Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Naamgeving schepen eeuwenoude traditie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Naamgeving schepen eeuwenoude traditie

Rederijen hebben eigen systeem

4 minuten leestijd

DEN HAAG — Wanneer de gewoonte om schepen een eigen naam te geven in zwang is gekomen, is niet precies na te gaan, maar zeker is dat in de 15e eeuw een aantal Britse schepen een naam had. Tot aan het einde van de 15e eeuw duidde men vaak de naam van een vaartuig aan door middel van die van de schipper.

  Een eeuw Jater hadden oorlogsschepen overwegend namen ontleend aan de fauna en de Bijbel, terwijl er bij de koopvaardij een voorkeur was voor de namen van dieren (voornamelijk leeuw en draak).
  In de 17e eeuw gingen aardrijkskundige namen overheersen en ongeveer de helft van de scheepsnamen kwam toen uit die hoek. Daarnaast waren er namen van belangrijke personen, vlootvoogden en vorsten, terwijl de walvisvaart haar eigen aanknopingspunten had. Weer later werden in ons eigen land schepen vernoemd naar leden van het Koninklijk Huis. In onze eeuw komen steeds meer rederijen tot een eigen systeem voor de benaming van hun schepen. 

„Dam" 
  Zo kregen schepen van de Holland Amerika Lijn namen eindigend op „dam" en „dijk". De namen van de schepen van de Vereenigde Nederlandsche Scheepvaart Maatschappij eindigden op „kerk" en die van Phs. Van Ommeren op „drecht". De Oranjelijn gaf haar schepen namen, beginnend met „Prins", de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij met „Straat" en de Java-China-Japan Lijn met.„Tji".
  
In de jaren vijftig ontstond dé gewoonte om het achter- of voorvoegsel van de scheepsnaam in overeenstemming te brengen met de naam van de rederij. Zo kregen schepen van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd benamingen met het achtervoegsel „lloyd" en die van de Mij. Nederland het voorvoegsel „Neder". 

Ondoorgrondelijk
  Soms is een scheepsnaam niet meteen te doorgronden. Men denke aan  de „Tara" van de Mij. Vrachtvaart, het eerste Nederlandse schip dat een modern boegbeeld kreeg (Sint Joris en de Draak). Het is een naam afgeleid van het bijbehorende devies: T(rue) A(nd) R(eliable) A(lways). Daarna kwam de „Towa", met als boegversiering een uil en het devies T(his) 0(wl) W(atches) A(head). Wie mocht speuren naar een maritiem aspect, doet dat vergeefs. De enige eis die de rederij ten aanzien van haar T-schepen stelde was: een naam van vier letters die uitspreekbaar was.
  Wanneer een aan traditie gehechte rederijen besluiten om samen te gaan, ontstaat soms een wat moeilijke situatie. Toen in 1923 L. Smit en Co's sleepdienst NV en de NV Internationale Sleepdienst Mij (ISM) — twee concurrenten — besloten tot een fusie, bleven de scheepsnamen ongewijzigd. Enerzijds was daar de traditie om slepers te noemen naar grote rivieren (Theems, Ganges, Maas) en anderzijds naar zeeën (Zwarte Zee, Gele Zee, Rode Zee, Noordzee, Poolzee). Intern werd de traditie voortgezet en nieuwe boten kregen namen van rivieren en van zeeën. 

Smit Rotterdam 
  „Van de traditie kun je niet leven", 20 oordeelde echter een latere directie en toen enkele jaren geleden Smit Internationale ontstond, kwam men tot namen, gericht op bekendheid in de wereld: Het woord Smit kwam voorop, gevolgd door namen van havens als Rotterdam, Londen, New York, Houston.
  
De NV Stoomvaart Maatschappij Zeeland (SMZ), begonnen in 1875 (onder de naam Koninklijke Nederlandse Postvaart), kent een allengs veranderde traditie bij de naamgeving van haar schepen. Eerst waren het namen van steden, toen namen van landen en daarna namen van leden van het Koninklijk Huis. Het begon met de „Stad Vlissingen" en „Stad Middelburg", daarna kwamen de „Engeland", „Nederland" en^puitschland", vervolgens kende men een „Koningin Wilhelmina", „Koningin Regentes" en „Prins Hendrik" (1895).
  
In 1908/1909 kwamen de „Mecklenburg", „Oranje Nassau" en „Prinses Juliana", in 1939 de „Koningin Emma" en „Prinses Beatrix" en in de jaren zestig de „Koningin Wilhelmina", „Koningin Juliana" en „Prinses Beatrix". Duidelijk een traditionele naamgeving. 

Veerboot 
  Nu heeft de Maatschappij Zeeland een nieuwe veerboot bij de werf Van der Giessen-de Noord besteld voor de dienst op Harwich en het laat zich raden hoe die zal gaan heten, maar we schrijven de naam nog niet neer, want bekendmaking van de naam van een schip voor de tewaterlating wordt beschouwd als taboe.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 12 augustus 1985

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Naamgeving schepen eeuwenoude traditie

Bekijk de hele uitgave van maandag 12 augustus 1985

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken