Bekijk het origineel

Bevrijdingsdag en Zondagswet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bevrijdingsdag en Zondagswet

4 minuten leestijd

De regering blijft bij haar besluit de bevrijding volgend jaar op zondag te vieren. Er zal nog wel een motie van een aantal Kamerleden worden behandeld, maar de kans is niet groot dat de beslissing nog verandert. In deze Terecht aandacht voor de Zondagswet, die pretendeert de ongestoorde kerkgang en de openbare rust op de zondagen te beschermen.

Onze huidige Zondagswet dateert van 1953. Deze verving de wet van 1815, een wet die blijkens de considerans „beoogde de plichtmatige viering van de dag des Heeren en andere dagen, de openbare Christelijke godsdienst toegewijd, te verzekeren".

De regering achtte dat in 1953 achterhaald en stelde het parlement voor een nieuwe Zondagswet aan te nemen. Opmerkelijk is de memorie van toelichting bij de wet: „De regering heeft derhalve gemeend in het wetsvoorstel uitsluitend voorschriften te moeten opnemen ter wegneming van beletselen voor de viering van de dag des Heeren. Voor zodanige regeling is in een natie als de onze, waarvan de grote meerderheid van de bevolking de Christelijke godsdienst belijdt, stellig plaats. Immers, hoezeer ook sinds het begin van de vorige eeuw de onkerkelijkheid is toegenomen, nog steeds drukt — de regering constateert dit met dankbaarheid — het Christendom zijn stempel op ons Volksleven en dragen ook de zondag en enige Christelijke feestdagen daarvan het merk".

Uit dit citaat blijkt duidelijk dat, al beoogde men een verzwakking van de tot dan geldende zondagswetgeving door te voeren, men toch nog oog had voor de zondagsheiliging. Tot op heden is deze wet nog niet veranderd, althans in theorie niet. Uit de praktijk blijkt wel dat de rechter de bepalingen van de wet behoorlijk ruim uitlegt en weinig rekening wil houden met wat in 1953 nog onze christelijke volksaard werd genoemd.

Hoe werd destijds een en ander in een wet vertaald? Belangrijk is de vraag of bepaalde „luidruchtige feestelijkheden" op de zondagen kunnen worden geweerd of verboden (immers bevrijdingsdagen gaan met dit soort feestelijkheden gepaard).

Gerucht

Artikel 3 van de wet luidt: „Het is verboden op zondag zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, dat op een afstand van meer dan 200 meter van het punt van verwekking hoorbaar is. Voor de tijd na 13.00 uur kan de burgemeester ontheffing verlenen".

Het volgende artikel is nog duidelijker: „Het is verboden op de zondag voor 13.00 uur een openbare vermakelijkheid te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen". Het is weer de burgemeester die daar ontheffing van kan verlenen. De gemeenteraad kan terzake regels stellen.

Dat laatste is belangrijk. De wet stelt dus de gemeenteraad in de gelegenheid (en dat voor de gehele zondag) zulke regels te stellen dat openbare vermakelijkheden worden verboden. Voorzover bekend zijn er nergens verordeningen op grond van deze wettelijke bepalingen. Waarom gemeenteraden niet over gaan tot het vaststellen van verordeningen als bedoeld is onduidelijk. Mogelijk vreest men dat beperkende bepalingen met de huidige toepassing van de wet weinig zin hebben. Deze vrees is niet in alle gevallen onterecht, maar aan de andere kant: „Niet geschoten is altijd mis".

Slapend

Het artikel dat bepaalt dat er voor 13.00 uur in het geheel geen openbare vermakelijkheden mogen worden georganideerd (als deze ten minste de zondagsviering of de openbare rust verstoren) zonder dat de burgemeester een ontheffing heeft verleend, is een „slapend" artikel. Daar wordt mee bedoeld dat er in Nederland op de zondagmorgen legio „openbare vermakelijkheden" worden georganiseerd zonder dat daar toestemming voor is verleend door de burgemeester. Het zou echter in dit verband misschien wel goed zijn dat burgers wat vaker op hun strepen gaan staan als ze wat tegenkomen dat in strijd met de wet wordt geacht. Ze kunnen dan de burgemeester benaderen en met de vraag of er een ontheffing is verleend en zo nee, hem dan verzoeken maatregelen te nemen teneinde te voorkomen dat er in strijd met de wet wordt gehandeld. Zonodig kan dan ook nog een (spoed)procedure de AROB-rechter worden ingeschakeld.

Daarmee is een al eerder gesignaleerd kritiek punt bereikt: de rechter is nauwelijks van zins de wet letterlijk toe te passen in die zin dat hij accepteert dat zondagsheiliging als zodanig een grondslag kan zijn voor het weren van een bepaald soort activiteiten op de rustdag. Gemeenten als Urk, Rijssen en Waardenburg kunnen u daar alles over vertellen. Het komt steeds vaker voor dat de rechter een wet enger of soms juist ruimer uitlegt dan de wetgever in een ver verleden heeft bedoeld. Bij de Zondagswet kun je nog niet eens spreken van een ver verleden. Maximaal kan worden bereikt dat er voor 13.00 uur op de zondag geen enkele openbare vermakelijkheid mag worden georganiseerd en daarna in beperkte mate. Wat dat betreft getuigt ook de huidige Zondagswet van een onaanvaardbaar compromis tussen het christelijke en niet-christelijke deel van onze natie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 juli 1984

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Bevrijdingsdag en Zondagswet

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 juli 1984

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken