Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Goudse glazen van langerekte kerk worden op unieke wijze gerestaureerd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Goudse glazen van langerekte kerk worden op unieke wijze gerestaureerd

Sint-Jans brandschilderingen: toeristische pelgrimage van Hollandse glazenierskunst

18 minuten leestijd

GOUDA - De 62 Goudse glazen van de Sint-Janskerk blijven de aandacht trekken. Vele mensen hebben ze reeds bewonderd of op foto's of film vastgelegd. Dat anderen ...ren bezig (zullen) zijn om de glazen te conserveren, is niet iedereen bekend. De in omvang en kwaliteit op een na belangrijkste verzameling van gebrandschilderd glas in Europa wordt op dit moment restaureerd en geconserveerd en dat wel op een unieke wijze. Zo kunnen de Goudse glazen bewaard blijven voor het nageslacht. Koster Nico Metselaar weet te vertellen dat Franse toeristengidsen Gouda met zijn kerk nog altijd drie sterren geven. Gouda is echt een begrip waard!

De helft van het in Nederland aanwezige 16e-eeuwse gebrandschilderd glas bevindt zich in de Goudse Sint-Janskerk. Met een lengte van 123 meter is deze kerk de langste van Nederland en een der grootste van Europa. Het huidige kerkgebouw, een kruisbasiliek, is reeds de derde op deze plaats. Bij de stadsbranden van ..61 en 1438 gingen vorige bouwwerken in vlammen op. De bouw van de kerk bood een grote ruimtewerking en daardoor gelegenheid tot het aanbrengen van grote ramen. De aanvankelijk blanke beglazing werd in de jaren 1555-1603 vervangen door gebrandschilderd glas. Tot 1571 waren het vooral de Goudse glazeniers Dirk en Wouter Crabeth, die een hoogtepunt in de glazenierskunst wisten te bereiken. Wat en hoe hebben zij het gedaan?

Glas kende men reeds in het oude Egypte. Rond het jaar 1000 kwamen er voor het eerst berichten over glas- .. loodvensters. Omstreeks het jaar ..20 schreef de Duitse Benedictijner monnnik Theophilus een boekje, getiteld "De Diversis Artis" (over de verschillende kunsten). De manier van werken bij de glasschilderkunst, zo.. hij beschrijft, is nog nagenoeg onveranderd gebleven, zij het dat tegenwoordig meer technische hulpmiddelen ter beschikking staan.

Op ware grootte
Prins Willem van Oranje gaf in 1561 aan de Goudse glasschilder Dirck Crabeth de opdracht een gebrandchilderd glas in de Sint-Jan aan te brengen. 't Moest een afbeelding van de tempelreiniging worden. Waarschijnlijk heeft de Prins hier meer mee bedoeld dan dat menig bezoeker zou vermoeden. Het ontwerp dat nog steeds bewaard wordt in het archief van de hervormde gemeente van Gouda, is 50 centimeter lang, terwijl het bedoeld is voor een glas met een uiteindelijke hoogte van tien meter. Het ontwerp werd ter goedkeuring voorgelegd aan de prins, die het voor "gezien" verklaarde. Zo'n ontwerp heette dan ook een "Vidimus".
Werd dit ontwerp goedgekeurd, dan maakte de glasschilder een werktekening, ook wel "carton" genoemd. Het is een tekening met crayon of waterverf op tekenpapier, maar nu op ware grootte! Van het merendeel van de 1532 vierkante meter Goudse Glazen zijn de cartons bewaard gebleven. En dat is uniek in de geschiedenis van de glasschilderkunst. Zij worden in 178 zinken kokers bewaard in een brandvrije kluls van de kerk. Slechts enkele belanghebbenden mogen de cartons zien. De ruimte is ingericht om de cartons onder de ongunstige omstandlgheden voor beschadiging te beschermen.

Kluis te klein
Sommige cartons zojn echter aan restauratie toe. "Bij de conservering hiervan zullen meer kokers moeten morden aangeschaft, omdat de cartons dan niet meer zo klein kunnen en mogen worden opgerold. Dan wordt ook de kluis te klein", zo vertelt de heer C. Revet, penningmeester van de Stichting Fonds Goudse Glazen, tijdens de rondleiding. Revet wordt vaak gevraagd een rondleiding te verzorgen als de koster van de kerk verhinderd is of als er (te) veel bezoekers zijn.

Vol trots vertelt hij dat vorige maand nog enkele cartons werden uitgerold en getoond aan een internationaal wetenschappelijk scenario, die er studie van maakte. „Als u er iets over schrijft, schrijf dan ook dat het glas van Willem van Oranje onlangs drie maanden tentoongesteld heeft gestaan in het Rijksmuseum te Amsterdam, hetgeen door de restauratie mogelijk was geworden", verzoekt Revet. Dertien van de mooiste en oudste glazen in de kerk zijn gemaakt door de glazeniers Dirck (overl. 1574) en Wouter Crabeth (overl. 1584). De cartons die zij van deze glazen maakten, behoren eveneens tot de fraaiste van de unieke collectie.

Glasverf
Na het klaarkomen van de carton wordt een calque gemaakt. Hierop staat het loodpatroon aangegeven, en de nummers van de kleuren, die -uitgeknipt- als mallen dienst doen voor de stukken glas. Nu komt er voor het eerst een stuk glas bij te pas. Voor de zestiende eeuw sneed men glas op een primitieve manier. Men gebruikte een gloeiend stuk ijzer om aan de hand van de mallen het glas te snijden. Later gebruikte men diamant. Als alle glasstukken (op een lichtbak) zijn geplaatst, kan de glazenier met glasschilderverf de juiste beschildering op het glas aanbrengen volgens de afbeelding op het carton. Hierna wordt het glas in de oven verwarmd tot 500 a 600 graden Celsius. De glasverf versmelt dan met het glasoppervlak.Als de glazen daarna tussen loodstrippen zijn gekneld, worden ze verbonden met soldeertin tot een paneel van circa 60 x 85 centimeter. Alle panelen vormen uiteindelijk de voorstelling, die soms twintig meter hoog kan zijn. Ook in de Middeleeuwen brak wel eens een ruitje, vertelt de heer Revet, "dan kwam er weer een loodstripje bij, maar vaak op plaatsen waar deze helemaal niet hoorde. Op veel plaatsen is dat nog te zien. Er loopt een loodstrip door een gezicht of door plooival, niet evenwijdig met de afgebeelde vorm". Anno 1987 wordt zo'n breuk onzichtbaar vastgelijmd in het atelier Bogtman in Haarlem.

'Vijf voor twaalf'
„Een keer heb ik de Sint-Jan zonder de gebrandschilderde glazen gezien", vertelt Revet. „Dat was in de oorlog. Het heeft weinig gescheeld of een groot deel was verloren gegaan". In 1939 werden de glazen opgeborgen in 201 kisten in een kluis van een Goudse bank en enkele boerderijen. Later verhuisde men de kisten naar rijksbunkers in de duinen van Haarlem, omdat het gevaar aanwezig was dat men de dijken zou doorsteken. Een van de boerderijen, waarin eerst enkele glazen verborgen werden gehouden, werd tijdens de oorlog door bommen getroffen en in as gelegd. Met het einde van de oorlog kwam er geen eind aan de zorg voor het buitengewoon kostbaar bezit. Enkele jaren geleden ontdekte men -mede naar aanleiding van een internationaal congres in Lunteren in 1981- dat ook het milieu een slechte invloed uitoefende op de Goudse Glazen. Condens en zure regen bleken boosdoeners. Het vocht vermengde zich met de kalk van de muren en tenslotte met de chemicaliën van het gebrandschilderd glas. Samen met het irriterende condens aan de binnenzijde van de glazen zou de aantasting op den duur het glas onzichtbaar maken. Lange tijd heeft men meetapparatuur aangebracht en proeven genomen; zowel aan de noord- als zuidzijde van de kerk. Een wetenschappelijk onderroek van twee jaar toonde aan dat het voor de Sint-Jan 'vijf voor twaalf' was.

Precisiewerk
Een groote en uniek werk werd in gang gezet. Met 1 miljoen gulden steun uit het Prins Bernhard Fonds startte men in 1984 de restauratie. Uiteindelijk bleek de extra steun van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg voldoende om alle glazen voor een totaalbedrag van 5 miljoen gulden voor het nageslacht te bewaren. Dat het een uitgebreid en omvangrijk werk is, kan de heer Van Ham, die de contacten legt namens de kerkvoogdij, tot in de finesses vertellen. Hij is van het begin af aan bij de onderhandelingen betrokken geweest. „Elk raam", zo legt hij uit, „bestaat uit zes verticale vakken glas-in-loodpanelen. Deze verticale vakken zijn aan de zijkanten van het raam ingemetseld in de hardstenen stijlen van het raam". Aannemer Woudenberg uit Ameide heeft constant twee mensen aan het werk, die steigers plaatsen en panelen loshakken. Dit laatste is precisiewerk. Als de glazen zijn losgehakt, dan halen werknemers van glazeniersbedrijf Bogtman BV uit Haarlem de glazen eruit. In het atelier worden ze schoon gemaakt en zo nodig gerestaureerd. Ook moeten de preciese maten worden genomen om gehard blank glas te bestellen. Dit blanke glas komt in de oude sponning, die dan inmiddels wel geheel is bijgewerkt.

Tinnerodebehandeling
Firma Gebr. de Jongh uit Waardenburg -een oude bekende van de kerkvoogdij vanwege diverse schilderwerken aan onder andere het koorhek en de verguldingswerkzaamheden aan het orgel- maakt voor ieder glas een aparte mal. Vader en zoon Den Hartog, bij De Jongh in dienst, werken reeds drie jaar in de kerk, maar zijn het nog niet zat. „Zij verrichten milimeterwerk", zo verzekert hun werkgever, de heer H. de Jongh. Aan de hand van de gemaakte mallen worden de stukken hard glas van zes milimeter dikte op maat gesneden. De glazen krijgen aan een zijde een oppervlaktebewerking, die in Europa even uniek als geheim is. Het is de zogenaamde "Tinnerodebehandeling". Het raam zal aan de buitenzijde van de kerk door de behandeling niet spiegelen en krijgt tevens een monumentaal aanzien. Het in een oven geharde glas kan daarna lucht- en waterdicht in de herstelde sponning worden geplaatst. De Jongh: „Elk glas wordt eerst voorzien van een U-profiel; het geharde glas is erg breekbaar en het gevolg zou kunnen zijn dat hij barst in duizenden stukjes. Met kit wordt de ruit lucht- en waterdicht ingezet. Als wij daarmee klaar zijn, komen de mensen van Slangen Staal BV uit Gouda om de steunen voor de panelen te plaatsen".

In 1989 klaar
De firma Slangen zorgt voor de mogelijkheid van "musiale" ophanging: de panelen gebrandschilderd glas komen -gemakkelijk demontabel- te hangen op een afstand van ongeveer zes centimeter van het geharde glas, met boven en onder het raam een opening. Hierdoor ontstaat een verticale luchtstroom. „Maar dan zijn wij inmiddels begonnen aan een ander raam", aldus de heer De Jongh. In totaal moeten er 3000 van die panelen worden geplaatst. Eigenlijk is het werk niet zo moeilijk, vindt de heer De Jongh, „maar ik besef wel dat de hele wereld er tegenaan kijkt. We hebben ook de kerk mét het orgel van Zaltbommel geschilderd. We hebben meubels van Hare Majesteit verguld en marmerimitaties aangebracht op het paleis Noordeinde. Ja, dat zijn leuke werken", zo merkt hij bescheiden, maar ook wel een beetje trots op. Met het gehele project hoopt men in 1989 klaar te zijn en „als het zo doorgaat zoals nu, dan twijfel ik er niet aan of we redden het wel".

ren be/ip ien ue^Ig glazen te (luWe^n^ yLUlKU)

7iin nm zijn om conserveren, is dit ontwerp goedgekeurd, dan maakte de glasschilder een werktekening, ook wel "carton" genoemd. Het is een tekening met crayon of waterverf op tekenpapier, maar nu op ware grootte!

Van het merendeel van de 1532 vierkante meter Goudse Glazen zijn de cartons bewaard gebleven. En dat is uniek in de geschiedenis van de glasschilderkunst. Zij worden in 178 zinken kokers bewaard in een brandvrije kluls van de kerk. Slechts enke'^ belanghebbenden mogen de caret iedereen bekend. De in I 1.. .. tons zien. De ruimte is ingericht om

nvang en kwaliteit op een I belangrijkste verzameling

de cartons onder de ongunstige omstandlgheden voor beschadiging te
in gebrandschilderd glas in ''^^=*^^™«" iiropa wordt op dit moment restaureerd en geconsererd en dat wel op een unie; wijze. Zo kunnen de OUdse glazen bewaard blijn voor hpf na0P«:Inrhf VOUr nei nagesiacni. OSter Nico Metselaar weet 'vertellen dat Franse toestengidsen Gouda met zijn Tk nog altijd drie sterren ven. Gouda is echt een igtrip waard!

Kluis te klein

Sommige cartons zijn echter aan restauratie toe. „Bij de conservering hiervan zuUen meer kokers moeten morden aangeschaft, omdat de cartons dan niet meer zo kleln kunnen en mogen worden opgerold. Dan wordt ook de kluis te klein", zo vertelt de heer C. Revet, penningmeester van de Stichting Fonds Goudse Glazen, tijdens de rondleiding. Revet wordt vaak gevraagd een rondleiding te verzorgen als de koster van de kerk verhinderd is of als er (te) yeel bezoekers zijn. De helft van het in Nederland aanzige 16e-eeuwse gebrandschilderd IS bevindt zich in de Goudse Sintnskerk. Met een lengte van 123 me• is deze kerk de langste van Nerland en een der grootste van Eupa. Het huidige kerkgebouw, een uisbasiliek, is reeds de derde op ze plaats. Bij de stadsbranden van 61 en 1438 gingen vorige bouwwern in vlammen op. De bouw van de kerk bood een )te ruimtewerking en daardoor ge;enheid tot het aanbrengen van )te ramen. De aanvankelijk blanke glazing werd in de jaren 1555-1603 [fangen door gebrandschilderd IS. Tot 1571 waren het vooral de ludse glazeniers Dirk en Wouter abeth, die een hoogtepunt in de izenierskunst wisten te bereiken, it en hoe hebben zij het gedaan? Glas kende men reeds in het oude ypte. Rond het jaar 1000 kwamen voor het eerst berichten over glasloodvensters. Omstreeks het jaar 20 schreef de Duitse Benedictijner mnik Theophilus een boekje, getid "De Diversis Artis" (over de verlillende kunsten). De manier van rken bij de glasschilderkunst, zohij beschrijft, is nog nagenoeg onranderd gebleven, zij het dat tegenlordig meer technische hulpmidde1 ter beschikking staan.

Op ware grootte
Prins Willem van Oranje gaf in 61 aan de Goudse glasschilder rek Crabeth de opdracht een geïndschilderd glas in de Sint-Jan n te brengen, 't Moest een afbeelig van de tempelreiniging worden, larschijnlijk heeft de Prins hier :er mee bedoeld dan dat menig bejker zou vermoeden. Het ontwerp, t nog steeds bewaard wordt in het ;hief van de hervormde gemeente n Gouda, is 50 centimeter lang, -wijl het bedoeld is voor een glas :t een uiteindelijke hoogte van tien Vol trots vertelt hij dat vorige 'ter. maand nog enkele cartons werden Het ontwerp werd ter goedkeuring uitgerold en getoond aan een internaorgelegd aan de prins, die het voor tionaal wetenschappelijk scenario, ezien" verklaarde. Zo'n ontwerp die er studie van maakte. „Als u er ette dan ook een "Vidimus". Werd iets over schrijft, schrijf dan ook dat het glas van Willem van Oranje onEen 18e-eeuwse tekening van de Sint n in Gouda met een prachtige uitkijk de enorme vensters in het koor. langs drie maanden tentoongesteld heeft gestaan in het Rijksmuseum te Amsterdam, hetgeen door de restau

De twee Goudse gtasschilders Wouter (links) en Dirck Crabelh (rechts). Het linker paneel dateert uit het midden van de 16e eeuw, terwijl het rechter portret geschilderd werd in het begin van de 17e eeuw. Het Avondmaal. Dirck Crabeth schilderde in 1557 koning Philips II met zijn gemalin Mary Tudpr op glas zeven. ratie mogelijk was geworden", verzoekt Revet.

Dertien van de mooiste en oudste glazen in de kerk zijn gemaakt door de glazeniers Dirck (t 1574) en Wouter Crabeth (f 1584). De cartons die zij van deze glazen maakten, behoren eveneens tot de fraaiste van de unieke collectie.

Glasverf

Na het klaarkomen van de cartop wordt een calque gemaakt. Hierop staat het loodpatroon aangegeven, en de nummers van de- kleuren, die -uitgeknipt- als mallen dienst doen voor de stukken glas. Nu komt er voor het eerst een stuk glas bij te pas. Voor de zestiende eeuw sneed men glas op een primitieve manier. Men gebruikte een gloeiend stuk ijzer om aan de hand van de mallen het glas te snijden. Later gebruikte men diamant.

Als alle glasstukken (op een lichtbak) zijn geplaatst, kan de glazenier met glasschilderverf de juiste beschildering op het glas aanbrengen volgens de afbeelding op het carton. Hierna wordt het glas in de oven verwarmd tot 500 a 600 graden Celsius. De glasverf versmelt dan met het' glasoppervlak. •Als de glazen daarna tussen loodstrippep zijn gekneld, worden ze verbonden met soldeertin tot een paneel van circa 60 x 85 centimeter. Alle panelen vormen uiteindelijk de voorstelling, die soms twintig meter hoog kan zijn.

Ook in de Middeleeuwen brak wel eens een ruitje, vertelt de heer Revet, „dan kwam er weer een loodstripje bij, maar vaak op plaatsen waar deze helemaal niet hoorde. Op veel plaatsen is dat nog te zien. Er loopt een loodstrip door een gezicht of door plooival, niet evenwijdig met de afgebeelde vorm".

Anno 1987 wordt zo'n breuk onzichtbaar vastgelijmd in het atelier Bogtman in Haarlem.

'Vijf voor twaalf

„Een keer heb ik de Sint-Jan zonder de gebrandschilderde glazen gezien", vertelt Revet. „Dat was in de oorlog. Het heeft weinig gescheeld of een groot deel was verloren gegaan". In 1939 werden de glazen opgeborgen in 201 kisten in een kluis van een Goudse bank en enkele boerderijen. Later verhuisde men de kisten naar rijksbunkers in de duinen van Haar

Prins Willem van Oranje (afgebeeld op glas 25) gaf Dirck Crabeth opdracht om een glas te maken van de tempelreiniging. Hier is hij afgebeeld in een glas over het ontzet van Leiden. lem, omdat het gevaar aanwezig was dat men de dijken zou doorsteken. Een van de boerderijen, waarin eerst enkele glazen verborgen werden gehouden, werd tijdens de oorlog door bommen getroffen en in as gelegd.

Met het einde van de oorlog kwam er geen eind aan de zorg voor het buitengewoon kostbaar bezit. Enkele jaren geleden ontdekte men -mede naar aanleiding van een internationaal congres in Lunteren in 1981dat ook het milieu een slechte invloed uitoefende op de Goudse Glazen. Condens en zure regen bleken boosdoeners. Het vocht vermengde zich met de kalk van de muren en tenslotte met de chemicaliën van het gebrandschilderd glas. Samen met het irriterende condens aan de binnenzijde van de glazen zou de aantasting \)op den duur het glas onzichtbaar mafcen.

Lange tijd heeft men meetapparatuur aangebracht en proeven genomen'; zowel aan de noord- als zuidzijde van de kerk. Een wetenschappelijk onderroek van twee jaar toonde aan dat het voor de Sint-Jan 'vijf voor twaalf' was.

Precisiewerk

Een groote en uniek werk werd in gang gezet. Met 1 miljoen gulden steun uit het Prins Bernhard Fonds startte men in 1984 de restauratie. Uiteindelijk bleek de extra steun van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg voldoende ovn alle glazen voor een totaalbedrag van 5 miljoen gulden voor het nageslacht te bewaren. Dat het een uitgebreid en omvangrijk werk is, kan de heer Van Ham, die de contacten legt namens de kerkvoogdij, tot in de finesses vertelPanorafna Gouda. met de Sint Jan len. Hij is van het begin af aan bij de onderhandelingen betrokken geweest. „Elk raam", zo legt hij uit, „bestaat uit zes verticale vakken glas-in-loodpanelen. Deze verticale vakken zijn aan de zijkanten van het raam ingemetseld in de hardstenen stijlen van het raam".

Aannemer Woudenberg uit Ameide heeft constant twee mensen aan het werk, die steigers plaatsen en panelen loshakken. Dit laatste is precisiewerk. Als de glazen zijn losgehakt, dan halen werknemers van glazeniersbedrijf Bogtman BV uit Haarlem de glazen eruit. In het atelier worden ze schoon gemaakt en zo nodig gerestaureerd. Ook moeten de preciese maten worden genomen om gehard blank glas te bestellen. Dit blanke glas komt in de oude sponning, die dan inmiddels wel geheel is bijgewerkt.

Tinnerodebehandeling

Firma Gebr. de Jongh uit Waardenburg -een oude bekende van de kerkvoogdij vanwege diverse schilderwerken aan onder andere het koorhek en de verguldingswerkzaamheden aan het orgel- maakt voor ieder glas een aparte mal. Vader en zoon Den Hartog, bij De Jongh in dienst, werken reeds drie jaar in de kerk, maar zijn het nog niet zat. „Zij verrichten milimeterwerk", zo verzekert hun werkgever, de heer H. de Jongh.

Aan de hand van de gemaakte mallen worden de stukken hard glas van zes milimeter dikte op maat gesneden. De glazen krijgen aan een zijde een oppervlaktebewerking, die in Europa even uniek als geheim is. Het is de zogenaamde "Tinnerodebehandeling". Het raam zal aan de buitenzijde van de kerk door de behandeling niet spiegelen en krijgt tevens een monumentaal aanzien.

Het in een oven geharde glas kan daarna lucht- en waterdicht in de herstelde sponning worden geplaatst. De Jongh: „Elk glas wordt eerst voorzien van een U-profiel; het geharde glas is erg breekbaar en het gevolg zou kunnen zijn dat hij barst in duizenden stukjes. Met kit wordt de ruit lucht- en waterdicht ingezet. Als wij daarmee klaar zijn, komen de miensen van Slangen Staal BV uit Gouda om de steunen voor de panelen te plaatsen".

In 1989 klaar

De firma Slangen zorgt voor de mogelijkheid van "musiale" ophanging: de panelen gebrandschilderd glas komen -gemakkelijk demontabel- te hangen op een afstand van ongeveer zes centimeter van het geharde glas, met boven en onder het raam een opening. Hierdoor ontstaat een verticale luchtstroom. „Maar dan zijn wij inmiddels begonneii aan een ander raam", aldus de heer De Jongh. In totaal moeten er 3000 van die panelen worden geplaatst.

Eigenlijk is het werk niet zo moeilijk, vindt de heer De Jongh, „maar ik besef wel dat de hele wereld er tegenaan kijkt. We hebben ook de kerk mét het orgel van Zaltbommel geschilderd. We hebben meubels van Hare Majesteit verguld en marmerimitaties aangebracht op het paleis Noordeinde. Ja, dat zijn leuke werken", zo merkt hij bescheiden, maar ook wel een beetje trots op.

Met het gehele project hoopt men in 1989 klaar te zijn en „als het zo doorgaat zoals nu, dan twijfel ik er niet aan of we redden het wel".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Goudse glazen van langerekte kerk worden op unieke wijze gerestaureerd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken