Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In Krabbendijke startte 40 jaar geleden De Driestar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In Krabbendijke startte 40 jaar geleden De Driestar

Oud-leerling Doeleman: Onderlinge band

2 minuten leestijd

"En zo begonnen we in september 1944 met zes leerlingen op de orgelzolder van de kerk van de Gereformeerde gemeente; uiteraard ongesubsidieerd. Met drs. G. H. Kersten en de hervormde ds. ï. Kievit had ik uitvoerig over deze zaak gesproken en die hebben mij aangespoord. Het doel was om de onderwijzers voor de eigen scholen op een eigen opleiding naar onze eigen beginselen op te leiden. In die tijd heb ik nooit gedacht dat het een echte kweekschool zou worden, meer een particuliere opleiding."

Aldus schetste P. Kuijt, oprichter en oud-directeur van de kweekschool „De Driestar" het begin van zijn school. Hij deed dat in onze krant van 22 augustus 1973, toen hij inmiddels afscheid van „De Driestar" had genomen. Dezer dagen is het veertig jaar geleden dat het zestal jongens en meisjes aan de opleiding begon.

Voor Kuijt en de docenten waren de eerste jaren bijzonder enerverend. Voor de leerlingen van deze niet officieel erkende kweekschool niet minder. In 1940 was Kuijt benoemd tot hoofdonderwijzer van de lagere school der Gereformeerde gemeente in Krabbendijke. In 1941 startte hij een mulo-school, die tot april 1944 ongesubsidieerd draaide. Kuijt was toen in de — ook voor deze tijd nog — unieke positie dat hij hoofdonderwijzer van een lagere school èn directeur van een mulo-school was.

Zijn positie zou nog unieker worden want, nadat de mulo-school vanaf april 1944 werd gesubsidieerd, begon hij in september met de kweekschool. In een tot school verbouwde houten barak had van 08.00 tot 13.00 uur de mulo les en van 13.00 tot 18.00 uur de kweekschool. De mulo-leraren gaven ook les aan de kweekschoolleerlingen.

Collecten

De kosten, verbonden aan de kweekschool, werden betaald uit collecten, die in Gereformeerde gemeenten en Hervormd-gereformeerde gemeenten werden gehouden. Natuurlijk kwamen de leerlingen van de kweekschool niet alleen uit Krabbendijke, maar uit alle delen van ons land. Eerst werden voor die leerlingen kosthuizen gezocht, later kocht men een woonboot, maar eindelijk werd voor de jongens een mosselpellerij aan de Zeedijk gekocht en verbouwd. De meisjes hadden hun internaat in het dorp.

Het was ook voor de leerlingen van de kweekschool een enerverende tijd, zo schreven we. Mevrouw J. Boer, thans onderwijzeres aan de Rehobothschool in Capelle aan den IJssel en H. Doeleman, thans directeur van het protestants christelijk vormingsinstituut „De Poort" in Ridderkerk weten zich nog erg veel te herinneren van die tijd.

Mevr. Boer: „Op zich was het een ontzettende onderneming om in die tijd op vijftienjarige leeftijd vanuit Oudewater naar Krabbendijke te reizen. Ik zie Kuijt in mijn gedachten nog in de deuropening van de school staan. Een in mijn ogen grote man, pijp in de mond en de hoed schuin op het hoofd. Zijn postuur maakte op mij een erg grote indruk.

Tante

De meeste lessen kregen we van Kuijt. Het wonderlijke was, dat hij altijd wel een tante had, die hem als voorbeeld in zijn lessen te pas kwam. Eerst dachten we, dat hij toch wel uit een enorme familie moest stammen, later begrepen we dat hij denkbeeldige tantes in zijn lessen verwerkte.

Doeleman: „Achter de tot internaat omgebouwde mosselkwekerij stond een huisje, dat ook in gebruik was als huisvesting voor de jongens. Dat huisje noemden we „Rumor Casa" (de „rumoerige hut"). Op de huidige woning van A. J. Troost in Elspeet, destijds leerling van „De Driestar" staat dezelfde naam.

In de keuken van ons internaat werd tevens het eten gekookt voor de meisjes. Als wij dan op zaterdag de soep voor zondag daar moesten bezorgen, visten we onderweg het vlees of de balletjes eruit en aten die heerlijk op". Mevr. Boer: „En wij begrepen toch maar niet, waarom er geen vlees in de soep was. Achteraf hoorden we, dat het vjees er onderweg door de jongens uitgepikt was".

Kuijt was streng, zowel in de lessen, als daarbuiten. Doeleman: „Regelmatig reed Kuijt 's avonds op zijn fiets rondjes door Krabbendijke om te controleren of er geen ongeoorloofde contacten waren tussen jongens- en meisjesleerlingen". Mevr. Boer: „Gelukkig zag je hem bij het licht van die enkele lantaarn in het dorp al van verre aankomen. Hij was herkenbaar aan zijn grote gestalte en zijn schuine hoed. In die gevallen kon je dus tijdig wegduiken achter heggen of dergelijke".

De kweekschool had nog geen erkenning, dus moesten alle leerlingen staatsexamen doen. Elk jaar maar weer maakte Kuijt in de examentijd dagelijks de reis naar 's-Hertogenbosch, waar de examens werden gehouden. Dan schreef hij de vragen op, zodat hij die in de les kon verwerken.

„Kuijt lette erg streng op drie punten: Netjes schrijven, een goede vertelling en een juiste orde in de klas", aldus mevr. Boer, „voor hem telde schrijven even zwaar als algebra, meetkunde en stereometrie bij elkaar. Steevast zei hij altijd: Als je geen orde kunt houden, niet kan vertellen en niet netjes kan schrijven, kun je beter naar een ander baantje uitzien".

Kweken

Er waren maar weinig scholen, waar Teerlingen konden kweken. Het vervoer was nog niet zo geregeld als nu. Doeleman werd door Kuijt eens aangewezen om een leraar Frans te vervangen aan de Voetius-mulo in Goes. In andere gevallen haalde Kuijt leerlingen van de lagere school in Krabbendijke en zette die in een lokaal van de kweekschool.

„De andere kweekschoolleerlingen en Kuijt zelf zaten dan achter in. Dat waren echte bibberlessen, want in zijn kritiek kon Kuijt niet mals zijn", herinnert zich mevr. Boer. „Een kwekeling had eens een prulles gegeven. Kuijt nam na de les een grote prulle.mand en stopte de leerling daar vierkant in. Een leerling die zo'n prulles geeft, hoort in de prullenmand, zo was zijn verklaring voor deze daad."

Zowel Doeleman als mevr. Boer herinnerde zich ook nog wel andere leraren van de kweekschool. Doeleman: „Ik zie in mijn gedachte nog B. Florijn in een oud T-Fordje aankomen. Regelmatig weigerde dat vehikel wel dienst te doen en dan moesten wij maar weer duwen". „Er was ook een leraar, die ontzettend verstrooid was, dat je hem van alles kon wijs maken," zei mevr. Boer.

Eerder vrij

„Als halverwege de les de bel ging, klapte de hele klas de boeken dicht en waarlijk, mijnheer Don eindigde met ons en wij waren een half uur eerder vrij. Maar, o wee als Kuijt er achter kwam. Don gaf onder andere Fysica en Natuurkunde. Het is eens gebeurd, dat ik, door het opjutten van mijn medeleerlingen, halverwege de les via het open raam naar buiten ontsnapte en dat Don niets in de gaten had."

Denk maar niet dat de leerlingen 's avonds vrij waren om te staan of te gaan, waar ze wilden. Mevr. Boer: „Zelfs voor het posten van een brief moest je verlof vragen. Als we op zaterdagmiddag gingen wandelen, ging de internaatsleidster mee. Eén avond pen week kon je verlof krijgen om uit te gaan, mits daarvoor een schriftelijk verzoek met vermelding van reden was ingediend. Kuijt controleerde steekproefsgewijs of je de opgegeven reden werkelijk nakwam."

De watersnood van 1953 heeft op beiden een onuitwisbare indruk nagelaten. Doeleman: „In de nacht van 1 februari stapten we in „Rumor Casa" uit bed en stonden tegelijk tot aan onze liezen in het water. Bijna onafgebroken zijn we in de weer geweest met het verlenen van assistentie. Vreselijk was het om het geloei, gebrul van stervende dieren en het gekerm van mensen te moeten aanhoren."

Psalm 46

Mevr. Boer: „Ik zat toen in een kost huis. Dat huis zat vol onbekenden, die daar maar verwezen zaten. Op een ge' geven moment zei een oude baas: Later we maar eens een versje zingen en hij gaf Psalm 46, vers 4 op. Daarna deed hi| op verzoek een gebed en je voelde, daj dit gebed verder kwam dan de zoldering van de kamer. Na het gebed zei deze man: Laten we nu het laatste versje van deze Psalm nog maar zingen.

En het gebed van die oude man werd verhoord. Krabbendijke is droog gebleven". Beiden hebben bewondering voor de werkkracht en het doorzettingsvermogen van Kuijt en zijn leerkrachen. Doeleman heeft de evacuatie naar Utrecht en het verblijf in het internaat Rhijnauwen beleefd. Hij studeerde in 1955 af.

Mevr. Boer slaagde in 1953 en werd onderwijzeres aan de Rehobothschool in Rotterdam, voor 175 gulden in de maand. Voor een reünie heeft zij eens. haar belevenissen op „De Driestar" in Krabbendijke in rijm weergegeven.

Ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van „De Driestar" zal er een gedenkboek worden samengesteld. Dit gedenkboek zal uitkomen als de nieuwbouw van de huidige pedagogische academie voor het basisonderwijs (pabo) in gebruik wordt genomen. Dat is in augustus 1985. Door dat boek op dèt moment uit te geven, worden verleden en toekomst van deze pabo symbolisch aan elkaar verbonden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 september 1984

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

In Krabbendijke startte 40 jaar geleden De Driestar

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 september 1984

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken