Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De legende van Het Juffersgat bij Gietelo

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De legende van Het Juffersgat bij Gietelo

6 minuten leestijd

GIETELO — De naam Gietelo komt al reeds in 893 in oude geschriften voor als een van de negentien erven onder Voorst. Deze waren toen het eigendom van de abdij van Prüm in de Eifel. De naam is van oorsprong Oudsaksisch en betekent vermoedelijk Geitenbos, naar de vele wilde geiten die hier vroeger in de dichte moerasbossen voorkwamen.

Tevens maakt de buurtschap Gietelo op haar directe omgeving nog een uitzondering. Terwijl alle buurtschappen en dorpen om en bij Gietelo en langs de IJssel op oude stroomwallen van de IJssel zijn gebouwd, is Gietelo volgens deskundigen op de alleruiterste punt van een verre uitloper van de Veluwse heuvelrug gebouwd.
Er bevinden zich hier ook nog enkele koepelgraven zoals die elders op de Veluwe ook nog voorkomen. En al heel vroeg in de geschiedenis is men ook juist vanaf Gietelo, op bescheiden schaal, begonnen met de ontginning van de omliggende moerasbossen. Later liep er een hessenweg vanuit Holland en Utrecht langs Barneveld en over de Veluwe naar Beekbergen, Voorst en Gietelo naar Wilp, vervolgens daar de IJssel kruiste en liep verder langs Barchem naar Westfalen. In de oudheid lag Gietelo dus voor die tijd al aan een belangrijke verkeersroute.

Overlevering
In 1539 is er voor het eerst sprake van het huis (kasteel) Gietelo. Maar het moet toen al enige tijd bestaan hebben. Het werd toen in dat jaar namelijk door Mary van Back en haar zoon Conras, aan Jasper van Lijnden verkocht. In 1635 werd Gietelo een Gelders leen.
Omstreeks 1740 werd het goed door de familie van Apeldoorn gekocht. Deze vervingen het oude slot door een I8e-eeuws landhuis en noemden dit nieuwe huis Huize de Poll. Vroeger werd in deze omgeving van geslacht op geslacht 's avonds bij het openhaardvuur nog een spannende overlevering verteld die een der jonkvrouwen van het oude huis Gietelo zou zijn overkomen. Het volgende verhaal is door mij uitgewerkt naar aantekeningen die mij door oude bewoners uit deze streek verteld zijn.

De zon stond hoog aan de wolkenloze blauwe hemel en koesterde met haar warme stralen mens en dier. Overal waren op deze zomerdag de boeren op hun landerijen druk aan het werk. Het roodbonte IJsselvee deed zich tegoed aan het malse gras of lag rustig te herkauwen. Kortom, het gehele landschap geleek op een groot zonovergoten en vredig landschap. Derk, de paardenknecht en koetsier van kasteel Gietelo, veegde zich het zweet van zijn voorhoofd en was juist klaargekomen met het roskammen van de twee prachtige paarden, die nu evenals de koets glommen als een spiegel.

Nadat hij het tweetal voor de koets had gespannen en zelf zijn mooie blauwe koetsiersjas met glimmende knopen en gouden tressen had aangetrokken, reed hij stapvoets naar de hoge stoep van de hoofdingang van het huis. Hij had namelijk opdracht gekregen om deze middag met de juffer uit rijden te gaan. Dat deed hij juist met dit mooie weer veel liever dan in de stal een karweitje verrichten.

Toen de juffer op de stoep verscheen, opende Derk vlug het portier van de koets om haar in te laten. En even later mende hij het tweespan voor de glimmende koets, waar op de portieren het familiewapen geschilderd stond, met vaste hand over de vaak smalle en bochtige wegen. Langs weiden en velden, mooie boerenhoeven en langs schilderachtige kolken en oude rivierarmen met velerlei watervogels, waar deze streek zo rijk aan is. De koets werd nagestaard door de landarbeiders, die bij het naderen der koets beleefd groetten. Inwendig waren ze nu wel een beetje jaloers op Derk, die daar nu hoog en droog in zijn mooie jas op de bak zat en ook volop van deze rit genoot.

Onweer
Toen men na een mooie rit weer huiswaarts wilde keren, vormden zich aan het firmament enkele onweerskoppen en begon het benauwd warm te worden. De freule had Derk al een teken gegeven om de pas der paarden te versnellen. Mocht er soms onweer komen dan wilde ze voor die tijd toch weer liever op het kasteel terug zijn.
Het werd dan nu ook werkelijk de hoogste tijd. Want sneller als men vermoed had, trok de lucht geheel dicht, met onheilspellend donkere wolken, die vaal en akelig geel belicht werden. En het zoëven nog lieflijke en vredige landschap werd als bij toverslag plotseling grimmig en angstaanjagend.
In de koets werd het steeds benauwder en Derk op de bok omklemde de leidsels steviger en moest zich schrap zetten tegen de plotselinge, harde windstoten. Ook de paarden voelden het noodweer naderen en versnelden als bij instinct vanzelf de pas.

Toen men door het woud reed werd het op slag pikdonker, terwijl het nog lang geen avond was. Daar vielen de eerste regendruppels en de bliksem zette het woud af en toe in een fel licht. De paarden schrokken bij elke slag en lieten een angstig gehinnik horen. Terwijl de wind door de takken der bomen gierde en de regen met stromen neergutste, zodat ook Derk zijn mooie koetsiersjas nu doornat werd omdat hij hier niet op gerekend had en geen regenzeil had meegenomen.
De wind die inmiddels tot storm aangewakkerd was rukte grote takken van de bomen en woei ze heel ver weg alsof het veertjes waren. Plotseling schoot een felle lichtstraal door de lucht, onmiddellijk gevolgd door een zware slag. Een boom vlak naast de weg werd ontworteld en viel met veel geraas vlak achter de koets, terwijl de takken Derk en de paarden nog striemden.

Leidsels
Dit was te erg voor de hevig geschrokken dieren. Ze begonnen wild te steigeren en verloren alle zelfbeheersing, waarna ze het op een waanzinnig rennen zetten en naar geen leidsels meer gehoorzaamden. Na een wanhoopspoging om niet van de bok af te vallen raakte Derk al vlug zijn leidsels kwijt.

Zo raasden de paarden in een onnoemelijke vaart stuurloos voort met de koets en de freule, die nu in doodsangst verkeerde, en met Derk, die zich slechts met de grootste moeite nog op de bok kon vasthouden, achter zich. Het ging in een onbesuisde vaart over dikke afgerukte takken, over bulten en door gaten, als een dodenrit, recht op een der diepe kolken aan. Waar ze in volle vaart en met veel lawaai pardoes in reden en geheel verzonken.

Volgens zeggen zou er nooit meer iets van hen teruggevonden zijn. De omwonenden wisten te vertellen dat ze de paarden luid hadden horen hinniken. Sindsdien heeft de kolk bij Voorst de bijnaam van „Het Juffersgat" gekregen. En als later bij onweer de wind weer door de bomen bij „Het Juffersgat" gierde, zeiden de oude bewoners in de omgeving: „Heur de peerden eens hinniken", terwijl ze elkaar angstig aankeken en wat dichter bij elkaar schoven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 maart 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

De legende van Het Juffersgat bij Gietelo

Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 maart 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken