Bekijk het origineel

Blinde maitre Jean Langlais verjaart

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Blinde maitre Jean Langlais verjaart

Strijdbare vertegenwoordiger van de traditie Franck-Piemé-Toumemire

6 minuten leestijd

„Het is een schande dat onze organist zich zomaar door u laat vervangen. Nooit is er op die mensen te rekenen, zelfs op zo'n hoogtijdag als vandaag moeten we genoegen nemen met een gewone invaller zoals u..." Het was de pastoor van de Notre Dame-de-la-Croix te Parijs die aan het woord was en de aangesprokene was niemand minder dan Jean Langlais. Ook voor hem viel het dus niet altijd mee. Aanstaande zondag hoopt 'de gewone invaller' Jean Langlais 80 jaar te worden.

Langlais moet de moeite waard zijn om even bij stil te staan. Niet voor niets noemde Feike Asma hem (op de hoes van de Cantilena-lp AG 1820) „één van de allergrootste organisten van deze eeuw". Wie wil er dan nog twijfelen? Jean Langlais werd op 15 februari 1907 geboren in het Bretonse dorpje La Fontelle, vlakbij Dol-de-Bretagne. Eigenlijk lag het in de bedoeling dat hij zijn vader op zou volgen als steenslijper. Reeds vroeg miste hij echter zijn gezichtsvermogen, waardoor het gevaar van de steenslijperij leek afgewend. Met als gevolg dat hij muziek studeerde op het blindeninstituut Institute Nationale des Jeunes Aveugles te Parijs bij André Marchall. Aanvankelijk zou hij daar viool-onderwijs ontvangen, maar gaandeweg schakelde Langlais over op orgel.

Toen Langlais 20 jaar oud was, vertrok hij vandaar naar het Parijse Conservatoire, waar hij onderwezen werd door Marcel Dupré, André Marchall, Charles Tournemire en Paul Dukas. Enkele jaren later won hij de Premier Prix d'Orgue en volgde zijn benoeming tot leraar Orgel en Compositie aan het eerder genoemde blindeninstituut. Inmiddels was ook een hechte vriendschap gegroeid met medestudenten als Olivier Messiaen en Gaston Litaize.

Organiste
Uiteraard had Langlais inmiddels al vele malen de toetsen beroerd tijdens de eredienst. Voor het eerst was dat op hei orgel van de Notre Dame te Rennes, waar hij opviel doordat hij zoveel zwarte toetsen gebruikte. Vervolgens werd hij 'titulaire' van het orgel in de kerk van Epinay-sur-Orge. Dat duurde slechts een maand, want de reiskosten bleken hoger uit te vallen dan het honorarium. Dat liep dus spaak...

Vandaar verhuisde de maitre naar de St-Antoine-des-Quinza-Vingts te Parijs en weer later naar de Notre-Dame-dela-Croix in de Parijse wijk Menilmontant. Inmiddels was Langlais in het huwelijk getreden met zijn oud-leerlinge Marie-Louise Jacquet, in orgelkringen bepaald geen onbekende. In 1945 speelde hij voor het eerst als 'titulaire' op het beroemde orgel van de Ste. Clothilde te Parijs, waaraan grote namen als Franck, Pierné en Tournemire verbonden waren geweest. Langlais zei daar zelf van: „Nooit zal ik het moment vergeten dat ik voor het eerst dit schitterende orgel bespeelde. De aangeslagen beginaccoorden deden werkelijk alles vergeten". In deze functie in de Ste. Clothilde zette Langlais de roemrijke traditie van zijn voorgangers voort. Deze was ingezet door César Franck. Dat Langlais in deze kerk werd benoemd was overigens overeenkomstig de wens van Charles Tournemire.

Tournees
Jean Langlais maakte veel tournees, onder meer naar de VS waar hij steeds weer opnieuw trachtte de Amerikanen te overtuigen van de kwaliteiten van de Franse orgelkunst. Ook bezocht Langlais Nederland. Hij bespeelde onder meer de orgels in Ede, Gouda, Haarlem en Den Haag. Hij was veelvuldig jurylid in Nederland (Haarlem en Deventer).

In zijn orgelwerken gebruikte Langlais meermalen Gregoriaanse motieven ("Te Deum" en "Rapsodie Grégorienne"). Voorts schreef hij orgelkoralen, een grote tien-delige Suite Frangaise en de internationaal bekende "Acclamations". Naast (208) orgelwerken schreef hij ook liederen, kamermuziek, werken voor orkest en kerkmuziek.

Naast zijn bezigheden als componist en organist vervulde Langlais lange tijd de functie van leraar Orgel aan de Schola Cantorum te Parijs waar veel jonge organisten van verschillende nationaliteiten (waaronder de Nederlander Henk Klop) door hem onderwezen werden.

Plaat
Voor degenen die de verrichtingen van Jean Langlais als organist willen beluisteren, is er nog steeds de Nederlandse hommage aan hem: de Cantilena-plaat waarop de improvisatiekunst van hem werd vastgelegd. Vermeldenswaard is dat Cantilena (Postbus 87,1160 AB Zwanenburg) als eerste deze improvisatiekunst op de plaat wist te krijgen.

Op kant 1 prijken "Veni Creator" en "Seigneur Jésus, ne pas rebuté", op de achterzijde staan "Kyrie Orbis Factor", "Louange a Dieu" en "Ce que le Dieu veut, ce soit fait toujours". Een hele mond vol, maar de melodieën zijn ook onder ons bekend. De improvisatiekunst van Langlais laat zich het beste omschrijven als voortborduren op de opvattingen van Franck en Tournemire. Feike Asma zei daarvan: „... en wel met zo'n bovennatuurlijke muzikaliteit en in zo'n hechte vormgeving, dat men nauwelijks van improviseren kan spreken". Daar valt mee in te stemmen. Dat de 80-jarige verjaardag van maitre Jean Langlais deze mooie lp weer onder de aandacht mag brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1987

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Blinde maitre Jean Langlais verjaart

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1987

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken