Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Latijnse plantennamen, zin of onzin?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Latijnse plantennamen, zin of onzin?

3 minuten leestijd

Het is niet verwonderlijk dat nogal wat bloemenliefhebbers moeite hebben met de wetenschappelijke plantennamen, die vaak door vakmensen worden gebezigd. Toch vloeit die wetenschappelijke benaming niet voort uit dikdoenerij. Het is niets anders dan pure noodzaak. Alleen met wetenschappelijke plantennamen is precies aan te geven welke plant nu eigenlijk wordt bedoeld.

In de Middeleeuwen en nog lang daarna werd de plantkunde uitsluitend beoefend door artsen. Alleen zij vergaarden kennis over planten en dan nog speciaal over de geneeskrachtige werking daarvan.
Men bediende zich daarbij van een wetenschappelijke taal: het Latijn. De planten werden geheel omschreven, waarbij vooral de belangrijkste eigenschappen werden vermeld. Een goed voorbeeld is de 'naam', zeg maar beschrijving, die men gaf aan de bekende Lathyrus, die in ons land vaak pronkerwt of geurerwt wordt genoemd. Deze naam luidt: 'Lathyrus distopatyphyllus hirsutis mollis magno et peramaeno flore odore' (Lathyrus met tweetallig samengestelde blaadjes, zacht behaard en met grote bekoorlijke en welriekende bloemen).

Carolus Linnaeus

Naarmate men meer planten leerde kennen, werden deze beschrijvingen steeds bezwaarlijker gevonden. De beroemde Zweed Carolus Linnaeus, die ook in Nederland heeft gewerkt, vond echter een oplossipg die heden ten dage nog wordt gebruikt. Hij voerde de zogenaamde binaire nomenclatuur in. Elke plant kreeg twee namen: een geslachtsnaan en een soortnaam. De lange naam van de eerder genoemde pronkerwt veranderde kort en bondig in 'Lathyrus odoratus'.
Linnaeus werkte zijn naamgeving uit in het in 1753 uitgegeven boek "Species Plantarium". Veel geslachtsnamen zijn afgeleid van personen: Dahlia (Dahl), Begonia (Begon), Robinia (Robin). De soortaanduidingen vertellen nog wat meer over de desbetreffende plant. Dat is ook wel nodig, want er zijn bij voorbeeld meer dan 200 soorten Veronica Ornithogalum ofvogelmelk. (ereprijs) en bijna 600 soorten Erica (dopheide). Hiermee wordt duidelijk dat men met Nederlandse namen moeilijk uit de voeten kan. Iedereen kent namen als treurwilg en knotwilg, maar er zijn honderden soorten wilgen.

Aanduidingen

Veel soortnamen geven aanwijzingen over de herkomst van de planten: Asarum europaeum, Tulipa turkestanica. Iris germanica. Vaak wordt ook een bepaalde eigenschap genoemd: Lavandula officinalis (= geneeskrachtig), Potentilla alba (= wit), Colchicum autumnalis (= in de herfst bloeiend). Soms' komen ook de oorspronkelijke groeiomstandigheden naar voren: Aster alpinus (= in de bergen groeiend), Caltha palustris (= in moerassen groeiend).
Over de hele wereld begrijpen wetenschappers wat er met Bellis perennis wordt bedoeld: het madeliefje. Er zijn echter nog meer redenen voor het gebruik van Latijnse benamingen. Het madeliefje wordt bij voorbeeld ook wel aangeduid met de naam meizoentje en er zijn nog veel meer streeknamen bekend. Voordeel van de Latijnse naam is dat iedere soort er maar één heeft! Denk ten slotte niet dat alle bloemen en planten die met 'roos' worden aangeduid, ook inderdaad iets met rozen (Latijn: Rosa) hebben uit te staan. Zo zijn er stokroos, kerstroos, zonneroos, Chinese roos en klaproos. Deze bloemen en planten behoren zelfs tot geheel verschillende families.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1987

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Latijnse plantennamen, zin of onzin?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1987

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's