Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Militaire hulp aan Filippijnen heet hangijzer in Washington

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Militaire hulp aan Filippijnen heet hangijzer in Washington

7 minuten leestijd

WASHINGTON — In de Verenigde Staten groeit de zorg over de successen die de communistische guerrilla's van de Filippijnen — een strategisch bondgenoot waar Washington twee belangrijke bases heeft — op het slagveld behalen. De omvang van het Nieuwe Volksleger is in drie jaar tijd verdubbeld tot 20.000 man en de opstandelingen zijn in iedere provincie actief. Ze zouden twintig procent van de dorpen onder controle hebben. Zelfs president Marcos geeft toe dat ze een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.

Behalve over deze ontwikkelingen heerst er bezorgdheid over het islamitisch fundamentalisme dat meer en meer beslag legt op jonge moslems in de Filippijnen, een overwegend rooms-katholieke natie. Veel jonge moslems, zo verklaren Amerikaanse functionarissen,  onderhouden geheime contacten met het door communisten geleide Nieuwe Volksleger. Islam-extremisme is niet nieuw in de Filippijnen. Moslem-separaristen richtten in 1970 het Moro Nationale Bevrijdingsfront op, dat gefinancierd door Libië in 1974 met 15.000 man een leger op volle sterke vormde. Ondanks een staakt-het vuren, door het Front en de regering-Marcos ondertekend in 1976, vlamt de moslem-rebellie van tijd tot tijd weer op. Op het ogenblik probeert Iran de Libische rol van geldschieter en legerbevoorrader te spelen, door Filippijnse studenten naar Teheran uit te nodigen, waar het Morofront een kantoor heeft. 

Zorgwekkend tempo
De regering-Reagan dringt er bij het Congres op aan de militaire steun aan de regering van president Marcos meer dan te verdubbelen. De Amerikaanse regering wenst meer hulp in de vorm van wapens, een verlegging dus van de fondsen die vorig jaar gericht waren op de economische crisis waarin de Filippijnen verkeren. Dit om duidelijk te maken dat het tempo waarin de rebellie zich uitbreidt „onrustbarend" is. Nu een ziekelijke president Marcos zich vastklampt aan de macht en de oppositie op hem inloopt met de verkiezingen van 1987 in het vooruitzicht, vrezen velen een periode van toenemende instabiliteit. Deze tendensen in Manila werden duidelijk, toen Marcos' woede zich keerde tegen zijn minister van buitenlandse zaken en ook zijn minister van arbeid een berisping kreeg, klaarblijkeiijk om tekenen van onenigheid binnen het parlement de kop in te drukken.
Sommigen in Washington vrezen dat Marcos' vrouw, Imelda, de politieke controle over de Filippijnen  naar zich wil trekken ten behoeve van haar familie, die er de twintig jaren van Marcos' regeren wèl bij voer. Tegelijkertijd zijn ze bang voor de door communisten beïnvloede onrust, die de laatste drie jaar tot alarmerende hoogte is gestegen, niet alleen wat betreft het aantal gewapende guerrilla's, maar vooral gezien hun wijdverbreide  aanhang.

Geen bewijsmateriaal
De opstandigheid wordt voor het grootste deel door niet-ideologische motieven gevoed, door sociale, economische en politieke grieven. „Maar we moeten ons geen illusies maken over degenen die de touwtjes in handen hebben," aldus een gezaghebbende bron. „De leiding bestaat uit een groep van enkele honderden ideologisch zeer toegewijde en verbeten marxistische leninisten."
De aanhang van het verzet wordt geschat tussen de half en één miljoen mensen. Vijf jaar geleden bedroeg de schatting de helft. Enkele commentatoren beweren dat de militaire activiteiten van de opstandelingen het afgelopen jaar zijn verdubbeld.
Op het moment bestaat er geen duidelijkheid over hulp die de guerrilla's van buitenaf ontvangen. Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken constateert: „Noch wij noch de Filippijnse regering kunnen enig bewijsmateriaal of steun van betekenis aan het Volksleger, een militaire tak van de communistische partij op de Filippijnen, van buitenaf ontdekken. Financieel bedruipt het Volksleger zich door belastingen te innen van individuen en ondernemingen in de gebieden waar hun invloed het grootst is."
De communistische partij op de Filippijnen is een splinter van de traditionele Moskougerichte partij uit de jaren zestig. Van de nieuwe groep wordt gezegd dat ze groten-deels onafhankelijk is, zich baseertop een maoïstische filosofie en gelooft in een aanhoudende oorlog en plattelandsopstand.

Vriendjespolitiek
Vorig jaar vroeg het Witte Huis het Amerikaanse Congres goedkeuring voor een bedrag van 85 miljoen dollar voor militaire steun aan de Filippijnen. Het Congres bracht dit bedrag terug tot 40 miljoen. Wijzend op de toenemende onrust, veroorzaakt door de guerrilla's, wil de  Amerikaanse regering het hulpbedrag tot 100 miljoen dollar verhogen, als onderdeel van het bedrag van 900 miljoen dat de VS willen uittrekken voor hun bases. Dit vijf- jarenplan behelst 125 miljoen dollar aan militaire steun, 300 miljoen aan kredieten voor wapenaankopen en 475 miljoen is bestemd voor economische steunfondsen. In de VS maakt men zich ongerust over de economische problemen van het bewind Marcos, dat van vriendjespolitiek wordt beticht.
Ontwikkeling van kartels is in handen van de familie Marcos en de markt wordt door de Staat beheerst. In het nieuwe verzoek om steun, brengen Amerikaanse functionarissen naar voren dat er gewerkt wordt aan meer democratische instellingen op de Filippijnen en dat er al enkele belangrijke stappen zijn genomen om de economie aan te pakken. De VS willen dat Marcos op dit spoor verder gaat en ook politiek en sociale hervormingen doorvoert, waardoor de rebellen minder gehoor zullen vinden bij de Filippijnse boeren.

Democratisch proces
Een aantal Congresleden is niet erg genegen om Marcos meer leningen te verstrekken. Ze zijn bang dat de Verenigde Staten dan het risico lopen te vervreemden van de groeiende politieke oppositie tegen het bewind van Marcos. Sommige anti-Marcos gezinde leiders, die voor de verkiezingen van 1987 ijverig dingen naar de gunst van de links-georiënteerde aanhang, eisen van Marcos dat hij de verboden communistische partij een wettelijke status geeft en dat hij de Amerikaanse bases laat sluiten.
De Amerikanen op hun beurt hebben zich sinds de moord op de vroegere senator Benigno Aquino in 1983 wat gedistantieerd van de regering-Marcos. Momenteel beschouwen Amerikaanse functionarissen het onderzoek-Aquino, het proces van de legerstafchef generaal Fabian Ver, een vrijere pers en een zich duidelijker profilerende politieke oppositie als positieve tekenen van een in gang gezet democratisch proces.
Op het ogenblik lijkt het aannemelijk dat Amerika de steun aan president Marcos voortzet, onderwijl op hervormingen aandringend. In januari zegde president Reagan president Marcos per brief Amerikaanse steun toe en verklaarde dat de toekomst van de Filippijnen „niet alleen voor uw eigen volk van belang is, maar net zo goed voor het mijne en voor alle vredelievende volken in de Pacific."
Reagans brief werd in Manila persoonlijk overhandigd door de Amerikaanse onder-staatssecretaris Paul Wolfowitz, die met Marcos een ontmoeting had van anderhalf uur. Wolfowitz zei dat een reorganisatie van de Filippijnse strijdkrachten noodzakelijk was — mishandelen van burgers mocht niet meer voorkomen — om het groeiende communistische verzet krachtdadig te bestrijden. Wolfowitz verklaarde bemoedigd te zijn over de voortgaande democratisering en door de Filippijnse erkenning van de noodzaak tot sociale en economische hervormingen op grote schaal om het communistische verzet te beteugelen.

Vrees voor kentering
De Amerikaanse belangen in de Filippijnen zijn van economische en strategische aard. Naast een groot aantal Amerikaanse firma's in de vroegere Amerikaanse kolonie, zijn de twee grootste militaire bases die de VS in Azië hebben daar gevestigd: Clark Field luchtmachtbasis en de Subic Bay marinebasis. „We hebben wel plannen voor het geval we uit de Filippijnen moeten vertrekken", aldus een woordvoerder. „Wij hebben Guam, Singapore, Japan en Korea onderzocht, maar niets haalt het bij de positie die we hier innemen."
Profressor A. James Gregor, politicoloog en leider van het Pacific havenproject aan de universiteit van Californië, is van mening dat een verlies van de Filippijnse bases „een onoverzienbare kentering" voor de VS zal betekenen in regionaal en mondiaal opzicht. Hij tekent aan dat de Amerikaanse luchtmacht- en marinebasis in de Filippijnen de VS een voorsprong geven op de Sowjetmarine in de Pacific, zeker nu de Russische activiteiten in het gebied toenemen.
Dr. Gregor is van mening dat de positie van Marcos aan het wankelen is. „De huidige crisis in de Filippijnen lokt een wisseling van de macht uit, waardoor de bases die sinds het trauma van Vietnam garant staan voor het evenwicht in Zuidoost-Azië, gevaar gaan lopen... De VS kunnen weinig anders dan proberen de economische en politieke omstandigheden te stabiliseren om een radicale omwenteling in de Filippijnen te voorkomen."
Wat Washington grote zorgen baart is de zogenaamde gematigde oppositie, met personen als Salvador Laurel, Jose Diokno en Lorenzo Tananda. Zij staan een pluralistische democratie voor en claimen dat zij af willen van de Amerikaans-Filippijnse overeenkomst over de bases. Bovendien bevat hun partijprogramma voornemens om de handels- en investeruingsbetrekkingen met de VS te verminderen.
Of Washington in staat blijkt de economische en politieke problemen van de Filippijnen te stabiliseren, is nog een vraag. De regeringReagan zet zich er voor in en wil een radicale omwenteling voorkomen, maar het zal geen gemakkelijke taak zijn. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 maart 1985

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Militaire hulp aan Filippijnen heet hangijzer in Washington

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 maart 1985

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken