Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Toen gakkende ganzen en houten klompen, nu vervoer van toeristen met Enterse zompen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toen gakkende ganzen en houten klompen, nu vervoer van toeristen met Enterse zompen

Regionale stichting behoudt scheepje voor Twente èn Nederland

10 minuten leestijd

ENTER - Medewerkers van de regionale stichting "De Enterse Zomp" hebben hun eigendom, de zomp, onlangs weer uit de winterstalling bij de Rijssense Pelmolen gehaald en opgetuigd. De enthousiaste vrijwilligers van deze stichting willen met de "Regt door Zee" toeristen en andere belangstellenden ook deze zomer iets laten zien van de vroegere scheepvaart op de Regge en omstreken. Met het scheepje worden onder andere rondvaarten smaakt.

0p dit ogenblik is de actieradius (reikwijdte) van de zomp beperkt. De zomp kan nu varen vanaf de Pelmolen naar de stuw in Zuna bij Nijverdal. Toch heeft de regionale stichting nog meer verlangens. Maar dan ligt het einddoel Nijverdal nog altijd zo'n .... kilometer buiten bereik. Als dit obstakel omzeild kan worden, is Nijverdal ontsloten", vertelt secretaris Kraa. „In de andere richting kan de zomp niet verder varen dan de stuw nabij 't ... onder Enter. De vroegere Lee zou uitgediept moeten worden en een sluis zou de waterstand kunnen regelen, net als vroeger. Toen waren er wel sluizen, her en der in de binnenwateren. Het zou de historie met betrekking tot de Regge nog weer meer gestalte geven. Zo as 't vroogr was". Hoe onwaarschijnlijk het ook mag klinken, op de riviertjes ten oosten van de IJssel is veel scheepvaart geweest. In Drenthe op de Reest, de ..tinger Grift en de Oude Vaart, en Gelderland en Overijssel op de oude IJssel, de Berkel, de Schipbeek, Loolee, de Vecht en de Regge. Alleen al op de Regge voeren in 1830 im 160 zompen: kleine langwerpige vaartuigen.

(Z)onder water

De Regge loopt door de laaggelegen delen van het reliëfrijke Twente, in tegenstelling tot de huidige, uitstekende waterbeheersing, kon in vroeger eeuwen het water moeilijk wegkomen. Naar het oosten stijgt de bodem van Overijssel langzaam, zodat het water naar het westen moet vloeien. Een aantal hoge en lage ...druggen, die alle in noord-zuid-richting liggen, belet dit. Vroeger kwamen hier in de winter al overstromingen voor. Grote delen land kwamen onder water te staan. De beek werd een p... , waarn de oevers soms vijftien kilometer uit elkaar lagen, 's Zomers leek de Regge meer op een slootje met een soms totaal uitgedroogde bedding, niet alleen de riviertjes, maar ook de wegen waren meestal onbegaanbaar. De historieschrijvers vertellen dat de wegen des zomers zandig en des winters drekkig" waren. „Alle de wer gen zijn zandwegen, die des zcrmers zanden en bij veel regen modderen".

Grillen der natuur

Het lag voor de hand dat men gebruik maakte van een aan de omstandigheden aangepast vervoermiddel. „Wilde men de Regge bevaren, dan moest men kunnen beschikken over een schip dat (zoveel mogelijk) opgewassen was tegen de grillen van de natuur", vertelt Kraa. „De zomp is duidelijk zo'n scheepstype. Langzamerhand groeide ze uiteindelijk tot deze vorm: functioneel en bovendien ook sierlijk om te zien".
„De zomp is aangepast aan de behoefte en de omstandigheden. Een smalle platbodem met een uiterst geringe diepgang en toch nog een behoorlijk laadvermogen, was toch wel een eerste vereiste". Kraa somt de voorwaarden op waaraan "sompen" moe(s)ten voldoen. „Een zomp met een diepgang van pakweg 30 centimeter en een laadvermogen van 12 ton, een lengte van 12 meter en een breedte van maximaal 2,5 meter, kan de Regge bevaren".
De schuit moest bovendien nog getrokken kunnen worden door één man en tegen een stootje kunnen. Door de aanwezigheid van twee zeilen voor en achter de mast kon bij gunstige wind een flinke snelheid met het scheepje behaald worden.

Ganzen en klompen

Het dorpje Enter ligt gunstig en gedeeltelijk binnen het stroomgebied van de Regge, aan de weg van Enschede naar Rijssen. Enter kende, evenals veel andere dorpen, het gesloten markesysteem: een deel van de woeste gronden (marke) rond de nederzetting werd door de inwoners (markgenoten) gemeenschappelijk gebruikt. Uitbreiding van het areaal -het te bebouwen grondgebied- was niet mogelijk. De woeste grond kon niet ontgonnen worden voor de snelgroeiende bevolking.
„Het dorp had te weinig esgrond om voor een ieder brood op de plank te geven. De keuterboertjes moesten naar een andere vorm van broodwinning omzien. Ze zochten het in ae handel van ganzen en paarden. Bekend is dat Enterse kooplieden vooral tegen de Kerst een levendige ganzenhandel dreven op Engeland. Jaarlijks ging het om ruim 30.000 ganzen". Enter werd volgens Kraa ook het grootste klompenmakerscentrum van Nederland. In het Reggedal bij Enter was het klompenmakershout, wilgen en populieren, voorhanden. Ook in de andere beekdalen van Twente trof men het aan.
Het was daarom logisch dat in Enter, dat het grootste deel van het jaar wel per schip bereikbaar was, de grootste concentratie schippers en scheepsbouwers ontstond. De scheepsbouwers hebben verschillende scheepstypen gebouwd. De oudste is de Berkelzomp. "Wat men tegenwoordig weet van zompen, betreft voornamelijk de losse zomp: een schuit met een laadvermogen van twaalf a veertien ton.

"Schuytemakers"

Scheepsbouwers uit Enter voorzagen de schippers in Berkel, Schipbeek, Regge, Vecht en Zwarte 'Water van de scheepjes. De bouwmethode van de zomp verschilde niet van de in ons land algemeen in gebruik zijnde methoden.
Kraa: „Het scheepje werd gemaakt van het materiaal dat voorhanden was of gemakkelijk was aan te slejen, zoals elke- en vurehout. Maar iet bouwen van zo'n schip was, zeker toen men nog niet over modern gereedschap beschikte, geen kleinigheid. Het vereiste groot vakmanschap".
„Het monopolie van de bouw van zompen lag in Enterse handen. Voor die tijd zaten ze aan de top van het vakmanschap", laat Entenaar Kraa trots weten. „Zompen werden steevast op een van de drie scheepswerven in Enter gebouwd. Meester Tonnis Gerritsen Timmerman -zijn nazaten staan in de doopcelen genoteerd als Schuytemaker- bouwde aan het einde van de zeventiende eeuw in Enter de eerste zomp".
Omstreeks 1751 kochten schippers uit Zwolle van Gerhardus Schuitemaker uit Enter schuiten. Er was sprake van „een nieuwe Schuite met schipkiste, twee swaarden, zeil en touwen" en dat voor een „somma van hondert en dertig car. guldens".

Schipperen

Het schipperscentrum telde omstreeks 183T) ruim 120 schippers. Ze konden goed 'schipperen': omgaan met het schip, het precies brengen waar het zijn moest. Dat hebben de schippers geleerd op de grillige Regge. Met de wind in de zeilen of met een vaarboom in de handen, probeerden ze zo snel mogelijk de Regge te bevaren.
De schippers zorgden dus voor het vervoer te water. Zonder dit vervoer zou de economie van Oost-Nederland tot ver in de 19e eeuw ondenkbaar zijn geweest. De zompen vervoerden houtskool, klompen, hammen, textielgrondstoffen, hout, aardappelen, stenen en veel riet. Kortom, alles wat een mens maar nodig had. De scheepjes waren ook belangrijk voor de aanvoer van vlas voor de linnenweverijen in Borne en ze vervoerden ook veel jute voor de jutefabriek in Rijssen.

Hard bestaan

Het bestaan van de schippers was hard. Sommige van hen werkten op hun boerderijtjes en brachten om de drie weken een vrachtje naar Zwolle. Die schippers die het ervoor over hadden, gingen ook 's zomers bij laag water varen.
's Nachts sliepen ze op een slaapbank in het vooronder. Op de bank lag de "bargerieje", een bundel van strozak en dekens. Eromheen zat een blauwgeruite katoenen doek. Het geheel hing aan een paar haken aan de achterwand. De slaapbank kon met een paar planken breder worden gemaakt, zodat er wel twee tot drie mensen konden slapen.
„Een werkelijke behuizing bood de zomp niet", zo weet Kraa. „Als het regende of hard waaide, was de bemanning volledig blootgesteld aan de elementen. Oliekleding, zoals de vissers op zee, kenden ze niet. Doorweekt tot op hun huid moesten ze verder varen". Als men nat geworden was, droogde men zich zo goed mogelijk af of men kroop met natte kleren in bed: dat broeide wel.
De schippers droegen 's winters een klapbroek, een vest met twee rijen knoopjes en een zwart fluwelen jasje. In de zomer droeg men een boezeroen en een rood of blauw baien, gestreepte onderbroek. Ook dan had men steeds de pet op en de klompen aan.
Aan boord had men roggebrood en een stuk spek. Ook werden wat bruine bonen en een zakje boekweitmeel voor pannekoeken meegenomen. In de punt van het vooronder stond de vuurpot, een soort gietijzeren kookpot, waarin met wat hout of turf een aardig vuurtje gestookt kon worden.

Geen kapitaalvorming

Aan de wal lieten de schippers zich 's avonds -als daar gelegenheid voor was- bij het warme vuur in de herbergen een „smakelijk pijpje en een glaasje klare jenever goed smaken". Hun verdiensten gingen op aan de consumptiegoederen van die tijd: meubels en het kleine glaasje. Het leven bestond uit weinig meer dan werken en slapen. Het kleine glaasje betekende voor hen de enige ontspanning: „Het was noe eenmoal niet aans".
Het leven van de zompschippers was hard, maar de schippers verdienden goed. Aan hun reizen hielden ze bruto ruim 360 gulden (netto 230 gulden) per jaar over. De Enterse schippers deden echter niet aan kapitaalvorming. Ze investeerden weinig geld. De gevolgen bleven niet uit. Door de aanleg van verharde wegen en de spoorwegen werd omstreeks 1830 de monopoliepositie van de schippers aangetast. Enter werd armer. De traditionele scheepvaart verwaterde geleidelijk en werd bijna een vergeten wereld.
„Het laatste schip was de in 1887 gebouwde "Regt door Zee" van Jans ten Berge. Het had een laadvermogen van zeventien ton. Jans overleed in 1940. Wat men nu van losse zompen weet, weet men voornamelijk van zijn schip. Ook de meeste afbeeldingen van zompen zijn van de zijne". In 1942 werd het scheepje van Ten Berge overgebracht naar het Openluchtmuseum in Arnhem, waar het in 1944 getroffen werd door een Duitse of geallieerde granaat. De restanten kwamen via een omweg terecht in de Pelmolen te Rijssen.

Punterbouwer

De Nijverdalse stuurman Dirk Nolles lanceerde in 1983 het idee orn de zomp in de originele maten en materialen (geen hechthout of lijming) na te bouwen. De Regionale Stichting "Enterse Zomp" werd opgericht. Het geld kwam binnen in de vorm van subsidies van de provincie, de gemeenten Wierden, Hellendoorn en Rijssen, een aantal fondsen (Anjerfonds, Edwina van Heek-stichting, ANWB-Zimmermanfonds) en bijdragen van bedrijven en particulieren.
Nolles schakelde de Giethoornse punterbouwer Wildeboer in en samen bekeken ze de restanten van de laatste Enterse zomp.
„Harm Wildeboer bleek voor een vriendenprijsje (85.000 gulden) een zomp te kunnen maken van de oorspronkelijke materialen, verwerkt volgens de vanouds bekende technieken. Bij het krombranden -boven een vuurtje van petroleum en houtkrullen- van de boorden en de randgarde (een lange dunne balk, die aan weerszijden van voor tot achter loopt) werden veel routine en vakmanschap van de bouwer verwacht. De kunst is om elke eikeplank even sterk te laten krommen, de linker en de rechter boorden uiteraard ook nog symmetrisch".
Het scheepje -vernoemd naar de "Regt door zee" van Jans ten Bergewerd werd op 19 april vorig jaar nabij het Veer in Rijssen met een kraan van een vrachtauto getild en in de Regge te water gelaten.

Mede naar aanleiding van:
"Varen waar geen water is", door drs. G. J. Schutten; uitg. van Boekhandel Broekhuis bv, Hengelo, 1981, 276 blz, 62,50 gulden; 

"Do zoon van de zompschipper", door G. J. Kraa; uitg. van Ligtenberg bv, Rijssen, 1982, 128 blz, 16,90 gulden
.

_______________________________________________________________

SECRETARIS G. J. KRAA: „Vijftig jaar zonder zomp. Dat kon natuurlijk niet, als men bedenkt dat er duizenden van die scheepjes hebben gevaren op de binnenwateren achter de IJssel. De VVV en Plaatselijke Belang (een vereniging) in Enter smeedden in 1983 samen met Dirk Nolies uit Nijverdal plannen om een replica van de zomp te bouwen. Al gauw werdduidelijk dat zo'n plan de meeste kans van slagen had als er een samenwerkingsverband tot stand kwam". De secretaris vertelt over het ontstaan van de Regionale Stichting "De Enterse Zomp " en natuurlijk over het scheepje zelf. In een haventje naast de Pelmolen in Rijssen ligt het resultaat van de plannen: de nieuwe zomp. De "Regt door zee" wordt gebruikt voor recreatieve en educatieve doeleinden. De toerist kan nu kennismaken met het schuitje, dat volgens kenners dezelfde goede vaareigenschappen heeft als de oorspronkelijke zomp.

_______________________________________________________________

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 april 1987

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Toen gakkende ganzen en houten klompen, nu vervoer van toeristen met Enterse zompen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 april 1987

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's