Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoe christelijk is de Duitse letterkunde van onze eeuw?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoe christelijk is de Duitse letterkunde van onze eeuw?

Literair klimaat in ons land: weinig verandering van temperatuur

8 minuten leestijd

De najaarsvloedgolf der (soms minder) schone letteren U nog niet geheel losge-barsten. Dat is maar goed ook, want er wacht nog een aantal literaire titels op nadere aankondiging en korte bespreking, te beginnen bij diverse letterkunden van Duitsland tot de Antillen en van Israël tot de Nederlandse auteurs van dit jaar.

Wie „Christliche Literatuur des 20. Jahrhunderts". Band 2, van Carsten Peter Thiede ter hand neemt (Rolf Brockhaus Verlag, Wuppertal, pocketboek nr. 380, 143 blz.) verwacht weillicht een bundeling van Duitstalige Nellen Benschop of christelijke familieromans. Want „christelijke lettereen" vereenzelvigt men ten onzent niet vaak met „literatuur”.
In het Duitse taalgebied ligt dat toch anders, want C. P. Thiede brengt hier proza en poëzie bijeen van literaire auteurs als W. Bergengruen, Joh. Borowski, Alfred Döblin, Gertrud von de Fort en anderen in een beknopte bloemlezing, waarin de Zwitser K.Narti ontbreekt. (Maar wellicht zit die in een vorige of nog komende bloemlezingband).

Bloemlezing
Thiede afkomstig uit Berlijn, lid van de PEN-club en verbonden aan het Institute of Germanic Studies te Londen, heeft na een inleiding van acht auteurs van proza en/of poëzie, voorafgegaan door een korte biografie. Dat betreft dan de uit Riga afkomstige Bergengruen Bo…rowski die in de DDR werkte, Le ..ort die bij Ernst Troeltsch theologie studeerde, de protestantse Jochen Klepper wiens joodse vrouw en dochT naar het concentratiekamp moesten. Alle drie hebben ze hun leven zelf beëindigd, maar Kleppers dagboek is postuum gepubliceerd. 
Ook de andere auteurs, van wie Bernt von Heiseler voor zijn komedie op Philemon, de vrolijke martelaar" in dit boek de meeste ruihite krijgt, leveren soms christelijke poëzie of proza van redelijk hoog gehalte. 
Het is ook voor docenten en scholieren een goede zaak om kennis te nemen van buitenlandse christelijke literatuur van enig niveau. De Duitse letteren hielden niet op bij Goethe, Grass, Boll of Hoffmann von Fallersleben. En waarom zou men het literatuuronderricht in de moderne talen riiet wat toespitsen op de door Bijbel en geloof geïnspireerde auteurs, ook als ze niet „reformiert”.

Duitse letteren

Overigens kom ik een paar auteurs van Thiede ook weer tegen in de herdrukte „Duitse Letterkunde", een Au...-boek van prof. Kürt Rothmann, vertaald naar de Reclam-uitgave „Kleineeschichte der deutschen Literatur"Iet Spectrum, 339 blz., ƒ 19,90). Hetjn handzame overzichten, maar door; al te beknopte typeringen moeten zich toch vaak laten doorverwijzen naar omvangrijker literatuur handboeken. Ter eerste kennismaking zijn deze landen-letterkunden van Het Spectrum zeker bruikbaar, ook door de opgenomen lyriek en leesproeven uit belangrijk proza vanaf de vroegste tijden tot heden.

Joodse auteurs
Jood en Amerikaan zijn levert aparte literatuur op. Sommige in de VS woonachtige joodse auteurs als I. B. Singer vormen daar in zoverre een uitzondering op dat hij in het Jiddisch is blijven schrijven en over volstrekt on-Amerikaanse zaken als de chassidiem van Oost-Europa, het gettoleven in tsjaristisch Rusland etc.
Maar de uitgeverij van de Vrije Universiteit kwam nu — in samenwerking met VU-cursussen — met het tweede deeltje „Joods-Amerikaanse literatuur" (87 blz., slechts ƒ 9,90), geredigeerd door J. B. Weenink. Hierin worden door prof. A. J. Fry en anderen de persoon en een bekend werk belicht van Bernard Malamud („The Assistant"), Joseph Heller („Good as gold"), Philip Roth („The Ghost Writer”) en William Styron („Sophie'sChoice"). In het eerste deeltje waren Singer, Saul Bellow en Chaim Potok alaan het woord geweest. S55S Een interessante kennismaking diebij Styron ook leidt tot de vragen rondom een theologie na Auschwitz. Naast de vraag: waar was God in de holocaust stelt hij ook deze: waar was de mens daar? Als God daar „dood" (afwezig) was, dan is Auschwitz ook de dood van de mens(heid) volgens het 19e-eeuwse optimistische model.
Raster-vertaling  
Wie meent, heel de wereldliteratuurte moeten bijbenen, kan wellicht enige hulp vinden in nr. 37 van het literair tijdschrift in boekvorm Raster. Dat is gewijd aan poëzie in vertaling. (Uitg. De bezige Bij, (200 blz. geïll., ƒ 27,50). Nederlandse dichters werden door de redactie (Offermans, Tentije, Bemlef e.a.) uitgenodigd om dichtwerk van hun keuze te vertalen.

Voor Peter Nijmeijer was dat Charles Tomlinson, voor Lucebert Hans Arp, voor Bemlef Elizabeth Bishop en voor Willem van Toorn W. S. Graham. Voor mij zaten er niet veel poëten bij die me verder zouden inspireren. Bovendien bevat „Poëzie in vertaling" veel te veel proza en dat Iaat zich niet rijmen... Ook niet met de opgenomen oorspronkelijke poëzie van H. H. ter Balkt, Lucebert en anderen.

Boek(en)jaar
Maar hoe brengen de Nederiandse Letteren het eraf in één boekjaar? Opnieuw verscheen „Een jaar boek", ditmaal het overzicjit van de literatuur van ons land in 1985/'86. Samenstellers zijn weer Aad Nuis en Robert H. Zuidinga, paperback, 157 blz., ƒ 17,50, Aramith Uitgevers. Nuis brengt verslag uit en signaleert eventuele ontwikkelingen en van 25 opmerkelijke boeken zijn elders afgedrukte recensies hier opgenomen.

Dat betreft dan vaak stukken uit VN, De Volkskrant, De Groene, HP. Het zal nieihand verbazen dat we auteurs als F. Springer, Hans Vlek, Marga Minco, Frans Kellendonk en anderen tegenkomen. Wie recensies uitknipt, heeft dit boek niet nodig en om het summiere jaaroverzicht zou ik het niet kopen. Veel aan stromingen valt er niet te signaleren, behalve dat „de" pers altijd zo ontstellend uniform en voorspelbaar reageert en recenseert.

Lessen van Reve
Wie volgend jaar ook door Nuis besprokejj wil worden zal snel van Gerard Reve het boekje „Zelf schrijver worden" ter hand moeten nemen. Het wordt dan meteen duidelijk: wie geen auteur is zal het van Gerard ook nauwelijks leren. Het zijn de vier „colleges" die Reve namens de Vereniging van O, K en W (lees: K. L. Poll) hield aan de Leidse universiteit: de zgn. Albert Verweylezingen. Uitg. M. Nijhoff in Leiden gaf het uit.

Het is een hoop geleuter en gebabbel, kennelijk nauwelijks voorbereid, waarin de volksschrijver al leuk doend zijn narrenwijsheden uitstrooit. Over de „Vrouw van Rome" (Maria), over „Echt gebeurd is geen excuus" en de vier zuilen, over „Zonder zonde gaat het niet" vol profaniteiten en over „Misbruik nooit Zijn Naam", waarin hij — zonder vloeken en schuttingwoorden, dat wel — niet anders doet dan de Enige Naam grof smaden, ogenschijnlijk door het bezigen van vrome taal.

Dichtersportret
Aardiger vind ik „Dichters door dichters" oftewel portretten in verzen, verzameld door Dirk Kroon. Uitg. BZZTóH, paperback 220 blz., ƒ 19,50. Van A. (Aafjes, Achterberg) tot W. (Jan Wit, Karel van de Woestijne) zijn hier dichters getekend door verzen van hun vakgenoten. Achterberg bijvoorbeeld door M. Mok. A. Roland Holst, Ed Hoornik, Ida Gerhardt en anderen. Wit door Ad den Besten, Marsman door Achterberg, J. I. de Haan door P. N. van Eyck, Leopold door Slauerhoff enz. Er zijn tal van mooie voorbeelden aan te halen. Ik heb wel slechtere bloemlezingen onder ogen gehad.

Winderig Klimaat
Je kunt,zoals Nuis, proberen een jaar letterenland bijeen te brengen, je kunt ook trachten een recente periode te overzien, al is „literatuurhistorie"over 1970 tot heden toch moeilijk te schrijven.
Maar in „Het literair klimaat1970—1985”doen T.van Deel D. Offermans en N. Matsier en hun medewerkers in elk geval een poging, het gebied in kaart te brengen.
Deze uitgaaf van De Bezige Bij (paperback, 301 blz.) wil min of meer „essayerend" verschijnselen en ontwikkelingen verhelderen. Zo schrijven Kees Fens en G. F. H. Raat over „De vaste namen" en dat zijn dan Reve, Mulisch, Hermans en Wolkers.
Van Deel levert een bijdrage aan de canonvorming door „De veronachtzaamden", A. H. den Boef bespreekt 24 debutanten. Matsier de decade van de column, Diny Schouten bekijkt de schrijvende vrouw, Aukje Holtrop de kinderliteratuur. De Wispelaere de Vlaamse letteren: „Bestaat er een Vlaamse literatuur?" en J. F. Vogelaar gaat in op vertalingen, want niet-vertaald blijft de Nederiandse letterkunde provinciaals, meent hij.
Slauerhoff
Deze en andere bijdragen roepen vaak tegenspraak op, ook al vanwege het domweg negeren van zaken als Woordwerk en christelijke literaire auteurs als Sybe Bakker, Auke Jelsma of Anton Ent. Van Van Deel verwachtten we niet anders, al kent hij onder meer via Hans Werkman wel degelijk de christelijke letteren.
Maar achteraf gezien maakt zo’n boek het lezen van VN-boekenbijlagen en culturele bijvoegsels aardig overbodig. Of je moet hieruit alle artikelen willen opsparen die er verschijnen in herdenkingsjaren.
Neem — tot slot — bijvoorbeeld Slauerhoff, die een halve eeuw geleden overleed.

Voor pers en uitgevers een aantrekkelijk gegeven.
Vooral uitg. Nijgh & Van Ditmar is er druk mee. Die stuurde onder andere van J. J. Slauerhoff de gedichtenbundels „Al dwalend"ƒ 29,50) en „Serenade", bundelingen van sterk uiteenlopende verzen in thema en kwaliteit.

Afgescheidenen
Ze komen ook voor in de Verzamelde Gedichten, maar gerijmei als  „Veelgodendom" is het grote dichterschap van „Slau" onwaardig, behalve voor pakjesavond. En dan nog niet voor publikatie. En „De Afgescheiden Gemeente" laat zien dat dichter-zwerver-arts Jan geen vriend was van de „fijnen" of „onze kringen", maar dat hij z'n kritiek niet echt mooi literair wist te verwoorden.

Het merkwaardige van dit sonnet is overigens, dat men het ook, met lichte variatie, op de joodse gemeente en de synagoge zou kunnen betrekken: de kerkgang op vrijdagavond (Sabbath), de voorzanger (chazzan), het jaarlied.

Nee, scheeparts Jan heeft betere poëzie geschreven. Hij schreef trouwens ook dingen die opschudding veroorzaakten, zoals z'n nu heruitgegeven enige toneelstuk „Jan Pietersz. Coen", een drama in elf taferelen dat kwam in de plaats van de biografie die Slauerhoff over Coen zou schrijven, maar die niet werd afgemaakt. In 1931 verscheen dit drama, maar opvoering ervan is vanwege de hatelijke wijze waarop onze Gouden-Eeuwer werd neergezet, herhaaldelijk verboden, ook in Utrecht en Amsterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 oktober 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Hoe christelijk is de Duitse letterkunde van onze eeuw?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 25 oktober 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken