Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

iJÊ  frQtkaaltJQ5l4olc

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

iJÊ frQtkaaltJQ5l4olc

Boefle heeft heimwee (2)

7 minuten leestijd

Door W. van Zijtveld-Kampert Bart heeft helemaal geen zin om met Paulientje te spelen. Hij moet steeds aan Boefje denken. Misschien gaat Boefje.wel dood, en dat zou verschrikkelijk zijn. Moeder gaat naast Bart in de bank zitten. „Je moet niet zo verdrietig zijn Bart", zegt ze. „Boefje kan best weer helemaal beter worden. En als hij niet weer beter wordt, krijg jij een andere hond hoor!" „Ik wil geen andere hond", zegt Bart. „Ik wil alleen Boefje maar hebben. Mag ik straks nog even bij hem gaan kijken? De dierenarts is een aardige man, die vindt het vast wel goed." „Nee Bart, dat gaat niet. Boefje is net geopereerd, het duurt vast wel tot morgen voordat hij weer wakker wordt. Ga jij, nu maar rustig slapen, het komt allemaal wel goed."

Bart gaat stil naar boven. Maar slapen, nee, dat kan hij niet. Hij moet steeds aan Boefje denken. Kon hij hem maar even zien, hem over zijn kop strijken. Boefje begrijpt natuurlijk helemaal niet waarom Bart hem alleen gelaten heeft. Als papa en mama om elf uur naar boven gaan slaapt Bart nog niet. Vader gaat even bij hem op de rand van het bed zitten. Hij pakt de hand van Bart en zegt: „Ga jij maar lekker slapen kerel. Morgenmiddag gaan wij samen bij Boefje op bezoek. Als de operatie gelukt is, gaat het morgen al veel beter met hem." „Mag ik... mag ik voor Boefje bidden?" vraagt Bart. „Ja hoor, dat mag je doen," zegt vader. „De Heere God wil juist dat wij alles waar wij verdriet van hebben aan Hem vertellen. Dat doen mama en ik ook altijd. Onthoud het maar goed Bart, bidden helpt echt hoor. Het is niet zo dat we direct alles krijgen waar we om vragen. Dat zou niet eens altijd goed voor ons zijn. Maar als je echt bidt, wordt het zo rustig in je hart. Dat zul jij ook wel eens gemerkt hebben."

„Ja papa, toen oma ziek was heb ik ook veel gebeden. En dan .viel ik zomaar vanzelf inslaap." Als vader een kwartiertje later nog even om het hoekje van de deur kijkt, ziet hij dat Bart rustig slaapt.

De volgende morgen kan hij bijna niet wakker worden. Zijn moeder staat aan zijn bed en schudt hem door elkaar. „Bart, je moet wakker worden. Je wilt toch niet te laat op school komen? Stel je voor dat je vanmiddag schoolblijven moet. Dan kunnen we niet bij Boefje gaan kijken." Ineens weet Bart alles weer. Boefje is ziek en papa zou de dierenarts opbellen. „Heeft papa al opgebeld?," vraagt hij. „Ja hoor," zegt moeder. „Het gaat heel goed met Boefje, om vier uur mogen we gaan kijken. We gaan echt op ziekenbezoek Bart, zullen we druiven voor Boefje meenemen?" Bart lacht om zijn moeder. „Boefje lust geen druiven," zegt hij. „Ik ga van mijn eigen geld een stuk leverworst bij de slager kopen. Daar houdt Boefje zo van!"

Blij springt Bart uit zijn bed en kleedt zich aan. Vlug een boterham eten en dan naar school. Hij is nog net op tijd. Bart kan zijn gedachten niet zo goed bij de les houden. Hij moet steeds maar aan Boefje denken. Was het maar vier uur, Boefje zit vast wel uit te kijken naar zijn baasje. „Bart, opletten, als de sommen niet klaar zijn moet je vanmiddag nablijven."

Bart schrikt, hij heeft helemaal niet geluisterd naar de meester die de moeilijke sommen uitgelegd heeft. Dan steekt Arie ineens zijn vinger op. „Wat is er Arie?" vraagt de meester. „De hond van Bart is geopereerd, misschien gaat hij wel dood." Alle kinderen houden op met werken. Ze willen weten wat er precies met de hond van Bart aan de hand is. „Vertel maar wat er met je hond gebeurd is, Bart," zegt de meester. Dan weten wij het allemaal en dan gaan we straks weer ijverig aan het werk." Bart vertelt dat Boefje geopereerd is en dat hij vanmiddag bij Boefje gaat kijken.

In de pauze staan alle kinderen om Bart heen. Ze willen precies weten wat de dierenarts gedaan heeft. Eindelijk gaat de school uit. Bart holt naar huis, hij verlangt zó naar Boefje.

Papa is vroeg thuis gekomen, fijn is dat. Nu kunnen ze samen naar Boefje toe. Bart voelt zijn hart kloppen als vader op de bel bij de dierenarts drukt. „Het gaat goed met hem", zegt de dierenarts. „Ik breng jullie even bij hem. Hij kan alweer blaffen en janken." Bart hoort een hond blaffen, nee dat is Boefje niet. Die heeft een andere stem. Dan hoort hij een hond janken en dat is Boefje wel. Bart schrikt wel even als hij Boefje ziet. De hond zit vast aan een riem en om zijn buik zit een groot verband. Bart knielt bij Boefje neer en praat met hem. Wat is de hond blij, hij likt Bart over zijn handen. En zijn staart gaat steeds heen en weer.

„Het gaat heel goed met de hond," vertelt de dierenarts. „Volgende week kun je hem wel ophalen." Boefje kijkt erg verdrietig als Bart weggaat. „Waarom neem je mij niet mee naar huis?" wil Boefje zeggen. „Ik vind het hier helemaal niet fijn." Boefje probeert los te komen. Als Bart bij zijn vader in de auto stapt horen ze Boefje janken. Als Bart de volgende dag uit school komt vertelt moeder hem dat de dierenarts opgebeld heeft.

„We moeten Boefje ophalen," zegt moeder. „De dierenarts zei dat de hond heimwee heeft. Hij . wil niet eten en ook geen water drinken. En hij ligt maar steeds te janken. We moesten Boefje naar huis halen, zei hij." Als vader thuis komt staat Bart hem al op te wachten bij het tuinhek.

„Papa, we moeten direct Boefje gaan halen," zegt hij. „De dierenarts zegt dat hij heimwee heeft." „Ik wil eerst bij mama een kopje koffie drinken," zegt vader. „Die Boefje moet maar een poosje wachten. Een flinke hond krijgt toch zomaar geen heimwee." Daar begrijpt Bart niets van. Hoe kan papa nu rustig koffiedrinken terwijl Boefje op hen wacht!

Vader ziet wel dat Bart geen geduld meer heeft om lang te wachten. „Kom joh, we gaan," zegt hij. „Paulientje en Willeke nemen we ook mee. De meisjes willen graag zien hoe het ziekenhuis voor dieren eruit ziet." De dierenarts is blij dat ze Boefje komen halen. „Ik weet echt niet wat ik met die hond aan moet," zegt hij. „Morgen kom ik wel even aan om hem een prikje te geven. Nou, en voor de rest moet hij thuis maar opknappen." Bart draagt de mand naar de auto en vader neemt Boefje in zijn sterke armen. Bart gaat naast de hond zitten en Willeke slaat haar armen om Boefjes nek. „Jij bent een lieve hond," zegt ze. Boefje is heel rustig, nu zijn baasje bij hem is, vindt hij alles goed. Moeder heeft een schaal met fris drinkwater bij Boefjes mand gezet. Ze maakt wat melk warm en geeft Boefje een bordje met brinta. Boefje drinkt gulzig en het bordje met pap is in een wip verdwenen.

Arie kom de kamer binnenlopen. „Ik kom naar Boefje kijken," zegt hij. „Wat fijn voor jou, Bart, dat Boefje weer thuis is." Arie heeft een zakje lekkere hondekoekjes voor Boefje meegebracht. „Ik heb ze in de dierenwinkel gehaald", zegt hij. Boefje wordt moe. Hij legt zijn kop over de rand van zijn mand en gaat lekker slapen. Zo nu en dan bromt hij in zijn slaap. Dan droomt hij over het ziekenhuis en over de dierenarts die hem in zijn buik gesneden heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1985

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

iJÊ  frQtkaaltJQ5l4olc

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1985

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken