Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kuypers briefwisseling met vriend Idenburg gebundeld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kuypers briefwisseling met vriend Idenburg gebundeld

Uitgave brengt veel bijzonderheden aan het licht

7 minuten leestijd

FRANEKER — Het tijdperk van de rechtse coalitiekabinetten in de jaren voor en na de eeuwwisseling werd in sterke mate bepaald door de personen van de antirevolutionaire Kuyper, de christelijkhistorische De Savornin Lohman en de rooms-katholieke partijman Schaepman. Vergeleken bij deze politici komt de veel minder bekende Idenburg over als een man van ondergeschikte belang. Dat dit ten onrechte is leert ons de onlangs uitgegeven briefwisseling tussen Idenburg en Kuyper.

Duidelijk komt hierin naar voren welk een belangrijke rol Idenburg heeft gespeeld, niet alleen binnen de Antirevolutionaire Partij, maar ook in de landspolitiek. Lange tijd werd hij door Kuyper gezien als zijn natuurlijke opvolger tot leider van de Antirevolutionaire Partij.
Alexander Willem Frederik Idenburg (1861-1935) begon zijn carrière als genie-officier in Nederlands-Indië. In 1901 werd hij tot lid van de Tweede Kamer gekozen en het volgend jaar tot minister van koloniën in het kabinet-Kuyper (1901-1905). Zijn richtlijnen voor het politiek beleid werden door gouverneur-generaal J. B. van Heutz, „de pacificator van Atjeh", aanvaard.
Idenburg was destijds de enige koloniale specialist binnen de toenmalige antirevolutionaire fractie. In 1905 werd hij benoemd tot gouverneur van Suriname. In 1908 werd hij opnieuw minister van koloniën, nu in het kabinet van zijn partijgenoot Th. Heemskerk.

Gouverneur
Van 1909 tot 1916 was Idenburg gouverneur-generaal van Nederlands Indië, als opvolger van Van Heutz. Na zijn terugkeer in Nederland werd hij in 1918 voor de derde keer minister van koloniën, maar moest om gezondheidsredenen het volgend jaar zijn ambt neerleggen. Na van 1920 tot 1924 lid van de Eerste Kamer te zijn geweest, werd hij in 1923 minister van Staat. Hij overleed in 1935 in Den Haag.
Na jarenlange arbeid is nu de briefwisseling tussen Idenburg en Kuyper verschenen. Deze is verzorgd, geannoteerd en ingeleid door dr. J. de Bruijn en dr. G. Puchinger. De correspondentie omvat 148 brieven uit de laatste 27 jaren uit het leven van dr. A. Kuyper (die in 1920 stierf) en werpt een helder licht op de persoonlijkheden van Kuyper en Idenburg alsook op de lange reeks van gebeurtenissen in het politieke, sociale en kerkelijke leven uit het begin van deze eeuw.

Kuyper
Puchinger wijst er in zijn uitvoerige inleiding van 126 pagina's (voor de helft gevuld met noten) op dat men bij het lezen van deze briefwisseling inzake Kuyper drie zaken goed dient te onderscheiden: Kuyper als religieus schrijver, met name de auteur van de meditaties in De Heraut, Kuyper als politicus (vooral na zijn aftreden als minister-president) en Kuyper als persoon.

Wat het eerste betreft is de invloed van Kuyper als religieus schrijver op Idenburg (en zijn vrouw) groot geweest. Zijn principiële houding was hierdoor reeds vroegtijdig bepaald. Op de KMA kreeg hij eens een pak slaag van zijn medestudenten omdat hij De Standaard las.

Anders stond het ten opzichte van Kuyper als politicus. Enerzijds erkende Idenburg Kuypers grote betekenis als „de van God gegeven leider" voor ons christelijk volk, anderzijds had hij ook oog voor Kuypers persoonlijke hebbelijkheden en diens vaak wat autoritair optreden (tengevolge waarvan hij bekwame geestverwante politici van zich vervreemdde).
Dit laatste trad vooral aan de dag bij de totstandkoming van het kabinet-Heemskerk, waar Kuyper als partijleider volgens eigen gevoelen te veel buiten was gebleven. Kuyper had namelijk na de val van zijn kabinet in 1905 zijn hoop op een tweede kabinet-Kuyper gevestigd. Volgens Idenburg eiste hij „een extra ordinaire positie op als erkenning van zijn vele werk". En wat Heemskerk betrof, deze wilde gaarne „het voortreffelijke in Kuyper erkennen maar zich niet onder curatele laten stellen".
Wat Kuyper niet, maar Idenburg wel bekend was, was het feit dat koningin Wilhelmina niet veel van Kuyper moest hebben, vooral vanwege zijn „kerkreformerend" optreden in de vorige eeuw (1886). Zij begeerde hem in geen geval meer terug in de leiding van de regering.

Verhouding
Uit de correspondentie en uit de nooit uitgegeven autobiografie van Idenburg komt duidelijk naar voren „hoe onoplosbaar de vragen rond de ouder wordende Kuyper lagen en welk een wijs bemiddelaar Idenburg moet zijn geweest". Idenburg wist een grote mate van tact te combineren met eerlijkheid.

Over Kuyper schreef hij eens het volgende: „Het persoonlijke trad in de gedachtengang van Dr. Kuyper zoo sterk op den voorgrond dat ik hem in verband met deze zaken eens vroeg of het wel werkelijk de zaak des Heeren was, die hij op politiek terrein wilde dienen en of het niet meer om zijn eigen zaak (eer, macht, glorie) ging. Hij antwoordde mij toen: het kan zijn dat je gelijk hebt, maar ik geloof het niet. Je moet niet vergeten als men zijn hele leven, al zijn tijd, al zijn krachten aan een taak heeft gegeven dan is men tenslotte met die zaak zoozeer samengegroeid dat men niet precies meer kan onderscheiden wat geschiedt ter wille van de zaak op zich zelf en wat geschiedt voor het eigen ik op zich zelf".

Viel voor Idenburg het ministerschap zwaar, zodat hij schreef: ,.Ik geloof niet dat er weder licht op de wereld een ezel gevonden zal worden, die zoo onbekwaam is en die arbied zoo verfoeit", bij Kuyper lag het geheel anders: „Dr. Kuyper heeft geen steun nodig", aldus Idenburg. „Hij is anders dan Mozes wiens handen moesten worden opgehouden door Aaron en Hur; hij kan voor dergelijke arbeid geen menschen gebruiken maar alleen steenen of instrumenten". Toch is Idenburg een intieme vriend van Kuyper gedurende diens twintig laatste levensjaren geweest.

Gereformeerd belijder
Idenburg komt in de briefwisseling niet alleen naar voren als een integer persoon met een bijzonder hoge plichtsopvatting, maar ook als een gereformeerd belijder. Zijn christelijke levensovertuiging was mede gevormd door zijn ouderlijk huis. Puchinger schrijft: „Men koos later voor de Doleantie-beweging van dr. A. Kuyper (1886) al werd dit ouderlijk milieu mede bepaald door een sterk piëtistische inslag, waarbij de dagelijkse omgang met God door bijbellezing en gebed het allervoornaamste in het leven was. In die weg van intieme omgang met God nam men ook zijn persoonlijke levensbeslissingen, waarbij men zeker was van de leiding Gods".
De brieven van Idenburg vertonen in dit opzicht meer geestelijke diepgang dan die van Kuyper. In de Indische tijd, die voor het echtpaar Idenburg grote beproeving met zich meebracht (vooral door de dood van vier heel jonge kinderen) was Idenburg geruime tijd ouderling van de Gereformeerde Kerk te Batavia, gaf catechisaties en deed huisbezoek.
Aan partijtjes en soirées op zondag werd door het echtpaar Idenburg nooit deelgenomen. Vanwege zijn uitgesproken christelijke overtuiging en zijn politieke houding tegenover missie en zending en de opkomende nationalistische beweging stond het merendeel van de Europese bevolking in Indië onsympathiek, zo niet vijandig tegenover Idenburgs bewind. De toelating van de Sarekat Islam - met een recht op eigen ontplooiing van de inlandse bevolking - handhaafde Idenburg als centraal programpunt van de ARP; daarin wist hij zich gesteund door Kuyper.

Bijzonderheden
Uit de briefwisseling komen wij tal van bijzonderheden aan de weet. ook uit het huiselijk leven van Kuyper. Twee van zijn dochters, Henriëtte (Harry) en Cato (Too) van wie de eerste intellectueel de meerdere was), leefden op gespannen voet met elkaar, wat voor Kuyper een grote zorg betekende. De zorg strekte zich ook uit over een zoon, Frederik, die tandarts was te Bandoeng en Padang en die in de ban was geraakt van de theosofische beweging. Ook in deze zaken heeft het echtpaar Idenburg intensief met Kuyper meegeleefd.
De monumentale bronnenuitgave, die 640 dikbedrukte pagina's op prachtig papier omvat met talrijke illustraties en een uitvoerig register, geeft een schat van achtergrondinformatie over het persoonlijke leven van de beide figuren en over de politieke ontwikkeling van de eerste decennia van deze eeuw. Wie zich op het vervolg hiervan wil oriënteren, zal zich moeten verdiepen in Puchingers „Colijn en het einde van de coalitie" (2 delen. Kampen 1969, 1980).

N.a.v. Briefwisseling Kuyper-Idenburg, verzorgd, ingeleid en toegelicht door dr. J. de Bruijn en dr. G. Puchinger; Uitgeverij Wever, Franeker; 641 blz.; prijs: ƒ 95,-.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Kuypers briefwisseling met vriend Idenburg gebundeld

Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken