Bekijk het origineel

Zweden ondermijnt eigen „gewapende neutraliteit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zweden ondermijnt eigen „gewapende neutraliteit"

Vernieuwing defensie afhankelijk van buitenland

8 minuten leestijd

Zweden is een land, waaraan de wereldpers weinig aandacht besteedt. Onlangs kwam dit Scandinavische land echter in het nieuws doordat bekend werd dat er in de jaren zestig plannen bestonden om een Zweedse atoombom te vervaardigen. Het instituut voor defensieonderzoek had dit onderzoek pas in 1972 opgezet.

Het uitlekken hiervan kan de komende parlementsverkiezingen beïnvloeden. Deze zullen in het najaar gehouden worden. De openbaarmaking van het project en de invloed hiervan op de verkiezingen zijn aanleiding om nader bij de Zweedse defensiepolitiek — en het hiermee samenhangende buitenlandse beleid — stil te staan. Het koninkrijk Zweden kan bogen op een sterke democratische traditie. Reeds in de negende eeuw na Christus kiezen de burgers van dit land hun eigen leiders. Enkele eeuwen later, in 1435, kwam voor het eerst een voorloper van het huidige Zweedse parlement bijeen het stadje Arboga, nabij Stockholm. Hierin zaten bisschoppen, ridders en vertegenwoordigers van het „gewone" volk. Na 1600 werd het Zweedse parlement, de Riksdag, omgevormd tot vier kamers, waarin de adel, de geestelijkjid, de boerenstand en de burgerij vertegenwoordigd waren. Dit veranderde in 1865. De Zweedse volksvertegenwoordiging werd in dit jaar verminderd tot twee kamers. Meer dan een eeuw later, namelijk in 1971, werd het aantal verder gereduceerd tot één. Momenteel zitten er in deze Kamer 349 leden.

Kernenergie

Relatief de meeste parlementsleden behoren tot de Sociaal-Democratische arbeiderspartij, die sinds 1982 weer aan de macht is. In de periode 1976-1982 zat deze partij, die sinds 1932 onafgebroken regeerde, namelijk in de oppositie. Na de verkiezingen van 1976 vormde Falldin, de leider van de Midden- of centrumpartij, samen met de Liberale Volkspartij en de Conservatieve Partij een coalitiekabinet. Deze regering struikelde twee jaar later over het vraagstuk van de kernenergie. De Middenpartij was hier een fel tegenstander van. Ze trad uit de coalitie. Een minderheidsregering van liberalen en conservatieven maakte daarop de gebruikelijke driejarige regeerperiode af. In 1979 waren er opnieuw verkiezingen, waarin de drie burgerlijke partijen met slechts één stem de meerderheid behielden. Falldin werd nu voor de tweede maal premier. Drie jaar later, in1982, werd hij echter opgevolgd door de socialist Palme. Waren binnenlandse onderwerpen als kernenergie, milieu en werkeloosheid strijdpunten tijdens de verkiezingen in de laatste jaren, minder onenigheid bestond onder de politici over de buitenlandse politiek.

Geen oorlog

Een traditioneel onderdeel van deze politiek is namelijk de neutraliteitspolitiek. Zweden voert dit beleid al sinds 1814. En niet zonder succes: het land heeft immers 170 jaren geen oorlog meer gevoerd. In essentie is dit onderdeel van het buitenlandse beleid gericht om in vredestijd niet aan militaire allianties deel te nemen. Zodoende probeert Zweden in oorlogstijd in een conflict afzijdig te blijven.

In het verleden zijn er wel momenten geweest waarop de Zweedse regering haar neutraliteitspolitiek dreigde te verlaten. Zo wekte de Russisch-Finse oorlog van 1939 bij de Zweedse publieke opinie grote beroering. Vele Zweden wilden dat hun regering de Finse troepen militaire steun zouden geven. Uiteindelijk is deze steun niet verleend. Wel veroorzaakte deze oorlog in de Zweedse politiek een kabinetscrisis. In 1939 kwam er onder leiding van de sociaal-democraat Per Albin Hansson een nationaal kabinet tot stand, dat tot eind 1945 aan het bewind bleef.

Tijdens de regeringsperiode van dit kabinet werd de neutraliteitspolitiek feitelijk geschonden. Onder dwang stond Hansson namelijk toe dat Duitse troepen over Zweeds grondgebied naar het bezette Noorwegen konden gaan.

Defensie-unie

Na de Tweede Wereldoorlog werd Tage Erlander de opvolger van Hansson. Onder zijn leiding werd in 1948 gepoogd om, samen met Noorwegen en Denemarken, een Scandinavische Defensie Unie te vormen. Op deze wijze wilde Zweden voorkomen dat de beide andere landen zich bij de NAVO aan zouden sluiten. De onderhandelingen mislukten echter omdat de Noorse en de Deense regeringen bang waren dat hun defensie afhankelijk zou worden van die van Zweden. Bovendien hadden beide landen zelf geen defensie-industrie, terwijl Zweden die wel bezat.
De poging om zo'n Defensie Unie te vormen kan eveneens als een schending gezien worden van de zelfopgelegde neutraliteitspolitiek. Erlander wilde immers met Noorwegen en Denemarken een militaire alliantie sluiten.

Na 1948 ondernam de Zweedse regering geen pogingen meer om de defensiepolitiek van haar naburige staten te beïnvloeden. Wel heeft Finland veel wapens van zijn westerbuur betrokken. Tevens heeft dit land de neutraliteit van Zweden tot hoeksteen van zijn neutraliteitspolitiek verklaard.

Onbegrijpelijke zaak

Zweden is bereid om in een conflict een schending van zijn grondgebied gewapenderhand te verdedigen. De militaire verdediging moet, volgens de Zweedse regering, in de ogen van andere landen zo krachtig zijn, dat tijdens een conflict de neutraliteit van dit Noordeuropese land ook gerespecteerd wordt. Daarom kan beter de term „gewapende neutraliteit" gebruikt worden. De geloofwaardigheid van deze vorm van ongebondenheid wordt de laatste tijd echter aangetast. In de loop van de jaren is namelijk het aandeel van de defensie in de totale overheidsuitgaven verminderd. In 1970 bedroeg dit aandeel 14,8 procent, in 1980 9,5, terwijl dit in 1983 tot 8,3 was teruggelopen.

Deze vermindering is ten koste gegaan van het materieel van de drie krijgsmachtonderdelen. De omvang van de luchtmacht werd namelijk in vijftien jaar gehalveerd. De zwaarste klap kreeg echter de Zweedse marine, omdat de oppervlakteschepen (destroyers) werden afgestoten. Ook het aantal onderzeeboten verminderde. Waren dit er in 1977 nog zeventien, in 1982 waren er nog maar twaalf duikboten in dienst bij de Zweedse marine. Gezien de schendingen van de territoriale wateren door Russische onderzeeboten is deze reductie een onbegrijpelijke zaak.

Modernisering

Dergelijke schendingen komen zeer frequent voor: gemiddeld zo'n tien keer per jaar. De meeste aandacht trok in dit verband de stranding van de Russische onderzeeër de Whisky 137 in oktober 1981 vlakbij de marinebasis Karlskrona. Deze duikboot was niet alleen vastgelopen in de territoriale wateren maar bevond zich bovendien ook nog in een militair verboden gebied.
Naast de Zweedse wateren wordt eveneens het luchtruim van dit land regelmatig door Sowjetvliegtuigen geschonden. Zo kon bijvoorbeeld in augustus 1984 een Russische jachtbommenwerper circa vijf minuten onopgemerkt in het Zweedse luchtruim verblijven. Met deze schendingen probeert de Sowjet-Unie de paraatheid van het Zweedse leger uit te testen.

Als antwoord hierop besloot de regering in 1982 om in het komende tienjarenplan de luchtmacht te moderniseren. Het zwaartepunt komt in de periode 1982-1992 op de ontwikkeling en de produktie van een nieuw type vliegtuig, de JAS-39 Cripen, te liggen. Aan het einde van deze eeuw zou de Zweedse luchtmacht over 140 van dergelijke toestellen moeten kunnen beschikken. In het tienjarenplan is ook de mogelijkheid opengelaten om het aantal duikboten met twee te vermeerderen. Het totaal zou dan op veertien komen.

Geloofwaardigheid

De Baltische vloot van de Sowjet- Unie en de Russische luchtmacht in het Oostzeegebied zullen echter ook in de toekomst veel sterker blijven dan die
van Zweden. De Oostzee is namelijk een drukke scheepvaartroute, waarvan havensteden zoals Riga en Leningrad en andere havens in Oost-Europa afhankelijk zijn. Deze route wil de Sowjet-Unie in oorlogstijd dan ook beschermen. Vanwege de Russische overmacht in dit gebied is het afschrikkingseffect van de neutraliteitspolitiek, die gewapenderhand ook verdedigd zal worden, maar klein.
De geloofwaardigheid van de „gewapende neutraliteit" wordt door het raoderniseringsplan van de Zweedse regering eerder verzwakt dan versterkt.

Ongeveer 30 procent van de onderdelen van de JAS-39 Cripen moet namelijk uit het buitenland (Engeland en de Verenigde Staten) komen. Hiermee ondergraaft Zweden zelf het principe dat het leger met nationale middelen moet worden uitgerust. Economisch kan dit Scandinavische land het echter niet opbrengen om geheel zelfstandig een nieuw type vliegtuig te produceren.

Samenwerking

De politiek van de „gewapende neutraliteit" impliceert niet dat Zweden samenwerking met andere landen uit de weg gaat. Zo heeft het op sociaal, economisch en cultureel gebied nauwe banden met de andere Scandinavische landen. In dit kader is in 1952 de Noordse Raad opgericht, waarin parlementsleden uit Noord-Europa zitting hebben. Deze raad kan alleen adviezen geven. Op ministerieel niveau werd in 1971 de Noordse Raad van Ministers ingesteld. Hierin worden beslissingen genomen tot samenwerking op sociaal-economisch terrein. Zweden is ook lid van de Europese Vrijhandelsassociatie (EFTA) en van de Raad van Europa. Het neemt eveneens deel aan de Conferenties over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) en de Europese Ontwapeningsconferentie (EOC). Mondiaal bezien tracht Zweden de ontwikkeling van internationale organisaties en het volkenrecht te bevorderen. Wat het eerste betreft, kan vermeld worden dat Zweden, samen met Canada, het meest heeft deelgenomen aan VN-vredesmissies. Overigens hebben de VN in de periode 1950-1961 de Zweed Dag Hammarsjköld als secretaris- generaal gehad.

Mensenrechten

Op het gebied van het volkenrecht streeft de Zweedse regering naar handhaving van de mensenrechten. Ook het recht op zelfbeschikking van de volken staat hoog in het vaandel. In dit verband werden de Verenigde Staten tijdens de Vietnamoorlog door de Zweedse socialisten bekritiseerd. Momenteel doet het kabinet-Palme dit op landen als Zuid-Afrika en Chili. Helaas is deze kritiek minder als het gaat om schendingen van de mensenrechten in Afghanistan of in andere communistische landen. Resumerend kan gesteld worden dat Zweden een sterke democratische traditie bezit. Ten opzichte van het buitenland voert dit land een politiek van „gewapende neutraliteit". De geloofwaardigheid van deze politiek wordt echter door het moderniseringsprogramma van de Zweedse defensie aangetast. Naast de traditionele neutraliteitspolitiek tracht de Zweedse regering een actief beleid te voeren op het gebied van de Europese veiligheid en het terrein van de mensenrechten. Dit laatste














Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 mei 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Zweden ondermijnt eigen „gewapende neutraliteit

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 18 mei 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken