„Het was wel even wennen hoor"
Centrales voor Pleegzorg kampen met tekort aan pleeggezinnen
"Eerst kwam hij af en toe koffie bij ons drinken. Later kwam ook de weekenden en tenslotte heeft hij een tijdje deel uitgemaakt van ons gezin. Je kan dus zeggen van koffiedrinker tot vaste klant. Er wordt wel eens gezegd dat pubers moeilijker zijn dan jongere kinderen, maar dat is echt niet het geval."
Frans en Joke de Gruiter halen herinneringen op aan hun eerste pleegkind. De De Gruiters, die in het dage:s leven twee drogisterijen runnen, besloten een aantal jaren geleden, dat er in hun gezin naast de eigen kinderen plaats was voor een pleegkind. Sinds die tijd hebben al vele jongeren kortere of langere tijd meegedraaid in hun gezin. Belangrijk om een verblijf in het gezin tot een succes te maken is volgens Joke dat zij als pleegouders iets weten van de achtergronden van het kind. „Je wilt wel weten of een kind drugs gebruikt of dat het steelt, dan kan je daarmee rekening houden. Voor de rest moet je ervan uitgaan dat de pleegkinderen net zo normaal zijn als je zelf bent." Pleegkinderen die tijdelijk bij de De Gruiters onderdak vinden wacht niet alleen een warm onthaal, maar van hen wordt ook verwacht dat ze een steentje in het huishouden bijdragen. „Zo'n jongen draait helemaal mee in het gezin. Hij heeft zijn afwasbeurt, moet ook hond uitlaten, net als onze eigen kinderen."
Positief
De eigen kinderen varen wel bij de aanwezigheid van een pleegkind, vinden de De Gruiters. „Ze komen met allerlei kinderen in aanraking. Wij hebben ook Turkse en Marokkaanse pleegkinderen gehad, die hebben een heel eigen cultuur. Dergelijke ervaringen zijn, vinden wij, positief voor onze kinderen."
Frans en Joke wijzen erop dat in geval van problemen direct praten met het pleegkind en de maatschappelijk werker die het kind begeleidt, veel moeilijkheden oplost. Bovendien vinden zij dat de pleegouders niet te veel moeten verwachten van het effect dat het verblijf voor het pleegkind zal hebben. „Er zijn er onder de pleegkinderen die wij hebben gehad waar het vanaf die tijd goed mee is gegaan."
Alternatief
Pleegkinderen hebben zelf over het gemeen ook niet te hoge verwachtingen van een pleeggezin. Voor hen is het vaak het enige alternatief voor een verblijf in een tehuis. „Het was wel even wennen hoor. Want ze zijn in huis heel vrij in de omgang met elkaar. Dat is heel leuk, ik kende dat niet dus neem ik het er maar even van. Ik heb ook een jaar in een tehuis gewoond en daar moest je echt op je tellen passen. Dat is hier niet zo'n probleem", aldus een anoniem pleegkind. In ons land wonen ongeveer 18.000 kinderen om wat voor redenen dan ook niet thuis. Dat kan variëren van enkele maanden tot enkele jaren. Ongeveer 5500 van deze kinderen zijn jonger dan 12 jaar. 8000 kinderen verblijven in een tehuis en 10.000 kinderen zijn ondergebracht in een opvang- of pleeggezin. Bij het werven van pleegouders en het geven van voorlichting spelen vijf Centrales voor Pleegzorg een bemiddelende en dienstverlenende rol. Zij brengen de plaatsende jeugdhulp-verlenende instanties (in totaal 550) in contact met de bij hen aangemelde ouders. Het gaat daarbij jaarlijks om de plaatsing van 4500 pleegkinderen of jongeren.
Gewone milieus
De Centrales voor Pleegzorg kampen sinds geruime tijd met onevenwichtigheid in het aanbod van en de vraag naar pleeg- en opvangadressen. Zo zijn er te weinig mensen die bereid zijn om jongeren vanaf 12 jaar op te vangen. Veel mensen weten niet wat de centrales te bieden hebben. Bovendien melden zich onvoldoende personen uit gewone milieus aan waar de de meeste pleegkinderen uit komen.
De centrales willen in de week voor de pleegzorg, van 21 tot 26 oktober onder het motto „'n pleeggezin heeft zin" vooroordelen en misverstanden rond de pleegzorg uit de weg ruimen en mensen warm maken voor het pleegouderschap. De centrales hebben momenteel een tekort van 2500 pleegouders. Dit tekort is grotendeels het gevolg van het regeringsbeleid inzake de jeugdhulpverlening. De regering heeft het aantal bedden in de tehuizen verminderd en bepaald dat de kinderen meer in gezinnen moeten worden opgevangen. Bezuinigingsmotieven lagen aan dit beleid ten grondslag. Een kind in een pleeggezin kost de regering per dag tussen de 15 en 27 gulden afhankelijk van de leeftijd van het kind.
Onderzoek
Het veranderde regeringsbeleid leidde ertoe dat er in dit jaar tot nu toe 4400 kinderen in een pleeggezin werden geplaatst terwijl dit aantal volgens de regering maar 3740 mocht bedragen. Dit was de regering te veel van het goede. Staatssecretaris Van der Reijden van WVC richtte in augustus dan ook een brief aan de colleges van gedeputeerde staten waarin hij liet weten dat een te groot aantal kinderen in pleeggezinnen is geplaatst en dit aantal terug gebracht moet worden. Aan de plaatsing was tot die tijd 43 miljoen gulden besteed, zeven miljoen meer dan begroot. Momenteel wordt in opdracht van de staatssecretaris een onderzoek verricht naar de oorzaak van de onverwachte grote toeneming van het aantal kinderen in pleeggezinnen.
Jan Brandt, directeur van de Centrale voor pleegzorg in Deventer meent dat nu de regering zich intensief met de pleegzorg gaat bemoeien de Kamer aan het beleid om te bezuinigen via de pleegzorg de eis tot kwaliteitsverbetering moet verbinden. Bij de uitvoerende ambtenaren heerst volgens hem nog te veel de opvatting dat pleegzorg een vorm van liefdadigheid is.
„Het vragen van iets meer financiële ruimte dan het hoognodige wordt als onbehoorlijk beschouwd. Verschillende pleegouders hebben van ambtenaren yan het ministerie van justitie te horen gekregen dat men maar geen pleegkinderen had moeten nemen als men niet uit kan komen met de vergoeding die het ministerie bereid is te betalen. Sterker nog, er is geadviseerd de kinderen maar weer naar het internaat te sturen."
Ups en downs
Brandt vindt een goede voorlichting omtrent de pleegzorg broodnodig. „Pleegzorg is geen romantische levensvulling maar een taak met veel ups en downs. "Er moeten", zo meent hij, „meer middelen voor de pleegzorg worden vrijgemaakt, zodat deze over dezelfde faciliteiten kan beschikken die normaal zijn voor het internaat.
Het gaat toch om dezelfde kinderen? Pleegouders zijn echter niet geschoold. Voor acht tot twaalf geschoolde groepsleiders is een gekwalificeerde begeleider beschikbaar. Op dertig ongeschoolde pleegouders is er een begeleider die niet pedagogisch geschoold is."
Ook wil Brandt dat er haast wordt gemaakt met de decentralisatie van het jeugdhulpverleningsbeleid. „Het beleid van de rijksoverheid heeft geleid tot steeds meer chaos. De behoefte om de pleegzorg te regelen en te beheersen heeft vooral inhoudelijk niets positief opgeleverd. Pleegzorg is een kleinschalige voorziening. Laat deze geregeld worden op het laagst mogelijke niveau."
Onduidelijkheid
Uit een in opdracht van de Centrales voor Pleegzorg door de vakgroep voorlichtingskunde van de Landbouwhogeschool Wageningen verricht onderzoek blijkt dat er veel onduidelijkheid heerst over pleeggezinnen. Zo wordt de pleegzorg nogal vaak verward met adoptie en denkt men dat het vooral om jongere kinderen gaat die langdurig bij het gezin blijven. De praktijk is echter dat vooral de oudere kinderen in een pleeggezin terechtkomen en er lang niet altijd voor jaren blijven. Veel mensen menen ook nog steeds dat men zeker een meer dan modaal inkomen moet hebben om als pleeggezin te kunnen fungeren. Ook wordt vaak gedacht dat men bij de opvoeding van eigen kinderen nooit gefaald mag hebben alvorens pleegouder te worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 oktober 1985
Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 oktober 1985
Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's