Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoeveel Josquin-composities zijn echt?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoeveel Josquin-composities zijn echt?

Oude muziek tussen galante luit en liturgisch drama

4 minuten leestijd

Een als punker uitgedoste popmusicus die oorverdovende herrie produceert op een stevig opgefokte elektrische rockgitaar in de Ahoyhal en een liefelijk de snaren beroerende laatmiddeleeuwse luitspelcr aan een vorstelijk hof in Florence: twee totaal verschillende werelden van muziek? Het lijkt zo, maar overeenkomst is er meer dan men denkt: die gitaar is een verre na-neef van de luit, die op haar beurt weer verwant is aan instrumenten met namen als theorbe» arciliuto, colascione, pandurina en de chitaronne battente. Ook de vihuela, bij uitstek het snaarinstrument van de Spaanse renaissance, is een nichtje van de getokkelde luit.

Wie doi is op luitmuzick kon tijdens het afgelopen festival Oude Muziek in Utrecht zijn geluk niet op: alom weerklonk dit instrument, of een der afleidingen ervan zoals die vihuela, door de vele uitvoeringen van dit centrale festivalthema. En wie er niet van houdt kon er dol van worden. Het instrument met die bolle buik en merkwaardige knik komt op welhaast elke muziekafbeeiding uit late Middeleeuwen en Renaissance voor.

Ook op het wonderschone veelluik van de gebr. Van Eek, „De aanbidding van het Lam Gods" met dat beroemde panee! der musicerende engelen. Daar wordt de luit dus ook religieus instrument, naast het orgel. Dat is niet zo vanzelfsprekend, want de luit gold nogal als galant instrument voor feesten en partijtjes.

De (weinig?) bekende Johannes Tinctoris, Zuidnederlands componist, cantor te Napels en auteur van het eerste muzicklexicon (omstreeks 1473 verschenen) was een tijdgenoot van de componist josquin des Prez (aan wie een ander centraal icstivalthcma was gewijd) en Tinctoris schreef over de luit: „Deze doet dienst bij feesten, dansen, samenkomsten en meer besloten vermaken", waarbij wij in het ongewisse blijven over de bedoeling van die laatste zaak.

Religieuze muziek

Feit is, dat ook in later ecuwen de luit eerder verbonden wordt met kroegscènes of „vrolijke gezelschappen" De enige bekende afbeelding van de uit Henegouwen afkomstige Renaissance-componist en zanger Josquin des Prez, die aan Italiaanse vorstelijke en pauselijke hoven grote naam maakte met zijn missen en motetten. dan met gewijde muziekavonden, al blijven er uitzonderingen. darmsnarig mstrument, en zeker niet door een gitaarcombo...

yyToegeschreven aan,..

Hoewel op dit moment in Maastricht het I-estival voor religieuze muziek aan de gang is — soms met dezelfde medespelers als van het Utrechtse festijn — stond ook in Utrecht de religieuze muziek uït Middeleeuwen en Renaissance vaak op het menu: de uit Henegouwen geboortige Josquin des Prez kreeg als grootste componist der Renaissance en als zanger aan de hoven van Milaan, Ferrara en van de paus vee! aandacht in een symposium, zeer veel concerten en enkele e.xposïiics (onder meer over de bronnen van zijn muziek en over de instrumenten uit zijn tijd).

Daaruit bleek ook dat heel wat composities aan hem zijn toegedicht die van andere toondichters afkomstig waren. Maar dat was in die 15e en 16e eeuw zonder Muzickautcursrechtenburcau niet ongebruikelijk.

josquin — men leze over hem een der beste boeken die Thcun de Vries geschreven heeft, „Motet voor de kardinaal" — leefde van plm. 1440 tot 1521 en schreef talloze missen en motetten en daarnaast ook chansons. Maar van de ruim driehonderd composities die in de 15e en 16c eeuw op zijn naam staan zijn er slechts 86 uitsluitend aan hem toegeschreven. Heel veel doet het er niet toe: ook zijn leerlingen werkten in zijn „stijl" voorzover die te achterhalen valt.

Een ander religieus hoofdthema van het vijfde Utrechtse festival was het middeleeuwse liturgisch drama dat vermoedelijk net zo belangrijk was als al die abele spelen en moraliteiten die wc! op de middelbare school plegen (althans plachten) te worden besproken. Maar voor gewijde teksten als een „Planctus Mariae" (de klacht van Maria) wordt — naar ik meen ten onrechte — geen plaats ingeruimd. B^SjKa^^^l^L^

•ii 'fé

BBCVIX'J


IffiQ

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1986

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Hoeveel Josquin-composities zijn echt?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1986

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken