Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Opgemerkt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Opgemerkt

2 minuten leestijd

Bont (V)
Naar aanleiding van het ingezonden stukje van Joke Westerhof (KD
van dinsdag 19 augustus) wil ik ook even reageren. In psalm 104 wordt de heerlijkheid van Gods „schepping" bezongen. Deze schepping door God was volkomen volmaakt, er bestond geen pijn of ellende onder mens en dier want God zag al wat Hij gemaakt had en ziet het was zeer goed (Gen.1:31).
In Genesis 1:29 staat wat God de mens tot spijze geeft n.l. het zaadzaaiende kruid en alle geboomte in hetwelk zaadzaaiende boomvruchten zijn. In Gen. 1:30 staat dat al het gedierte der aarde, het gevogelte des hemels, het kruipende gedierte op de aarde waarin een levende ziel is, het groene kruid door God ten spijze wordt gegeven. Hieruit kan men concluderen dat er geen dieren waren die van de roof leefden. Daarna kwam de zondeval en zagen Adam en Eva dat zij naakt waren, derhalve hechtten zij vijgeboombladeren samen en maakten zich schorten (Gen. 1:7). Daarna kwam de veroordeling van de mens en de oorzaak van alle kwaad (Gen. 3).
De vijgeboombladeren die de mens zelf had gebruikt om zich schorten te maken om zijn naaktheid te bedekken, waren kennelijk niet goed want: De Heere God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen en toog ze hun die aan (Gen. 3;21). Hier moest dus het dier al lijden omwille van de zondeval.
Adam en Eva's eerste kinderen waren zonen, Kain en Abel. Kain werd
landbouwer en Abel schaapherder (Gen. 4:2). Beide broers gaan de Heere offeren, Kain van de vrucht des velds en Abel van de eerstgeborene zijner schapen en hun vet (Gen. 3:3 en 4).
Is het niet opmerkelijk dat het offer van Abel wordt aangenomen en van Kain niet terwijl Abel een dier offert? Het offer was de Heere aangenaam vanwege het geloof van Abel (Statenverklaring).
Ook leest men enkele malen in de Bijbel dat profeten o.a. Elia en Johannes den Doper waren gekleed in kemelsharen mantels.
Hekelingen   -  C. L. J. Noordermeer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1986

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Opgemerkt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1986

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken