Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ingrediënten staan in rangorde op verpakte levensmiddelen vermeld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ingrediënten staan in rangorde op verpakte levensmiddelen vermeld

Consument kan produktinformatie op etiket vinden

5 minuten leestijd

Ingrediënten: aardbeien, suiker, water, geleermiddel, voedingszuur, zuurteregelaar, conserveermiddel, kleurstof. Bereid met 45 g vruchten per 100 g, totaal gehalte aan suikers: 33 g per 100 g. Na opening koel bewaren. Inhoud 325 g e. Prijs 2,38. Oftewel een potje aardbeienjam van een bekende Betuwse jamfabriek.

De hoeveelheid informatie die is te lezen op de etiketten van voorverpakte levensmiddelen is de laatste jaren enorm toegenomen. De belangrijkste oorzaak hiervan is het op 23 december 1982 in werking getreden „Algemeen Aanduidingenbesluit", een onderdeel van onze Warenwet. In dit besluit wordt vrij uitgebreid omschreven welke informatie de consument allemaal op het etiket moet kunnen lezen. Een groot deel van onze boodschappen doen wij routinematig, zonder steeds etiketten te lezen. Naar de prijs wordt het eerst gekeken, die moet trouwens ook verplicht op de verpakking aangegeven zijn (volgens de Prijzenwet). Toch is de consument wel kritischer gaan kopen. De informatie op het etiket kan hem helpen de kwaliteit van op het eerste gezicht gelijkwaardige produkten te vergelijken. Helaas noden sommige etiketten niet tot lezen, vanwege de kleine letters of onoverzichtelijkheid.

Naam
Wat moet er dan allemaal op de verpakking staan, behalve de prijs? Ten eerste de naam van het produkt. Dit lijkt heel logisch, maar het is toch van groot belang. De consument weet dan wat hij in de verpakking mag verwachten. Wijkt de samenstelling van een produkt af van de wettelijke bepalingen, dan mag deze naam niet meer gebruikt worden, maar moet een fantasienaam gekozen worden. Zo is „halfom" geen echte halfvolle melk waar extra eiwitten aan toegevoegd zijn. Daarnaast is de vermelding van de netto-inhoud verplicht; de e, die hier vaak achter staat, is een EG-aanduiding. Ook is te vinden de datum van ininimale houdbaarheid, een gebruiksaanwijzing en bewaarvoorschrift en gegevens over de producent, herkomst en produktiepartij. Sinds het Algemeen Aanduidingenbesluit van kracht is, is de producent bovendien verplicht het etiket van zijn produkt te voorzien van een lijst van gebruikte ingrediënten. De hoeveelheden gebruikte ingrediënten hoeven niet genocind te worden, maar de grondstof met het grootste aandeel moet voorop staan en dan verder in aflopende volgorde. Dit kan weleens verwarrend zijn, omdat een grondstofdie tweede in de opsomming staat toch soms maar een klein deel van het geheel in beslag neemt. Bovendien als bijvoorbeeld suiker als ingrediënt wordt vermeld, is dit de suiker die tijdens de bereiding is toegevoegd. Er wordt geen rekening gehouden met de eventueel aanwezige suiker in de oorspronkelijke grondstoffen. De ingrediëntenlijst geeft dus geen absolute informatie, wel vergelijkingsmateriaal.

Jammer is dat nog niet verplicht is gesteld op het etiket de hoeveelheden en de voedingswaarde aan te geven, dat zou heel wat meer duidelijkheid geven. Sommige fabrikanten doen het al wel op vrijwillige basis, de een uitgebreider dan de ander. Het streven is echter hierin eenheid te krijgen. Door voedingsvoorlichters is een model voor een voedingswaardewijzer ontworpen. Hierop slaan de hoeveelheid kilojoules (kilocalorieën), eiwitten, vetten en koolhydraten (zetmeel en suikers) per portie aangegeven. Daaronder de hoeveelheid van de belangrijkste vitaminen en mineralen die in het voedingsmiddel voorkomen. Nu is het nog service als een dergelijke voedingswaardewijzer op het etiket staat, misschien komt hiervoor in de toekomst ook een verplichting. In ieder geval zou dit door de voedingsvoorlichting toegejuicht worden en het geeft de consument meer houvast. Dat wil zeggen: meer concrete informatie, zodat de consument een betere keuze kan maken.

Hulpstoffen
Een heet hangijzer tussen de ingrediënten vormen de zogenaamde additieven, de toegevoegde hulpstoffen. Deze stoffen zijri ergens tijdens het bereidingsproces aan de grondstoffen toegevoegd om tot het cindprodukt te kunnen komen. De consument kan over het algemeen uit de verschillende benamingen niet zo goed wijs worden. Alle genoemde stoffen zijn wettelijk toegestaan, maar vooral in alternatieve kring vraagt men zich al jaren af of al deze hulpstoflen wel echt noodzakelijk zijn. Van sommige stoffen is uit dierproeven gebleken dat zij schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid, overigens pas in heel grote doses! Van andere stoffen is bekend dat zij bij mensen die daar gevoelig voor zijn. al in heel kleine hoeveelheden allergische reacties kunnen veroorzaken. Vanzelfsprekend maken de hulpstoffen het grondprodukt steeds minder natuurlijk. Hierbij moet opgemerkt worden dat er ook produkten zijn waarin helemaal geen additieven voorkomen, omdat ze niet nodig zijn. De hulpstoffen worden op het etiket meestal genoemd met de naam van de categorie w aartoe ze behoren, bv. antioxydant, soms gevolgd door een HG-nummer, zoals E 300.

Functie
De voorwaarden waaraan de hulpstoffen moeten voldoen om voor gebruik in aanmerking te komen zijn: niet schadelijk zijn voor de gezondheid en een duidelijke functie hebben, zodat toepassing gewenst is. Die functies kunnen zijn: verlenging van de houdbaarheid (conserveermiddelen en antioxydanten), verbeteren van kleur. geur. smaak of uiterlijk in het algemeen (antiklontermiddelen) en/of het stabiliseren van de toestand van het produkt, zodat bijvoorbeeld het vet in de melk verdeeld blijft en er niet bovenop drijft (stabilisatoren, emulgatoren). Er zijn verschillende hulpstoffen die een dubbele werking hebben.

De noodzaak van het gebruik van hulpstoffen is het meest discutabel wat stoffen die de kleur, geur, smaak en het uiterlijk moeten verbeteren betreft. De consument kan inoeilijk zien of er hier en daar sprake is van verdoezeling van inferieure kwaliteit. De vraag is natuurlijk ook: „Willen wij, kopers, net zo lief bruine aardbeienjam als de mooie rode jam?" Als er bewust produkten worden vermeden waaraan deze stoffen zijn toegevoegd, zal de producent zich, uil eigen belang, toch gaan aanpassen. Hel initiatief moet echter meestal van de consument uitgaan. Gelukkig beslaat er grote terughoudendheid voor hel wettelijk toelaten van nieuwe additieven. Helemaal zonder is vrijwel onmogelijk of u moet alles vers kopen of zelf verbouwen en bereiden. Zonder meer alle hulpstoflen accepteren is ook niet nodig, leder moet voor zichzelf kritisch de voor- en nadelen van hel gebruik van (kunstmatige) hulpstoffen afwegen. Wanneer we vaker en beter de etiketten gaan lezen, kunnen heel verantwoorde keuzes gemaakt worden. Welke keuzes dat zijn, beslist ieder uiteindelijk zelf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 mei 1986

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Ingrediënten staan in rangorde op verpakte levensmiddelen vermeld

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 mei 1986

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken