Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Goede verlichting is elementaire behoefte

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Goede verlichting is elementaire behoefte

Prof. Begemann over verlichtingsklimaat in onze maatschappij

9 minuten leestijd

„Goede verlichting is een elementaire behoefte in onze huidige en toekomstige maatschappij. Zo elementair, dat een goede openbare verlichting en verlichting van de arbeidsplaats als een recht in plaats van als een voorrecht beschouwd dient te worden. De kennis en middelen staan ons ter beschikking om optimaal aan de verlichtingsbehoefte te voldoen. Helaas is het verlichtingsklimaat in Nederland na de energiecrisis van 1974 een typisch depressieklimaat geworden. De eerste opklaringen dienen zich echter aan. Een nieuw verlichtingskundig elan moet de kans kunnen krijgen, omdat een goede verlichting de kwaliteit van onze maatschappij in alle opzichten verhoogt. len, die de vooruitgang van de verlichtingskunde in Nederland kunnen bevorderen, niet effectief gebruikt.

„Als bovendien de aanwezige expertise in Nederland verspild wordt aan weinig relevante onderzoeken en het eindeloos debatteren met energiebesparingsambtenaren en architecten die hun creaties verduisteren inplaats van verlichten om daarmee een van de vele energiebesparingsstroffeeën • te winnen, dan zijn we in Nederland op de verkeerde weg", aldus prof. Begemann.

Hij hoopt in de komende jaren hierin verbetering té brengen. De eerste resultaten van gezamenlijk onderzoek rechtvaardigen zijn optimisme. De TH's in Eindhoven en Delft gaan jaarlijks hun onderzoeksprogramma's op dit gebied afstemmen. „Het besef en de bereidheid groeien om in Nederland verlichtingskundig onderzoek beter te coördineren", aldus Begemann.

Dat betoogde prof. dr. ir. S. H. A. Begemann vorige week op de Technische Hogeschool Eindhoven tijdens zijn intreerede „De verduistering in de verlichtingskunde". Begemann (44) is vanaf 1 september 1984 bijzonder hoogleraar in de praktische verlichtingskunde bij de afdeling Bouwkunde van de TH Eindhoven. Hij is de enige hoogleraar verlichtingskunde in ons land. Begemann is hoofd van het Lighting Design & Enginee^ring Centre van Philips.

Op de verkeerde weg

Noodverlichting

Begemann gaf de volgende schets van de huidige situatie: „Op de straten, wegen en autosnelwegen is minder licht. Kantoren en fabrieken vertonen in toenemende mate het beeld van schemerachtige ruimtes waar de stimulans tot werken plaats gemaakt heeft voor een neiging tot uitrusten. In sommige gangen komen verlichtingsniveaus voor die aardig in de buurt komen van de normen voor noodverlichting. Dit zijn voorbeelden waarbij verlichtingssterkte en gelijkmatigVolgens Begemann worden tijd en midde54 Als de vriendinnen van zijn zuster zulk een mening over mij hebben, dan weet ik niet wat andere mensen en mevrouw Inge zelf moeten denken. Deze twee dames zeiden nog meer onplezierige en onware dingen en daar ik zie, dat zij ook uitgenodigd zijn vandaag, zou het erg vervelend voor mij zijn hen te ontmoeten in meneer Leighs aanwezigheid." Mevrouw Murray fronste haar wenkbrauwen en haar lippen krulden, toen zij een diamanten armband om haar arm knipte. „Ik heb al lang gevreesd overvallen te worden door een of andere uitbarsting van mevrouw Montgomery's onhebbelijkheid. Zij beoordeelt zonder twijfel jouw motieven naar die van haar stompneuzige en ondraaglijk-aanstellerige Maud, die, naar men zegt, al haar aandacht aan Gordon, om zijn fortuin, wijdt. Ik zal de eerste de beste kans waarnemen om haar te doen begrijpen, dat het erg onhebbelijk is van iemand, wier vader beschuldigd is van inbraak en uit de staat verbannen, om zoveel nadruk te leggen op de armoede van anderen, als een hinderpaal om in goed gezelschap te verschijnen. Wat mevrouw Hill betreft, wier ouders beslist achtenswaardige, zelfs heel beschaafde mensen waren, verwachtte ik, dat zij zich minder druk zou maken op het punt van iemands afkomst. Ik dacht ook, dat ze beleefder zou zijn en minder ZATERDAG 1 FEBRUAR11986 kwaadaardig. Alles wat je hoorde was vreselijk lomp en in werkelijk beschaafd gezelschap is lomp zijn slechter dan boosaardigheid, maar, hoewel het vervelend is, is het toch niet de moeite waard er acht op te slaan. Ik zou ze niet het plezier willen doen me terug te trekken uit een positie, die je zo schitterend vervult." „Ik vind het niets naar om thuis te blijven; integendeel, ik doe het hever, want ik zou mijn boeken niet graag willen verruilen voor alle diners, die ooit gegeven werden." „Er is geen reden voor jou om van jezelf een kluizenaar te maken, alleen omdat twee lompe malle babbelaarsters bij jou in ongenade gevallen zijn. Je hebt tijd genoeg om te lezen en te studeren en ga maar heid gereduceerd zijn tot ver beneden de gangbare normen".

Volgens de hoogleraar hebben na de energiecrisis grote groepen zogenaamde „energie"-deskundigen (met de overheid voorop) zich, niet geremd door kennis van zaken, op de verlichting gestort. „Het is immers psychologisch aantrekkelijk om het licht uit te draaien, want •dan ziet iedeïeendat er energie gespaard wordt," zei Begemann, „zo kan het gebeuren, dat energiebesparende maatregelen werden gepropageerd of doorgevoerd waarvan het uiteindelijke effect zelfs een energietoename en verspilling oplevert."

Energieverspilling

Ter illustratie hiervan gaf Begemann enkele voorbeelden. Eén daarvan is te vinden in het 's avonds na tien uur uitschakelen van grote delen van de openbare verlichting in woonwijken. Het gevolg hiervan is dat rondom de huizen die zo in het donker worden gezet, de bewoners uit veiligheidsoverwegingen buitenverlichting aanbrengen, meestal met gloeilampen.

Het netto resultaat is, dat één efficiënt lichtpunt van de openbare verlichting vervangen wordt door zo'n drie a vier inefficiënte particuliere lichtpunten, die gezamenlijk meer energie verbruiken dan het uitgeschakelde lichtpunt van de openbare verlichting. Dit heeft dus niets te maken met energiebesparing. Integendeel, het resulteert in energieverspilling en een kostenverschuiving van de overheid naar de individuele burger. om te gaan, die mij belasteren, uit vrees u te beledigen. Het is voor mij erg pijnlijk, lieve mevrouw Murray, om tegenover u ondankbaar en koppig te schijnen, maar deze keer kan ik uw wens niet vervullen." Zij keken elkaar strak aan en mevrouw Murray had de wenkbrauwen niet meer gefronst en de lippen niet meer gekruld, toen zij vroeg: „En wat moet ik tegen mevrouw Inge zeggen?" „Dat ik haar dank voor haar vriendelijke invitatie, maar dat ik het erg druk heb met mijn onderwijzeres-examen en dus geen tijd heb voor feestjes." Mevrouw Murray glimlachte veelbetekend. „Denk je dat dat excuus je vriend Gordon zal voldoen? Hij zal naar Maud gaan, die altijd glimlacht en hem vleit om troost te zoeken." „Het kan me niet schelen wat hij doet, als ik maar met rust gelaten word." „Stil, mijn lieve kind. Je meent niet wat je zegt. Je weet heel goed, dat je hoopt, dat Gordon aan de lievigheden van die malle Maud ontsnapt en ook aan de handigheden van haar lieve mama. En als jij 't niet hoopt, dan doe ik 't. Begrijp wel, dat je het kwaad van Susan Montgomery niet op Gordon mag laten neerkomen. Ik zal vroeg thuis komen en je naar bed sturen om negen uur-, om je te straffen voor je koppigheid. 82. Pieter voelt, hoe moeilijk deze bekentenis Bos en z'n vrouw valt. „Spreekt daar niet meer van", zegt hij. „Dat is voorbij. Ik ben blij, dat alles goed is. En ook Johanna zal heel blij wezen". „En nu willen wij het graag goed maken", zegt mijnheer Bos! Afwerend strekt Pieter z'n hand uit. „Neen", zegt hij. „Daar moet ge niet van spreken, 'k Hoop niet, dat ik U — je beledig, maar wij willen ons zelf graag redden". „Natuurlijk", antwoordt mijnheer Bos. „Maar ik ben het, Pieter, die je heeft tegengewerkt. Nu moet je mij ook toestaan met jou mee te werken. Ik bied je trouwens geen giften aan. Je kunt mij een" dienst bewijzen, als je met m'n voorstel kunt instemmen.... Neen, laat me nu uitspreken". Pieter wil iets zeggen, maar mijnheer Bos gaat door: „Er is tegenwoordig een goede gelegenheid om de Fransen schade te berokkenen". „Stil man". Juffrouw Bos legt de vinger op de lippen. Op zachte toon gaat mijnheer Bos voort: „Je weet, dat er tegenwoordig geld te verdienen is met de smokkelhandel. Lodewijk Napoleon schijnt het wat door de vingers te zien. Er varen veel schepen uit Londen en Helgoland naar de Kaapton. Daar wordt de lading overgebracht in kleine schepen en naar de Groninger en Friese kust vervoerd. Nu had ik gedacht zou jij dat ook niet kunnen doen, met je jongens?" ' "' Pieter heeft aandachtig geluisterd naar de voorslag van mijnheer Bos. Dan zegt hij: „Ik heb er wel eens aan gedacht, maar ik ben het met mezelf niet eens of het wel geoorloofd is. En ten tweede: ik kan me met m'n schip niet op zee wagen. En — dan — je moet aan de wal ook een adres hebben, waar je de waren aflevert". „Voor dit laatste kan ik wel zorgen", antwoordt mijnheer Bos. „Ook heb ik bij m'n scheepswerf „Concordia" een goed schip liggen, 't Is een bom en dus volkomen zeewaardig. Natuurlijk is 't bezwaar bij bommen altijd, dat ze niet vlug zeilen. Maar daartegenover staat, dat je ook minder verdacht zult worden. En je kunt er gewoon mee vissen. Je zult natuurlijk een paar goede knechts moeten hebben...." „Met m'n beide jongens...." „Ja, met je beide jongens.... Jullie mogen gerust wel met je vijven wezen. Maar ja, 't eerste bezwaar — dat moet je zelf beslissen. Ik vind het echter geen schande in de tegenwoordige tijd. Ten slotte gaat het er om keizer Napoleon te dwarsbomen". „Neen, schande is het niet", antwoordt Pieter nadenkend.

REX,RONALD,
deel?

RUUD EN
Het is een ballon, een ballon. En het vriendje heeft er ook een. Leuk, leuk. Kunnen we fijn mee spelen. Ik weet hoe dat gaat. Ze blazen de ballonnen op. Kijk eens hoe groot, hoe mooi rond ze worden. Ik kan bijna niet wachten tot ze klaar zijn met blazen. Ik wil er met mijn ene poot een tik tegen geven. „Woef, woef." Kom dan Ruud. Kom dan vriendje. Zie je het. Ze gooien de ballonnen omhoog en dan moet ik ze zien te pakken. Maar die akelige dingen gaan zo hoog, ik kan er niet bij. Ik moet wachten tot ze wat lager komen. Ja, daar zijn ze. Nu kan ik er met mijn poot bij. Zoef. De ballon schiet weer omhoog. FRIEDA MOUTV.D.LINDEN Ik blaf van dolle pret. „Woef, woef, woef." Het wordt een fijn spel. Telkens spring ik omhoog en dan geef ik met mijn kop of met mijn , ene poot een tik tegen de ballon. Soms zijn de jongens vlugger en is de ballon al omhoog voor ik er bij kan. Maar dan houden ze er mee op. Jammer, het ging juist zo leuk. Wat gaan ze nu doen? Iets uithalen? Net wat ik dacht. Ruud en het vriendje maken het touwtje van de ballon los en sssss De ballon loopt een beetje leeg. Vlug blazen Ruud en zijn vriendje de ballon nog eens op en dan laten ze de ballon schieten, Bzzzz. Met een paar rare draaien vliegen de ballonnen over het gras.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Goede verlichting is elementaire behoefte

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken