Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Landinrichting Lopikerwaard proces van geven en nemen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Landinrichting Lopikerwaard proces van geven en nemen

8 minuten leestijd

JAARSVELD — Het nieuwe gemaal te Jaarsveld gemeente Lopik) is gisteren officieel door het waterschap Lopikerwaard in gebruik genomen. Dijkgraaf jhr. ir. A. H. de Beaufort zegt „apetrots" te zijn op „De Koepel". Dit Lekgemaal is een belangrijk onderdeel in de inrichting van de Lopikerwaard. Daar is De Beaufort vast van overtuigd.Zonder ruilverkaveling was de aan- en afvoer van water in dit gebied verouderd gebleven, maar dank zij het verkavelingsproces wordt nu ongeveer de helft van het waterschap bemaald met de modernste apparatuur". Hij noemt „het Lekgemaal het meest zichtbare positieve geval van de ruilverkaveling in de Lopikerwaard".

„Het wassende water" wil men uit oogpunt van doelmatigheid en capaciteitsvergroting beheersen. Naast waterbeheersing zijn de verkaveling, de ontsluiting van het gebied en het natuur- en landschapsbehoud ook belangrijke facetten van de ruilverkaveling.
Achttien bestaande bemalingsbronnen in de Lopikerwaard, grotendeels daterend uit het einde van de … eeuw, worden stap voor stap buiten werking gesteld door vier nieuwe gemalen. In 1985 werd het eerste gemaal in Willeskop in gebruik genomen: ...eyt. Het nieuwe Lekgemaal De Koekoek doet dienst voor de waterhuishouding in bijna de helft van de Lopikerwaard, rond 6.000 hectare.
Hierin is het gehele gebied ten zuiden van de Benschopperwetering gelegen, uitzondering van Polsbroek-Zuid. In Haastrecht en Montfoort zijn de andere gemalen gepland.

Zeven ten dele sterk verouderde gemalen en een wipwatermolen worden kort na de in bedrijf stelling van „De Koekoek" buiten werking gesteld. In ruilverkavelingsverband dienen daartoe nog een aantal kleinere voorzieningen in de polder te worden getroffen. En dat is niet gemakkelijk. Mede vanwege het verloop van oude stroomruggen in het polderlandschap van Jaarsveld en Willige-Langerak, kon uiteindelijk de plaats aan de Lekdijk-West bepaald worden: nabij de grens van de voormalige poldert Vijfhoeven-Zuid en Willige-Langerak.

Duidelijk was dat in het kader van de ruilverkaveling alle aandacht moest worden besteed aan de mogelijkheden het overtollige water zoveel mogelijk te lozen op de rivier de Lek. In het verleden werd het water uit het bemalingsgebied in hoofdzaak via de Vlist op de Hollandse IJssel geloosd. Het waterlopenstelsel ondergaat mede om reden van deze gedeeltelijke omkering van de waterafvoerrichting een omvangrijke aanpassing.

Bouwkosten

In 1984 werd met de bouw begonnen. De totale bouwkosten bedragen circa 11 miljoen gulden. Het grootste deel (65 procent) komt ten laste van het Rijk. Vijftien procent wordt door de 'provincies Utrecht en Zuid-Holland betaald. Het resterende deel zal als ruilverkavelingsrente door de belanghebbenden in de loop van 26 jaar betaald moeten worden. Jhr. de Beaufort, naast dijkgraaf ook VVD-statenlid van de provincie Utrecht, benadrukt dat „het nieuwe gemaal niet alleen voor de ingelanden, maar voor iedereen" is. „Wij proberen ieders voeten droog te houden".

Historisch werd Jaarsveld als bestuurlijk (crisis-)centrum en waakpunt gekozen, omdat het ongeveer midden tussen Schoonhoven en Vreeswijk ligt, de begrenzende plaatsen aan de Lek van het „Hoogheemraadschap van de Lekdijk Benedenmaas en van den IJsseldam". In 1974 ging dit hoogheemraadschap (met zijn vele waterschapjes) op in het waterschap Lopikerwaard. Het 13.000 hectare omvattende gebied in de provincies Utrecht en Zuid-Holland, begrensd door de Hollandse IJssel, de Lek en de Vlist, is momenteel voor ongeveer 90 procent in gebruik voor de rundvee- en varkenshouderij. Het typische kavelpatroon — lange smalle percelen grond van 1200 meter of meer — valt op. In de loop der tijd maakte deze perceelindeling een rendabele bedrijfsvoering niet eenvoudig. Zij werd bemoeilijkt door een gebrekkige ontsluiting van de kavels en de voortgaande inklinking van de bodem.
Voortdurende ontwateringsproblemen was het gevolg. De naoorlogse EEG-landbouwpolitiek deed ook (g)een duit in het zakje. De agrariërs werden gedwongen tot een verdere schaalvergroting en intensivering van de veehouderij.

Verbetering

Kond 1960 kwamen uit de Lopikerwaard de eerste verzoeken om een ruilverkaveling. Doel was de verbetering van de produktie-omstandigheden door een meer doelmatige bedrijfsvoering, een betere waterbeheersing en een efficiënte verkaveling en ontsluiting.
De oorspronkelijke betekenis van ruilverkaveling is een herindeling van gronden door onderling ruilen van kavels of percelen grond om daarmee de nadelen van verspreide ligging van de landbouw op te heffen.
In de loop der jaren is ruilverkaveling in Nederland geleidelijk aan gegroeid tot een complex van maatregelen, resulterend in algehele vernieuwing van het platteland, waarbij behalve landbouwkundige verbeteringen in toenemende mate ook niet-agrarische facetten een rol spelen.

In 1968 werd op verzoek van enkele gemeenten, waterschappen en georganiseerde grondeigenaren uit de Lopikerwaard een voorbereidingscommissie ingesteld die de mogelijkheden voor ruilverkaveling ging bestuderen. Hun voorontwerp ruilverkavelingsrapport werd in 1978 met uitgebreide voorlichtings-en inspraakrondes ter discussie gesteld. De jarenlange voorbereiding en intensieve voorlichting (onder andere door „huiskamerbijeenkomsten") droegen ook bij dat het rapport in 1979 werd aangenomen.

Toch was de stemming over de ruilverkaveling een verrassing.
Bij de hoofdelijke stemming — de opkomst was nauwelijks 60 procent — bleek slechts een geringe meerderheid yoor het plan te zijn. Een signaal dat in de Lopikerwaard de ruilverkaveling maar door een deel van de grondgebruikers werd gedragen. Veel agrariërs vroegen zich af in hoeverre de ruilverkaveling hun inkomens- en werksituatie zou verbeteren.

Commissie

Na de stemming werd door gedeputeerde staten van de provincie Utrecht in overleg met de gewestelijke landbouworganisaties een commissie van uitvoering ingesteld: de Plaatselijke Commissie (PC). Zowel grondgebruikers als diverse ambtelijke diensten en landbouworganisaties werden in de PC opgenomen. De landinrichtingsdienst en de dienst van kadaster verleenden bijvoorbeeld bijstand. Dat ook een afgevaardigde uit natuurbeschermingskringen zitting kreeg was nieuw.

De uitvoering van het totale investeringsprogramma en de toewijzing van de gronden zullen ongeveer vijftien jaar in beslag nemen. Naast de forse subsidie van Rijk, provincie en gemeenten — circa 137 miljoen — komt het resterende aandeel ten laste van eigenaren en gebruikers in het 13.000 hectare omvattende gebied.

Zonder redelijke wegen is in de Lopikerwaard geen doelmatige bedrijfsvoering denkbaar. Weggebruikers „verrijden" soms veel tijd door de grote kaveldiepten tussen de ontsluitingswegen. De hoofdontsluiting, gevormd door provinciale wegen die verbinding geven met nabije stadjes en het rijkswegennet, is redelijk. De plattelandswegen, goeddeels dienend voor de bereikbaarheid van de agrarische kernen, bedrijfsgebouwen en gronden, boden vaak in noord-zuidrichting onvoldoende aansluiting.

Een aantal wegen zijn of worden gereconstrueerd, meestal gecombineerd met het aanbrengen van nutsvoorzieningen. Daarnaast zijn enkele insteekwegen aangelegd, onder meer de „Boerderijweg" tussen Montfoort en IJsselstein; aan deze weg zijn een aantal nieuwe agrarische bedrijven verrezen met een gunstiger herkaveling en ontsluiting. Men moet echter voorkomen dat met de aanpassing van het wegennet doorgaand, niet-agrarisch verkeer wordt aangetrokken.

Een belangrijk onderdeel van het ruilverkavelingsplan vormt de verkaveling zelf. De in de Lopikerwaard veel voorkomende kaveldiepte van 1200 tot 1400 meter is eigenlijk al te lang, maar vermindering daarvan op grote schaal zal niet mogelijk zijn. Dit zou onevenredig hoge kosten van wegaanleg vergen en een te grote schade aan het cultuurhistorische ontsluitingspatroon veroorzaken. Groot wordt echter de handicap bij kaveldiepten van 2500 tot 3000 meter, zoals in het noordoosten en noordwesten (Blokland, Achtersloot, Heeswijk) van het gebied.

Toedeling

Met behulp van een plan van toedeling (herverdeling en samenvoeging) streeft men er naar om voor ieder bedrijf ten minste 70 procent van de grond aaneengesloten bij de bedrijfsgebouwen te groeperen. Door ruilverkavelingsvoorzieningen, zoals het dempen en graven van sloten, het maken van nieuwe toegangen en bruggen, worden percelen grond enigermate vergelijkbaar gemaakt.

In het totale proces is boerderijverplaatsing op basis van vrijwilligheid niet te vermijden. Dijkgraaf de Beaufort: „Mensen worden niet gedwongen, maar het betekent wel dat als boeren willen blijven, zij moeten bedenken dat in de meeste gevallen aan hun verdere wensen niet veel kan worden gedaan. Het is een kwestie van geven en nemen. Natuurlijk is het pijnlijk om een stukje land, waar eeuwenlang je familie op heeft gearbeid, te ruilen met een ander. Die emotionele binding kan erg sterk zijn en is begrijpelijk", vindt de Beaufort. „Pas na lang en moeizaam overleg overtuigen we de mensen dat ze er betervan worden".

In het belang van het natuur- en landschapsbehoud koopt het bureau beheer landbouwgronden (BBL) de voor reservaat- en beheersgebieden bestemde grond op. Tussen Blokland en Benschop is een reservaat gepland. Op de beheersgronden wordt aan de agrarische bedrijfsvoering een zodanige beperking opgelegd, dat de betrokken boeren met het BBL een beheersovereenkomst moeten sluiten. Krachtens die overeenkomst ontvangen zij een jaarlijkse vergoeding, waardoor hun inkomen globaal gelijk blijft.

Men besteedt dus aandacht aan het karakteristieke open polderlandschap van de Lopikerwaard. Kenmerkend gen. zijn de lintbebouwingen langs dijken en weteringen, de opstrekkende verkaveling en de beplante polderkaden aan de einden van de kavels. De wijze waarop dit land in de lie en 12e eeuw werd ontgonnen, is nog duidelijk te zien. Afgezien van de problematiek van „wie zal dit betalen", is het een loffelijk streven om dit landschap — dat niet geschikt is voor grootscheepse openluchtrecreatie — zoveel mogelijk te behouden en verder te ontwikkelen. De ruilverkaveling moet de boeren echter niet op hoge kosten jagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Landinrichting Lopikerwaard proces van geven en nemen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken