Nood van ouders sekteleden mag niet onderschat worden
Verontrusting over bizarre veranderingen bij kinderen in sekten
Het is een bekend feit dat sekten grote geestelijke en emotionele schade aan hun leden kunnen toebrengen. Talrijke boeken wijzen op geraffineerde hersenspoelingstechnieken, waarmee sekteleden geruisloos gedwongen worden tot onvoorwaardelijke overgave aan de groep en de machtige leider. Maar ook de ouders van sekteleden vormen een niet te veronachtzamen groep van slachtoffers. Immers zij moeten dagelijks de pijn ondervinden wanneer een van hun kinderen in een sekte terecht is gekomen en als gevolg daarvan de band met het ouderlijk huis totaal heeft verbroken. Deze nood bracht hen er toe verenigingen van verontruste ouders op te richten. In Nederland ontstond zo in 1980 de vereniging „Samenwerkende Ouders Sekteleden" (SOS), een tamelijk snel groeiende vereniging die nu inmiddels zo'n driehonderd leden telt.
Een maand geleden werd er in Leeuwarden een „sektensymposium" gehouden dat als thema had: Hoe (on)gevaarlijk zijn sekten? Tijdens dit symposium kwamen twee verschillende standpunten naar voren. Aan de ene kant wees NCRV-medewerker Sipke van der Land op de kwalijke en duistere praktijken van sekten. Met name zijn in 1981 verschenen boek „De hersenspoelers" leverde daar een onthutsend relaas van.
Aan de andere kant hield dr. T. A. M. Witteveen, schrijver van het sektenrapport „Overheid en nieuwe religieuze bewegingen" (1984) een nogal wetenschappelijk verhaal over het grote goed van onze „geestelijke vrijheid", waarbij hij stelde dat de overheid nooit mag ingrijpen in de sektenwereld, ook niet onder het mom van bestrijding van excessen.
Ouders
Toen er op die bewuste dag een forumdiscussie werd gehouden bleek dat de neutrale wetenschappelijke benadering van Witteveen (en ook van de godsdienstwetenschapper dr. R. Kranenborg) in schrille tegenstelling stond tot de nood van vele aanwezige ouders van sekteleden.
Deze ouders — gesteund door een in het forum aanwezig lid van de vereniging SOS — wezen op de ondraaglijke situatie waarin zij dag in dag uit verkeerden sinds hun kinderen verdwenen in sekten die er soms openlijk op uit wa
ren de band met ouders en familie geheel te verbreken. Daarom herkenden zij zich niet in de geleerde betogen van Witteveen en Kranenborg en voelden zij zich meer verwant aan Van der Land (die ook als adviseur van de vereniging SOS optreedt).
Nieuw begin
De oorsprong van het hele probleem ligt al in de aansluiting bij een bepaalde sekte. De leden worden na hun intrede zo opgeëist door de groep dat zij alle contacten met hun vroegere leef- en werkwereld moeten verbreken. Alles wat tot de maatschappij en de buitenwereld behoort (inclusief de natuurlijke banden met de ouders) moet ondergeschikt gemaakt worden aan de absoluut geldende regels van de grote groepsleider. In enkele gevallen resulteert dit nieuwe begin zelfs in het ontvangen van een andere naam.
Met name de wereldwijde Unified Family, in Nederland opererend onder de naam Verenigingskerk, is berucht om haar strenge houding ten opzichte van vroegere familiebanden. Aanhangers van de Verenigingskerk beschouwen hun stichter Sam Myung Moon (1920) en zijn vrouw als hun ware ouders. Vanaf 1961 vinden er massale huwelijkssluitingen plaats (in 1975 1800 paren afkomstig uit twintig landen!), waarbij Moon en zijn vrouw de keuze van de partners bepalen.
Een dergelijke situatie waarin mensen een geheel nieuw leven beginnen met verbreking van alle vroegere relaties, moet wel tot wanhopige reacties
van de kant van de ouders leiden. Niet de wetenschappelijke onderzoekers maar de gedupeerde ouders weten wat sekten in werkelijkheid zijn.
Terecht zegt Sipke van der Land in zijn boek „De hersenspoelers": „De ouders zijn eigenlijk de enige deskundigen. Zij ondervinden aan den lijve de tragiek van zo'n mensenleven, zoals zij ook de grootste vreugde kennen als hun zoon of dochter eruit komt" (pag. 76). In zijn boek vinden we talloze aangrijpende getuigenissen van ouders die tevergeefs in contact met hun kind probeerden te komen.
Een moeder schreef eens: „Mijn zoon zit bij een Oosterse sekte. Al zo'n drie jaar. Het eerste jaar hebben we nog wat contact gehad, is hij nog een keer geweest voor zijn paspoort, en op het einde van het jaar nog een nieuwjaarskaart. Sindsdien hebben wc niets meer van hem vernomen. Verschillende keren heb ik nog geprobeerd hem telefonisch te bereiken maar geen resultaat" (pag. 75).
Organisaties
Sinds het begin van de jaren zeventig, toen sekten overal als paddestoelen uit de grond rezen, werden groeiende aantallen ouders verontrust door de bizarre veranderingen die zij bij hun kinderen in deze groepen waarnamen. De contacten met de ouders werden ofwel geheel verbroken, ofwel de kinderen maakten bij bezoeken aan hun ouderlijk huis een dermate vervreemde en extatische indruk dat ze niet meer als „dezelfde" personen waren te beschouwen.
Al het praten en redeneren van ouders om hun kinderen weer over te halen naar hun vroegere wereld, stuitte op een ondoordringbare muur: de kinderen hadden nu pas de echte waarheid en het eigenlijke levensdoel gevonden en wilden niets liever dan zich geheel wijden aan dat wat de grote meester (Bhagwan, Mister Moon, de vele soorten goeroes enz.) hen als wet voorhield.
Verontruste ouders wendden zich tot predikanten, hulpverleners, psychologen en advocaten, maar moesten ervaren dat men onbegrijpend stond tegenover hun moeilijke positie. De verhalen die zij vertelden vond men vreemd, soms overtrokken, en de overheid keek er wel voor uit om in godsdienstige zaken de officieren van justitie of de politie in te schakelen.
Zo ontstond er over de gehele wereld een netwerk van ouderverenigingen die het publiek meer bewust wilde maken ten aanzien van destructieve sekten en hulp boden aan ongeruste familieleden.
Nederland
In Nederland werkt sinds 1980 de vereniging SOS, momenteel gevestigd in 's-Hertogenbosch. Deze vereniging — die ook contacten heeft met gelijksoortige organisaties in Duitsland en Engeland — verstrekt primair onderlinge hulp aan ouders wier kinderen (letterlijk of figuurlijk) in sekten zijn verdwenen. Zij publiceert verder voorlichtingsmateriaal over de destructieve kanten van sekten en verspreidt dit onder middelbare scholieren en studenten.
In een gesprek met de huidige voorzitter van de SOS, de heer G. V. Pilz, benadrukt deze dat de vereniging geen „club van sektenbestrijders" is maar dat het accent ligt op voorlichting en onderlinge hulpverlening. De vereniging heeft ook geen bepaalde grondslag. Haar bezwaren tegen sekten richten zich uitsluitend tegen de geraffineerd toegepaste wervings- en hersenspoelingstechnieken, waardoor leden geheel van de buitenwereld geïsoleerd worden, met name van de ouderlijke omgeving.
De vraag of de organisatie ook juridische mogelijkheden bezit om stappen tegen bepaalde sekten te ondernemen, beantwoordde de heer Pilz nadrukkelijk ontkennend. In Nederland staat, meer dan in andere landen, het beginsel van godsdienstvrijheid hoog in het vaandel geschreven en dit maakt overheidsingrijpen tot een onmogelijke zaak. Zo moet de vereniging zich dan beperken tot het adviseren van ouders hoe zij toenadering tot een bepaalde sekte moeten zoeken. Ook doet zij veel aan nazorg van ex-sekteleden.
Naïef
Een uitgesproken mening had de heer Pilz ook over het bovengenoemde sektenrapport van Witteveen. Hij vond dit rapport in de eerste plaats „naïef" omdat Witteveen met vragenformulieren gewerkt had die hij aan sekten toestuurde. Sekten beschouwen de gehele maatschappij als uit de duivel en deinzen er niet voor terug om antwoorden te geven die niet waarheidsgetrouw of ronduit misleidend zijn.
Het rapport is weliswaar „goed beschreven" en zegt terecht dat sekteleden een kwantitatief kleine groep vormen, maar dat gaat allemaal wel voorbij aan de geweldige ernst en nood waarin juist die kleine groep verkeert.
In de tweede plaats suggereert het rapport van Witteveen ten aanzien van de ouderverenigingen dat het hier zou
gaan om de wens de ouderlijke macht te herstellen. De heer Pilz: „Daar gaat het ons juist helemaal niet om. Wij willen dat kinderen hun eigen vrije wil en gezond verstand terugkrijgen. Niet het belang van de ouders maar dat van de kinderen staat bij ons centraal".
Vrijheid?
Ten slotte heeft Witteveen, volgens de heer Pilz. het beginsel van de godsdienstvrijheid „op een verkeerde wijze gebruikt". Zeker heeft ieder mens recht op beleving van zijn eigen religieuze gevoelens — de vereniging SOS wil immers een neutrale organisatie zijn — maar er worden duidelijk grenzen overtreden wanneer er sprake is van vrijheidsberoving en van (al dan niet openlijke) pogingen om leden te verhinderen hun ouderlijk huis te bezoeken.
„Godsdienstige groeperingen moeten zich zoals de kerken in alle openheid kunnen presenteren en mogen geen geheime wervingstactieken toepassen om mensen in te palmen", zo besloot de heer Pilz zijn commentaar op het rapport van Witteveen.
Actueel
Het probleem van sekten en hun invloed op de geestelijke volksgezondheid blijft vooralsnog een actuele zaak. In de loop van september of oktober zal er in de Tweede Kamer over het sektenrapport van Witteveen gedebatteerd worden.
Het is te hopen dat behalve de centrale waarheidsvraag (de sekten gezien in het licht van Gods Woord) ook de nood van de ouders aan de orde zal komen. Immers zij weten uit eigen ondervinding hoe sekten gezinnen kunnen ontwrichten en zelfs in staat zijn om de meest innige liefdesband, die tussen man en vrouw, te verscheuren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 juli 1985
Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 20 juli 1985
Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's