Bekijk het origineel

Dingeman van der Stoep

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dingeman van der Stoep

Vervolg van voorpagina

6 minuten leestijd

Russische vriendenhulp van Afghanistan — kan maar het best elke dag, door elkaar afwisselende actiegroepen van alleriei snit, ieder eerlijk op zijn beurt, voor het gebouw van de Amerikaanse ambassade opgehangen en verbrand worden. Als pop natuurlijk, want wij zijn een vredelievend en ludiek volkje.

Ik mag ons wel. En Nelia mag ons ook wel. We hebben zulke aardige mensen".
Is hier sarcasme de ondertoon, anders wordt het als Lukas Visserman het huidige kerkelijke leven aan een kritisch oordeel onderwerpt. Als hij in het ziekenhuis ligt, komt ook Maarten Keuning hem bezoeken, zijn wijkdominee. Deze bracht hem het winterprogramma van de kerk, een drukwerk van 16 pagina's, waaruit voor ieder wel iets te kiezen valt.

„Werkgroepen, discussieclubs, bezinningsgezelschappen, voorlichtingsavonden over allerlei wilde onderwerpen, van kernwapens tot homofilie, van euthanasie tot burgeriijke ongehoorzaamheid".

Narrig
Toen Maarten weg was, bleef Lukas narrig achter. „Volgens mij had hij het niet gehad over de kerk maar over de maatschappij tot nut van 't algemeen, een comité voor winterlezingen of een volkshogeschool". Geen wonder dat de gedachte hem aanvloog, dat de kerk een steeds opdringeriger en wereldser ding werd. Jas en Janus, twee figuren uit de eerste tijd- en verhaallaag, afgescheidenen van onverdachte snit, zouden de gereformeerde synode te Lunteren beslist wenend verlaten hebben, wanneer zij haar hadden bezocht, omdat ze zich niet zouden kunnen thuisvoelen „temidden van het bont gewemel van werelds geklede mannetjes en vrouwtjes, die schriftkritische, links-politieke, rechtsvrijzinnige, maatschappij-hekelende, feministisch-theologische en de politiek bekapittelende gedachtenwisselingen zaten te houden en uitspraken te doen".
Jas en Janus zouden daar niet smaken dat de Heere goed is. En déze theologie der bevinding mag dan sinds lang reeds bij de afgedankte spullen zijn gezet, Lukas Visserman vraagt zich toch af of er op dit gebied niets te recyclen valt.

Daar laat commentator Lukas het bij. De bedoeling is duidelijk: laat de kerk oppassen niet alles te zetten op de kaart van het horizontale. Er is een legitieme plaats voor de innerlijke omgang met God. Overigens moet tegelijkertijd vastgesteld worden dat de uitingen van deze bevinding menigmaal op karikaturale wijze worden weergegeven. Zijn voorzichtige herwaardering wint daardoor niet aan kracht. We hadden hier wel graag een positiever geluid willen vernemen. Maar het relativisme zit Lukas Visserman, alias Dingeman van der Stoep in het bloed. We mogen daarom niet meer verwachten; maar desondanks signaleert hij dit, en daar kunnen we dankbaar om zijn.

Als zodanig ervaar ik dit laatste, nu nog niet gepubliceerde verhaal toch ook enigszins als een tegenhanger van de voorlaatste roman Voeten in de aarde. Daarin moest het gezag van de belijdenisgeschriften het vaak ontgelden en werd de dogmatiek als een massieve constructie afgewezen. Ook in vroeger werk nam Van der Stoep weleens een loopje met die erg stellige christenen, maar in Voeten in de aarde worden meermalen harde noten gekraakt, waarbij de gereformeerde belijdenis door een aantal karikaturale trekken duidelijk en onrechtvaardig misvormd wordt. Dit nu ontbreekt in De dader ligt op Meerzijn nagenoeg helemaal.
Het is duidelijk dat Van der Stoep de huidige gang van zaken in de kerk afwijst. Zijn vraag om recycling lijkt te wijzen op heimwee naar een grotere en meer bijbels gefundeerde beslistheid. En dat is iets wat hij in Voeten in de aarde nog duidelijk afwees.

In een nawoord voor Het beeld der vaad'ren (1964) heeft Van der Stoep gezegd, dat men in de Gereformeerde Kerken wel zover is dat men het allemaal niet meer zo goed weet. Deze uitspraak paste reeds op Voeten in de aarde, maar nog veel meer op zijn laatste verhaal. In Voeten in de aarde mogen we wel geen poging zien het beeld der vaderen af te breken al plaatst hij veel kritische vraagtekens. In De dader ligt op Meerzijn lijkt het er echter op dat de schrijver tot zijn spijt en daardoor grimmig moet vaststellen dat het beeld der vaderen thans definitief verbroken is.

Vergissing
Ook van deze laatste roman geldt dat Van der Stoep niet de bedoeling had een christelijke roman te schrijven. Hij heeft eens gezegd dat er een tijd is geweest dat men in bepaalde kringen dacht dat het schrijven van een dergelijke roman mogelijk en nastrevenswaardig was. „Dat was een vergissing en die tijd is al lang voorbij". „Hieruit is wellicht ook het hanteren van vloeken in Voeten in de aarde en krachttermen in De dader ligt op Meerzijn te verklaren. En dat is iets wat we de auteur zeer kwalijk mogen nemen. De vraag naar de christelijkheid van een boek heeft voor hem geen zin meer. „In verband met literatuur moeten we het woord christelijkheid maar laten schieten", aldus opnieuw Van der Stoep. Met dergelijke uitspraken heeft hij tevens een oordeel geveld over heel wat van zijn vroegere werk. Toch heeft hij er ook in zijn laatste roman tot nu toe blijk van gegeven dat in dit opzicht, zij het soms onwillig, het bloed weleens kruipt waar het niet gaan kan.
Graag zou ik — nogmaals — in zijn recente literair proza een positiever christelijk getuigenis gehoord hebben. Die positivifeit is er, soms los van alle ironie en sarcasme, wél ten aanzien van het huwelijk en het gezinsleven.

Daarmee blijft Van der Stoep in de lijn van zijn vroegere werk. b.v. Laterveer wil het rechte weten en Daafje en ik. Die positieve houding is er ook tegenover de gewone, misschien wat burgerlijke volwassenen en jongeren.
Lukas Visserman beschrijft met warmte twee andere gewone, goed oppassende kleinkinderen van hem, die niet hokken, geen links-politieke hobbies hebben, geen krakers, gebouwenbezetters of spandoekendragers zijn. „Als je zo hoort, naar moderne maatstaven saaie kinderen dus, stijve harken, rariteiten, geïndividualiseerde anachronismen". Er mogen best „een paar gewone, nette, plichtsgetrouwe, vrolijke en zelfs oppassende jonge mensen" lopen, aldus Lukas, tussen de talloze balende, hetniet- pikkende en eisende jongeren, hoewel overigens — en nu wordt de toon weer bijtend — „het gezicht van de toekomst van de maatschappij natuurlijk door balers, niet-pikkers en eisers wordt ' bepaald"'.

Godsdienstig gezien valt het Van der Stoep kennelijk moeilijk om een eenvoudig, bijbels getuigend woord te spreken. Hij verschanst zich in zijn burcht van ironie en sarcasme, waaruit hij scherpe pijlen schiet. Dat is goed en nuttig. Maar hierdoor is ook het gevaar aanwezig dat men zijn vaak zeer terechte kritiek terzijde schuift omdat ze afkomstig is van een oud, narrig man die niet met zijn tijd weet mee te gaan.
Dat eenvoudige getuigende woord spreekt Van der Stoep overigens soms wel in zijn ene bundel poëzie, een bundel kerstgedichten onderde titel Dit kind, onlangs opnieuw verschenen in een vijfde, herziene druk:

Dit is 't vertelsel van het kind
dat Jezus heet en mensen mint.
Heel lang geleden is 't geschied
en menigeen gelooft het niet,
omdat voor dit geloof men klein
en argeloos als een kind moet zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1986

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Dingeman van der Stoep

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1986

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken