Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Contact van kerkhistorici en dogmatici blijft bij polemiek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Contact van kerkhistorici en dogmatici blijft bij polemiek

Van Peursen in nota over faculteiten godgeleerdheid:

4 minuten leestijd

DEN HAAG - Theologische faculteiten en hogescholen moeten meer contact zoeken met andere wetenschappelijke disciplines, zoals de sociale wetenschappen en de natuurwetenschappen. Ook het contact tussen theologen onderling moet worden verbeterd. Het is opvallend dat de interne discussie tussen bij voorbeeld dogmatici en kerkhistorici vaak ontbreekt, met uitzondering van een aantal heftige polemieken in artikelen.

Tot deze conclusie komt dr. C. A. van Peursen, emeritus-hoogleraar wijsbegeerte in Leiden, in een verkenningsnota van de faculteiten der godgeleerdheid en de theologische hogescholen. Hij stelde deze nota op in opdracht van de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid. Een Verkenningscommissie Theologie, die nog door minister Deetman van onderwijs en wetenschappen moet worden ingesteld, zal op basis van dit rapport bezien hoe er bij de theologische instellingen doelmatig kan worden bezuinigd.

Niet altijd even sterk
Van Peursen komt tot de conclusie dat de dertien theologische opleidingen op het gebied van de dissertaties een hoge produktiviteit kennen. Op grond van een steekproef, heeft hij de indruk dat het aantal promoties binnen de theologie verhoudingsgewijs de promoties in de faculteiten der letteren, sociale wetenschappen en wijsbegeerte overtreft. Maar het niveau van de publikaties is volgens Van Peursen niet altijd even sterk.

Financiële steun
Van Peursen bepleit dat er criteria worden opgesteld voor wat wel en wat niet als een wetenschappelijke publikatie kan worden aangemerkt. Sommige hoogleraren geven in achtereenvolgende jaren telkens vijf tot zeven wetenschappelijke publikaties op, wat naar zijn mening, gezien de voorbereiding die zo'n publikatie kost, onmogelijk mag heten.

Hij bepleit financiële steun voor vertalingen van sommige publikaties, zodat ook het theologisch-wetenschappelijk werk zich meer in internationaal kader afspeelt. Ook meent hij dat de in Nederland gevestigde internationale theologische tijdschriften, zoals Journal of Religion in Africa, Journal for the Study of Judaism en Exchange financiële steun van de overheid moeten krijgen.

De zwakte van een theologische faculteit is volgens Van Peursen dat haar wetenschappelijke bemoeienis met iets „bovennatuurlijks" te maken heeft. Maar dat is in zekere zin ook de aantrekkingskracht: gaan tot de grenzen van wetenschap en het weetbare.

Van Peursen meent dat op grond hiervan een goed functioneren van een theologische instelling naar twee maatstaven kan worden beoordeeld. Ten eerste moet worden nagegaan of de instelling in staat is leerstellige opvattingen open te breken door het contact met goed en open wetenschappelijk onderzoek.

Onderstromen cultuur
Op twee manieren is dat volgens Van Peursen voor de samenleving van belang. In de eerste plaats hoeft juist de theologische wetenschap inzicht in onderstromen van de moderne cultuur: religieuze ervaringen, drang naar geborgenheid, vragen naar de zin van het bestaan. In de tweede plaats kan theologie onderzoek doen naar mogelijkheden en onmogelijkheden van wetenschappelijke terreinverbreding.

Van Peursen meent dat op grond hiervan een goed functioneren van een theologische instelling naar twee maatstaven kan worden beoordeeld. Ten eerste moet worden nagegaan of de instelling in staat is leerstellige opvattingen open te breken door het contact met goed en open wetenschappelijk onderzoek.

Subsidie
Ten tweede moet de instelling Van Peursen voor de samenleving van overtuigend haar bestaansrecht bewijzen door te laten zien dat het onderzoek niet of alleen maar onvolledig door vertegenwoordigers van een andere wetenschap, zoals filosofie of psychologie, kan worden gedaan.

Dat is volgens Van Peursen gemakkelijker aan te tonen bij de vakken die dichter tegen andere wetenschappen aanliggen dan bij meer specifieke vakken zoals systematische theologie, praktische theologie en liturgie. Hij wijst er daarbij op dat het gemakkelijker is gebleken subsidie en erkenning te krijgen voor kwantitatief dan voor wereldbeschouwelijk onderzoek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1987

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Contact van kerkhistorici en dogmatici blijft bij polemiek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1987

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken