niet zoveel kandidaten, die èn rijk èn voornaam waren. Maximiliaan, graaf van Buren had veel belangstelling voor de jonge prins van Oranje. Hij vroeg de keizer toestemming voor een huwelijk van zijn enige dochter Anna met prins Willem. Na lang aarzelen gaf de keizer toe. Het huwelijk werd met grote pracht en praal voltrokken. Anna van Buren was rijk, maar zelfs haar geld kon de schulden van de prins niet verminderen. Men leefde op zeer grote voet. Tenslotte ging dat niet langer en de prins was genoodzaakt als bezuinigingsmaatregel in Breda in één keer 28 koks te ontslaan. Overigens had hij toen nog genoeg personeel tot zijn beschikking om volgens zijn stand te kunnen leven. Dit huwelijk zorgde voor nog meer aanzien in de Nederlanden. Prins Willem was nu tevens heer van Egmond en graaf van Buren. Dat betekende dat hij nu één van de invloedrijkste edelen in de Nederlanden was. Dat bleek later bij de troonsafstand van keizer Karel V in 1555. De prins moest deze speciale vergadering van de Staten- Generaal in Brussel meemaken. Bij het binnenkomen en tijdens het lezen van zijn afscheidsrede steunde de keizer op de schouder van de prins van Oranje.

Afkeer

Aan het hof van Karel V was de prins opgevoed in het katholieke geloof. Ieder meende nu dat hij een afkeer had van de nieuwe leer. Toch was dit niet het geval. Wat hij op de Dillenburg had geleerd was niet helemaal tevergeefs geweest. Hoewel prins Willem geen interesse had in de leer van Luther, moest hij toch niets hebben van vervolgingen en martelingen om het geloof. Hij had de vrijheid van godsdienst lief. Hij wilde niet dat aan een volk een bepaalde godsdienst werd opgedrongen; hij liet dat evenwel niet duidelijk blijken. Hij had de gave zich onder elke omstandigheid te kunnen beheersen.
Voor de buitenwereld was hij de vrolijke, luchthartige prins die weelderig leefde en een trouw dienaar van de keizer was. Niemand kon toen vermoeden dat hij zich eenmaal tegen diens zoon, de latere Filips II, zou keren. Dit alles om een land te redden van de tirannie van Spanje, om vrijheid van godsdienst en geweten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 mei 1984

Reformatorisch Dagblad | 72 Pagina's

Wat Oranje op de Dillenburg leerde was gelukkig niet tevergeefs

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 mei 1984

Reformatorisch Dagblad | 72 Pagina's

PDF Bekijken