Bekijk het origineel

Braakballen als studie-object

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Braakballen als studie-object

6 minuten leestijd

Er zit een ransuil op een takstomp van een oude, grillige den, dicht tegen de stam gedrukt, in volkomen rust. Want het is dag en de zon prikt door het naaldendak heen. Dit is niet de tijd voor uilen om actief te zijn; daarvoor moet het avond en nacht worden. Dan slaan ze hun prooi. Na vaak lang en ijverig jagen, geruisloos vliegend en met hun onvoorstelbaar scherpe blik de veldmuis op de bosgrond speurend.

Asio otus, zoals de ransuil in het Latijn heet, knipoogt tegen het felle licht, rekt zich uit, althans strekt zijn poten en laat zich weer zakken. Hij schijnt het plotseling benauwd te krijgen. Z'n kop gaat omhoog, draait van links naar rechts en weer terug. Dan spert hij zijn kromme scherpe snavel open en maakt braakbewegingen. Er verschijnt een donkere langwerpige prop die met merkbare moeite naar buiten wordt gewerkt. De natte, zwarte prop valt en de uil komt tot rust, duidelijk opgelucht.

Braakballen

Muizen en eventueel andere prooidiertjes die de uil in de afgelopen nacht heeft gevangen, werden letterlijk met huid en haar verslonden. Haar, dat is bekend, verteert niet, nagels evenmin, tanden zijn eveneens tegen maagzuur bestand en de botjes van kleine zoogdieren verteren ook niet in de vrij korte • tijd dat de maagsappen het vlees ontbinden.

Uilen vangen ook grote kevers waarvan de dekschilden uit chitine bestaan dat onverteerbaar is. Veertjes, washuid, snaveltjes, kleine schedels van vogels of andere dieren, de uil blijft ermee in zijn maag zitten nadat alle verteerbare delen door de darmen zijn opgenomen. Die onverteerbare resten moeten echter ook worden verwijderd en dat kan niet via de darmen. Al het onverteerbare spul wordt samengeklonterd tot langwerpige pakketjes die van tijd tot tijd moeten worden uitgebraakt. Vandaar dat men er de naam braakballen aan heeft gegeven. Het natte geval aan de voet van de slaapboom is niet zo vies als op het heerste gezicht lijkt. Er liggen

De ransuil huist graag in naaldbossen, maar ook vaak in parken. DoorA. Schouten van der Velden meer van die proppen, kurkdroog.

Wie wil weten wat een uil voor prooi heeft geslagen en gegeten, kan erachter komen door zo'n prop uit elkaar te pluizen. Dan merk je meteen hoe doeltreffend alles in de natuur is geschapen. Zo'n braakbal lijkt . op het eerste gezicht helemaal uit p uizig zacht materiaal te bestaan. Pas nadat men zo'n ding uit elkaar heeft gepeuterd blijken er veel scherpe delen in te zitten. Die zijn goed ingepakt in haar, veertjes en ander spul. Tijdens het oprispen en naar buiten werken van die dikke lastige prop heeft de vogel van die scherpe de en geen hinder. De braakbal is ook nog voorzien van een slijmlaag die de massa bij elkaar houdt en tevens het naar buiten werken gemakkelijker maakt.

Wie de slaapplaats van uilen weet, kan daar geregeld van die braakballen vinden. Andersom is het zo dat, waar we onder een boom van die uileballen ontdekken, we daar zonder twijfel uilen kunnen aantreffen. Na een geslaagde jacht produceert een uil meestal twee van die restantenpakketjes.

Kenmerken
Dat uilen braakballen produceren, is vrij bekend en van roofvogels weet men dat ook

Er zijn echter veel meer vogels die dat doen. Meeuwen en kraaien bijvoorbeeld. Alle vogels die nog leven van prooidieren, aas, vis of schelpdieren, krijgen nogal wat onverteerbare delen naar binnen die van tijd tot tijd moeten worden uitgebraakt. Ook kleine vogels die insekten eten moeten de chitineresten van dekschilden en poten kwijtraken, als kleine, onopvallende balletjes, die in de strooisellaag onvindbaar zijn en niet op vaste plaatsen worden gedropt. Meeuwen doen dat wel op plaatsen waar zcsoms lange tijd rusten.

De verschillende soorten braakballen zijn herkenbaar door vorm en inhoud; men kan zien van welke vogelsoort ze zijn. Kraaien bijvoorbeeld zijn alleseters en in hun braakballen kom je allerlei resten tegen van vacht, veren, schelpen, stenen, botjes en wat niet al, terwijl er steeds veel jlantaardige delen in voorkomen, draaien hebben slordige losse braakballen die je niet zo gemakkelijk vindt als uileballen.

Meeuwen zijn ook alleseters; veel meeuwesoorten halen hun voedsel uit zee en vinden het langs het strand. Van schelpdieren Door A. Schouten van der Velder en VIS gaat ook veel onverteerbaar spul naar binnen. Van kleine vogels vinden we die resten niet, van alle grote vogels is dat wel mogelijk, het gemakkelijkst op de slaapplaatsen of bij het nest.

Herkenbaar

Aan de braakballen van uilen kan men vrij goed zien door welke soort ze zijn achtergelaten. Afmeting en vorm verschillen, maar ook de inhoud. Kerkuilen leven in de omgeving van mensen en daar broeden ze ook. Zij ziji\ gespecialiseerd in het vangen van muizen maar ze pakken ook vaak huismussen en ratten. Opvallend is dat de kerkuil veel spitsmuizen eet die voor andere muizeneters onaantrekkelijk zijn door hun vieze smaak. De braakbal van kerkuilen is zwart en in gedroogde staat glanzend door de harde slijmlaag waarmee hij is bedekt.

Van het steenuiltje zijn de braakballen uiteraard vrij klein. Ook is de prooi van deze kleine uil anders dan van de grote soorten. Hij eet veel insekten, vooral grote kevers, maar ook regenwormen. Ik zag eens een steenuiltje op de nok van een boerderij met een dikke regenworm van zeker vijftien centimeter lang bungelend aan zijn snavel. Een grappig gezicht. In braakballen van deze uil komt daardoor nogal wat zand voor en keverschilden. Wie zijn braakballen uitpluist, zal echter merken dat zijn prooikeus toch zeer ruim is. Zoals alle uilen vangt hij veel muizen en een enkele keer een vogeltje.

Van de ransuil en de bosuil zijn de braakballen grijs en in droge toestand precies proppen vilt, want ook bij deze vormt muizenhaar het grootste deel van het pakketje waarin dan ook zeer veel muizenbotjes en schedeltjes voorkomen. Onderzoek heeft aangetoond dat van de ransuil tenminste drie kwart van de prooi uit veldmuizen bestaat. De velduil is nog meer op muizen ;especialiserd en tamelijk kiesceurig.

Dat is de bosuil niet. Als er weinig muizen zijn, blijft hij toch in zijn territorium en stelt zich tevreden met ander voedsel, zoals regenwormen, slakken, vissen en tamelijk veel vogels. Alle uilen zijn geweldige muizenvangers en daardoor zeer nuttig, maar denk niet dat ze niets anders lusten!

Onderzoek

Wie de kans heeft om gedurende langere tijd braakballen te onderzoeken, kan daaruit inte% De kerkuil is in West-Europa in aantal achteruit gegaan (foto Wereld Natuur Fonds) ressante gegevens opdoen. Enerzijds welke soort uilen in de omgeving voorkomen, want wie de slaap- of rustplaatsen ontdekt kan daar overdag de uilen observeren. Door het onderzoeken van de braakballen komt men niet alleen te weten wat de uilen in die streek vangen, maar men krijgt tevens een goed beeld van welke kleine zoogdieren in dat gebied voorkomen.

Roofvogels hebben een menu dat veel overeenkomst vertoont met dat van uilen. Zij verorberen huü prooi echter op andere wijze, verscheuren die en plukken het vlees los. Een geslagen vogel wordt voor een deel kaalgeplukt voordat havik of sperwer ervan eten. In braakballen van roofvogels zal men weinig kleine

% Schedeltjes, kaken, botjes en muizehaar uit één uilebraMal. en dunne botjes vinden, want die worden door het sterke maag

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1986

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Braakballen als studie-object

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 1986

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken