Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Witgewolde kudde heeft grijs verleden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Witgewolde kudde heeft grijs verleden

6 minuten leestijd

ELSPEET - De Elspeetse schaapskudde mag zich in een toenemende belangstelling verheugen. Dit heeft het gemeentebestuur zelfs doen besluiten voor de komende en gaande schapenkijker een toiletvoorziening te plaatsen bij de schaapskooi aan de Nunspeterweg. In het bijzonder op het jaarlijks weerkerende scheerdersfeest moeten de schapen zich bepaald bekeken voelen. Onder toeziend oog van samengestroomde recreanten wordt Elspeets kudde door vakkundige scheerbazen van overtollige wol ontdaan.

Slechts weinig mensen zullen zich realiseren dat deze roemrijke traditie wortelt in een taai bestaan, waarin de schapen een onmisbare schakel vormden. Nog minder bekend zal het zijn dat de Elspeetse familienaam Mouw niet alleen gedragen wordt door de huidige herder, maar dat deze naam ook al voorkomt op de uit 1612 daterende torenklok van de hervormde kerk. Een van de meest bekende personen uit dit geslacht was ongetwijfeld de in 1973 overleden schaapherder Willem Mouw, die gedurende een halve eeuw Elspeets kudde heeft gehoed en in 1948 zijn herdersstaf neerlegde. Dit jaar is het precies 100 jaar geleden dat de onder de ouderen in Elspeet zo bekende schaapherder geboren werd. Ook zijn vader en grootvader hebben reeds kudden gehoed in de voilge eeuw. Deze herder mocht zich persoonlijke vriend van koningin Wilhelmina noemen en werd dan ook regelmatig door haar opgezocht op de stille heidevlakten. Hare Majesteit en Willem Mouw spraken dan niet enkel over het wel en wee van de kudde maar ook over geestelijke zaken.
Vele jaren was Willem Mouw ouderling en zondagsschoolleider bij de hervormde kerk te Elspeet. Een ouderling die geliefd was bij de jeugd en van wie men graag had dat hij op huisbezoek kwam. In 1969 werd Mouw vanwege zijn verdiensten in het ambtelijke werk geridderd met de zilveren medaille in de Orde van Oranje-Nassau.
Schaapskooien passen in het Elspeetse dorpsbeeld. Toen Willem Mouw omstreeks de eeuwwisseling met het hoeden van schapen begon, telde Elspeet nog twaalf kudden, die ondergebracht waren in achttien schaapskooien. Natuurlijk produceerden de dieren wol, maar belangrijker was de hooggewaardeerde schapemest. Daarmee voedden de boeren hun schrale landbouwgronden. De wol ging in die tijd veelal naar de tapijtfabrieken in Deventer. Vooral zwarte wol was in trek, omdat men deze niet meer behoefde te verven. Elke herder zorgde er dan ook voor om wat zwarte schapen in zijn kudde te hebben.
Wie zoals Willem Mouw 50 jaar lang met een kudde optrekt, leert de dieren ook goed kennen. Willem kende zijn schapen aan hun gezicht, ook al waren het er soms meer dan 150. Zoiets was in dit beroep geen uitzondering.
Willem Mouw had in zijn tijd regelmatig contact met een herder uit Epe, die zijn schapen niet alleen aan hun gezicht maar ook aan hun stem kende. Een broer van deze schaapherder wilde maar niet geloven dat het mogelijk was om al de schapen aan hun manier van blaten te onderscheiden. Op een dag besloot hij de proef op de som te nemen. De broer ging met de schapen in de kooi en de herder wachtte buiten. Toen er een schaap blaatte, kwam de herder de kooi binnen en wees zonder aarzelen het bewuste schaap aan. Dit spelletje herhaalde zich een aantal keren. Toen besloot de broer de herder te grazen te nemen. Terwijl de herder buiten de kooi stond te luisteren, bootste hij het geblaat van een schaap na. De herder kwam terug en zei: „Er is maar één schaap dat zo kan blaten en dat ben jij". 

Voedsel

Het werk van een schaapherder is meer omvattend dan menigeen denkt. Behalve dat hij de kooi schoonhoudt en uitmest, trekt de herder er elke dag op uit, op zoek naar geschikte plaatsen met voldoende voedsel voor de dieren. Een halve eeuw lang ging Willem Mouw zo met z'n schapen op pad, met naast zich de hond en in z'n handen de onafscheidelijke "kluutschuppe". De "kluutschuppe" is de Veluwse variant van het ons beter bekende woord herdersstaf. Het is een lange stok met aan het eind daarvan een klein schepje. Zodra de zaken niet goed gaan komt de herder met de "kluutschuppe" in actie. Het kan zijn dat de hond ligt te dromen of met zijn roofdierinstinct gericht is op een zich bovengronds begevend konijn. Een onwillig schaap kan zich te ver van de kudde begeven. De herder schept dan een fluitje zand om het daarna trefzeker in de richting van het afgedwaalde schaap of de onoplettende hond te werpen. De hond vindt dat niet prettig en gaat weer aan z'n werk. Het afvallige schaap vreest het hondegeblaf en keert weer naar de kudde.

Willem Mouw wist zich de armoede te herinneren van het begin van onze eeuw. Dagloners trokken in deze tijd in groten getale naar "Holland" om in de landbouw wat te verdienen. Een hele uitkomst waren de veelomvattende plannen van prins Hendrik om grote oppervlakten heide te bebossen. Iedereen die zich meldde nam hij aan en kreeg maar liefst een gulden per dag uitgekeerd. Uit deze tijd dateert het rijmpje: "De Prins, dat is een beste man, die maakt er een gulden van".

Stropen

Niemand behalve de jachtopziener nam het Willem Mouw dan ook kwalijk dat zijn herdershond nogal eens een haasje besloop. In deze tijd zag men niets verkeerds in een stroperijtje. Vooral in de wintertijd, wanneer de inkomsten voor veel mensen stilstonden, moest het kleinwild het nogal ontgelden. Ondanks de stroperijen ontstond er in deze tijd een konijnenplaag. Voortdurende spionage van de jachtopziener verhinderde Willem hier iets aan te doen. De schaapherder schreef toen eigenhandig een brief aan minister Posthuma waarin hij de zaak uit de doeken deed en om een vergunning vroeg. De jachtvergunningen kwamen en Mouw kreeg er ook een. Juist toen de herder zijn geweer aan het uitproberen was, werd hij verrast door de jachtopziener. De man was met stomheid geslagen toen Willem hem de vergunning toonde. De jachtopziener kon het papier niet lezen maar begreep wel dat het ging. om een jachtvergunning

De huidige schapenfamilie van Cos Mouw is geworden tot een monument uit een grijs verleden, dat elk jaar een stroom toeristen trekt. Zij herinnert ons aan een tijd waarin noch het voortrazende verkeer, noch het gepiep van "high technology-instrumenten" de vredige rust verstoorden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 februari 1987

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Witgewolde kudde heeft grijs verleden

Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 februari 1987

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken