Heruitgave Catechismus van ds. Carolus Tuinman
55 PREKEN IN GEDEELTELIJK OUDE DRUK
De prediking van de Catechismus zal dienen om verstandigen te herinneren aan datgene, wat ze reeds weten. Om minder geoefenden te onderwijzen, onwetenden te leren. In de hemel zullen wij volleerd zijn en dan zullen wij de vruchten van de zaligheid genieten. Aldus ds. Carolus Tuinman, nadat hij weer een keer aan het eind gekomen was van de behandeling van de Heidelberger in zijn gemeente.
Vijfenvijftig preken over de Heidelbergse Catechismus zijn in het jaar 1739 onder de titel „De Toevlucht en sterkte van het ware christendom in leven en sterven" verschenen. Ds. Cornelius de Feyfer, predikant te Hoorn, heeft ze voor de pers gereed gemaakt. Het werk is uitgekomen bij Adriaan Wor en de Erve G. onder de Linden te Amsterdam.
Uitgeverij Stuut te Rijssen is tot fotomechanische herdruk van deze uitgave overgegaan. De herdruk is geheel gelijk aan de oorspronkelijke uitgave. Dat betekent dat het oorspronkelijke titelblad is overgenomen, maar ook het bewijs van de kerkelijke goedkeuring door de hoogleraren: Guilielmus ab Irhoven, Hieronymus van Alphen, David Mill en Albertus Voget.
Beperkt
De fotomechanische heruitgave houdt ook in dat de gedeeltelijk gebruikte oude druk overgenomen moest worden. Stuut gaf het boek nu uit in een fraaie band met geribde rug. Gezien de prijs, ƒ 190.- per exemplaar, is de uitgever overgegaan tot een beperkte herdruk.
Ds. Carolus Tuinman werd in 1660 in Maastricht geboren, hij stamde uit een oud Zeeuws geslacht. Na zijn theologische studie werd hij op 24-jarige leeftijd door de classis Walcheren kandidaat gesteld. Hij nam een beroep aan naar de gemeente St. Kruis in Zeeuws-Vlaanderen. Hierna ging hij naar St. Maartensdijk op het eiland Tholen. Negen jaar was hij predikant in Goes en tenslotte bijna dertig jaar in Middelburg.
Hij heeft naast zijn theologische werken ook boeken gepubliceerd over taaien letterkunde. Hij heeft eveneens verschillende brochures het licht doen zien vooral tegen hel in zijn tijd opkomende Spinozisme. Bekende werken van zijn hand waren: Het boek Job. Een bundel keurstoffen en Nagelaten Mengelstoffen.
Over Zondag twaalf zijn in deze uitgave twee preken opgenomen, 1 over vraag en antwoord 31 „Waarom is hij Christus..." en 1 over vraag en antwoord 32 „Waarom wordt gij een christen genaamd?" Ook over Zondag 22 zijn twee preken opgenomen en over Zondag 25 over de sacramenten. Aan het eind van het boek is een register opgenomen met trefwoorden, waarbij verwezen wordt naar de preek, waarin over dat woord geschreven wordt.
Verschil van mening
Dat predikanten het toen onderling ook niet altijd met elkaar eens waren blijkt uit een voetnoot van ds. De Feyfer bij de preek over Zondag 28 waarin het gaat over het vierde gebod. In de gemeente van Goes schijnt ds. Tuinman daarover met anderen verschil van mening gehad te hebben.
Als men eenmaal bij het lezen wat gewend is aan de gedeeltelijk oude druk, aan de Romeinse cijfers en de vele tekstplaatsen die aangehaald worden, dan blijkt dat er in deze preken oude en nieuwe zaken naar voren komen. Opgemerkt dient te worden dat predikanten nu bij de behandeling van de catechismus op andere zaken de nadruk leggen, die toen niet aan de orde waren.
Ds. De Feyfer besluit zijn uitgebreide voorrede „tot den leezer" als volgt: „Ziet daar dan Waarheid en Godvrucht Lievende Leezer! Ik bied het Boek Uwe E. aan, van wat staat of rang of en wat plaats in de wereld gy zyt, als ee Peerl onder de Peerlen en een Juweel onder de Juweelen der Gereformeerde Kerke. Jonge leraaren, ik prys het u E.E. aan, en in nederigheid, ook Oudere, in dienst „Ik zeg en schryf":
„Het is geleert, beproeft en waard te roemen. Ik moet Heer Tuinman myne Meester noemen!!"
Heel indringend gaat ds. Tuinman, omdat hij de vraag, waarom wordt Christus genaamd, behandeld heeft, op de vraag in: „Waarom wordt gij een christen genaamd?" Het is niet genoeg om met Agrippa een bijna-christen zijn, nodig is een oprecht christen te zijn en zich zo te gedragen tegenover God de medemens.
"Mag dat van ons gezegd worden", aldus ds. Tuinman, „dan is onze staat heerlijk en gelukkig al zijn we nog zo gering en veracht in de wereld. "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1984
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1984
Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's