Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wijzigingen in de inkomstenen vermogensbelastingheffing

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wijzigingen in de inkomstenen vermogensbelastingheffing

Alle voorlopige aanslagen worden volgend jaar automatisch verwerkt

12 minuten leestijd

DEN HAAG - Het ministerie van financiën heeft wijzigingen in de inkomsten- en vermogensbelasting en de successierechten voor volgend jaar bekendgemaakt. De wijzigingen worden met ingang van 1 januari 1987 van kracht. Het ministerie wijst erop dat bij het parlement nog een aantal wetsvoorstellen aanhangig zijn gemaakt die reeds verder de gegevens of hierna ...gende kunnen wijzigen, indien zij volgend jaar worden aanvaard.

Het gaat onder meer om wijzigingen van de inkomstenbelasting, om een wetsvoorstel tot berekening van ... in belastingen en premies levensverzekeringen en om herziening van de regeling van inkoop van eigen aandelen. Het vrijstellingsbedrag met betrekking tot rechten op uitkeringen en trekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval wordt 28.300 en (1986: 27.800) voor degene die een uitkering geniet, 19.800 gulden (1986: 19.450) voor de langstlevende genoot, 8100 gulden (1986: 7900) wezen en 4050 gulden (1986: I) voor halfwezen.
De overeenkomstige bedragen voor ...gane lijfrenten worden respectievelijk 23.200 (1986: 22.700), 16.200 (1986: 15.900), 6600 (1986: 6.500) en ... (1986: 3250) gulden.

Nevenpensioenen
Met ingang van 1 januari 1987 moet een nieuwe -grijze- loonbelastingtabel voor zogenaamde nevenpensioenen genoten door in Nederland wonende personen die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt. Deze tabel is alleen van toepassing als de inhoudingsplichtige bij de inhouding loonbelasting van pensioenen, lijfrentes e.d. geen rekening houdt met de aow-uitkering.
Tot nu toe was op die pensioenen de gele tabel van toepassing. Deze gele tabel blijft van toepassing op de aow-uitkering en de hiermee tezamen uitbetaalde pensioenen e.d.
In de grijze tabel wordt anders dan in de gele tabel geen rekening gehouden met belastingvrije sommen en de vaste kostenaftrek van 200 guIden. Door toepassing van de grijze tabel wordt een hoger bedrag aan belasting op bedoelde nevenpenningen ingehouden dan bij toepassing van de gele tabel. Daarmee wordt bereikt dat veel 65-plussers in vervolg niet langer een aanslag inkomstenbelasting zullen ontvangen.
Voor een nog groter aantal 65-plussers zal de aanslag inkomstenbelasting tot een lager bedrag dan thans geval is, kunnen worden opgelegd.
Voor 1987 geldt voor kleine nevenpensioenen een overgangsregeling. De regeling houdt in dat de grijze tabel niet wordt toegepast op een nevenpensioen van minder dan 540 gulden per jaar.

Nww-uitkering

 Op de nieuwe werkloosheidswet-uitkeringen (nww) is de groene loonbelastingtabel van toepassing. Met ingang van 1 januari 1987 wordt op de nww-uitkeringen, de werkloosheidsuitkeringen in gevolge de nieuwe werkloosheidswet, de groene loonbelastingtabel toegepast. Voorheen ontvingen werklozen maximaal gedurende zes maanden een ww-uitkering (ww = Werkloosheidswet) en vervolgens een wwv-uitkering (wwv = Wet werkloosheidsvoorziening). Op de ww-uitkering was de witte loonbelastingtabel van toepassing en op de wwv-uitkering de groene loonbelastingtabel.
Het belangrijkste verschil tussen de witte en de groene tabel is dat in de witte tabel is verwerkt de arbeidstoeslag en een aftrek voor verwervingskosten (vier procent-regeling) en 200 gulden reiskosten en in de groene tabel niet. In die tabel is een kostenaftrek van 200 gulden verwerkt.
Vanaf 1 januari 1987 wordt zowel op reeds lopende als op nieuwe werkloosheidsuitkeringen de groene loonbelastingtabel toegepast. Wordt echter een ww-uitkering tezamen met loon of een zw (Ziektewet)-uitkering uitbetaald, dan wordt op het gezamenlijke bedrag de witte tabel toegepast, dus ook op de ww-uitkering.

Halve dagtabel

Mits de Eerste Kamer het desbetreffende wetsvoorstel goedkeurt, komt met ingang van 1 januari 1987 de halve dagtabel, die gold bij loontijdvakken van vier uur of minder, te vervallen. Vanaf die datum dient in die gevallerf de witte dagtabel te worden toegepast.
Voortaan wordt in die situaties door toepassing van de witte dagtabel minder loonbelasting ingehouden met als gevolg dat in een aantal gevallen na afloop van het jaar geen T-biljet meer hoeft te worden ingediend voor teruggaaf van loonbelasting.

Voorlopige aanslag

Vanaf 1 januari 1987 worden alle voorlopige aanslagen op geautomatiseerde wijze opgelegd. Dit gebeurt op basis van gegevens die over. vorige jaren bij de belastingdienst bekend zijn (in het algemeen op basis van de gegevens van vorige voorlopige aanslagen). Tot op heden werd een voorlopige aanslag in beginsel alleen opgelegd als de schatting van het inkomen over het lopende jaar, die de belastingplichtige zelf op het aangiftebiljet aangaf, daar aanleiding toe gaf.
Wie krijgt een voorlopige aanslag? Een werknemer of uitkeringstrekker krijgt een voorlopige aanslag als hij/zij naast de loonbelasting, die van zijn/haar loon, pensioen of uitkering is ingehouden, nog een bedrag zal moeten betalen aan inkomstenbelasting van 500 gulden of meer. Ook als hij/zij aan premies volksverzekeringen of aan vermogensbelasting nog een bedrag van 500 gulden of meer moet (bij)betalen, krijgt hij/zij een voorlopige aanslag.
Iemand die anders dan in loondienst inkomsten verwerft, zoals een zelfstandige, krijgt een voorlopige aanslag als deze aan inkomstenbelasting, aan premieheffing of aan vermogensbelasting een bedrag van 500 gulden of meer moet betalen.
Wanneer komen de voorlopige aanslagen? 
Door de geautomatiseerde manier van opleggen van voorlopige aanslagen is het tijdstip waarop deze worden opgelegd, vervroegd.
De eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting worden voortaan opgelegd in de periode januari tot en met maart.
Voor personen die op 1 januari 1987 65 jaar of ouder zijn, worden in die periode alleen voorlopige aanslagen vermogensbelasting opgelegd. In verband met het invoeren per 1 januari 1987 van de zogenaamde grijze loonbelastingtabel geschiedt de voorlopige aanslagregeling inkomstenbelasting voor hen nog op de gebruikelijke manier (dus niet geautomatiseerd). Voor hen komen de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting in de gebruikelijke periode van mei tot en met augustus. 

Daarbij wordt (voor zover een voorlopige aanslag nog noodzakelijk is) rekening gehouden met de hogere inhouding van loonbelasting door toepassing van de grijze in plaats van de gele tabel (zie onder het hoofdje „nieuwe —grijze— loonbelastingtabel"). Een voorlopige aanslag premieheffing zal zoveel mogelijk -net als voorheen- in januari worden opgelegd. In die gevallen wordt ook de voorlopige aanslag inkomstenbelasting in januari 1987 opgelegd.
In die gevallen wordt ook de voorlopige aanslag inkomstenbelasting in januari 1987 opgelegd.
Omdat de voorlopige aanslagen eerder worden opgelegd, kan de beta-' ling over meer resterende maanden van het jaar gespreid worden dan voorheen. Krijgt men de aanslag in januari, februari of in maart, dan kan men dus in elf, tien of negen maandelijkse termijnen betalen.

Bijzondere verbruiksbelasting

Het tarief van de bijzondere verbruiksbelasting van personenauto's bedraagt voor het jaar 1987 17,3 procent en 25,9 procent (was sedert 1 april 1986 16,4 en 24,6 procent). De tariefverhoging spruit voort uit de Wet houdende tijdelijke fiscale maatregelen ter bevordering van het gebruik van ongelode benzine en de aankoop van schone en van beperkt schone personenauto's. De heffing gaat over de catalogusprijs minus de omzetbelasting, waarbij het lage percentage geldt voor de eerste 10.000 gulden van de catalogusprijs en het hoge voor de rest van de catalogusprijs.

Een voorbeeld: als een auto een cataloguswaarde heeft van 21.000 gulden, dan bedraagt de bijzondere verbruiksbelasting van personenauto's voor die auto: 17,3 procent van 100/120 X ƒ 10.000 = ƒ 1.442,00 plus 25,9 procent van 100/120 x ƒ 11.000 = ƒ 2.374,00. Is totaal ƒ 3.816,00.
De vermindering van bijzondere verbruiksbelasting voor schone personenauto's bedraagt in 1987, zoals dat sedert 1 april 1986 het geval is: voor auto's met een cilinderinhoud van minder dan 1,4 liter: 850 gulden; voor auto's met een cilinderinhoud van 1,4 liter of meer: 1700 gulden.
De vermindering bvb voor beperkt schone auto's ad 400 gulden komt met ingang van 1 april 1987 te vervallen.

Aanmaningen

Aan het eind van elke maand moet ten minste het bedrag van de vervallen termijnen zijn betaald. Vanaf 1 januari 1987 wordt, als achterstand bestaat in de betaling, elke maand een aanmaning gezonden. Tot nu toe gebeurde dit pas nadat enkele termijnen waren vervallen. Indien men na de aanmaning, waarvan de kosten 5 gulden of 10 gulden bedragen, nog niet of niet voldoende betaalt, kan de ontvanger invorderingsmaatregelen nemen. Dat brengt hoge kosten met zich mee.

Vennootschapsbelasting

Met ingang van het belastingjaar 1987 worden de voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting in beginsel opgelegd in de maand maart. Als basis voor deze aanslagen, die geautomatiseerd zullen worden opgelegd, wordt genomen 110 procent van de gemiddelde winst en de wir-premie over de twee voorafgaande jaren.
Deze aanslagen kunnen op basis van de in het aangiftebiljet vennootschapsbelasting te vermelde schattingen in de loop van de tweede helft van het jaar worden herzien.
Tot op heden werden de voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd in de maand augustus. Voor de betaling gaat dezelfde regeling gelden als voor de inkomstenbelasting (maandelijkse betalingstermijnen).

Benzine-accijns

Met ingang van 1 januari 1987 wordt de accijns van lichte olie (=benzine) verhoogd met 22 cent per hectoliter voor ongelode benzine en met 14 cent per hectoliter voor gelode benzine. De tariefverhoging spruit voort uit de Wet houdende tijdelijke fiscale maatregelen ter bevordering van het gebruik van ongelode benzine en de aankoop van schone en van beperkt schone personenauto's.
Het accijnstarief voor ongelode benzine bedraagt met ingang van 1 januari 1987 76,54 gulden per hectoliter (was sedert 1 november 1986 76,32 gulden) en dat voor gelode benzine 79,62 gulden per hectoliter (was sedert 1 november 1986 79,48 gulden).

Tabaksaccijns

Met ingang van 1 januari 1987 komt er een wijziging in de tariefstructuur en accijnstarieven van tabaksfabrikaten. Het tarief van de tabaksaccijns is opgebouwd uit twee elementen, een specifiek element en een ad valorem element. Het ad valorem element is een vast percentage per tabakssoort van de kleinhandelsprijs van dat produkt. Het specifieke element bestaat uit een vast bedrag in guldens per 1000 stuks of per kilogram nettogewicht.
De wijziging van de tariefstructuur houdt een andere verdeling in van de tabaksaccijns over het specifieke en het ad valorem element voor sigaretten en kerftabak (rooktabak, droge pruimtabak en snuif). Het specifieke element wordt verdubbeld en wordt vijftig procent van het totale bedrag aan belasting (accijns + btw); het ad valoriem element'wordt dienovereenkomstig verlaagd: Vordér'is de overgangsregeling die voor de goedkoopste kerftabak voor drie jaren gold, vanaf 1 januari 1987 vervallen. Ten slotte is, ter voorkoming van cumulatie van de btw-verhoging van 1 oktober en de tabaksaccijns, het ad valorem accijnstarief enigszins verlaagd zowel voor sigaretten en shag als voor sigaren.
De accijnsdruk op de goedkopere sigaret neemt iets toe en die op de duurdere sigaret wat af. De accijnsdruk op sigaretten in de populaire prijsklasse blijft gelijk. Eenzelfde accijnsdrukwijziging als bij sigaretten is te zien bij de goedkopere en duurdere shag. De accijnsdruk op sigaren ondervindt van de maatregel vrijwel geen invloed.

Beursbelasting

Voor de aankoop of de verkoop van effecten van een zelfde fonds geldt met ingang van 1 januari 1987 een maximumbedrag per afdoening van 1200 gulden. Dit maximumbedrag wordt bereikt bij een effectentransactie van een miljoen gulden. Bij afdoening van transacties in een zelfde fonds van meer dan een miljoen gulden blijft het bedrag van beursbelasting dus beperkt tot 1200 gulden.

Kwijtschelding

De regelgeving en het beleid ten aanzien van kwijtschelding van belastingen is met ingang van 1 januari 1987 gewijzigd. Er zijn nu formulieren voor het aanvragen van kwijtschelding, te weten het Kwijtscheldingsformulier Ondernemers en het Kwijtscheldingsformulier Particulieren. In verband met de wijzigingen is er ook een nieuwe folder over de kwijtschelding. Deze folder en de nieuwe formulieren zijn verkrijgbaar bij de ontvangkantoren.
Kwijtschelding is in beginsel alleen mogelijk voor de:
• 'inkomstenbelasting;
• premieheffing volksverzekeringen (aow, aww e.d.);
• onroerend-goedbelastingen.
Wie vermogen heeft, kan geen kwijtschelding krijgen. Vermogen is bij voorbeeld: een bank- of girosaldo, een auto, een stuk grond, een garage, een tweede woning, een caravan, een boot, effecten, vorderingen, spaarbrieven enz. Ook overwaarde van de eigen woning hoort ertoe.

Uitzondering: bij mensen van 65 jaar en ouder blijft per persoon 4600 gulden aan vermogen buiten beschouwing. In beginsel wordt geen kwijtschelding verleend als andere schuldeisers wel worden voldaan.
Bij de beoordeling van het verzoek om kwijtschelding is iemands „netto besteedbaar inkomen" belangrijk. Dat zijn alle inkomsten verminderd met bepaalde uitgaven, zoals huur of hypotheekrente (maximumbedrag = huursubsidiegrens), premies voor ziektekostenverzekeringen (ziekenfonds), en (soms) hoge ziekte- of invaliditeitskosten.
In beginsel kan iemand voor volledige kwijtschelding in aanmerking komen als het netto-besteedbaar inkomen per maand lager is dan het „normbedrag":
• echtpaar of samenwonenden (1320 gulden);
• eenoudergezin (1165 gulden);
• alleenstaande met eigen huishouding (860 gulden);
• alleenstaande woningdeler (760 gulden);
Ligt het netto-besteedbaar inkomen boven het normbedrag, dan kan iemand ten hoogste voor gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komen.

Kinderbijslag

Vanaf 1 januari 1987 wordt bij de berekening van het netto-besteedbaar inkomen met de kinderbijslag geen rekening gehouden. Daar staat tegenover dat de kinderen nu buiten beschouwing blijven bij de bepaling van het normbedrag.
Met ontvangen alimentatie (ook voor de kinderen), met bijverdiensten en met de eenmalige uitkering voor meerjarige minima wordt bij de berekening van het netto-besteedbaar inkomen ook rekening gehouden.
Inkomsten van de partner bij samenwonen tellen mee bij de berekening van het netto-besteedbaar inkomen.
Inkomsten van inwonende kinderen van 27 jaar of ouder tellen in beginsel bij de berekening van het netto-besteedbaar inkomen mee. Inkomsten van jongere inwonende kinderen, ook als die zelf verdienen, tellen in beginsel niet mee.
Met ingang van 1 januari 1987 dienen verzoeken om kwijtschelding te worden gericht aan de ontvangers der rijksbelastingen. Voorheen moesten deze verzoeken worden gericht aan de directeurs van 's-Rijksbelastingen. Het verzoek om kwijtschelding moet worden gedaan bij de ontvanger in wiens ambtsgebied de indiener van het verzoek woont.

Anti-misbruikwetten

Op 1 januari 1987 treden in werking de tweede en derde wet ter bestrijding van misbruik van rechtspersonen met uitzondering van de regeling omtrent levering van aandelen. De eerste wet, de zogenaamde Wet ketenaansprakelijkheid (Staatsblad 1981, 370), is reeds op 1 juli 1982 in werking getreden.
De tweede anti-misbruikwet heeft ten doel in bepaalde omstandigheden bestuurders van rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor schulden die de rechtspersoon heeft aan de bedrijfsvereniging, de belastingdienst en het verplichte bedrijfspensioenfonds.
De rechtspersoon is verplicht om zo spoedig mogelijk nadat gebleken is dat hij niet tot betaling in staat is, daarvan mededeling te doen aan de bedrijfsvereniging, de fiscus en het verplichte bedrijfspensioenfonds.
In de derde anti-misbruikwet wordt onder meer door wijziging van de artikelen 138 en 248 boek 2 Burgerlijk Wetboek de positie van de curator versterkt in het faillissement van naamloze en besloten vennootschappen en andere rechtspersonen die aan de heffing van de vennootschapsbelasting zijn onderworpen. De curator kan de (feitelijke) bestuurders persoonlijk aanspreken in geval van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaren voorafgaande aan het faillissement, indien dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
Meer informatie is te vinden in het gezamenlijk persbericht van de ministeries van justitie, financiën en sociale zaken en werkgelegenheid van 2 december 1986 nr. 86/368.
Met betrekking tot de tweede anti-misbruikwet (Wet Bestuurdersaansprakelijkheid) is bij de ontvangers der rijksbelastingen een informatiekrant beschikbaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 1986

Reformatorisch Dagblad | 52 Pagina's

Wijzigingen in de inkomstenen vermogensbelastingheffing

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 30 december 1986

Reformatorisch Dagblad | 52 Pagina's

PDF Bekijken