Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mdgo had een vliegende start maar bleef relatief onbekend

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Mdgo had een vliegende start maar bleef relatief onbekend

Huisvesting en inventaris laten te wensen over

6 minuten leestijd

Het is bijna niet te geloven, maar het mdgo heeft een vliegende start gehad. Ondanks een gebrekkige huisvesting, ondanks onvoldoende inventarissen is het in augustus 1984 gestarte mdgo duidelijk aangeslagen bij het publiek. Maar dit succes betekent niet dat het mdgo nu een brede bekendheid heeft verkregen in ons land. Velen staan met een mond vol tanden als hen gevraagd wordt naar de volledige naam van het mdgo.

Al aan het eind van de jaren zestig was men het er over eens dat het middelbaar huishoud- en nijverheidsonderwijs (mhno) en het middelbaar sociaal-pedagogisch onderwijs (mspo) moesten worden geherstructureerd. Zoals dat de gewoonte is in politiek Den Haag werden er nota's en notities geproduceerd dat het een lieve lust was.
Al die activiteiten resulteerden uiteindelijk in een beleidsnota, die in maart 1977 door de Tweede Kamer werd behandeld. Die nota werd aanvaard en dat had de instelling van stuur- en werkgroepen tot gevolg, die tot taak hadden weer nieuwe nota's en notities te vervaardigen.
Die fase kon worden afgesloten op 1 augustus 1984 met de invoering van het middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs, in de volksmond niet beter bekend dan onder de afkortingen van deze wat wijdlopige naam: het mdgo. De circa 35 oude opleidingen uit het mhno/mspo werden omgesmolten tot tien nieuwe middelbare beroepsopleidingen in de sectoren gezondheidszorg en dienstverlening.
En, zoals reeds geschreven, het mdgo sloeg aan. Stonden in het cursusjaar 1983/1984 voor het mhno/mspo bijna 65.000 studerenden ingeschreven, in het volgende schooljaar, 1984/1985 dus, volgden nog bijna 45.000 studerenden deze vormen van onderwijs en waren ruim 25.000 jongeren — van wie de overgrote meerderheid meisjes — begonnen met het eerste jaar van het driejarige mdgo.

Voorzichtig begonnen
Dit aantal doorrekenend over drie jaar zou een totaal van 75.000 studerenden te zien geven, een aantal, waarvan mhno/mspo alleen maar heeft kunnen dromen. En dan te bedenken dat het mdgo nog lang niet volgroeid is. Er zijn nogal wat mdgo-scholen, die voorzichtig begonnen zijn met twee, drie of vier van de tien beroepsopleidingen. Er is nog geen enkele school, die alle tien de opleidingen al in huis heeft. Wel, het is duidelijk dat bij uitbouw van de mdgo-scholen het aantal studerenden nog verder zal groeien.

Het mdgo bestaat dus uit tien beroepsopleidingen. In die opleidingen neemt de stage een belangrijke plaats in.

En daarmee is tegelijk een van de belangrijkste punten voor elke mdgoschool bij de kop genomen. Er zijn scholen, die eerst nauwlettend en intensief op zoek gaan naar stageplaatsen en aan de hand van het aantal plaatsen de cursisten toelaten.

Maar er zijn — helaas — ook scholen, die frank en vrij studenten inschrijven en toelaten om daarna tot de ontdekking te komen dat het toch niet zo gemakkelijk is om stageplaatsen te verwerven. Dat lijkt een wat minder juiste methode. Laten we het maar houden op enige onbekendheid met het nieuwe mdgo.

Eindonderwijs
Voor een groot aantal studerenden zal het mdgo eindonderwijs zijn. Zij zullen na het behalen van het diploma een baan zoeken. Aanzienlijk minder studerenden zullen na afronding van de mdgo-studie doorleren in het hoger beroepsonderwijs. Maar welke eisen worden er gesteld aan jongeren, die het mdgo willen volgen?

Als basiseis geldt een mavo-diploma of een lbo-diploma met ten minste twee vakken op C-niveau en de rest van de vakken op B-niveau. Voor sommige opleidingen kunnen aanvullende eisen gesteld worden. Dat is, bijvoorbeeld, het geval bij verpleging en assistentie in de gezondheidszorg.

Nu het toch over de beroepsopleidingen in het mdgo gaat, is het wellicht goed deze wat nader te omschrijven. De eerste is de activiteitenbegeleiding, (mdgo-AB). In die opleiding leren jongeren te werken met mensen, die op de een of andere manier problemen hebben. Die mensen moet geleerd worden om hun tijd zinvol te besteden. Afgestudeerden komen meestal terecht in ziekenhuizen, verpleeghuizen, gezinsvervangende tehuizen enz.

„Sara Nevius"
De volgende opleiding is die van agogisch werk (mdgo-AW). In deze opleiding zijn er twee studierichtingen: het cultureel werk en het inrichtings- of groepswerk. Die opleiding levert leidsters af voor dagverblijven en gezinsvervangende tehuizen. Mdgo-AW wordt ock gegeven aan de reformatorische „Sara Nevius-school voor mdgo" in Amersfoort.

De derde opleiding heet „assistentie in de gezondheidszorg" (mdgo-AG). In deze opleiding zijn drie studierichtingen: doktersassistentie, tandartsassistentie en apothekersassistentie. De richtingen geven tegelijk de beroepen aan, waarvoor de opleiding bedoeld is.

Civiele en consumptief-technische diensten is de indrukwekkende naam van de vierde opleiding (mdgo-CCD). Het is een vergissing te denken dat studerenden in deze opleiding het vak van kok of kelner kunnen leren. Daarvoor is de horecaopleiding. Nee, in de studierichting civiele diensten worden jongeren opgeleid voor huishoudelijke diensten. In de consumptief-technische studierichting gaat het om maaltijdvoorziening (catering).

Mode en kleding (mdgo-MK) is de vijfde opleiding. De naam van de opleiding geeft aan waar het om gaat. Binnen de opleiding zijn er drie studierichtingen: realisatie (het maken), commercie (het, kopen en verkopen) en presentatie (het „showen" van kleding). De zesde opleiding sociale arbeid (mdgo-SA) leidt jongeren op voor het werken op afdelingen arbeidszaken en personeelswerk of bij gemeentelijke sociale diensten.

Sociale wetten
Er zijn in deze opleiding dan ook twee studierichtingen. Bij de eerste, arbeidszaken/personeelswerk, gaat het vooral om het toepassen en toelichten van de sociale wetten. Bij de andere, sociale dienstverlening, gaat het meer om persoonlijke hulpverlening aan bijstandsgenietenden, maar dan uitsluitend in de administratieve sfeer.

Opleidingen zeven en acht zijn achtereenvolgens sport en bewegen (mdgo-SB) en uiterlijke verzorging (mdgo-UV). De laatste opleiding is nog een experimentele. Het is eigenlijk een gecombineerde kappers- en schoonheidsspccialistenopleiding, waarbij ook voetverzorging in twee van de drie studierichtingen voorkomt.

Met de negende opleiding, die van verpleegster/verpleger (mdgo-VP) zij nogal wat moeilijkheden. Officieel is deze opleiding pas in augustus 1985 gestart. Maar het is duidelijk dat deze mdgo-opleiding door de in-service-opleidingen in ziekenhuizen en inrichtingen, maar ook door de hbo-verpleegkunde al een geduchte concurrentie wordt gezien.

Dat maakt de start van deze opleiding bepaald niet gemakkelijk. Oorspronkelijk lag het min of meer in de bedoeling dat de mdgo-VP de in-service-opleidingen zou vervangen. Daardoor zouden dan tegelijk stageplaatsen in de ziekenhuizen en inrichtingen beschikbaar komen. Maar volgens de laatste berichten gaat dit allemaal niet van een leien dakje.

Verzorging
De laatste opleiding is die van de verzorging (mdgo-VZ). Ook deze opleiding wordt verzorgd door de Sara Nevius. De opleiding lijkt binnen de gereformeerde gezindte een bijzonder gewilde mogelijkheid om verder te studeren. Er zijn geen studierichtingen, maar studerenden worden voorbereid op het werken in de gezinszorg, de bejaardenzorg, de kraamzorg en de gehandicaptenzorg.

Het mdgo is succesvol van start gegaan. Maar er zal nog erg veel geld ingepompt moeten worden, wil deze onderwijssoort ook in de toekomst succesvol blijven. In november 1985 is er door het samenwerkingsorgaan van de mdgoscholen een rapport uitgebracht onder de titel „Mdgo een jaar na dato".

De ondertitel van dit rapport luidde: „Wie A zegt moet ook B zeggen". Met andere woorden: Beste staatssecretaris Ginjaar-Maas, u hebt het mdgo van start laten gaan. Nu moet u ook zorgen voor goede gebouwen en voldoende inventaris.

Ongetwijfeld zal de staatssecretaris dat best willen. Maar een nare bijkomstigheid is dat daarvoor geld, erg veel geld nodig is. Dus zal het nog wel enige jaren duren, alvorens het mdgo in staat is alle studerenden behoorlijk te ontvangen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1986

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

Mdgo had een vliegende start maar bleef relatief onbekend

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1986

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

PDF Bekijken